Mausoleum

Mausoleum

Van hogerhand moest het wel hagelsneeuw tikken tegen het ochtendraam.
Verheuging keek achter het verstijfde gordijn en moest helaas vaststellen
dat van hogerhand het bij het verkeerde eind had of vergeefs aan het kortste trok.
Van hogerhand tuimelde diep in achting, viel niet in goede aarde.
Het gezag zou daar verder wegkwijnen tot compost.
Een sneeuwloze winter, een zandloze woestijn.
Het gordijn hield wel een beetje de kou buiten,
maar niet de warme wens naar het winterwit.
Restte er niets anders dan een nostalgische kijk in de diepvries?
Het mausoleum van wat voorheen een seizoen was.

De betovergrootvader

Waarom we hier zijn is een groot geheim, al wordt dat openbaar ontkend.
Wat niet verwoordt kan worden bestaat gewoonweg niet voor de denker die denkt te denken.
“Wij dwalen niet alleen in de mist, we zijn zelf van verdampte damp, als uitdijend besef”

De tijd is voorbij dat je grootvader zei:
“Droom niet je leven maar leef je dromen,
wat hier nu al is kan nooit meer terugkomen”

Als sterren zo ver is hij weg,
je peinst urenlang bij zijn graf.

“Elke hartslag geeft je bestaanskracht,
je geest lijkt een oceaan van herinneringen,
maar wat nat zijn is tart elke beschrijving”

Als je hartslag zo dichtbij is hij,
een hartslag die je wiegt.

Zovele wegen leiden ons om de tuin.
Al wat je gelooft lijkt echt waar
tot een helder besef jou open maakt.

Je hoort jezelf zeggen terwijl je ontwaakt:
“Soms is geen oplossing het antwoord,
het geheim lijkt een onopgeloste zaak”.

De grootvader die je nooit had,
vertelt je alles wat je nooit kon vragen
en zwijgt je het onzegbare toe met zijn stille stem.

Het geheim is een betovergrootvader:
“Koester het geheim in alles wat je bent
en probeer maar vergeefs te dwijnen”.

(zeer vrij hertaald naar Gregory Page, Ocean of memories)

Absente presentie

het oog is een gat dat ziet
ogen hebben alles in de gaten

het borende zicht passeert zelfs graniet
voor het boren begon zag het oog er een gat in

een geestesoog kan alles verbeelden
en ontbeelden, absente presentie

dit geestesruim schept alle vormen
het vormt de dingen door stil verzuim

verzuimen te zijn is de huid van de hemel
de dikste huid van het afwezigste wezen

Energon bevat God!

Het was weer zover.
Wetenscheppers dachten weer eens het kleinste deeltje te hebben gevonden.
Een nieuw weetje geschapen.
Het vorige deeltje, bijgenaamd het Godsdeeltje, was zowel deeltje, golf als veld tegelijk.
Het deeltje bevond zich op ieder tijdstip overal en nergens niet.
Nu hadden ze binnen een onbetaalbaar magnetisme-vrij reactorvat ‘iets’ gedetecteerd.( onder ingewijden het vat der tegenstrijdigheden genoemd)
De meting werd buiten de dampkring gedaan om de zwaartekracht te elimineren.
Er is ‘iets’ gedetecteerd, dat noch een deeltje, noch een golf, noch een veld is.
Bijkomend kenmerk is dat het geen energie bevat, nul.
Het enige wat dit ultieme deeltje gemeen heeft met het Godsdeeltje is dat het eveneens overal en eeuwig aanwezig is en nergens niet.
Logisch dat het daarom zo moeilijk te vinden was.
Maar nu zijn we eruit, volgens de wetenschap.
Over de naam wordt nog even getwist.
Energon gooit hoge ogen.
On-energie.

(Mystici hebben al verklaard dat het bewuste zijn van de mens synoniem is aan het energon)
Wetenschappers denken nog steeds dat het uit elkaar slopen van een bloem het mysterie van de bloem verklaart.
Ze geloven dat naamgeving van losse delen en eigenschappen het geheel verklaart.
Het lijkt alsof ze blind zijn voor het meer dan de som der delen.
Ze zien de kaart aan voor echte gebied.

Het geheel is meer dan de som der delen.
Sterker nog, het geheel is het meest dan alles wat je maar zou kunnen opsommen.
Het heeft geen zin om te zeggen dat God het geheel is, het onbegrijpelijke begrip God verliest dan onmiddelijk haar betekenis.
Taal bestaat immers bij de gratie van de denkbeeldige tegenstrijdigheden.
Bekijk de mens eens als vat vol denkbeeldige tegenstrijdigheden.
Ga je dieper kijken dan zie je alle denkbeelden leeg zijn, dat het vat in essentie leeg is.
Taal verbleekt bij één enkele directe ervaring in het gebied.
Zullen we nu eens de som van het delen maken en het meer van die som uitdelen aan iedereen.
href=”https://openbaargeheim.nl/wp-content/uploads/2014/04/foto10.jpg”>

Genoeg voetbrand

Het net begon zich rondom mij te sluiten.
De mazen van de wet waren zo ruim geweest dat ik veilig in en uit kon zwemnen.
Ik voelde mij als een vis in het water van het old-boys netwerk.
We kenden elkaar van het corps, waar we elkaar de bal leerden toespelen.
Maar nu werd het mij langzamerhand te heet onder de voeten.
De airco draaide overuren.
Het netwerk sloot zich rondom mij.
Ik had iets verkeerd gedaan, gezegd…maar wat?
Niemand wilde praten.
Welke ongeschreven wet had ik als executive interimmanager geschonden?
De vraag bleef maar branden.
Ze zouden mij doodknuffelen met een gouden handdruk.
De laatste dagen ijsbeerde ik op de bovenste etage van de kantoorflat.
Mijn voeten begonnen pijnlijk te branden.
Het was alsof de woede van de onderliggende twintig verdiepingen de marmeren vloer verschroeide.
De spiegelramen konden niet open, anders was ik wellicht gesprongen.
Ten einde raad sloot ik mij in het toilet op.
Daar stond ik, Ralph Zever, senior young urban professional, met blote voeten in de design closetpot.
Hoe vaak ik doortrok weet ik niet meer.
Ik wachtte met gesloten ogen, luisterend naar het bijvullen van de stortbak.
Een klaterend beekje in een betonwoestijn.
Daarna keer op keer die weldadig verkoelende golf van het neerstortende water.
Al het zakenleven stroomde uit mijn lijf en leden.
Het lichaam zou alleen verder gaan, onder een andere naam.

Beven rond een geo-gat

Je ziet wel eens een foto van een idyllisch landschap ergens in Amerika.
De foto laat een enorm gapend gat zien, waar ooit een mooi houten landhuis stond.
Plots verdwenen, met tuin en al, in een geologisch gat.
Hopelijk was er niemand thuis.
Mensen staan rond het gat en kijken met afgrijzen in de afgrond.
Dat zoiets vertrouwds als je thuis zomaar plotseling opgeslokt kan worden door moeder aarde is verbijsterend.
Het drukt alle neuzen op het feit dat er geen zekerheid bestaat.
Dat er geen veilige schuilplaats bestaat.
We leven met praktische aannames.
We nemen aan dat er morgen weer een dag is.
We gaan er vanuit, gemakshalve, dat we elkaar morgen nog zullen ontmoeten.
Het is een vertrouwen tegen beter weten in, een soort bewuste naïviteit.

href=”https://openbaargeheim.nl/wp-content/uploads/2014/04/foto12.jpg”>

Als kind droomde ik vaak dat ik als vis in de oceaan leefde.
De droom had nachtmerrieachtige kwaliteit omdat ik mij realiseerde ieder moment verzwolgen te kunnen worden door een roofvis.
Een echte vis heeft natuurlijk een overlevingsstrategie, maar ik wist, als amateurvis van niets.
Ik werd voor de haaien gegooid.
Het besef dat ik zelf een haai zou kunnen zijn verontrustte mij en stelde het mij tegelijk gerust.
Later begreep ik pas dat ik de zee zelf was.
De aanleiding is een lang verhaal, maar het komt neer dat ik op het droge terecht kwam.
Voor de vis is de zee een openbaar geheim.
De vis heeft nog nooit de zee gezien.
Hij wordt erin geboren, hij leeft erin en verdrinkt erin.
De zee sterft van het leven.
Pas op het droge komt er een besef van de alomvattende zee.
Zo is bewust zijn het openbare geheim voor de mens.

O, gave trend begon

Morgen begint de gaafste trend ooit.
Modegrillig, niets zo grillig als mode.
Wat gisteren trendy was is morgen slaapverwekkend saai.
De tijdgeest weet niet wat ze wil, maar ze wil het wel nu, onmiddelijk.
Ze wil wel weer eens wat anders…
Sterker nog ze wil permanent iets anders.
Haar labiele staat is de enige constante.
De geest van de tijd wordt heen en weergeslingerd tussen verlangen naar de jeugd en angst voor de oude dag.
Ze gelooft heilig in de waan van de jongste dag en gruwt van ouderdom.
Met een dode, meedogenloze blik kijkt het model van de tijdgeest in de camera’s.
Verveeld, verwend, vermagerd en toch nog ongelukkig?
Is het niet wonderlijk dat de status van luxe, succes en overvloed verbonden wordt met graatmagere, ongelukkige meisjes?
Soms lijken ze zelfs verwaarloosd in schrille tegenstelling tot hun luxueuze aankleding.
Wat doet het met je als je vanwege je toevallige uiterlijk wordt gewaardeerd. > Is die waardering is ergens op gebaseerd?
Is het een persoonlijke verdienste, jong te zijn, mooi volgens wereldvreemde maatstaven?
Zou het daarom worden gevoeld als een miskenning?
Het imago wordt geliefd, de drager van dat imago wordt over het hoofd gezien.
Zo eenvoudig lig het echter niet.
Het wonderlijke is dat het bewust zo geposeerd is, geënsceneerd door een ‘visionaire’ fotograaf/stylist.
De vraag is; wat wordt hier gecommuniceerd?
of wordt hiermee indirect de vraag gesteld;
‘ Wie wordt er nu wel geliefd om wie hij of zij wezenlijk is?’ Zo gezien kan zelfs het meest opprvlakkige aanleiding zijn tot het wezenlijke.
Wie zichzelf kent hoeft niet meer te bedelen om geliefd te worden.

href=”https://openbaargeheim.nl/wp-content/uploads/2014/04/foto7.jpg”>