Van goed nog beter

Onderwerp: Van goed nog beter

goed is niet goed.

niet goed genoeg,

kan altijd beter.

genoeg is nooit genoeg,

kan altijd meer

meer dan meest

hoog kan hoger

snel kan sneller

hard kan harder

perfectie is één winnaar

op eenzame hoogte

de rest is verliezer

alles goed en wel

goed is goed,

goed genoeg

beter kan niet

genoeg is genoeg

minder is meer

niets meer en niets minder

te is te

teveel is teveel

teveel van het goede

blijf op de hoogte

haast je langzaam

volg zachte kracht

het leven is al volmaakt onvoltooid

je schaduw is al sneller dan het licht

’t openbaar geheim laat zich niet meten

Verstuurd vanaf mijn iPad

Bovetonengedrag

Boventonen maken de toon die de muziek maakt.
Vrijwel iedereen luistert naar de melodie, die kun je nafluiten.
De klankkleur komt van de boventonen.
Één toon kan vele boventonen maken die hoog boven de muziek uit zingen.
Akoestisch instrumenten maken spontaan boventonen, afhankelijk van de kwaliteit.

Verstuurd vanaf mijn iPad

Ben gat, door geven

Er zijn mensen die zich leeggeven, zonder goed voor zichzelf te zorgen.
Door te geven zijn ze goed, goedgeefs.
Dat houden ze heel lang vol, maar op een onverdacht moment raken ze uitgebrand.
Niemand kwam op tijd om te blussen. Het lijkt op een houtblok dat in de kachel
nog massief lijkt, maar uit louter zachte as bestaat, één tikje en het is stof.
De uitgebrande kan niets meer, het is helemaal op.
De vraag dringt zich op, waarom heb ik mij leeggegeven ?

Soms willen mensen aardig gevonden worden of hun bestaansrecht bevestigd zien doordat
anderen hun nodig hebben. Sommige mensen vragen aandacht door anderen aandacht te geven.

Het is een raar concept om beter voor anderen te zorgen dan voor jezelf.
Goed zorgen voor jezelf is goed voor anderen.
Die hoeven dan niet voor jou te zorgen.

Vaak zitten die anderen helemaal niet op hulp te wachten.
Ongevraagd hulp bieden is al een beetje verdacht, het duidt op een behoefte bij de gever.
Ergens verwacht de gever dan ook iets terug te krijgen van al dat gegeef.
Als dat uit blijft dan kan dat tot grote deceptie leiden.

Verstuurd vanaf mijn iPad

Vet na ogenbedrog

Als onze fysieke ogen ons -als kijker- al zo voor de gek kunnen houden,
dan kunnen we verwachten dat het geestesoog helemaal de zaak oplicht.
Anorexia laat zien dat mensen -die graatmager zijn- zichzelf nog steeds als moddervet zien.
Ze menen werkelijk oprecht te zien dat ze te dik zijn.
Eerst zien dan geloven helpt hier niet. Het lijkt een onwankelbaar geloof.
God mag weten in wie ze geloven en wat deze god hun beloofd heeft.

Als zoiets fysieks al niet reëel wordt waargenomen, hoe betrouwbaar zijn dan onze denkbeeldige waarnemingen van denkbeeldige zaken door het geestesoog, (denk aan overtuigingen, herinneringen, zelfbeeld, identiteit etc.. )

De overtuiging lijkt de waarneming te vormen, in plaats van andersom.
Dat kan tot een probleem leiden zoals bij anorexia, maar het kan ook tot oplossing leiden.
Het is makkelijker te leven met een positief zelfbeeld dan met een negatief.
Wat natuurlijk niet wegneemt dat beide beelden niet kloppen, de beleving is alleen anders.
Overtuiging kan dus naar believen als scheppend vermogen worden ingezet.

Als je deze ingrepen echter doorziet, dan weet je dat het in feite niets anders is dan het
verschuiven van meubilair in de bovenkamer. We hebben allemaal een bovenkamer.
De herschikking is iets anders, maar de inboedel blijft hetzelfde.
Hoe kun je vertrouwen op je waarneming en die waarneming weer als uitgangspunt nemen?

Het geestesoog is getuige van alle overtuigingen, het geestesoog is zelf geen overtuiging.
Het is getuige van alles wat je maar kunt waarnemen en denken, de wereld dus.
Dit is het onderscheidingsvermogen dat je kunt beoefenen binnen iedere waarneming.

In feite is deze innerlijke getuige hetgene dat alle waarnemingen levend maakt.
Zo kunnen zelfs de meest dode herinneringen opeens herleven, hier en nu.
Je bent zojuist moeiteloos getuige geweest van deze inhoud.
Of de inhoud moddervet of graatmager lijkt doet er nu niets meer toe.

Verstuurd vanaf mijn iPad

God, breng Tao even

>
> God was ooit ober van dit wereldrestaurant.
> Je richtte je gebed tot God en wachtte tot de bestelling werd thuisbezorgd. > Dit schetst zo ongeveer de verhouding tussen de oude God en gelovige. > Die tijd is voorbij. De ober is dood.
> In China schijnen Taoïstische restaurants te zijn waar louter ziektes op de menukaart staan.
> Kies de aandoening waar je aan lijdt en je wordt gefêteerd op de meest onwaarschijnlijke gerechten. > Je tong leert er de meest bizarre smaken waarderen voor de eigen bestwil. > Wat geneest smaakt het best ook al is het niet te eten.
>
> Tao is het ruimste begrip aller begrippen, het omvat zelfs het begriploze.
> Het laat ruimte aan alles. De Tao verwijst naar de zinvolle coëxistentie van tegendelen en overstijgt iedere dualiteit met een paradoxale benadering.
> Tao is dus overal goed voor, vooral voor de geest die (per definitie) in de war is.
> Een gezonde geest is een lege geest, alsdus Lau-tse die als een stokoud mannetje ter wereld kwam. > Tao is het gat dat ons van binnenuit omvat.
>
> ‘ God, breng Tao even ‘ is een bestelling die alle ziekteverschijnselen van de geest geneest.
> Het is een placebo, let wel, vertrouwen is het meest geneeskrachtige ingrediënt in ieder medicijn. > Neem dagelijks een kleine doses uit de Tao Te Tjing. Proef kleine teugjes. > De woorden van Lau-tse zijn als bouillonblokjes zo geconcentreerd.
> De oersoep is van Tao getrokken. Drinken van die soep maakt de geestelijke maag leeg. >

>
>
>
>
>
>
> Verstuurd vanaf mijn iPad

Fabel van het veelkoppige monster

Het universum is een ambitieus creatuur,
een ontelbaarkoppig monster, wij dragen allen ons kopje bij.
Onstuitbaar timmert het aan de weg van evolutie,
aan de openbaring van alle mogelijke levensvormen.

De huidige status is een ingesleten gewoonte.
Evolutie is het ontsporen van die ingesleten gewoonte.
De wetmatigheden van evolutie bestaan uit herhaling van nieuwe gewoonten.

Niets ligt onveranderlijk en statisch vast in de oorspronkelijke natuur.
Natuur kenmerkt zich juist door creatieve aanpassing
om zo weer andere levensvormen mogelijk te maken.

Evolutie danst niet eenzijdig naar de pijpen van de natuurwetten.
Natuurwetten evolueren ook, ze passen zich heel geleidelijk aan.
Natuurlijk ga ik nu te ver, te ver gaan ligt in de aard van de natuur.

Wie dit zegt is gek, de natuur moet zich aan haar eigen wetten houden.
Maar de natuur is niet bang om gek te zijn, de quantumwerkelijkheid
laat een krankzinnige logica zien, non-causaal, non-lokaal, synchroon.

Het gekke is natuurlijk, dat dit nooit ontdekt kan worden
zolang iedereen in het zelfde spoor blijft rijden
en door eindeloze herhaling de groef nog dieper maakt.

Bij deze: een oproep tot verdwalen, uit het spoor stappen om zijsporen te ontdekken.
Gewoonten doorbreken, een traditie van het eenmalige vestigen.
Welk zintuig zou de mens kunnen ontwikkelen om het onmogelijke mogelijk te maken?

Zal de zwaartekracht zich ooit zo aanpassen dat we zwevend kunnen leven?
Is dat onmogelijk en ondenkbaar?
In deze kop kan alles.

Wij zijn dependances van het koppige creatuur.

Fabel van de slang Ouroboros

Een slang eet niet, hij slikt zonder te kauwen zijn prooi in.
Een konijn, een zwijntje of een heel hert.
Het is een wonder dat de slangenhuid zo flexibel is dat er een heel in hert past.
Na het slikken wacht de slang op het trage wonder van de vertering.
Stofwisseling is omgekeerde magie.
Een toverkunst die zeer complex samengestelde creaturen — zoals vruchten, planten en dieren — afbreekt tot de kleinste bouwstenen van het leven.
Van iets naar bijna niets, terwijl magie toch vooral van niets iets weet te maken.

De Ouroboros is een speciaal soort slang.
Hij slikt zijn eigen staart in, zoals een vegetariër alleen zijn eigen vlees verteert.
De Ouroboros blijft slikken en zichzelf verteren: na zijn staart te hebben verteerd slikt hij zijn middenlijf in, dan komt zijn bovenlijf.
Het slikken gaat steeds langzamer.
Dan komt zijn nek… zijn onderkin…
zijn opgezwollen keel… zijn wangen… zijn lippen.
Er blijft niets anders van hem over dan een gapend gat.

Alleen een fabeldier kan zoiets onmogelijks: zichzelf verslinden zonder een spoortje achter te laten.
Dit maakt duidelijk waarom dit fabelachtige dier van de aardbodem is verdwenen.
Ieder exemplaar doet zichzelf uitsterven.
Deze slang staat symbool voor een nietsontziende nieuwsgierigheid.
Zo nietsontziend, dat zelfs de dood die nieuwsgierigheid niet kan doven.

Vroeger dacht men tot kennis te komen door iets op te eten.
Zelfkennis kon alleen verworven worden als men zichzelf helemaal zou opeten en verteren.

Het gapende gat kan de slaap niet vatten, het blijft wakker door te willen weten.
Het is zonder twijfel het vreemdste dier dat niet bestaat.

O vragend betogen

>>
>> De vraag die niet op antwoord wacht.
>> Zijn wij niet allen retorici ?
>> Wat is retoriek anders dan zo lang mogelijk onweersproken aan het woord blijven ?
>> Volgens het motto, wie aan de bal blijft beheerst het spel, dat lijkt de overtuiging tenminste.
>> De praktijk leert echter dat men heel de wedstrijd in balbezit kan zijn en in de laatste minuut
>> door één dodelijk argument kan verliezen, het punt is gemaakt. Tegen de verhoudingen in ? >> Niets mee te maken, terecht verloren.
>>
>> Mooie woorden zijn niet waar, ware woorden zijn niet mooi, aldus Lau-tse die geen woord wilde vuilmaken aan de werkelijkheid, tot een grenswachter hem aanzette tot notatie,
>> zo ontstond de Tao Te Tjing. Daarna mocht hij passeren en rustig sterven in de bergen. >> Wat Bach is voor de muziek is Lau-tse voor de ontologie.
>> Ongeëvenaard, de oude chinees blijft aan het woord ook als hij zwijgt,
>> hij laat je in verbijstering achter. Euforisch schop je iedere bal in eigen doel. >>
>> De retorische vraag suggereert tegenspraak,
>> maar werkt alleen in het belang van het geponeerde betoog. >> In zo’n betoog is ook de logica in loondienst van de spreker, >> ze doet alles was als bewijs kan dienen.
>> Er wordt wel gezegd dat logica een hoer is die het met alle meningen doet, >> dit zult u mij niet horen zeggen.
>> Dit laatste is ook weer zo’n retorische truc, iets zeggen zonder het te zeggen. >> De spreker stuurt rechtstreeks aan op de gewenste eindconclusie. >> Hij brengt het zo alsof de luisteraar het helemaal zelf heeft beredeneerd >> en niet anders kan concluderen.
>> De slechte luisteraar wordt er slinks in geluisd, verblind door moddertaal.
>> Een goede verstaander echter wacht rustig af, tot de modder in het water is bezonken. >> Wetend dat taal zelf niets is, maar alleen kan verwijzen naar…. >>
>> Geloof dus geen woord van wat ik zeg.
>> ( dat is er weer één ) dit werkt als brevet van betrouwbaarheid. >> Een spreker die dit zegt is door en door integer.
>> Dit kan natuurlijk ook echt zo zijn.
>> Maar het is geen enkele garantie dat hij niet oprecht de grootste onzin beweert. >>
>> Is welsprekendheid niet eigenlijk het vermogen van de luisteraar om de essentie van een betoog >> te vatten, ondanks het onvermogen van spreker om zich helder uit te drukken ? >>
>>
>>
>>
>>
>>
>>
>>
>>
>>
>> Verstuurd vanaf mijn iPad