Visgronden

Mijn oom Gunnar had het flegmatische voorkomen van een stokvis, graatmager. Zijn kop was gelooid door de wind van de Skandinavische visgronden. Je zag hem niet ademen, alsof hij kiewen achter zijn oren had. Stond alom bekend om zijn, na dagenlang zwijgen, droge opmerkingsgave,
Tante Geer uit Alblasserdam viel op de tanige Noor, maar kon uiteindelijk niet aarden
in het Noorse vissersplaatsje, dat vooral uit wachtende vrouwen bestond, ze trok terug naar haar geboortegrond.
Gunnar stond in aanzien omdat hij ‘die mooie Hollandse’ tante aan de haak had geslagen.

Op trektocht naar het hoge noorden vond oom zijn bestemming in de maag van een orka
die hem voor een zeehond aanzag. Gunnar Sigmundsson was de ijsschots opgestapt om ijsboringen te verrichten voor een bevriende klimaatonderzoeker in Narvik.
De orka zag hem vooroverliggend op de schots en duwde van onder af de schots scheef.
De bemanning van de vistrailer stond vastgeklampt aan de railing te staren hoe hun levende legende in de grijnzende vissenbek gleed.
Ze waren met meer, samenwerkende jagers, gooiden het lichaam nog een paar keer
boven het water uit, om het te vieren. De euforie van de dieren was beschamend aanstekelijk.
De vissers keken machteloos toe hoe een beschermde diersoort hun legende in visvoer veranderde.
We weten nog steeds niet of tante dit ooit ter ore is gekomen, niemand durfde het te vragen.

Klokhuis

Ik ken een man, kennen is teveel gezegd, het is zelfs geen kennis.
Eigenlijk ken hem van horen zeggen, van horen klagen. Zijn vrouw klaagt tegen mijn vrouw dat hij het huis volpropt met ’troep’ die hij bij de vuilnisbak vindt. Hij ziet zichzelf als redder van dingen die vernietigd dreigen te worden, met een scherp oog voor hergebruik van materialen. Wellicht is zijn reddingsdwang geworteld in een crisistijd waarin niets meer te krijgen was en alles welkom, al was het maar voor de allesbrander.
Na grote ruzie met moeder de vrouw en ontruiming van het huis heeft hij zich gestort op het verzamelen van klokken van allerlei soorten, van pendule, staartklok tot horloges.
Om zijn verzamelwoede te legitimeren probeert hij de uurwerken aan de praat te krijgen.
Ze vertikken het om te lopen, soms lopen ze heel even, uit de pas. Met onderdelen van de ene klok probeert hij de andere aan de gang te krijgen. Hij bestelt onderdelen die net niet passen.
Het huis slibt weer dicht met onderdelen, nu legaal, het doel heiligt de middelen. Zolang hij zich op een doel richt heeft zij het minste last van hem.
Wij verdenken haar ervan dat ze gek wordt van het getik en de klokken stiekem stil zet.
Misschien is hij er helemaal niet op uit om uurwerken te laten lopen maar juist om de tijd stil te zetten…om de tijd te doden?
Al zijn klokken wijzen een andere tijd aan of hebben helemaal geen wijzers meer. Twee keer per etmaal staan ze precies gelijk met de huidige tijd.

Lentesnor

Er staat een wat morsige merrie in de zon.
Op haar rug loopt een kauwtje met een forse snor.
Hij plukt overtollig haar van de paarderug.
Ze geniet zichtbaar van de rondstappende kauwenpootjes.
De ‘snor’ is voor het nieuwe nest.
Jonge kauwtjes ruiken naar paard en weten waar warmte graast.

Rituelen zijn verbonden met baltsgedrag,
het verleidingsspel om tot eenheid te komen.
De kauw met de grootste snor heeft het warmste nest.
Natuurlijke selectie. De jongen van de kauw keren jaarlijks terug naar deze plek waar dit specifieke paardenhaar groeit. Een nieuwe soort ontstaat.

Wapenfeiten

‘Historische wapenfeiten’ zo luidt de ondertitel van het pas verschenen boek ‘Het is Geschiet’ van Tjerk Walstra, uitgeverij Prospect 2016. Een antropologische studie geschreven vanuit het kogelperspectief.
Van omgesmolten kerkklok tot kogelhuls, van Balthasar Gerards tot Gavrilo Prinzip. Het is de geschiedenis van de gewapende vrede en hoofdrol van de kogel daarin.
Sinds het projectiel ‘De Vliegende Vuist’ het luchtruim in bezit nam schreef de kogel geschiedenis. De middeleeuwse blijde en de steenslinger waren de eerste middelen om op afstand vuistslagen uit te delen. Walstra poneert hier de theorie dat de mens doelgericht is geraakt door wapengebruik, in tegenstelling tot de ongewapende mens die procesgericht is.
In het hoofdstuk ‘De mens als zeef’ komt de wapenwedloop in Amerika aan de orde.
De helft van de bevolking voelt zich veiliger met een wapen – de andere helft voelt zich bedreigd door het wapenbezit; oplossing en probleem in één.

Het tegendeel van de kogel is de ruimte. Mensen de ruimte geven werkt vrede in de hand. De meeste oorlogen gaan over ruimte innemen.

‘Het is lente boven onze loopgraaf,
de kogels fluiten ons verliefd om de oren.
Ze werken ons in hun nesten,
waar wij hun dode ei mogen uitbroeden.’ (citaat uit anoniem gedicht, 1917)

Marktziel

Door de bank genomen heet het piratenschip Panamakassa.
Een geheime schatkaart is aangespoeld in een lege whiskyfles.

De kaart toont op welk verlaten palmstrand de schatten begraven zijn.

Roven mag zolang ‘men’ er maar niet achter komt.
Zolang het dezelfde ‘men’ is die rooft is elke kust veilig.
De vrije markt is roven of beroofd worden, roofbouw.
De ziel van die markt is het bankgeheim, discretie haar alibi.

Nergens is de loyaliteit zo groot als onder rovers.

Datawar

Uit alle schermen druipt visuele lijm,
vastgeplakt zitten we achter digitaal behang.
Schermschijn belicht ons dwaalzuchtige zicht.

Wat is waar, in deze war van datawaan?

Digitale kennis chat hooguit met tweedehands kennis,
dat zijn kennissen van de vage kennis die ik mijn vriend noem.
Waar stroomt zijn echte bloed, onder welk digitaal vel?

Wat is hier in deze war van datawaan?

Waar klopt het levende hart van virtuele kennissen?
Negeren van het onclassificeerbare is de nieuwe tolerantie.
De spelregels manipuleren vormt hier het altijd winnende spel.

(Olaf Wildesheim, titelgedicht uit de bundel ‘Datawar’ 2015)

Voorvaders

Mijn grootvaders heb ik nooit ontmoet, laat staan gekend.
Dat maakte ze lange tijd legendarisch. Hoe minder je van ze weet hoe meer ruimte om invulling geven aan dergelijke voorvaders. Als kind koester je levendige herinneringen
aan hun piratenverleden of hun reputatie als ontdekkingsreiziger, als Jules Verne-achtige uitvinder… Een lege erfenis is wellicht de mooiste, de verbeelding kan nog alle kanten op.

Later hoor je uit matig ingelichte kringen dat opa aannemer was die alles moest aannemen om zijn grote gezin te onderhouden. Hij naaide onderbroekjes op de handnaaimachine voor zijn vele dochters van oude meelzakken, met het merk nog goed leesbaar in het kruis. Zo herkende de gymleraar dat de meisjes van één familie waren.
De andere grootvader was erkend huistiran, die zelfs in het oudemannenhuis nog de scepter zwaaide toen hij daar de eerste televisie inbracht. Als alleenheerser bepaalde hij of het ding aan of uit ging, harder of zachter moest. Hij wist te verdrinken in een ondiepe vijver midden in een stadspark. Een klassieke tragedie zonder catharsis.

Wat zouden voorvaders zich verbeelden over een kleinzoon die ze nooit gekend hebben? De verbeelding is een tv die lukraak zapt tussen alle kanalen, zonder geluid.. We ondertitelen zelf, proberen met een voice-over een helende duiding te geven aan de losse fragmenten. Het verhaal is rond maar de werkelijkheid blijft altijd open.

De profetiën

Bij het arbeidsburo vond hij nergens de vacature: Profeet.
Het stond dus vast dat die vacature vrij was.
Hij kende immers geen enkele hedendaagse profeet.

Een profeet moest eenvoudigweg beginnen. Gewoon door domweg zaken te voorzien
die onherroepelijk gingen gebeuren bij de juiste omstandigheden, wanneer de nodige ingrediënten aanwezig waren. Wat dat betreft was een profetie niet veel anders dan een receptuur ontwerpen, zonder proef te koken.

-Er zullen rivieren door de ruimte stromen van de ene planeet naar de andere, om dampkringen aan te leggen en vruchtbaarheid te transplanteren.

-Er komen voertuigen aan die blijvend stilstaan en alleen de afstanden zelf transporteren, de thuisblijfreis zal gemeengoed worden.

-Het zwarte licht zal worden ontdekt. Het zwarte licht dat het geheim van de zwaartekracht zodanig zal belichten dat ze wordt omgezet in zweefkracht. Elders in het heelal wordt dat reeds alom gedemonstreerd, zelfs door de zwaarste planeten.

-Niets zal het surrogaat worden voor geld. Elke inhabitant zal niets krijgen in ruime mate. Geld zal door een schenkeconomie waardeloos worden, economie zal plaats maken voor kadonomie.

-Vliegtuigen gaan ondergronds vliegen, de aardvaart neemt een hoge vlucht, voornamelijk voor vrachtverkeer, omdat het uitzicht niet spectaculair is.

-Droogte zal alleen nog in vloeibare vorm te verkrijgen zijn zodat overstromingen
beheersbaar worden. Aangelengd met het wassende water ontstaat er meteen een dijk.

Allemaal toekomstmuziek, het wachten was nu alleen nog op de geboorte van een goede chef-kok, een meesterbakker die zich aan deze recepten durfde te wagen. Deze moest liefst een beetje gek zijn en niet bang om zijn vingers te branden.

Al het revolutionaire draagt de signatuur van de totale gekte, tot we eraan gewend raken en de gekte normaal gaan vinden. Wie honderd jaar geleden onze huidige tijd zou schetsen zou voor dorpsgek versleten worden.

Zo

Een hond laat je uit voor de hond.
Hij weet zelf immers het beste wat ‘nodig moet’ in zijn leven en waar. Onze hond loopt los. Hij is van het snuffelen.
Daarom volg ik hem. Dat loopt lekkerder.
Soms blijft hij achter met een vragende blik.
Dan vraag ik hem hoe hij wil, zo, zo of zo?
Zonder weifeling geeft hij perfect aan waarheen de weg gaat die wij moeten gaan, door de gewenste richting op te kijken. Hij wil zo!
Trouw volg ik de viervoeter in zijn hondenleven.

Er zijn ook bazen die hun hond directief achter zich aan slepen, zogenaamde ’trekhonden’. Er moet een diepe behoefte bestaan om aan hondennekken te trekken en ze af te blaffen. Vaak worden ze een beetje vals, socialiseren niet als ze levenslang aan het lijntje worden gehouden.
Alleen als er loopse teefjes rondwaren helpen we onze hond om de verleidingen te ontlopen. Anders blijft hij als een bezetene alle grasplasjes weglikken.
Liefdesverdriet kun je niet voorkomen maar de geurige vlaggen van de verleidsters kun je wel proberen te omzeilen. De hond vindt het maar zo, zo.

Nalatigschap

De beste man werd verdacht van onschuld.
‘Ik heb niets gedaan’ verdedigde hij zich tegenover de rechter.
‘Dat klopt’ oordeelde de rechter ‘u hebt niets gedaan om het slachtoffer te redden’

‘Ik moet u dus veroordelen omdat u onschuldig bent’
‘Maar ik kan er niets aan doen dat ik onschuldig ben en nalatig was’
‘Dat ontslaat u niet van de verantwoordelijkheid’
‘Maar ik als ik ontoerekeningsvatbaar was’
‘Dan nog moet de maatschappij tegen u beschermd worden.’
‘U vermoordt hiermee de onschuld’
‘Welnee, dit soort onschuld hoort in preventieve hechtenis’
‘Maar, rechter ik heb niets gedaan en ik beloof het ook nooit te doen’

‘Preventieve hechtenis zal u bescherming bieden tegen de boze buitenwereld.’

‘Maar rechter!’
‘We hebben niets aan uw soort, daders hebben we nodig!’