Fabel van leraar

Ik had eens les bij een leraar.
Na zes lessen lukte het mij niet meer om naar de les te komen. Ik had nog recht op zes lessen zei mijn leraar die ik vaak op straat tegenkwam.
Steeds beloofde ik te komen en dan kwam ik niet.
Het was een altijd een leuk contact, ook de lessen vond ik leuk, toch lukte het niet. Wat voor lessen hij gaf weet ik inmiddels niet meer, zo lang geleden is het.
Ik weet nog goed wat hij op een gegeven moment zei:
“Weet je wat, die lessen blijven gewoon staan voor jou, er is alleen één principe dat ik hanteer en dat is dat bij iedere week dat je de les mist dat de lestijd gehalveerd wordt,
dus na de eerste gemist les heb je recht op twee weken een half uur, vier weken een kwartier les, acht weken zeven en een halve minuut les etc. begrijp je?”
“Waarom?” vroeg ik.
“Omdat je mijn beste leerling bent”

Tot op de dag van vandaag heb ik recht op zijn lessen.
Inmiddels een ontelbaar aantal lessen van de duur van een oogwenk of minder. Ik zou weken tekort komen in dit leven.
Deze les zal mij altijd bij blijven, wat je noet begrijpt is onvergetelijk.

Nu pas denk ik te begrijpen waarom het niet lukte.
Ik had wat hij mij vertelde al begrepen, ik moest het alleen in de praktijk brengen.

Een echte leraar maakt zichzelf het liefst zo snel mogelijk overbodig,
daar is hij zijn leerlingen dankbaar voor.

Zijn is wezen

Elke keer wanneer ik vergeten ben dat ik een vrouwenlichaam heb word ik ongesteld. Geen punt verder behalve dat ik mij weer ga afvragen wat het betekent om vrouw te zijn.
Nooit komt er een bevredigend antwoord.
Kinderen baren zegt mij weinig.
Dat zou een vrouw zorgen moeten baren maar mij baart het niets.
Ik ben met weinig tevreden, zelfs met niets.

Levend in de vergeetstand ben ik er gewoon, vrijwel zonder kenmerken.
Dat uiterlijk is er wel maar ik zie het zelden, soms in een etalageruit.
Het verbaast mij dat mensen daar leven, daar buiten.
Voor mij is alles binnen, ook wat buiten lijkt is binnen.
Toch komt die vraag steeds weer op, uit een misvatting.
Het is waarschijnlijk heel simpel: je hebt een vrouwenlichaam maar dat ben je niet, een onderscheid tussen hebben en zijn.
‘Maar wat ben je dan als je geen lichaam bent?’ vraagt men dan.
‘Een openbaar geheim?’ vraag ik als antwoord.

Voor geen probleem bestaat geen oplossing.

(Om misverstanden te voorkomen, bovenstaand bijdrage is geschreven
door gastcolumniste Eva Fagel, zij schrijft onder pseudoniem,
ik heb haar uitgenodigd als meest trouwe lezeres van Openbaar Geheim,
ze is de eerste uit een reeks gastschrijvers die ik heb gevraagd)

Ontschepping

God schept Adam bij de vuilnisbak.
De Sixtijnse Kapel ligt op straat geprint op canvas.
De goddelijke vonk doorgegeven met fingerspitzengefühl.
Michelangelo was ook een geniale beeldhouwer.
Hij schiep David door simpelweg marmer weg te laten.
Zijn kunst van het weglaten maakt veelvuldig gebruik van de vuilnisbak, al het overbodige marmer mag bij het grof vuil.
Alles is vormgegeven ook de vuilnisbak.
Een volmaakte wereld is een wereld zonder afval.
De vuilnisbak is dan zelf overbodig, in wat wordt de vuilnisbak weggegooid?
In een container.
God is een containerbegrip.

Koeloze luxe

De boerderijen in het dorp zijn tot luxe appartementen omgebouwd. Overdag maakt het een uitgestorven indruk.
De koeloze grasweides worden door robotmaaiers permanent kaalgeschoren.
Tweeverdieners moeten alle zeilen bijzetten om hier te mogen wonen, het wonen beperkt zich tot de avonden.
In de avond zijn ook de onbewoonde huizen verlicht door een tijdklok.
Veel woningen zijn als tweede huis in bezit en staan dus nog vaker onbewoond te wachten op een dagelijks leven.
Als huizen zich konden vervelen…
Luxe verveelt zich.
Luxe als antwoord op een nooit gestelde vraag, een oplossing voor een niet bestaand probleem.
Het schrijnt irritant, uiteindelijk gaat men verlangen naar echte pijn. Teveel gemak sloopt de mens.
Gun ons de frictie van het onvolmaakte, van onzekerheid, leve het onvoltooide. Waar jeuk is is leven.

Menstoringen

In het dorp waar ik woon groet men elkaar niet.
Men zegt niets tegen elkaar. Men is een raar woord.
Men zegt dat het komt omdat het allemaal import is wat hier woont.
Rijke vluchtelingen uit de randstad, de armen vluchtten juist naar de stad.
Ik weet toevallig wat van electronica en alarmen die spontaan afgaan.
Een rijke vluchteling bij wie ik naar binnen wist te dringen, achter zijn beveiligingssysteem, wist mij te vertellen:
‘Wij zijn graag op onszelf, ik stoor niet graag iemand omdat ik zelf niet gestoord wil worden, daarom ben ik hier gaan wonen, omdat ik niet gestoord wilde worden,in de stad werd ik permanent helemaal gestoord, die geuren, geluidsoverlast, sirenes, al dat menslijk verkeer…’

Ik knikte zonder iets te zeggen en prutste onderwijl nog wat aan beveiligingsdraadjes.
In het begin had ik iedereen begroet, maar na keer op keer souverein te zijn genegeerd stopte ik ermee.
Wie zich hier daaraan stoort is gestoord.
Het alarm zou voorlopig nooit meer afgaan.

Het mooie ding

Het mooie ding

De eerste keer dat ik onze hond zag gaf ik hem ‘een mooi ding’ , een kort dik stokje.
Hij waggelde als pup nog onbeholpen maar ‘het mooie ding’ nam hij doelgericht aan en begroef het meteen in een zeer ondiep kuiltje achter de heg van de boerderij, waar geen hond het zou kunnen vinden.
Het was duidelijk dat wij voor elkaar bestemd waren, ook ik hou er hartstochtelijk van om schatten in het openbaar te begraven en rondsnuffelend te leven in verheuging van wat er allemaal is.
De natuur is alles de baas, ik luister graag naar de natuur, in dit geval een hond.

‘Het mooie ding’ dat hij begroef was voor later, een bewijs dat honden aan toekomstplanning doen.
Het is mooi om plannen te maken en die vervolgens te vergeten omdat mooiere dingen voorbij komen.
Het fijne van het mooie ding is dat je het kan verzamelen, begraven, opgraven, eraan likken, erop knauwen en doorslikken in niet al te grote brokken.

Onze hond kent het begrip ‘Mooi ding’ door en door.
Vraag ik mijn vrouw; ‘Heb je nog een mooi ding gezien de laatste tijd?’ dan staat de hond meteen rechtovereind, met oren gespitst voor je neus in afwachting van nadere informatie.
Wanneer ik het woord zoeken eraan toevoeg kijkt hij meteen schichtig om zich heen, snuift heftig in de lucht, alsof ik ergens het mooie ding verstopt zou hebben.
Bij de volgende aansporing geeft hij een emotioneel blafje en gaat bezeten op zoek.

De hond heeft alleen oog voor de schoonheid van het driedimensionale, sculptuur.
Voor plattevlakkunst haalt hij zijn neus op, er zit kraak noch smaak aan een schilderij.
Een hond leeft in een openlucht museum van geurkunst waar wij ons geen voorstelling van kunnen maken.
Een permanente tentoonstelling van ongekende geuren die mogelijk onze perceptie van schoonheid waarschijnlijk verre overtreffen qua subtiliteit. Wat is subtieler dan geur?
Wij zijn slechts bazen, de hond heeft ons verbaasd en kan ons blijvend verbazen.

Bladgroenvingers

Mensen die geen groene vingers bezitten verzuipen hun planten.
Ze geven teveel liefde uit angst.
Of ze vermoorden de plant passief door hem te vergeten en uit te laten drogen.
Ze geven niets om planten.
Voor deze mensen is er de Roos van Jericho.
Een schijndood bolletje verdroogde takjes en worteltjes.
Zodra er wat vocht in de buurt is zuigt het bolletje zich vol en wordt helder groen binnen een paar uur.
De roos blijft springlevend in coma zonder vocht, dan rolt het in de wind over het aardoppervlak, alsof het op zoek zou zijn naar water.
Het maakt de roos helemaal niets uit, levend in de schijndood, of dood in het schijnleven. Het wordt wel een opstandingsplant genoemd.
Een mooi symbool voor de ziel die eeuwig rondzwerft tussen hemel en aarde, tussen leven en dood.
Deze ziel kan overal aarden en tegelijkertijd nergens blijven.
De dood schijnt droog te zijn, water geeft leven.

De slaap is ook een kleine dood, schijndood.
Uitgedroogd rol je door de nacht niet wetend waar de wind je nu weer zal brengen.
Als er nog een ochtend komt zal je drinken en weer groen worden als een pasgeborene.
De mens als opstandeling.

Zoolzang

img 20150330 093624

ik is een zoolman.
me zool is van straat
rauw als zoolmodder

me zool is me ziel.
me ziel is mij zoolmaat
rag me ziel af met die zool,man

ik is een zoolman, voel de groef

fok de rok man, hoe pelop,
stop die hiphoprap rap
die droge zooi heb geen sap, man

ik is een zoolman, voel de groef

heel me zool, hier en nou.
geef me ziel terug man
en geen halve zool

ik is een zoolman, voel de groef

o me zool doet zo pijn
een gat in me ziel,man.
maak me zool heel, kom over hier

me zool is droef, voel de groef

heel me, zoolmaat
we passen zo koel
heel me zoolziel, kom over hier

Hiel me zool, voel de groef