Infobalie

Ik vervoeg mij aan de infobalie, de digitale klok zegt 9.57. ‘Mag ik iets vragen?’
De baliemedewerker is druk, krabt zich met zijn pen achterop het hoofd terwijl hij ook nog op de poot van zijn schildpad brilmontuur kauwt. De wenkbrauwen rijzen in regelmatige cadans op en neer boven wijd opengesperde ogen die zich op het plafond richten. Ze lijken zich op één punt te fixeren. Als ik naar boven kijk zie ik niets waar een blik zich aan vast kan klampen. Nu hij uitgekeken is neem hij zijn gladgeschoren kin ter hand, begint aan zijn snorpunten te draaien en lijkt aanstalten te maken om het woord tot mij te richten. Ik staar al geruime tijd naar de moedervlek op zijn linkerwang als hij zijn pen achter het oor schuift en even achterom kijkt alsof hij zich bespied voelt. Bedachtzaam sluit hij zijn ogen, vouwt zijn vingertoppen tegen elkaar en zegt iets ‘………………’

Gebiologeerd door de moedervlek heb ik hem niet verstaan.
Hij buigt zich naar mij toe en fluistert

‘Ik weet het niet… Ik weet het echt niet..’

Puntsgewijs begint hij op te sommen wat hij allemaal niet weet; wat de procedure is, het protocol, waar de intake-formulieren zijn…?

‘Ik ben hier voor het eerst!’ bekent hij.

‘Ik ook’ zeg ik.

Op het plafond zie ik het nabeeld van de moedervlek.

Het is tien uur.

Voorkennisgeving

De wens naar totale controle maakt het spel kapot.
Het spel ontaardt in; wie het best bedriegt wint.
De mens is een matchfixer. Kun je niet winnen dan slik je doping.
Wie de beste doping slikt (de niet aantoonbare)
is de absolute winnaar. Kenianen worden in doping geboren,
ze leven in permanente hoogtestage.

Als FC Schatrijk de beste spelers koopt wint het elke wedstrijd en is het wachten op de genenkwekerij in Kenia die de beste sportgenen verhandelt aan de hoogste bieder, wederom zal FC Schatrijk alle prijzen winnen.

De beste mop die ik ooit hoorde is ‘handel zonder voorkennis’, deze financiële sport wordt op de beursvloer gespeeld. Onbedoelde humor is de beste, hoewel hier wel een cynisch luchtje aan zit.
Handel met voorkennis zou verboden zijn, als het te controleren was.

Hoe simpel is het om (ontraceerbaar) voorkennis te delen en uiteraard de winst daarvan te delen.
De menselijke geest is uitgerust met de beste sjoemelsoftware, het is niet meer dan logisch dat de mens alle sjoemelsoftware heeft geprogrammeerd.

De volgende logische fase is dat sjoemelsoftware betere sjoemelsoftware ontwikkelt.

Ziekte wordt nu ook als sport benaderd. Opgeven is geen optie, dan geef je toe dat je een verliezer bent. Het leven is een wedstrijd.
Neem alle doping die er is om de dood te verslaan, al is het voor een paar maanden. Dan sterf je toch als winnaar.

Wat wil je: winstgarantie of spelen?

Plankton

De blauwe vinvis, het grootste zoogdier op aarde.
Een zwemmende metafoor van 25 meter.
Het enorme dier voedt zich met plankton, het kleinste grut.
Zonder dat kleinste zou de vinvis niet kunnen bestaan.

Zie de roman als een walvis die talloze miniscule verhaaltjes heeft verorberd.
Het grote verhaal is opgebouwd uit het allerkleinste, net als het universum uit kleinste ‘deeltjes’ ‘golfjes’ bestaat.
Leegte speelt hierin een fundamentele rol.
Ruimte is tegelijkertijd het allerkleinste en het allergrootste:

‘To be not and to be the space where everything appears in’

Bij pogingen om een absoluut vacuum te creëren is gebleken dat leegte nooit helemaal leeg is.
Er blijft een minimale lading aanwezig, over de gehele beschikbare ruimte verdeeld,
een lading die zich plots kan samentrekken tot een deeltje, een golfje in de zee.

Elk verhaal begint met een leeg vel, met een onbepaalde zee van ruimte. De aandacht op het ‘lege’ vel trekt zich samen tot een woord, dat ene woord trekt zijn tegendeel aan, ze heffen elkaar op of er volgt een kettingreactie, in het laatste geval wordt er een verhaal geboren. Het verhaal zwemt weg en strandt soms op de kust van een lezer, daar sterft de walvis. De lezer gaat met de botjes aan de haal en maakt er weer een eigen verhaal van.

Het bestaan is een eeuwigdurende estafette van doorgeven.
Leegte is een perfect doorgeefluik, alles past er doorheen.

Slaapwinst 2

Zeg, nog even over dat rare geprek van gisteren.
Wat was er eigenlijk zo raar aan?
Ik vond het nogal macaber worden, de hele dag dacht ik eraan.

Over de dood bedoel je, dat is toch doodgewoon?
Zal wel, maar wat bedoel je met dat je naar de dood toeleeft?
Dat is wat er letterlijk gebeurt, elke dag komen we dichter bij de dood, elk moment. Ja, hou maar op, zo kun je toch niet leven? Jij begint er zelf over? Je kunt trouwens heel goed zo leven, veel beter zelfs.

Hoe kun je leven met de permanente onzekerheid die de dood is?
Die onzekerheid is onze enige kapitaal, dat is onze vrijheid, dat is onze enige kans!
Wat klets je nou, de hele maatschappij is erop ingericht om onzekerheden te elimineren.
Inderdaad: regels, wetten, verzekeringen, pillen, therapieën, religie, filosofie, allemaal lapmiddelen om de angst voor onzekerheid te bezweren. Moeten we dat dan niet doen?
Nou, we kunnen op z’n minst erkennen dat het slechte oplossingen zijn voor iets wat geen probleem is. Het echte probleem is de hang naar totale controle, dat is de echte dood die ons bedreigt. Hoezo, als we alles onder controle hebben kunnen we alles realiseren! Controle is de realisatie van angst, die louter meer angst genereert. Wat moeten we dan?
Om te beginnen moeten we helemaal niks, dat is nu weer die goddelijke onzekerheid die ons gegeven is. Ja, en dan?
Elke schepping, elke creatieve daad komt voort uit totale onzekerheid, het niet-weten, herinner je Socrates nog? Ja, Socrates, de vroedvrouw van de ziel, die wist dat hij niets wist.
Precies, zodra je blind vertrouwt op dat niet-weten komt er een fontein aan creativiteit vrij, precies het tegenovergestelde van angst. Jij hebt wel makkelijk praten.
Dat lijkt maar zo, ik heb geen idee wat het volgende is wat ik ga zeggen. Wil je zeggen dat angst, onzekerheid, dood synoniem zijn?
Nee, ik wil de dood niet in discrediet brengen, jij schijnt te weten wat dood is… Na de dood is er niets meer.
Hoe weet je dat? Dat zou je weten als je al dood geweest bent, ben je al dood geweest? Nou, ik zou kunnen zeggen dat ik voor mijn geboorte altijd dood geweest ben! Precies, maar wat was zich toen bewust van het feit dat er niets was? Pfft, je bent vreselijk, hier is het laatste niet over gezegd.

Slaapwinst

Weet je hoeveel kostbare leeftijd we verslapen?
Gemiddeld acht uur per dag, ongeveer éénderde van de dag?
Dat is dertig jaar als je negentig wordt.
Inderdaad, je zou je leven met dertig jaar verlengen….
Als je wakker kon blijven.
En dan?
Je zou dertig jaar meer meemaken.
Maak je nu dan niet genoeg mee dan?
Weet ik niet, maar ik zou die dertig ongeleefde jaren goed kunnen gebruiken. Waarvoor dan?
Om de achterstand in te halen, al die boeken, films en muziek waar ik niet aan toe kom, die hele bucketlistshit.
Je wilt dus gaan concurreren met de wet van de versnelling, meer beeldjes per seconden, meer beats per minute, meer papillen op je tong, meer handen om de tijdgeest te masseren? Heb jij dat dan niet, het gevoel dat je zoveel mist?
Zeker wel, maar ik mis veel door de versnelling, dus de dingen die ik doe doe ik langzaam en aandachtig om het helemaal te kunnen doorleven, directe ervaring met heel je wezen vraagt een bepaalde vertraging.
Maar als je niet zou slapen dan zou je toch ook veel langer langzaam kunnen beleven? Je vergeet de verwerkingstijd die je geest nodig voor al die nieuwe indrukken. Dus jij gooit dertig jaar van je leven zomaar weg?
Ik geniet van de slaap, de slaap is de broedkamer van het geestelijk leven. Wat moet er worden uitgebroed?
Het ei van de betekenis, zonder slaap geen betekenis, net als de dood. Ben jij dan niet bang voor de dood?
Nou, ik leef ernaar toe door steeds meer te vertragen, dat maakt de overgang heel geleidelijk. Hoezo geleidelijk, ben je nu dan niet al een beetje dood?
In zekere zin wel ja, maar de grap is dat het leven eeuwig lijkt te duren, het leven is nu tijdloos. Wat bedoel je daarmee?
Dat het dan niet uitmaakt hoe oud je wordt, hoeveel tijd je verslaapt of wat je denkt te missen. Wat een raar gesprek, wat ga jij nu doen?
Ik begin de dag met het luisteren naar een oud meesterwerk of ik herlees een oude meester. Dat kun je ook tegelijk doen!
Nee, nooit tegelijk.

Kofferloos

Ik zag de reclame over die koffer waar een olifant op kan stampen en zag opeens de lifter voor me die mij ooit op sleeptouw nam. Toen hij instapte deed mijn auto niets meer. De auto bleef achter in de berm. Even later stonden we samen op een vluchtheuveltje te duimen terwijl hij uitweidde over kunsttheorieën. Als student kunstgeschiedenis was hij onderweg naar Parijs om veldwerk te verrichten voor zijn promotieonderzoek over van Gogh.

Na lang duimen stopte er een ronkende tractor met aanhanger.
We mochten in de aanhanger staan waar schapenmest in vervoerd was.
Ik wilde wel mee maar de lifter voelde zich te goed voor de mestkar. De boer begreep het en beloofde dat hij ons met de Mercedes zou ophalen. Na een uur wachten geen boer te zien. We verdachten hem van ironie of cynisme.
We liepen verder over de landweg de nacht in. Plots werden we verblind door koplampen van een bejaarde Mercedes. De boer verontschuldigde dat hij zo laat was.
De ouwe kar wilde niet meteen starten. Op zijn boerderij werden we onthaald door zijn roedel honden, als oude vrienden. De boer trakteerde ons. De lifter was de volgende ochtend zomaar verdwenen, zonder bericht.

De volgende dag sleepte de boer mijn auto naar een garage. Ik vervolgde mijn weg, na Parijs pikte ik een dag later dezelfde lifter op. Hij biechtte op geen student te zijn maar rijke telg uit een adelijke geslacht. Ik vroeg  hem waarom ik hem zou geloven.
Hij toonde mij grijnzend zijn glanzende creditcard in een lederen foedraal. Toen hij onderweg moet pissen ben ik weggereden terwijl hij tegen een boom stond. Ik zag geen enkele reactie in de achteruitkijkspiegel.

Was ik jaloers op een fantast die op grond van familiefortuin levenslang zonder bagage kon reizen, vederlichte expedities? Natuurlijk, geboren worden met een carte blanche, wat wens je nog meer. Elk moment het overbodige achter je laten en het hoogstnodige, vers kopen.
Er bleef één raadsel over: waarom had hij zijn studie verzonnen? Hij vertelde mij details waarvan ik het bestaan niet kon vermoeden. Hij had culturele bagage, die natuurlijk even licht weegt als rijke fantasie.

Hergebruik

Wat doe je?
Niets.
Je zit op tafel?
Ja, de stoel fungeert even als kledingrek.
Maar er staat ook een kopje op, een boek, een klokje.
Ja, ‘snachts doet het dienst als nachtkastje.
Waar is de matras?
Daar achter op de grond, het bed zakte door, de grond ligt beter.

En het bedspiraal?
Staat in de tuin, als trampoline voor de kinderen.
Maar je hebt geen kinderen.
Nee, maar de buurman wel.
Buurman? Je hebt een vrijstaand huis!
Ik bedoel natuurlijk de eerstvolgende boerderij, daar bij dat bomenbosje.

Hoe vaak zie je je buurman dan?
Nou, zelden, hij werkt op een booreiland.
Dus zijn kinderen zien hem ook weinig?
Klopt, daarom komen ze vaak hier buurten.
Waarom werkt-ie dan zo ver weg, op zee?
Om hier te kunnen wonen, het werk betaalt heel goed en hij geniet van het ruige zeebestaan.

Maar hij kan hier nooit zijn!
Ja, maar zijn kinderen wonen toch hier.
Ze hebben toch wel een moeder mag ik hopen?
Hij is gescheiden, zijn oude moeder zorgt voor ze.
Wat een drama zeg.
Helemaal niet, de kinderen zijn dol op oma, ze is er altijd.

Maar ze hebben geen vader.
Ze hebben mij toch?
Maar wat weet jij nou van opvoeding?
Niets, daarom gaat het mij zo makkelijk af, ik kan lezen en schrijven met die kinderen. Hoe kun jij je trouwens veroorloven om hier te wonen?
Ik kon geen hypotheek krijgen, nu zit ik hier als kraakwacht, sinds de crisis is deze boerderij onverkoopbaar.

Bergfilosoof Füssli

Besneeuwde toppen zijn schitterend gezien vanuit het dal.
Uiteindelijk is de top oppervlakkig, de diepte ligt in het dal besloten.

Alles stroomt samen in het dal, een open mengvat.
De berg werkt als een zeef die het water van de emoties zuivert.

Het dal gaat aan de berg vooraf, zonder berg is er nog steeds een dal. Het ravijn tussen de planeten bezielt het dal.

Het dal verlangt niet naar de top, het is gelukkig in zichzelf, ze ontvangt om het even wat, het blijft onaangedaan gastvrij.

Uiteindelijk zal de hoogste top het dal bezoeken, niet andersom. De berg wordt alleen maar minder, ze slijt bergafwaarts

De absolute top wenst een geslepen kiezel in het beekje te zijn. Het bergpad is een drooggevallen beekje, de meest directe weg omhoog en omlaag.

De grot is de baarmoeder van de ziel, waar de filosoof het blinde zien leert kennen.
Het grootste verlangen is altijd het meest onmogelijke, voor de berg is dat vliegen.

Vallen is een mooi surrogaat voor vliegen, de geest in vrije val komt overal. Het ravijn is de overgave van de berg, het hoogst haalbare is vallen.

De gletscher is het grote verhaal dat zich langzaam aan het dal mededeelt, haar boodschap is traag en helder: Smelt!

Het dal is in feite één groot oor, ontvankelijk.
De ziel van het dal heeft de leegte als bedding.

De menselijke geest is als de bergwind, ze is nergens niet.
Ze kan overal plots opsteken of gaan liggen.

Dit zijn enkele citaten uit ‘Mon Maître de la Montagne’ van bergfilosoof Montel Füssli, Engadin 1955-? (Füssli is in 1990 als vermist opgegeven, na een bergretraite) Harde filosofische leerstellingen zal men bij Füssli vergeefs zoeken.
Hij drukt zich louterend uit in een poëtisch/aforistische stijl. Zijn hele oeuvre, één dun boekje, heeft hij opgedragen aan de ongenaakbare Eiger, die hij als zijn leermeester beschouwt. Vermiste mensen lijken eeuwig in leven te blijven, zolang hun dood onbewezen is.

Geesteskind baart vader

Dirk heeft geen moeder, alleen een geestelijke vader. Hij oogt knullig, is door het leven getekend en vaak uitgegumd. Zijn oog is een stipje, z’n mond een lullig streepje, z’n oor een krul. Levend in het platte vlak, strak ingekaderd beweegt hij zich stijf  en schokkerig van het ene naar het andere kader. Dirk is extreem mager, zo dun als een bladzijde, eigenlijk zo dun als drukinkt. Tijd bestaat voor hem niet, alle momenten van zijn leven bestaan nu, gelijktijdig naast elkaar. Dirk heeft niet veel tekst nodig om zijn punt te maken. Grote tekstballonnen benemen hem de adem binnen het nauwe kamertje van het kader. Zijn vader betekent alles voor hem, bierviltjes e.d. die voorziet hem van gedachtengoed.  Zonder Dirk heeft vader niets te betekenen en niets te zeggen. De geestelijk vader is een lijntrekker, hij doet zelf nooit iets en schuift alles in de schoenen van zijn geesteskind. Zoals zoveel kinderen maakt Dirk het onvervulde verlangen van zijn vader waar. Dirk staat dagelijks in de krant tot hij te ver gaat. Lezers zijn beledigd en dreigen de krant op te zeggen. Vader moet excuses maken voor de uitspraken van zijn zoon. In de volgende strip scheldt Dirk zijn vader uit voor lafaard. De vader zwijgt en stemt toe.