Hij was klaar met leven, alles uitgeleefd.
Als oud rechter altijd gewend geweest om het recht in eigen hand te wegen. Zonder kwalen kon hij alleen euthanasie krijgen door zijn hart te schenken. Voor wie een menswaardig levenseinde wenste bleef het behelpen.
Orgaandonor worden zag hij als een buitenkansje om legaal te sterven. Hoeveel oude vrienden waren strafbaar gestorven, bij verstek veroordeeld.
Huismuse
Het vliesje op de thee craqueleerde als een grijs vernis van een zeventiende eeuws
schilderijtje. Zij keek langdurig naar de breuklijnen en ontdekte plots het zelfportretje achter de gebroken damp. Voorzichtig slurpend werd het beeld opgedronken tot op de bodem alleen het droge zicht bleef.
Misdaadroman
Het lijk van de moordenaar bleek van een detective te zijn.
Babelgebaren
De naïeve Lejzer Zamenhof, de goedheid zelve,
dacht nog dat conflicten ontstaan doordat mensen
van verschillende moedertalen elkaar niet goed begrepen,
zijn staat Esperanto kwam er nooit.
Inmiddels weten we dat mensen elkaar maar al te goed verstaan in de universele oorlogstaal, de vadertaal van staal en kruit. Het gaat om de intentie achter de taal, om het gebaar.
Laten we nog één naïeve poging ondernemen en elke wereldburger naast onze moedertaal alleen maar gebarentaal onderwijzen.
We zijn toch al doof van het kanongebulder en blind voor de gevolgen.
Laten we beginnen gebaren te maken naar elkaar.
Het is nooit te laat voor een naïef, onschuldig gebaar.
Schieten en praten gaat heel goed samen,
maar gebaren eisen beide handen op.
Bij dove blinden zelfs vier handen,
ze schrijven in elkaars handpalm,
probeer dan nog maar eens te liegen
of niet mee te leven.
Kirkoetsk
Zijn hond was net begonnen met het graven van een gat in het geschoren gazon. ‘Kijk, er zijn twee soorten, zei hij , drie eigenlijk…’
‘Vertel!’ , ik verheug mij heimelijk op het ongevraagde college dat ik vaak bij honden-baasjes tegenkom.
‘De volgordelingen en de volgordelozen…de regelneven en de riemroeiers…’
‘Ach!’ zeg ik terwijl we een paar passen verderop schuiven om de opspattende aarde te ontwijken.
‘De regelneven volgen gehoorzaam de regels, de roeiriemers kennen de regels niet…, ze kennen domweg geen orde, geen volgorde in de dingen, ze doen alles in de toevallige gang waarmee de dingen zich aandienen.’
‘Een soort analfabetisme voor de dingen?’ probeer ik.
‘Zoiets, de alfabeten weten precies welke volgorde ze moeten volgen.’
‘Zijn de regelneven dan niet gelukkiger?’
‘Nou, vaak niet, want ‘Out here in the wild’ is er geen volgorde, dus liggen ze overhoop met de dingen, ze komen niet alfabetisch, de hele dag zijn ze aan het sorteren en ordenen.’
‘En de volgordeloze dan ‘Die neemt het zoals het komt, gaat mee zo goed als het gaat….roeit met de riemen of zonder’
‘En wat is die derde soort dan?’
‘Dat is de soort die nergens bij hoort, die doet beiden of geen van beiden.’
‘Een bijzondere verzameling lijkt mij!’
‘Ja, dat is eigenlijk de grootste groep, de verzameling waar de eerste twee binnen vallen.’
‘Maar u hoort zelf eigenlijk bij de eerste groep toch, u bent aan het ordenen?’
‘Op dit moment wel ja, kan straks weer anders zijn…’
‘Waar heeft u deze zienswijze opgedaan?’ vraag ik terwijl we naar zijn trots hijgende hond kijken en in een enorm gat staren.
‘Bij mijn sjamaan uit Kirkoetsk, ik hoop maar dat ik het juist weergeef.’
‘Wat is hij zelf?’
‘Niets, hij is sjamaan en analfabeet…’
Gordelmens
Ik heb hem even afgedaan, want dat ding knelt je bloedvaten af.
Het ding was bedoeld voor mijn voorganger, kleiner van stuk, een afvallige lafaard. Op het laatste moment ging hij er vandoor. Nu mag ik het goedmaken. Het is voor de goede zaak maar het mag best wat gerieflijker afgesteld worden.
We moeten er elke dag vier uur in rondlopen binnen dit geblindeerde pand, met explosieven erin is dat best zwaar. Dan raak je een beetje vertrouwd met het gegeven, aldus het instructieboek. Je voelt je zo heerlijk licht als je het ding uit hebt getrokken, om te bidden. ‘Het Brein’ , zo noemen we hem, is al dagen bezig met het ontstekingmechanisme.
Dat is het meest riskante deel van de operatie. Je kunt niet even oefenen of rustig uitproberen. Het moet in één keer goed gaan.
Je moet gewoon geluk hebben dat het ding afgaat, anders is alles mooi voor niets geweest. Het risico dat je pech hebt en in leven blijft blijft levensgroot aanwezig.
Ze zeggen dat je er niets van voelt, zo staat het tenminste in onze terreurbijbel. Ja, hoe ze dat weten weet ik eigenlijk niet. Wie kan het na vertellen?
Ik heb nog wat xtc-pilletjes in het geheim bewaard uit mijn vroegere zondige leven.
Dat was voor dat ik het licht zag. Ik droom elke nacht dat ik nog pizzakoerier ben en door de stad scheur, ik ontwijk al het verkeer maar ik weet niet wat ik ga bezorgen en aan welk adres. Er komt geen eind aan de weg. Hoeveel fooi zal ik krijgen?
Zonder middel
De schrijver schrijft wat hij zelf graag lezen wil.
Verhaaltjes voor het slapen gaan.
De dood vertelt alleen haar saaie verhaal:
‘Je moet nu naar bed, en wel zonder lichaam!’
De schrijver vertelt zichzelf geen verhaaltjes om in slaap te komen, maar om wakker te blijven, om zelfs in de slaapdood wakker te blijven. Een schrijver is een lucide dromer.
Klaarwakker betreedt hij het domein van het onbestaanbare.
Met andere woorden: Hij mist niets zo als het onbestaande.
Zou het onbestaanbare wel bestaan dan zou hij daar genoeg aan hebben, dan was er geen enkele noodzaak om nog iets toe te voegen.
Het onbestaanbare is het beste, het meest verfijnde dat de wereld ooit heeft voortgebracht. Of beter gezegd; Nog niet heeft voortgebracht!
Dit is het euforische besef dat het beste ieder moment opnieuw alsnog komt…. Voor dit moment uiteraard, maar bestaat er wezenlijk iets anders dan dit moment?
Leven kun je niet aan anderen over laten, je kunt het alleen zelf doen en alleen nu.
Zonder dit lichaam zijn wij aangewezen op telepathie.
Weinig mensen hebben hun kanaal afgestemd op telepathie, vandaar dit geschrijf. Zonder lichaam gaat alles gewoon door alleen met andere middelen, dat wil zeggen zonder middel, zonder medium.
Schoonzool
Waarom trapt een hond nooit in de hondenpoep?
Zijn pootoppervlak is natuurlijk kleiner dan van de mens, maar dan nog. Waarschijnlijk houdt de hond schone zolen omdat hij graag aan poep ruikt. Hij ontwijkt het niet maar volgt het geurspoor tot aan de bron. Wij willen het probleem niet zien noch ruiken, daarom trappen we er in. Problemen vragen om erkenning.
Wanneer je op het probleem afgaat lost het probleem zich op, om er omheen te kunnen lopen zul je eerst de drol moeten erkennen.
Mijn nette Katholieke vriendje, die eigenlijk niet met mij mocht spelen, had een trillend dwerg-Pinchertje dat hij moest uitlaten. Ik liep ongevraagd met hem op als ik hem zag. Zo was ik er meerdere malen getuige van dat het beestje linea recta naar een verse drol trok en zich er ruggelings wellustig in wentelde. In paniek tilde het baasje het stinkende hondje voor zich uit naar huis. Zijn moeder keek mij aan als of ik het gedaan had. De deur ging voor mijn neus dicht. Ik rook dat ik niet welkom was. Ik was immers geen Christen (hond) Niet erkennen ligt aan de basis van het ongewenste.
Voor de Pincher was de poep kennelijk zeer wenselijk.
Tegenwoordig worden dankzij poeptransplantaties verwoeste darmflora weer in volle bloei gezet. Men kan zich aanmelden als poepdonor op voorwaarde dat het de juiste bacterieën bevat. Poep als geneesmiddel kan levensreddend zijn en zeker de kwaliteit van leven verbeteren. Honden weten dit al lang, zij doen aan zelfmedicatie, ze eten bijvoorbeeld ammoniakhoudende poep als ze aan een tekort lijden. Het rehabilitatieproces van de meest verachte substantie is begonnen.
Conservetijd
Opgezette tijden, is het weer zo ver.
Het overschot aan tijd vreet het heden kaal.
Verwilderde tijd wordt dan afgeschoten door de jager van de geschiedenis.
De taaie huid van de tijd wordt afgestroopt, gelooid,
opgevuld met het piepschuim van de eeuwigheid.
Dan bij de buik weer dichtgenaaid
(datum van afschot gebrandmerkt op de borst)
tentoongesteld in het museum ‘Opgezette Tijden’
Ontzag schuifelt door de zalen langs geprepareerde jaren.
Het fluistert gedempt; ‘Kijk die horens eens, die dikke oren,
en zie daar die holle gaten waar eens de ogen zaten?’
Ach, kijk die afgesleten hoeven die nooit meer iets hoeven.
En ruik die ver vliegende tijdgeest als odeur in de wind.
Deze tijd is toch altijd het mooiste beest dat er nu voorgoed is geweest.
Lettergrip
Man woont voor heen in dorp, erg een zaam.
Heel al één zat de man daar met zijn kat.
De kat die ooit wit was zag nu zwart van het vuil.
De man was vaak zo zat als een trap, zat van de drank.
Hij hield van drank maar wil van drank af en toe ook niet.
De kat is geen poes maar een man kat.
Op een dag ziet de man mooi een vrouw in de stad.
Ze lijkt op zijn kat, haar haar is net zo.
Hij spreekt haar aan maar ze snapt hem niet
daar hij maar één greep per woord spreekt.
Ze volgt hem niet, maar valt wel voor de kleur van zijn oog.
Een is van glas, zegt hij, zij ziet niet welk oog echt is en raakt in de war.
De man is kort van stof, kort af. Dat komt zo: hij komt lucht te kort in zijn long.
De arts in zijn huis zegt; dat komt van je kat.
Je kat laat haar haar los in de rui en jij snuift dat op in je long zo dat je haast stikt.
De Arts zegt; die kat moet weg!
Man doet de arts weg en gaat naar de arts voor een dier.
Zijn zaak heet ‘Dier & Arts’, in de tijd die hij vrij heeft maakt hij kunst van klei.De man zegt tegen arts; scheer mijn kat kaal zo dat ik weer lucht haal. De arts scheert het dier kaal, zo naakt als een slak. Als ik haar aai voelt dat raar, klaagt de man.
(Na een maand echter spreekt hij mondjesmaat de schitterende vrouw in de randstad aan met getierelantijnde zinsconstructies en veellettergrepige woorden.)
Hij walst de vrouw zo plat met taal dat ze niet weet wat ze moet. Nu heeft zij geen lucht meer. Ze gaat naar een arts voor de geest, die hoort haar aan en schrijft in zijn schrift; ‘Ze moet weg bij die man, hij maakt haar in de war’
De vrouw leest dit als de arts een plas doet. Ze denkt ; mijn haar in de war? , ik laat mijn haar heel kort doen.
De man belt haar op en leidt haar ver om naar de tuin der lust te gaan bij zijn huis in het dorp. Ten slot belt zij daar aan. Hij haalt de deur van het slot.
Wie bent u dan wel? vraagt de man. Zij haakt af. Hij viel op haar haar en gaat aan de drank. Daar heeft hij nog zat van staan in de kast.