Wat je allemaal niet weet is onvergetelijk.
Mikado-chaos

Het verschil tussen een lukrake ‘mikado chaos’ en harmonische orde is simpelweg het verbinden van de losse eindjes.
Bij mensen ligt het nog wat eenvoudiger, die verbinding is er al, of je het leuk vindt of niet.
(Filosofie van de directe ervaring gaat altijd voorbij aan iets wel of niet leuk vinden.)
Verbinding ligt in het voelen, zodra je geen verbinding voelt zit het hoofd in de weg, denken is een goed voorbehoedmiddel tegen het voelen.
Denkbeelden staan grotendeels ten dienste van het ontkennen
van die onmiskenbare verbinding en hanteert graag het omgekeerde bewijs:
Zie je wel, we zijn niet verbonden dus mijn denkbeelden kloppen.
Voelen staat in een kwaad daglicht, met voelen zou je geen land kunnen besturen. Inderdaad, de wereld zou geen landen meer kennen.
Ode aan de snoei
Snoeien genereert energie, vrijheid,
beperkingen stimuleren scheppingsdrift,
wetten vragen om eerbiedige ontduiking,
regels baren uitzonderingen en het uitzonderlijke,
hekken zijn een uitnodiging voor een hordenloop,
normen zijn grijs behang, achtergrond voor het wonder,
verboden maken slapende honden wakker,
de honden houden ons weer wakker,
kom maar op met dictaten en dictaturen,
we zullen ondergronds gaan bloeien en vrucht dragen,
we beloven plechtig nooit te vragen of iets mag,
we doen het onstuitbaar, desnoods legaal.
Het onverwoestbare is onze muze.
De route van de bromvlieg
Ik las ooit over een bromvlieg die de ruimte in kaart bracht, ergens.
De naam van dichter herinner ik mij niet.
Sommige schrijvers willen niet herinnerd worden,
de maker doet er niet toe, het gaat hen om het werk, de schepping.
Zo wenst god kennelijk ook buiten beeld blijven,
achter de coulissen van het niets.
Ruimte is een land zonder bodem, louter hemel,
een continent dat aan alle mogelijke landen grenst.
In dat land ben ik geboren en getogen, zonder dat ik het wist.
Ik dacht eerst op aarde te zijn geworpen, gevangen in een vel.
Tot ik mij buiten dat vel ontdekte, daar bleek geen einde aan.
De ruimte zelf is helemaal het einde vanuit dit beginpunt hier.
Het vel blijkt een kade om van te vertrekken over de zee van mogelijk heden.
Beste lezer neem gerust de dingen en geef mij de ruimte,
of vertrek zelf vanaf de kade, een bromvlieg wijst de weg.
Ik vergiste mij, het was:
‘Een bromvlieg brengt de stilte in kaart’
Geen man over boord, stilte is het onhoorbare aspect van ruimte.
Zonder vergissingen geen taal, geen verbindingen van losse betekenissen.
Stroomgod
De hoogste hemel heeft geen plafond en tegen dat
plafond zit een goddelijk plafondplaatje.
Het ziet er doodgewoon uit, al is het natuurlijk
van goddelijke plastic.
Onder dat plaatje is God, je weet wel die ene
die alles en iedereen van stroom voorziet.
God voorziet niets maar voorziet louter in stroom.
Stroom is haar/zijn lichaam, zowel plus als min,
zolang het stroomt voelt het stromen dat het goed is.
Het hele heelal is geladen met stroom,
zelf de leegste ruimte bevat subtiele lading.
Het plaatje zit er niet voor niets, kijk je eronder dan
ben je meteen geëlektrocuteerd, je lichaam ontlaadt
zich in één klap tot een lege batterij, doorgebrand.
Gelukkig is er geen energieverlies in dit heelal.
We boffen maar met zo’n energiedistributeur.
Dit plastic godsbeeld in je bovenkamer bestaat echt,
uit niets anders dan een electrische lading
die zich bewust is van het stromen.
Conditioner
De partituur of de eenmalig klinkende muziek,
een recept lezen of zelf vers brood bakken,
filosofische theorie of de ongrijpbare praktijk,
het gedicht of de poëzie van dit enige moment,
een portret van de mooiste of de levende mens,
een landkaart of het alomvattende gebied,
airconditioning of een frisse wind,
de hoogtezon of de zon zelf,
een gordijn of de nacht,
oordoppen of stilte,
hairconditioner
of je haar
door de
war
Papieren vuur
Ik heb een smaak van goud op snee.
Mijn halve boekenkast staat ongelezen
en wat ik las las ik half of diagonaal.
Een god zonder gedachten zij geprezen.
Ik slaap liefst in mijn eigen alfabet,
mijn bovenkamer is zo ongeletterd hol.
‘Je verleest je verstand’ zei grootmoeder,
thuis speelde ‘echt toneel’ de grootste rol.
Een doorlopende voorstelling was het,
tragi-komisch drama, geen enkele regie,
een script bleek achteraf te ontbreken.
Het toeval stuurt als lukrake destinatie.
Bestaan is de waargeleefde literatuur,
boeken zijn slechts surrogaten, prothesen.
Je brandt je nooit aan een papieren vuur.
Directe ervaring behoeft geen exegese.
Sliksel

(foto B.Velink, uit zijn boek “Gefundenes Fressen”)
Van jongsaf leerde je slikken.
Dingen aannemen, voor zoete koek,
om de lieve vrede zoet te houden
en jou aan het lijntje, als een braaf hondje.
De baas bepaalde wel wanneer je uitgelaten mocht zijn.
Je hebt altijd van alles van iedereen aangenomen, maar stopte tijdig met inslikken, je stikte erin.
Het aangenomene liet je beleefd buiten het zicht van de gulle gevers verdwijnen in de grote vergeetzee. Wat vanzelf zinkt hoef je niet nog eens achter je te verbranden.
Soms zag je ze later nog eens, de mentale filantropen.
Hun goede raad vonden ze terug in onvruchtbare grond als verrot zaad.
Dat was even slikken, een bittere pil, goede bedoelingen als compost.
Je zei dat het ze vrij stond om hun aanbevelingen op te vissen voor eigen gebruik.
Hoofdschuddend lieten ze je achter als een ondankbare hond die voortaan zichzelf zou moeten uitlaten, onaangelijnd op het strand naast die zee.
Mondriaan danst
Dit late werk van Mondriaan is door kunstcritici te frivool bevonden en tot nu toe door museumcuratoren succesvol buiten de collectie gehouden.
Het zou de ernst en integriteit van het complete oeuvre in gevaar kunnen brengen, dan maar incompleet.
Het werk staat bekend als een ‘opus posthume’ en is in particulier bezit.
Het lijkt vreemd maar zoals Bach in mijn oren swingt als een oceaan, zo danst in mijn ogen Mondriaan, ook bij werk dat strak in het gelid door de ruimte marcheert.
Nog vreemder wellicht is dat Mondriaan in mijn beleving licht en humorvol is. Wezenlijke humor is serieus, de lach is een ingrijpend filosofisch statement, niet als concept maar als directe ervaring.
Dat hij danste staat vast, hoe zou Mondriaan hebben gedanst?
vierkant haakse pasjes,
strak in de maat en in het maatpak,
hoekig en loodrecht in vaste cadans,
bewegend naar de zuivere rede?
in geometrische figuren,
spiralend volgens de Fibonaccireeks,
volgens de gulden snede?
Ik zou er wat voor over hebben om Mondriaan te zien dansen,
daarom kijk graag naar dit nagelaten werk, dit opus non grata.
Werp

voorwerpen werpen de vraag voor:
waarvoor is dit?
sommige dingen verwerpen gebruik,
ze vieren het onbruikzame zijn.
andere, ooit nuttige, dingen zijn in onbruik geraakt,
ze raken prachtig kant noch wal.
gebruiksvoorwerpen zijn ontworpen
door een ontwerper.
de ontwerper onderwerpt de materie
aan een nuttig doel.
kunst werpt zich op om de dingen te bevrijden
van nut en doel.
bevrijde materie geniet daar zichtbaar van




