Houtjurk

In het hondenuitlaatlaantje staat een reuzenpopulier met een spechtennest, een mooi rond gat net onder de oksel van een tak. Als we geluk hebben steekt de jonge specht z’n roodgemutste kopje naar buiten.
Op de parkeerplaats staan twee auto’s wild geparkeerd.
‘Ik wil niet praten want dan word ik agressief’, roept de man met zwaaiende handen tegen de andere man die in het arabisch weerwoord geeft.
Hij zegt het nog eens.
Het klinkt alsof hij vol vuur de taal in korte stukjes hakt, tot brandhout. ‘Ik wil niet praten want dan word ik agressief’, het klinkt onderdrukt dreigend.

We liepen langs met loslopende hond en worden genegeerd.
Het idee dat door praten agressie gekanaliseerd kan worden is een westers idee.
In het oosten heerst het idee dat een negatieve gedachte al tot agressie kan leiden, laat staan als de denker ook nog eens zegt wat hij denkt.

Op de terugweg zijn hun auto’s weg, het zinnetje hangt er nog tussen de hoge bomen.
De populier staat er als een enorme houten boerka, iets gluurt naar ons door het spechtengat.
Het klinkt gezellig daarboven in het nest.

Megaforismen

Megaforismen

Het kwaad vaart het best onder de vlag van het goede.
De eerste fout is om onder een goede vlag te willen varen.
Dit aforisme is een goed voorbeeld van een goede vlag
die uitstekend elke foute lading kan dekken.

Het kwaad bestaat niet, er bestaan alleen goede bedoelingen
van onvolledig of slechtgeïnformeerden en ongeïnformeerden.

Het goede, het ware en het schone heeft veel te danken aan het slechte,
het valse en het lelijke, omgekeerd trouwens ook.

Alleen het goede, het ware en het schone nastreven is als de huid van een opgezet paard, zonder de valse vulling van slechte houtwol en lelijke watten.

Er gaat natuurlijk niets boven een echt paard als levend zinnebeeld.

Door een levend paard te mennen wordt het goede, het ware en het schone
vanzelf manifest in de mens, tenminste als het mennen lukt.

Ik ben drie keer het ziekenhuis ingeschopt door zo’n paardje,
maar dan heb je ook een vriend voor het leven.

Alleen ongeïnformeerden kunnen wat leren,
alwetenden worden van school geschopt.

Menig alwetende wordt bereden door zijn eigen paard.

(Ter nagedachtenis aan mijn vader Rokus van Geenen, hoefsmid en aforist)

wolkzool

wolkzool

Nieuwe schoenen uit Amerika.
‘If the sky is the limit, we can walk on clouds’
Dit merk is de tweede marktleider, zegt de verkoper.
Deze schoenen wegen nauwelijks nog, ze veren alsof je op marshmallows loopt.
Ik loop verend en geruisloos over het marmer van het nieuwe zelfde winkelcentrum.

Buiten, in het wild, slibt het profiel vol als ik over de grindpaden ga. Waar ik ook loop, asfalt of straattegels,
weerklinkt een onzichtbaar grindpad.
Nostalgie is het grindpad van je vader.
Knarsend ga ik voorwaarts richting toekomst, als ik mijn amerikaanse schoenen moet geloven.
Dat is het mooie van de toekomst, in welke richting dan ook,
je gaat altijd recht op haar af.
Amerika is het land van de nostalgische toekomst.
Die goeie oude American dream is al lang een nachtmerrie gebleken en toch maar blijven dromen.
Ze leven op de wolken van een staatsschuld die zo enorm is dat het substantie lijkt te worden, je kunt er voorzichtig op lopen zolang je de droom blijft geloven.
Elke krantenjongen kan marktleider worden zelfs als iedereen aan die markt blijkt te lijden.

Logica con carne

Logica con carne

Ik hou van dieren, daarom eet ik ze zo graag.
Ik hou van dieren, daarom eet ik ze nooit.
Ik haat dieren zo, daarom eet ik ze op.
Ik haat dieren, daarom lust ik ze niet.

Logica is corrupt genoeg om elke mening te rechtvaardigen.
Daarom kan logica nooit als argument gelden.
Zo kan ook kwantiteit nooit een argument zijn
om de geldigheid van iets aan te tonen.

De meerderheid van de dieren heeft geen mening
over het feit dat ze niet opgegeten worden.
Over het wel opgegeten worden zouden ze wellicht
een mening hebben, maar dan hebben ze geen stem meer.

Vlagnamen

Hij heette gewoon Oskar, tenminste zo werd hij uiteindelijk genoemd. Geboren en getogen in München, vernoemd naar de jongen uit ‘die Blechtrommel’
Hoe je heet is de naam waar je naar luistert.
Oskar luisterde naar vele namen niet, Oskar was de enige naam die hij wel wilde adopteren.
Hij was vaak uitgescholden; ‘Fibo di Pisa’ ‘Figlio di Fibo’,’Pisa di Figlio’ Dat kreeg je met zo’n voorvader ook al leefde die zeven eeuwen geleden.
Fibonacci…Oskar werd gekgepest met die voorname achternaam.
Altijd ging de aandacht naar die wiskundige konijnenfokker die een reeks getallen had uitgevonden.
Oskar was cijferblind, dyscalculie had de schoolarts gemompeld alsof het een ongeneeslijke ziekte betrof. Moeder Fibonacci had gehuild. Zodra men de naam Fibonacci hoorde ging het alleen nog maar over getallen.

De Fibonaccireeks, beschreef spiraalvormen en hield verband met de gulden snede. De illustere voorvader wierp zijn schaduw eeuwen vooruit en in die schaduw moest Oskar zien te leven. Leonardo di Pisa was weer naar zijn vader genoemd Figlio di Bonacci, zoon van de goedzak. Leonardo noemde zichzelf soms ‘Bigollo’ hetgeen onbruikbaar of reiziger betekent.
Namen zijn slechts vlaggen die ladingen verbergen.

Oskar bezon zich op manieren om de doem van de roem te ontvluchten. Een pseudoniem aanmeten of een compleet andere naam aannemen, het werd dat laatste. Maar welke naam zou hem kunnen verlossen van zijn roemrijke wortels?
Per toeval kwam hij op ‘Samuel Higgs’, een gedistingeerde engelse naam. De naïeve Oskar had nog nooit van de naam Higgs gehoord totdat hij op een regenachtige middag de ochtendkrant opensloeg en las dat het Higgsdeeltje was ontdekt.
Samuel kreeg de schrik van zijn leven en durfde eerst dagenlang zijn huis niet uit. Hij besloot voorgoed op reis te gaan en op reis te blijven.
Als telg van een rijke familie kon hij zich permitteren onbruikbaar te zijn. In de hotels checkte hij in onder de schuilnaam ‘Bigollo’.
Zijn familie kon zijn levensreis volgen door de bankafschriften die hij als een spoor achterliet. Ze lieten hem begaan, hij was altijd al onberekenbaar geweest.

Prijswaarde

Kunst kun je niet meten, waarde is onmeetbaar.
Is een kunstenaar die weet dat hij kunst produceert wel een kunstenaar? Zodra hij dat zou weten zou het een slim trucje zijn, het zou gegoochel zijn in plaats van getover.
Kunst zou een simpele formule zijn, een berekening.

De minimale eis die we aan kunst mogen stellen is dat ze tovert en/of betovert.
Ontgoocheling valt ook onder toverkunst, zonder ontgoocheling geen zuivere waarneming, Begoochelde waarneming kan alleen projecties opleveren.
Kunst gaat juist over het onberekenbare, het onbetaalbare,
het gaat juist over datgene dat nergens te koop is, het ongrijpbare.

Kunstenaars die voor de markt produceren, het maximale rendement is hun muze. Ze zijn gezwicht voor marketing en marktwerking, hun kunst is reklame. Marktkunstenaars herken je vaak aan machinale herhaling van hetzelfde trucje.
W.F.Hermans omschreef ooit de cynicus als iemand die overal de prijs maar nergens de waarde van kent.
De kunstmarkt wordt bestuurd door de God van het cynisme.

Kunstenaars weten niet wat ze maken, pas later wordt duidelijk of het iets is of niet. Maar wat het is?
Wat is een Mondriaan, een Rothko?
Soms komen we er nooit achter wat iets is, maar de waarde ervaren we direct.
Als de kunstenaar vooraf zou weten wat en waarom hij iets maakt dan zou hij er nooit aan beginnen.

Bewuste naïviteit


Het leven is mooi, maar het kan beter niet weten dat het mooi is. Zoals mooie mensen beter niet kunnen weten dat ze mooi zijn. Ze worden er niet mooier van, kijk maar eens in glimmende modebladen.
Slimme kinderen kunnen beter niet weten dat ze slim zijn,
het is niet altijd slim om de slimste te willen zijn, soms zelfs dom.
Bewuste naïviteit is niet te realiseren zonder dat wat gegeven is te relativeren.
Je kunt mooi zijn, maar het volkomen onbelangrijk vinden en meestal niet ter zake doende, en al zeker geen persoonlijke verdienste.
Zo is het leven nog veel mooier als ze het niet weet.
Natuurlijk is het leven niet alleen maar mooi, dat zou plat zijn.
Het is ook tegelijkertijd verschrikkelijk.
We zouden niet weten wat mooi is zonder de verschrikkingen.
Alles draait om heelheid.
Daarom is het leven verschrikkelijk mooi, zonder het te weten.
Als je bewust naïef leeft kan het een ultieme beleving zijn om simpelweg op te staan, te douchen, de zon te zien, de ochtendlucht te ademen, iets te kunnen eten, drinken. Het paradijselijke is te evident om te kunnen ontdekken.
De bewuste naïeveling hoort op het nieuws dat de wereld vergaat en plant die dag een boom.

Drijfveer

‘Wat is uw drijfveer?’ had de man gevraagd die zich voor journalist uitgaf, freelancer welteverstaan.
‘U bent dus onafhankelijk?’ vroeg ik meteen.
‘Inderdaad, ik werk voor alle media, als ze mij willen publiceren’
‘U bent dus feitelijk helemaal afhankelijk van de media” stelde ik mij voor.
‘Het hangt van uw antwoorden af of ze willen publiceren of niet’
‘Meent u dat, dus dan zou u helemaal van mijn antwoorden afhankelijk zijn?’
‘Min of meer ja, maar u geeft tot nu toe geen antwoord op de vraag, wat is uw drijfveer’
‘Is dat geen rare vraag om mee te beginnen, ik ben toch geen eend, een eend heeft drijfveren!’
‘U begrijpt best dat ik wil weten wat u drijft’
‘Nogmaals, ik drijf niet, ik drijf geen handel, ik verdrijf geen tijd’
‘Uw beweegreden, waarom u doet wat u doet!’ drong de freelancer aan.
‘Goed dan, de aanname van een beweegreden is dat alles een reden moet hebben, ik vraag mij dat af’
‘Maar alles heeft toch een reden?’
‘Ik erken dat elke gebeurtenis voortkomt uit talloos veel oorzaken, zovelen dat er niet één specifieke reden is maar ontelbare, dat ontelbare noemen we de wereld, alle redenen zijn hetzelfde als geen reden.’
‘Dus u noemt de wereld een totaal van oorzaken die bijvoorbeeld ons hier bij elkaar heeft gebracht?’
‘Zo ongeveer ja, maar dan zit er dus geen specifieke reden achter!’
‘Dat is toch wonderbaarlijk dat we hier dan toch zitten!’
‘Zonder beweegreden leven is wonderbaarlijk’ beaamde ik.
‘Is dat dan niet uw drijfveer om te schrijven?’
‘Welnee, het feit dat ik wel eens schrijf maakt mij niet tot schrijver,
dan zou ik ook stofzuiger zijn, en een afwasser, een liefhebber, een lezer, een luisteraar, een chauffeur, enzovoort..’
‘Maar dat bent u dan toch ook?’
‘Wat je doet ben je maar voor even, het zit hem in het woord ook, net als met al die redenen, zo doe je van alles voor even en niets specifieks’
‘Ik heb vanochtend het toilet nog gereinigd, dat wordt een mooi verhaal’
‘Zie je je bent veel meer, je bent van alles’