Publieksliefde

De baby werd Rimbaud genoemd, een vette knipoog naar de Franse dichter.
Het publiek volgde de hele bevalling van moeder Babar op de voet en smolt bij de presentatie van de zwaarbehaarde baby. In diezelfde periode had de diergaarde van de lichtstad een publiciteitsstunt;
Een kooi ingericht met een empire-bureau, stro op de vloer. In de kooi was een jonge dichter opgesloten die door het publiek werd gevoederd. ‘Alleen voederen met woorden’ stond er op het bord. Van die woorden kon hij ter plekke een gedicht fabriceren.
Een poëtisch wild dier waar het publiek woorden naar riep of geheime woorden verborgen in propjes papier naar gooide. De gekooide dichter gaf de jonge olifant de naam van zijn grote voorbeeld.
Na een paar jaar was de grootste vertedering er wel van af, Rimbaud begon te stieren. Eerst wat baldadig vertoon, gooien met emmers en eten, de oppasser omduwen.
De zware puber liet zich niet meer zomaar leiden en werd onhandelbaar. Nadat een oppasser tegen de tralies werd geplet, 4 gebroken ribben, werd hij tot Rambo herdoopt.
De dierentuindirectie zat er erg mee verlegen en schaamde zich voor het publiekelijke
wangedrag. Het publiek keerde zich af. Rambo moest worden overgeplaatst, tussen een kudde mannetjes voor heropvoeding.
Voortplantingsdrift is een oerkracht die omslaat in destructief stieren als het niet wordt gekanaliseerd. Het is vast niet voor niets dat in de menselijke bronsttijd de meeste bushokjes sneuvelen, (hufterproof veiligheidsglas)
De poëziestunt bleek veel bezoekers te trekken, de gedichten werden gebundeld onder de titel: ‘La Peau et Cie’ , vrijwel zonder uitzondering liefdesgedichten.

 

 

Tot vervelens toe

De beroemdste inwoner van Zaventem leefde anoniem als een heremiet in het belastingparadijs. Alleen de paarden van zijn manège konden hem nog normaal benaderen. Dieren koesteren gelukkig geen enkel ontzag voor reputaties.
Hij had ooit een hitje gescoord dat in alle talen was uitgebracht, hij was er zomaar door binnengelopen. Een onbenullig liedje dat je niet meer uit je kop kreeg als je er aan blootgesteld was. Hij kon het niet meer horen en wilde er niet meer aan herinnerd worden.
Mozart stierf arm als een luis, het wonderkind. In een brief aan zijn vader schrijft hij
dat hij die nacht in één euforische flits een heel deel van een symfonie heeft gehoord en direct als orkestpartituur heeft genoteerd, in extase.
In Zaventem leefde de steenrijke coryfee vanuit het kikkerperspectief, alsof hij aan de grond zat, luxueus omheind. Eens per jaar ging hij naar Zwitserland naar dezelfde plek waar hij vroeger met zijn ouders wandelvakanties hield, alleen maar om te wandelen.
Het kwam dan ook als een volslagen verrassing, toen hij de eerste keer de kabelbaan nam en een gondelpsychose kreeg. Het begin ging nog wel maar toen de gondel
precies tussen de top en het dal bleef hangen werd hij helemaal gek, hij wilde eruit. Hij morrelde opstandig aan het schuifdeurslot.
Zijn medepassagiers konden hem met moeite tot rust manen door bovenop hem te springen, de gondel schommelde vervaarlijk boven het dal. Het elektrisch systeem was even gestoord.
De top had hij al eens bereikt, het dal kende hij ook goed, maar in het midden sloeg blinde paniek toe. Hij beweerde later dat het hitje in de cabine had geklonken als achtergrondmuzak, wat niet kon omdat er geen stroom was…
Sindsdien bleef hij trouw aan de grond. Hij begon een bejaardenstal voor kreupele renpaarden en mishandelde ezels. Uit piëteit laat ik zijn naam hier achterwege, u kent hem vast wel, maar het is beter voor hem zo.
Telkens als ik het hitje hoor denk ik aan dit verhaal. Onderwijl zing ik een lukrake dodekafonische melodie om het deuntje kwijt te raken.

Mozart hield niet van wandelen met zijn ouders ’tot vervelens toe’ klaagt hij in een brief. Hij hield meer van snelle glanzende postkoetsen, 4Pk.

Hooispeld

Een verhaal schrijven is het vinden van een speld in een hooiberg.
De hooiberg bestaat uit ontelbare zinloze feiten, (let wel; het zinloze vertegenwoordigt een broodnodige voorwaarde voor welke betekenis dan ook) We spelden betekenissen op onze mouwen.Voor het vinden van een speld is een metaaldetector wel behulpzaam. Niet begrijpen werkt als een magneet op betekenissen.
Zodra de lezer, (de schrijver is de eerste lezer) twee zaken niet kan rijmen gaat
het vraagteken van zijn geest onmiddellijk aan het werk om verbanden aan te leggen.
Bijvoorbeeld als ik nu verder schrijf over een mier die postbode is in een mierenhoop en voor het bezorgen de brieven leest omdat niemand hem ooit een brief stuurt.
Dan wordt meteen de vraag opgeworpen wat die hooiberg met de postbode te maken heeft. Dat is nog te doen, maar wanneer ik nu begin over de sterren die als zilveren spijkertjes in het hemelgewelf zijn getimmerd. Dan roept dat meteen de timmerman op die blinkende spijkertjes verzamelde uit de hooiberg voor hij ze een voor een in het universele plafond sloeg.
De strekking van het verhaal zou dan zijn; Het staat in de sterren geschreven. Het zinloze plafond staat gelijk aan het ondoorgrondelijke mysterie. Een steelpannetje of een grote beer geeft wat houvast.
De vraag is alleen: wat doet die beer in hemelsnaam met dat pannetje? Steelt hij het?

(Ergo, verhaalkunst komt voort uit het talent van het niet begrijpen)

Mengvat

Wat mensen allemaal niet kunnen zijn:
zoetekauw, altviolist, omnivoor, amateurschaker,
zwaar verkouden, werkloos, nietwesters antropoloog, aseksueel, beestachtig, xenofoob, orthodox-atheïst, vader, boos, vrijwilliger, drugsverslaafd, kleptomaan, maagpatiënt, goede verstaander, zwitser, zoogdier, euroscepticus, suikeroom, mensachtige, huiseigenaar, automobilist, korfbalvirtuoos, provinciaal, kosmopoliet, broodverbeteraar,
kinds, alpinist, slechte verliezer, opportunist, multiresistent, ongeleid projectiel, hoogopgeleid projectiel, onnavolgbaar, flegmatiek, sloddervos, fantast, sportvisser, supporter en ga zo maar door.
Al deze ‘dingen’ kunnen zelfs verenigd zijn in één persoon.
Zoiets noemt men een vat vol tegenstrijdigheden, onterecht, want alles kan moeiteloos naast of na elkaar bestaan zonder strijd.

Bovendien worden naar al deze ‘zaken’ verwezen met het woordje ‘is’ dat staat voor het domein van het zijn, terwijl deze zaken zich louter afspelen in het domein van het hebben. Wat je hebt kun je nooit zijn. Het hebben aanzien voor zijn blijkt een hardnekkig gezichtsbedrog.

Lawine

Ik ben hier grootgebracht, onder in het Engelbergtal, het lieflijkste dal van Zwitserland. Hoe groter ik werd hoe kleiner ik mij voelde. De hemelhoge bergen rondom maken een verpletterende indruk op een kind. Het was niet zomaar een voorbijgaande indruk, maar een blijvende fysieke aanwezigheid. Reuzen van massief graniet bezochten mij in mij dromen. Mijn vader nam me vaak mee om de omringende toppen te bedwingen.
We hebben ze allemaal beklommen, maar het is natuurlijk een absurd idee dat we daarmee de berg zouden hebben bedwongen, overwonnen.
Hooguit leerde ik leven met hoogtevrees, die vrees werd een vriend die mij behoedde voor de diepe ravijnen die mij tijdens tochten hongerig aangaapten. Angst was dus het probleem niet. Wat zich langzaam maar zeker begon op te dringen was verveling. Geen verveling van niets te beleven, maar veeleer dat er teveel te beleven was.
Een permanente druk van indrukken die geen verwerkingstijd krijgen, bedolven onder een lawine.
Mijn Seeleärztin frau Dr Bircher noemde het ook wel ‘Ennui sinistre’ , onheilspellende verveling, een bergziekte.
De enige genezing die zij mij kon bieden was door het dal te verlaten met het vaste voornemen om daar nooit meer terug te keren. Het viel mij zwaar mijn ouders daar te moeten achterlaten.

Twintig jaar zwierf ik over de aardbodem van Nowosibirsk tot Santiago
tot een onzichtbaar koord aan mij begon te trekken. Nu ben ik weer thuis, vol met verhalen. De ondraaglijke druk van het dal voelt nu aan als een warm bad.
De granieten reuzen hebben mij hun filosofie ingefluisterd, alsof ze mij op handen dragen.
Het kost moeite om het te bekennen, het is bijna te intiem, iets tussen de bergen en mij, maar ik ben gaan jodelen. Zo spreek ik met mijn echo.

Deadline

‘Xenophilia Quasimodus de Lignac doolde door een labyrint van gedachtengangen die de hare niet waren. Als een miertje zonder hoop voelde ze zich.
Toch enigszins curieus voor een zelfbenoemd gravin en overtuigd beoefenares van het Hysterisch Relativisme, waarin ze, cum laude, een universitaire graad had behaald.
Als kind was ze in luxueuze verwaarlozing opgekweekt tot verwend nest hetgeen haar met bitterzoete heimwee vervulde. Ze wist alleen niet waar die pijnlijke nostalgie vandaan kwam. Aandacht had niemand ooit voor haar kunnen opbrengen, ze was gebombardeerd met kadootjes, hebbedingetjes, zoethoudertjes.
Op een dag had ze, alleen thuis in haar torenkamer alle troep het raam uitgesmeten zo de slotgracht in, ze was er ijzingwekkend kalm bij gebleven.
Het ouderlijk gezag had daar niets van gezegd, in plaats van de straf die ze verlangde kreeg ze een groot kado, een electrische terreinwagen waarmee ze het landgoed kon exploreren.
Sindsdien danste ze het liefst naakt door het huis met een boa van paradijsvogelveren die flamboyant achter haar aanzwierde, op muziek van Wagner.
Maar nu liep ze hier, zigzaggend, waggelend door deze waanzinnige mierenhoop, op weg naar een in of uitgang, dat wist ze niet meer. Het pad was bezaaid met soortgenoten, pure chitine glinsterend als nat asfalt.’

De schrijfster herlas wat ze zoëven geschreven had en wist:
‘Dit wordt de titel van mijn nieuwe roman: ‘Uitwendig skelet’

Met bezeten geluk nam ze een slok van haar inktzwarte thee.
Begin volgende week lag er een deadline te kronkelen als een wulpse slang, over een maand moest het boek in de winkel liggen.

Het hiernumaals

In haar vorige leven had zij zo weinig verbeeldingskracht,
dat ze nooit aan haar volgende leven als man dacht.

In zijn volgende leven leed hij aan geheugenverlies,
zodat hij zich niets van een vorig leven als vrouw herinnerde.

Het huidige leven wordt zo overweldigd door het heden
dat vorige en volgende levens er niets toe doen.

Welk leven zich ook afspeelt, het speelt zich altijd nu af,
geheugen en verbeeldingskracht vallen daarbij in het niet.

Dat de ziel mannelijk of vrouwelijk zou zijn is een geestig misverstand, lichaamloos ontbreken alle onderscheidende kenmerken.

Dada


Wij waren te gast bij de Dadaviering: 100 jaar Dada…

Was ist dada?

rara pipi kaka dada tutu foefoe nana..
gaga hihi tata hoho lala toto mama…

wasiesdada

sisi gogo behbeh zozo toetoe nounou loeloe
baba wiewie reeree mimi neenee jaja doedoe

wasiedadawasiedadawasiedada

diedie dodo fafa feefee puhpuh pipi paupau
geegee gaugau goegoe rara huhu lala maumau…

Wasiewasiewasiedada…

papa koekoe nono haha auwauw gohgoh hoho
kuku pipi zeizei dada poepoe meimei zozo…

dadawasiedadawasie…

weewee koko zeezee jojo zaza popo teetee
titi lala pipi vava tutu wawa peepee…..

dada ist wa!

al deze begriploze begrippen gingen door mij heen, als zinloze zinnen. terwijl we moesten wachten tot we de filmzaal mochten betreden. Uit de zaal hoorden we vreemde geluiden van de musici die daar aan het inspelen waren, cello en prepared piano.
De ouvreuse die onze kaartjes scheurde verklaarde het wachten: ‘Nog even geduld, ze zijn nog aan het prutsen’

Het is de zinloze zee waar de betekenisvissen vrij in rondzwemmen, zonder die zee sterven alle vissen.

Passant

Als anonieme passant kwam ik op het plein een voorbijganger tegen. Hij merkte mij niet op, maar ik sprak hem aan.
Verstoord keek hij langs mij heen en vroeg wat ik van hem wilde.
Ik vertelde hem dat ik een figurant zocht voor mijn film.
‘Wat schuift dat?’ vroeg hij met onverschillige interesse.
‘Dat schuift niets, het is een no-budget film, anders had ik wel een acteur ingehuurd.’
‘Waarom zou ik dan meewerken aan jouw film, waar gaat die film trouwens over?’
‘De film heet surveillance, u kunt gewoon uw zelf spelen want het gaat over de privacy van toevallige passanten.’
‘Waar wordt die film dan geschoten?’
‘Hier op dit pleintje, met beveiligingscamera’s, dat kost namelijk niks.’
‘Wanneer zijn de opnames?’
‘Eh…eigenlijk nu, ons hele gesprek is al gefilmd!’
‘Maar…dat is illegaal, daar moet u toestemming voor vragen!’
‘Dat klopt, dus bij deze; mag ik deze beelden van u gebruiken?’
‘Nee natuurlijk niet en dat weet u heel goed’
‘Natuurlijk, maar daar gaat deze film nu juist over’
‘Ik snap er niets van, wat is mijn tekst dan?’
‘Mag ik uw naam en adres even noteren, als ik zo vrij mag zijn?’
‘Dat gaat u helemaal niets aan, als ik zo vrij ben!’
‘Uitstekend, dat was uw tekst! dank u wel voor de inzet’
‘Wat is dit voor waanzin, is de opname al klaar?
‘Inderdaad, ik ga nu een volgende figurant uitnodigen’
‘Wanneer en waar wordt die film dan vertoond?’
‘Dat gaat u niets aan, maar volgens mij zijn de beelden al bekeken’
‘Door wie dan?’
‘Door uw vrouw!’
‘Wat… is dit een verborgen camera complot?’
‘Nee hoor, uw vrouw was de vorige figurant, ze heeft ons alles verteld, ze zegt dat ze niets te verbergen heeft, loopt u maar even mee, kijk, daar zit ze achter de monitor!’

Archeologica

Opgegraven uit taalgrond:

Havenhoofd………………..denkschepen meren af

Zeegezicht……………………………..getaande huid

Rottumeroog……………………………..zand in zicht

Lamsoor……………………………………….klinkt zout

Drankneus…………………………………….ruikt dorst

Riviermond…………………………………kust de kust

Landtong…………………………….likt aan het water

Haringkaken……………………………………..keelvis

Keeltablet…………………………………vissersvriend

Scheepsromp…………………klopt zich op de borst

Borstwering………………………………….golfslagerij

Rivierarmen……………………………….meanderend

Winterhanden…………………………..sneeuwtopjes

Walvisbuik…………………………….donkere zeereis

Waterbekken……………………………verzameld nat

Zeebenen…………………………….dronkengewiegd

Viskuiten…………………………………….zwemkramp

Zeevoeten……………………………..blinde overgave

Wilgentenen………………………………….snoeigeluk

Luchtzolen…………………………….hemelse bodem

Talig zeelandschap in een menselijke gestalte.