Lakstad

Was dit nu de hoofdstad van Oligarchië ?
Het leek alsof er een dikke laklaag over de stad lag die je de adem benam. Zelfs de lege promenades glommen in het zonlicht dat bij nader inzien van een uitgekiende
belichting bleek te komen. Door die verborgen belichting waren er nergens harde scherpgesneden schaduwen te zien. De limousines die er rondreden maakten een knerpend geluid op de lakweg als ze een bocht maakten. Ondanks het noordelijke klimaat stonden hier palmbomen in een zoel windje te wuiven. Een windje dat uit een roestvrijstalen straatrooster woei, de lamellen stuurden de gewenste windrichting aan. Behalve een vage zoemtoon op de achtergrond was er een permanente ruis van iets wat op muziek leek. Beveilingscamera’s maakten geen geluid tijdens het scherp stellen. In de monitorruimte klonk plots een dof brekend geluid, één scherm begon heftig te knipperen. De camera ter plekke zoomde automatisch in op het object.

De zoom was te dichtbij om meteen te kunnen zien wat het was. Een bruin harig object, iets organisch, de binnenkant wit, gebroken in een plas vocht. De robot die normaal voor explosieven werd ingezet ruimde de kokosnoot op. Elke vorm van voortplanting stond hier onder streng toezicht.

Afvalrace

De stad lag er bij als een juweel, als een lelijk protserig sieraad. Niet dat ik niet van protserig hou, voor een juweel vind ik dat wel passend, maar een stad zou zich toch wat moeten intomen ten behoeve van haar inwoners. Als je je hier niet in vol ornaat op straat begaf, stak je al gauw af als een zwerver tegen de achtergrond van exuberante luxe. Ook op doordeweekse dagen liep je hier in je zondagse pak. Er ging een drukkende dwang uit van die geëtaleerde rijkdom. Het was geen probleem zolang de rijkdom van de bewoner toenam. Voor  degenen die niet meer konden voldoen aan hoge status was het een bittere pil om geleidelijk aan in afval te veranderen. Afval vertrok naar de voorsteden, naar de hemelsbrede periferie van lager wal. In het begin voelde men nog dagelijks de geleden nederlaag, maar zodra men zich erin ontspande werd er weer ruimte gevoeld, de ontspanning van aanvaarding. Zonder die drukkende dwang van de stad zou men die leefruimte nooit hebben ontdekt. Wie de mens wilde bevrijden deed er goed aan hem eerst in langdurige hechtenis te nemen. Achteraf kon  je dan zeggen dat de deur altijd al open was.

 

 

Fantoomsmaak

Kent u het boek ‘Mango’ van de schrijver Bolivar Perota?
De schrijver van naam kennen wil niet zeggen dat je hem kent. Een boek van de schrijver hebben wil niet zeggen dat je het gelezen hebt. Het boek gelezen hebben wil niet zeggen dat je het boek begrepen hebt. Een boek begrijpen wil niet zeggen dat je het zelf geleefd hebt. Het zelf geleefde leven wil over zichzelf helemaal niets zeggen. Wat is er zinlozer dan een betoog over de smaak van een mango. Perota beschrijft feitelijk alles wat een mango niet is. Je proeft na lezing de indringende afwezigheid van mango.

Gelukkig kom je een echte mango tegen, tenminste dat vertelt de verkoper je. Nu blijkt dat je misschien helemaal niet van mango houdt, omdat je net een onrijp exemplaar treft of een rottende. Of het smaakt je niet omdat je te weinig papillen op je tong hebt. Of de smaak is je te sterk vanwege teveel papillen. Niet exotisch genoeg of veel te exotisch. Je moet geluk hebben om de echte mango te leren kennen. De echte liefhebbers zijn geluksvogels, zij hebben de standaard leren kennen waar elke volgende mango aan moet voldoen. Als ze eerlijk zijn moeten ze erkennen dat gedurende hun verdere leven zelden wordt voldaan aan die standaard. Niets kan tippen aan die ene ervaring, die hele geestesgesteldheid van toen.

Je proefde destijds gewoon het geluk zelf. De mangosmaak was niets meer dan een bevestiging daarvan, een indicator. De mango diende als kapstok. Sinds je dat inzag kon je geluk overal aan ophangen. De dingen zijn maar kapstokken voor geluksvogels, ze zwermen rond en strijken erop neer.

 

 

De Staat van zijn

In huiselijke kring noemen we deze wereld wel eens ‘Augurkistan’ Het is onze nieuwe wereld, die al zo oud is als de wereld. De betoverende jeugd is de ontgoochelde bejaarde van de toekomst. Het gaat er nu om de geest van een achtjarige te behouden.
Vertel een achtjarige dat hij iets niet mag. Dat er grenzen aan het betamelijke zijn.
Dat het hier verboden is voor onbevoegden en hij krijgt onmiddellijk een enorme lading energie, gratis. Min roept plus op. Nee maakt slapende verlangens wakker. Elk wetboek is een energiecentrale. Grenzen genereren levensenergie, zonder fossielen te verbranden.

Augurkistan is geen plaats maar de Staat van zijn. Deze Staat is er altijd al geweest en vereist geen enkel toegangsbewijs. Zelfs ongeborenen maken deel uit van deze vrijstaat. Het is een Staat van permanente zwangerschap, de vraag is alleen: zwanger van wat?
De eerste wet van Augurkistan: Alles bestaat moeiteloos naast elkaar, als in de natuur. Dat de mens geen dier zou zijn onder de dieren, voortplanter onder de planten..?
Als er al iets is als een menselijke natuur dan is het natuurlijk ‘een naturende natuur’, zoals de goddelijke Spinoza al eens vaststelde.

In verwachting zijn is in verheuging wachten op wat er opkomt.

Geen idee wat er gezaaid is. Leef de oogst!
Onderwijl eten we augurken.

Augurkistan

Verhalen komen uit de hemel gevallen, waarom nog leven als je kunt lezen? Ik ben inderdaad feminist, maar van augurken heb ik altijd gehouden, zoetzuur.
Dat broekpak heb ik trouwens nog steeds, je weet maar nooit. Ik heb er veel van geleerd, van dat broekpak. Dan zie je pas hoe mannen naar je kijken en wat je als man dus nooit moet doen, gedrag vertonen. Ik heb er vooral van geleerd op nieuwsgierige wijze niets te doen. Uiteraard kun je dat niet doen, nieuwsgierig ben je of je hebt alles al begrepen. Wie houdt er overigens wel van mensen die gedrag vertonen?
Mijn vrouw zag er destijds uit als een kerel, kortgekapt haar, zoals gangbaar was in de orthodox feministische kring. Een jongen waar de vrouw doorheen schemert, zo zag ik haar. Ons contact was meteen vanzelfsprekend, er zat niets tussen, geen geslachtskenmerken. Ze vertelde over haar vrijgevochten jeugd in het woonwagenkamp.
Dat het niet aangeven van onze zoon zulke prachtige gevolgen zou hebben had ik nooit kunnen vermoeden. Ik noem het een geschenk van onvermogen. Mij valt geen enkele verdienste ten deel, maar louter de gelukkige bijwerkingen van het onvermogen.
Zo is ons leven zelf de meest fascinerende schrijver. Het schrijft onze levens tot één doorstromend verhaal, onnavolgbaar rijk en meeslepend. Zodra je denkt te weten hoe het zit neemt het levenspad een afslag.
Alwin verdiept zich nu in het biometrisch paspoort. Het 3d-printen van rubber vingerafdrukken en irislenzen voor de scanners. Technologie is de nieuwe dictator, ik vertrouw blind op mijn ‘zoon van acht’ Hij is niet van echt te onderscheiden, dus echt.

Binnen

Op verzoek van mijn man geef ik hier mijn kijk op de geschiedenis van onze zoon.
Bor houdt nu eenmaal van tegenstrijdige verhalen die naast elkaar kunnen bestaan.

‘De ene rivier van het grote verhaal bestaat uit de duizend stroompjes uit talloze bronnen, regendruppels dus, uit de hemel gevallen’
Ik ben dus de moeder van Alwin. Bor ontmoette ik toen hij als vrouw verkleed rond liep op een besloten avond voor feministen. Hij zag er goed uit in zijn broekpak. Pas toen we door de stad naar huis liepen ontpopte hij zich als man. Die streek nam me meteen voor hem in. Ik kreeg meteen ‘de vlinders’. Een man die zo nieuwsgierig was naar het vrouwelijke dat hij letterlijk in hun huid kroop, dat ontroerde mij. Niet veel later woonden we samen en waren we in verwachting. Alles samen. Bor leefde zo mee dat hij augurken ging eten.
Die hele affaire over de aangifte van Alwin is feitelijk heel simpel: Bor kon gewoon geen aangifte doen van de geboorte, omdat ik zelf indertijd nog illegaal was. Ik zou het land zijn uitgezet.
Later toen Bor het aan Alwin wilde uitleggen werd Al zo boos dat hij zijn ‘vader’ heeft aangegeven. Achteraf begreep Al pas dat hij zich met een officiële identiteit nooit zo zou hebben ontwikkeld. Nu zwemt hij in een zee van alle mogelijke identiteiten.
Waar ik vandaan kom daar deed niemand ooit aangifte, geen instanties te bekennen.
Al werd ontembaar, hij klom tegen muren op, tegen gevels aan om ergens naar binnen te kijken, glipte musea, dierentuinen en zwembaden binnen zonder toegangsbewijs, pas later kwam hij op het idee om toegangsbewijzen te vervaardigen.
Hij wilde de koninklijke, officiële weg bewandelen. ‘Niet van echt te onderscheiden is gewoon echt.’
En Al is echt goed, hij heeft ook voor mijn verblijfspapieren gezorgd. Ik ben binnen.

Toegangskunst

Goed dan, ik schijn dus de zoon van te zijn….zoon van….Bor van Geenen.
Iedereen noemt mij Al. Dat ik Alonzo zou heten omdat mijn moeder Spaans zou zijn…! Hij heeft ook wel eens beweerd dat ik naar Al Capone zou zijn vernoemd. Zoon van acht (….) wat doet leeftijd er toe?
Alleen als het deuren opent pas je je leeftijd aan.
Wat wel klopt is dat ik geen enkel rechtsgeldig document bezit, geen papieren bewijs van mijn bestaan. Op zich is het natuurlijk al wonderlijk dat een stukje papier als bewijs van bestaan zou gelden. Vreemd genoeg is mijn leven gaan draaien om identiteit, niet zo vreemd als je er zelf geen hebt. Vanzelf ben ik mij gaan toeleggen op het vervaardigen van welke identiteit dan ook, met alle bijbehorende attributen, plaksnorren, pruiken, paspoorten, toegangsbewijzen. Voor mij zelf en daarna voor anderen. Het draait allemaal om toegang, dus om toegangsbewijzen. Dat is het officiële spel van de ‘legale’ wereld.
Bor heeft mij daar altijd in geholpen en gesteund, zodanig dat ik hem ‘coach’ ben gaan
noemen in plaats van vader. Om van identiteit te wisselen moet je vrij zijn van je vorige identiteiten. Om binnen te komen is nu eenmaal alles geoorloofd. Vrijheid heiligt alle middelen. Bor heeft mij misschien wel het raarste geschenk gegeven, een leeg pakketje, maar ik zou niet meer zonder willen leven. Dankzij dat pakketje passeer ik nu grenzen waar anderen nooit doorheen breken.
Voor buitenstaanders lijkt Bor een soort toneelspeler die in zijn eentje alle rollen speelt
in dit openbaar geheime toneelstuk dat leven heet. Men vraagt zich af: wanneer is Bor nou echt? Als ik hem daarmee confronteer lacht hij zich suf om het misverstand dat spelen niet echt zou zijn.
‘Zolang men niet ziet dat spelen het enige echte is in deze wereld zolang zal het hier een tranendal blijven. Het enige wat ons scheidt van het aardse paradijs is het ernstig nemen van speelse zaken, het absoluut nemen van het relatieve.’
Als vader is Bor een ramp geweest, maar wel de beste coach. Hij is ook de enige die ik ken en die zich niet zo laat noemen.
Hij verschaft bestaansrecht aan ongeborenen, mensen die er hadden kunnen zijn trekt hij onze belevingswereld binnen. Ik verschaf toegangsbewijzen aan illegalen omdat vrij verkeer het hoogste goed is.
Bor lijkt op een vroedvrouw van het ongeborene. Ik ben meer een toegangskunstenaar, heel praktisch ingesteld.
Het zal de lezer niet verbazen dat de enige reden dat ik dit vertel is, dat hiermee mogelijk nieuwe deuren worden ontsloten…

Legaal werelddeel

Mijn zoon van acht spreekt mij weer eens tegen.
Heel gezond, zoons die hun vaders bestrijden.
Dat hij niet geboren zou zijn vindt hij een wat al te dichterlijke vrijheid, literatuur of niet. Hij staat erop dat ik mijn woorden terugneem. Zoals vaak heeft hij gelijk. Bij deze trek ik ze in. Ik beken: Mijn zoon van acht is wel degelijk ter wereld gebracht. Het punt is alleen dat ik hem nooit heb aangegeven bij de burgerlijke stand. Ik weet het nog, die ijle ochtend dat ik ons huis verliet om aangifte te gaan doen. De bevalling verliep moeiteloos. We hadden de hele nacht niet kunnen slapen, betoverd door de geboorte van een nieuwe wereld.

Onderweg in de koele voorjaarslucht kwam er een ongewone helderheid over mij. De aangifte begon gaandeweg twijfels op te roepen en vertwijfeling. Moest ik mijn onschuldige zoon gaan aangeveven? Alleen misdadigers werden aangegeven en zelfs dat deed je toch ook liever niet.
‘Kom’, zei de vrouw in mijn hoofd, ‘het is gewoon een registratie, zonder papier besta je niet echt in dit legale deel van de wereld!’ Maar welke ellende haal je zo’n kind op de hals? Om onschuld meteen zo te belasten… Met een identiteit, een nationaliteit, schoolplicht, belastingplicht etcetera.

Eenmaal voor de deur van het stadsdeelkantoor hadden mijn voeten het besluit al herzien, ze weigerden elke medewerking en liepen terug naar huis. Ik volgde willoos.
Mijn zoon zou ik statenloos opvoeden, zonder nationaliteit, zonder vaste leeftijd,
zonder schoolplicht, bij wijze van experiment. Hoe kun je leven vrij van identiteit? Mijn vrouw kwam er pas achter toen zij dacht dat hij naar school moest. Het kostte mij drie dagen om haar te overtuigen dat dit echt het beste voor ons kind was.                                                                                                                                Uiteindelijk ben ik veroordeeld voor het niet aangeven.  Zijn leeftijd moest worden ingeschat, zo kwamen we op ongeveer acht. Nu krijgt hij jaarlijks een verblijfsvergunning. Dat schijnt juridisch niet anders te kunnen, zo doen ze dat met illegalen die ontmaskerd worden.Bij de verlenging blijft zijn leeftijd om duistere reden steeds op acht jaar staan. Mijn zoon maakt het niets uit. Hij kan elke identiteit aannemen die hij wil. Bovendien spreekt hij vele talen, zijn vrienden zijn vrijwel allemaal illegaal..Hij vertolkt hun stemmen. Er gloort een gouden toekomst voor hem als vertolker. We hoeven nooit op vakantie, door onze zoon van acht komt de hele wereld bij ons over de vloer.

Net werk

Wat doe je?
Ik ben net aan het werk, aan het netwerken zo gezegd.
O, hoe dan?
Door hier met jou te praten bijvoorbeeld.

Met mij, wat maak je dan?
Ik maak contact met jou, zo bouw ik aan mijn netwerk.
Maar ik ben je vriend, ik ben toch niet jouw werk?
Iedereen is een potentiële koper of een product, jij toch ook?

Maar zaken en privé moet je toch onderscheiden?
Ja dat kan, maar zo overleef je niet, je moet bereid zijn om je eigen moeder te verkopen op de vrije markt, dan overleef je, misschien, als je moeder leuk is tenminste.

Je eigen moeder?
Natuurlijk, maar allereerst moet je jezelf leren verkopen, het leven is immers een BV.

Zou je mij verkopen?
Meteen, aan de hoogste bieder!

Hoe kan ik mij uitschrijven uit jouw netwerk?
Dat kan niet……, je kunt je wel uitkopen.
It’s a deal!

8

Mijn zoon van acht zal nooit ouder worden.
Let wel, geen enkel drama, hij is niet ziek.

Hij is onsterfelijk en nooit geboren.
Als een lemniscaat.
Ik zal ook nooit ouder worden,

toch leeft deze zoon van acht in mij.

Hij is de zoon die geen vader had en mij adopteerde als wees.

Anders was ik nu verweesd geweest.

Mijn zoon geeft mij ongewild wijze raad.
Als vader heb ik immers geen benul van opvoeden.

Hij wijst mij de weg van het onbedoelde.
Zo’n kind weet alles, speelt met zandkastelen in de branding                                                                  en begint na elke grote golf gewoon opnieuw.

Samen vieren we de volmaaktheid van het onvoltooide.