Manke haiku’s

mooi, zo onvoltooid
afwezigheid … wordt gemist
overbodig niets

zo onvoltooid mooi
gemist afwezig heden
niets overbodigs

stilte heeft honger
ze verslindt ieder geluid
zonder te mormormorsen

arme haiku …
net één lettergreep te kort
vergeefs gaat ze, mank

de soep is te dik
met wat water slankt ze af
het smaakt wat magertjes

wat niet praktisch is
is nutteloze lyriek
voor de goede sier

schoonheid is erg mooi
je moet er wel van houden
dat is dan weer minder

het is ook nooit goed
nu weer een lettergreep teveel
lekker strompelen

Verkiezingen

Ik zal mijn stem geven aan de lucht.
Andere partijen zijn geen partij.
Ze dragen enkel bij tot diep gezucht.

(Dankzij hemelse lucht wonen wij niet op een grauwe maan,
verstikken wij niet in een kraterlandschap, eenzaam, kaal.)
Aards groen is het hemelse geschenk in ons bestaan.

Wanneer buitenlucht in ons binnenstroomt,
bevoorraadt zij luchtwegen met zuurstof.
Ze oxideert ons innerlijk tot verroest bloed.

Ze regeert ons met pneumatische zuurstofwisselingen
die bewegingen genereren, lichamen regenereren.
Lucht vaardigt zonder vergaderingen natuurwetten uit.

Desnoods… zal mijn laatste adem stemmen op lucht.
Haar programma volg ik als een uitverkozen verademing.
Opgelucht zal ik sterven, geregeerd door de moeder aller wolken.

Plamuur

er zit
een klein gaatje in
de muur van doorzichtige stilte
ik gluur erdoor met mijn ene oor en
ontwaar een stroom van melodie — soms
polyfoon — alsof ik de luister zie — een slang
van klank zacht verglijdend — verleidend
tot dwijnen — nog nooit zo niets gezien
noch beeld gehoord — ze kronkelt
door dit ontvangrijke oor
tot het gat met stille
plamuur
gedicht

Implicaties

je schrijft op wat je niet weet
en dat is nogal wat…

bijvoorbeeld … ……. …… ….
eh, …. ……… …….. ……

dat heb je wel vaker wanneer
je een opsomming wilt geven

soms is het teveel om te noemen
dan weet je het even niet meer

waar moet je beginnen…?
dan geef je het beter op

je weet niet wat je schrijven moet
en dat schrijf je op…

opgeven lijkt makkelijk
en dat is het ook

alleen die implicaties…
die implicaties die je voeden

of die waar je over struikelt
zijn alomtegenwoordig

je zwemt in de implicaties
en je lost erin op

Dus


Dus

geen slotsom
geen eindafrekening
geen conclusie
geen eindstation

dus

geen einddoel
geen horizon
geen blauwdruk
geen routebeschrijving

dus

geen gebruiksaanwijzing
geen plan
geen arriveren
geen laatste woord

geen finaal oordeel
geen einde

dus

uiteindelijk
niets uiteindelijks

dus

laten we het dus laten bij dus

Wolkenjeuk

Ik ben de lift……..
van verticale taal
……kom binnen…
…druk op ’n knop
en ik stop op……..
iedere etage……..
die je maar wilt….
ik verbind niveaus
ze komen samen
in mijn schacht….
dat is verdieping…
waar je uitstapt….
op iedere etage…
krijgt taal ’n heel
andere betekenis.
laatst was ik op….
het dakterras om..
wolken te krabben
hemelse jeuk is ‘n
teken van leven…
het is wonderlijk…
als eencellige……
zo één te zijn…….
met alle etages….
en zelf nergens….
ooit te arriveren…
…als stalen engel
zweef ik neutraal
……tussen hemel
en lage aarde…..
…….het neonlicht
…….schijnt immer
in deze cel……….
van hard glas……
..in nood kun je je
via de intercom…
met de onder-
houdsmonteur….
onderhouden……
…………als er een
schroefje los…….
…….of als ik even
te langdurig……..
stil sta bij de…….
dagelijkse op…..
en neergang……
van zaken……….
……..de monteur
motiveert mij……
…om mijn missie
voort te zetten….
……ter meerdere
eer en glorie van…
…de begane grond.

Geen vaas

Een hond is geen mens,
een mens is ook maar een dier
dat denkbeelden plakt op onmiddellijk beleven

Een dier dat zichzelf overal zoekt,
maar nergens geen hond kan vinden

Raak dan maar het spoor bijster en de tel kwijt
ga midden in het bloemenveldje liggen

Vandaag maar even geen wolken plukken
waar toch geen vaas voor is

Taalzaagsel

voeten verbergen zich in schoenen
in blind vertrouwen lopen ze
het idee horizon achterna
zoiets onbetreedbaars

anderszijds ontroert het hoe
klontjes suiker in thee
verdwijnen door beroering
vormverlies smaakt zoet

en dan de stofjes
die samen dansen
in deze zonnestraal
ze verlenen licht
even een lichaam

kijk tot slot hoe de zaadjes
van deze aardbei zich openbaar
verschuilen in rode buitenkant
zo evident

hoe lees je dit stilleven
van fraai afgezaagde metaforen
taalzaagsel gelekt uit een hoofd?

wat is een leeg hoofd
anders dan een bedding
voor de taalwaterval?

Winterloos

het is veel te vroeg
dat die merel hier
in deze warme midwinternacht
heldere koperklanken zingt
olla vogala… lalala…

het is veel te vroeg
om een lentenest te bouwen
ik lig me nog in m’n oude nest
te bezinnen over nesten
waar ik mij in werk

het is veel te vroeg
jaag die lente weg
die merel is van de wijs
waar wachten we nog op,
mijn lief, kom…

laat ons eieren bakken
als ontbijt en dan
gauw weer in bed
vanavond eten we
diepvries met ijs toe

Lievelingsgraf


Na de vijfde herschrijving van zijn debuutroman wierp hij het manuscript in een opwelling in de allesbrander.
Tot zijn vreugde vatte het geen vlam.
Het vuur doofde juist.
Half bewust had hij gedacht dat zijn boek deze irrationele vuurproef moest kunnen doorstaan.
Alsof het daarmee een goed boek zou worden.
Alsof de ongare inhoud moest worden afgebakken.

Hij wist natuurlijk wel beter, anders had hij het niet vijf keer herschreven.
Iedere herstelpoging maakt het alleen maar erger.
Stel je voor, een jazzimprovisator die vijf keer opnieuw naar de juiste noot gaat zitten zoeken en dat vervolgens zijn stijl noemt…

Zijn redacteur, die een goede neus voor de tijdgeest bezat, had hem er steeds toe aangezet.
“Het is prachtig, nu alleen nog schrappen. Kill your darlings.”
Na iedere slachting vond de redacteur dat de tekst was verbeterd, maar het kon nog kaler.
Het draaide uit op een massamoord van zijn lievelingen: een lievelingsgraf.
Hij had het warme manuscript voorzichtig uit de allesbrander getild, als een relikwie.
De redacteur was opgetogen geweest: het kon zo naar de drukker, geniaal!

In de literaire pers werd het onthaald als een mooi, kaal boekje.
Het werd geprezen om zijn stijl.
Dit moest iedereen gelezen hebben, stond in de recensies.
Van de vele lezers, die er toch moesten zijn, vernam hij niets.

Hij had het eerste exemplaar in handen gekregen en doorgelezen alsof het van een vreemde was.
Het bevreemdde hem dat hij er niets eigens in kon herkennen.
Het was niet zijn boek, niet zijn taal, niet zijn verhaal.
Het succes beschaamde hem.

Tot op de dag van vandaag wil hij niet vertellen hoe het boekje heette, noch onder welk pseudoniem het was verschenen.
Tegenover mij verklaarde hij, dat het nog het beste Lievelingsgraf had kunnen heten.
En zo iemand is dan al twintig jaar je buurman.

Dit korte verhaal is alles wat er nog van over is.