Dimitri Sjostakovitsj kreeg in de tweede wereldoorlog als ziekenbroeder een granaatscherf in zijn hersenen. Deze scherf fungeerde als er soort antenne die de ‘muziek der sferen’ kon ontvangen. Wanneer hij even zijn hoofd schudde hoorde hij een stroom van melodieën weerklinken. Een operatie om het ding te verwijderen wees hij af. Dat een granaatscherf tot muze kan transformeren is een mirakel. Een mooi gevolg van oorlog? Gelukkig was Dimitri al musicus en kon hij gehoor geven aan de oneindige melodie door ze toegewijd te noteren, noot voor noot. Een boekhouder was er wellicht gek van geworden.
Duizend bommen en granaten om één componist voort te brengen…
Tong
De koop werd bij de notaris beklonken met een Beerenburger.
Als een hond bepiste de randstedeling de vier hoeken van het nieuwe perceel. Het statige notarispand was nu van hem. De oude notaris was uitgekocht. Plaatselijken stonden hier van nature vijandig tegenover het importvolk. Het wonderlijke was dat hij het vlaggen niet in het verborgene deed maar op klaarlichte dag. Zijn buren hadden het allemaal kunnen volgen vanachter hun keukenramen met vale vitrage. Hij deed het erom, zo vertrouwde hij mij later toe. ‘Ze moeten de baas niet alleen ruiken, maar ze moeten ook zien wie ze ruiken’ Ik zag in wat hij bedoelde en knikte instemmend.
“Als niet Fries moet je wel een daad stellen, anders rijgen ze je hier aan de riek” Zijn Thaise vrouw Tong zou wel even moeten wennen aan de Friese volksaard. Maar let op mijn woorden zei hij bezwerend:”Over een jaar vreten ze allemaal Thaïs!” De bijkeuken zou haar restaurant worden, niet te pittig.
Tong liep bij hem weg. Ze dook onder bij landgenoten in de randstad. Hij kon het niet vinden daar, weigerde koppig te vertrekken, als een ‘echte’ Fries.
Graaswind
Wel eens de wind zien grazen door het hoge gras,
als een onzichtbaar wild beest, dat zich gulzig uitleeft?
Of door de hemel zien denderen als een kudde bizons,
donderend enorme stofwolken veroorzakend?
Wel eens dat beest gezien?
Ik niet, we zien alleen haar gevolgen.
Dat beest zijn wij, het is nergens niet,
het graast overal, ongrijpbare levensadem.
Bit
Mijn tandarts is een dierenliefhebber, doet ook paarden en ezels in zijn vrije tijd. Hij stemt op de dierenpartij en geeft ruiterlijk toe; ‘Ik ben ook een dier’
‘Grappenmaker, je bent een beest’ zeg ik hem, ‘Je kijkt gegeven paarden in de mond en zet er een beugel in’ Hij heeft mij onlangs een beugel gegeven, ik ben pas zestig geworden.
‘Je hebt ze niet allemaal op een rijtje, maar het is nooit te laat’ grapte hij vorige maand.
Ik trapte erin, nu loop ik met pijn in m’n bek. Het klinkt gek maar met aanhoudende pijn komt het primitieve dier in mij naar boven, hetgeen zich uit in ruwe taal.
Vandaag laat ik mijn bit verwijderen, mijn tanden staan nog scheef, maar genoeg is genoeg.
‘Wat een opluchting geeft dat, een mond vol scheve tanden, heerlijk’ zeg ik terwijl we naar buiten lopen. ‘Daar zijn wij voor op aarde, om het leed der dieren te verzachten’ We lachen om de klucht.
‘Toch vind ik het fantastisch dat je je vrijwillig voor de dieren inzet’ prijs ik hem. ‘Zeker, vrijwillig…maar niet gratis, dat begrijp je toch wel, paardeneigenaars zijn over het algemeen zeer bemiddeld!’
‘Stuur je de rekening op?’
‘Komt wel goed, ik vraag geen verwijderingsbijdrage’
Ziektewinst
Ik zocht in het paviljoen naar mijn oude vriend die mij na onze studietijd uit het oog was verloren. Zijn hoogbejaarde moeder belde mij op om hem te gaan bezoeken in de inrichting. Wat een prachtig neutraal woord dacht ik nog toen ze het met haar Wassenaarse dialect uitsprak, inrichting. Een gekkenhuis voor de beter gesitueerden. Waldemar was inderdaad altijd uitstekend gesitueerd. De verstikkende luxe waarin hij opgroeide zette hem aan tot de filosofie. Dat is het ware geschenk van overvloed: het besef dat je al die tastbare troep niet nodig hebt, dat het gaat om de ontastbare ’troep’
Zijn bezorgde moeder vertelde dat hij ervan overtuigd was geraakt dat we achteruit leven, dat de dood een soort geboorte is. We zouden leven vanuit de toekomst en terugleven naar het verleden waar de dood ons wacht als een omgekeerde geboorte. Daar kruipen we, geslonken tot zuigeling, de baarmoeder in om daar te verdwijnen…?
Waldemar herkende mij niet met baard en bril. Hij kon onmogelijk vermoeden dat ik tot moslim was bekeerd. Mijn djellaba hielp de herkenning ook niet echt. Ongevraagd begon hij mij meteen te informeren over zijn gekantelde inzicht;
‘De dood verwekt ons allemaal, hetzij op zeer verschillende wijzen. De een valt in een ravijn, de ander stikt per abuis in een wesp, de volgende bezwijkt aan de builenpest.
De dood heeft een zeer gevarieerd repertoire, buitengewoon creatief’ zo sprak hij begeesterd en vol bewondering voor de dood alsof het een kunstenaar betrof.
‘Dus’ resumeerde ik, ‘Je ziet de dood dus als een soort oermoeder waar wij allen uit voort zijn gekomen?’
‘Zoiets ja, hoe je doodgaat heeft een beslissende invloed op de rest van je leven’ zei hij langzaam en peinzend in een afwezige verte.
‘Hoe heeft jouw dood je leven dan bepaald, als ik vragen mag?’
Het bleef lang stil, alsof hij zijn dood nog een keer beleefde…
‘Mijn geboorte was dat ik stierf van verveling, er was niets meer te doen, mijn bedje gespreid, ik moest de reden achterhalen waarom er geen reden was’ ‘En…heb je de reden gevonden?’
‘Ja’, zei met met spijt in zijn stem, ‘Ik moest erkennen dat het gevolg de oorzaak is van alle verschijnselen’
Het duizelde mij terwijl ik probeerde uit het denkbeeldige labyrint van mijn vriend te ontsnappen. Heel even huiverde mijn ruggengraat van deze gekte. Op weg naar huis nam ik mijn toevlucht tot een moskee voor het middaggebed.
Later realiseerde ik mij dat Waldemar daar toch wel riant leefde in die inrichting,
een paradijselijke omgeving. Menigeen zou vrijwillig die overtuiging willen aanhangen, voor zo’n gespreid bedje. Zou ik me nog een keer laten bekeren?
Het vorige leven
De briefkaart had eerst jarenlang op zijn schoorsteenmantel gestaan.
De kachel was voorgoed verdwenen nadat het statige kraakpand door radiatoren werd ontsierd.
Nu, negen jaar later besloot hij de kaart in te lijsten vanwege het bijzondere handschrift met zijn adres en de postzegels met boetestempels vanwege onvoldoende frankering. De afbeelding toonde een lezende vrouw, in een Vermeerachtig licht. Deze kaart vormde een markering in zijn leven, een keerpunt. Zijn vorige leven was een wonderlijke buiteling van incidenten geweest. Incidenten waren destijds een vertrouwde wetmatigheid in plaats van een uitzondering.
Mensen die spanning en sensatie zochten hadden in zijn ogen gewoon nog nooit iets in levende lijve meegemaakt. Ze zochten naar surrogaten om die leemte op te vullen.
Na de totale chaos van zijn vorige leven kwam de wereld hem nu voor als een perfecte ordening. De lukrake ordening van een beukenbos in de herfst.
Hoe de briefkaart haar werk had gedaan wist hij niet maar het stond vast dat vanaf het versturen van deze kaart alles op de juiste plaats viel.
‘Dit is het uitgelezen moment om te realiseren dat dit moment al het geschrevene overstroomt’
zo stond het er…woorden die het beeld illustreerden. Hij kon er niet de vinger op leggen wat ze precies behelsden. Deze woorden hadden zijn leven schoongespoeld. Er stond geen afzender op. Aan wie hij deze zegen te danken had kon hij nergens meer achterhalen. Het was waarschijnlijk niemand geweest, niemand in het bijzonder.
Bodycheck
Je hond loopt zomaar onder een auto. Ook dat is gratis. Hij steekt onverwachts over.
Op het moment dat je het ziet gebeuren, piepende remmen, neem je al afscheid van het fantastische dier, jarenlang plezier. Stomverbaasd zie je hem lopen op drie poten, rechtervoorpoot opgetild. Op zoek naar een bovenbaas om zijn poot te maken. Dit spel speelden we vaker, als hij in het vuur het spel zijn poot verstuikte, de Baasgod maakte ter plekke de poot weer heel, met zijn goddelijk placebo-handen. Sindsdien is de hond gelovig.
Nu bloedt zijn poot. Ik til hem in de auto. Meteen naar de kliniek voor een botfoto.
Hij trilt en is in shock. In de kliniek blijkt de voorpoot heel, alleen schaafwonden en mogelijk een hersenschudding. Na de body-check staat hij weer op vier poten,
na te rillen. De volgende dag bij het uitlaten staat hij stokstijf en weet hij de weg naar huis niet meer te vinden, hij doolt rond. De herseninhoud van geurroutes ligt kennelijk overhoop, een labyrint van luchtjes. Als revalidatie laat ik handmatig zijn staart kwispelen om het brein weer aan te zwengelen.
Je hond is vanaf nu een held, straffeloos onvoorzichtig geweest. Het leven geeft een extra bonus weg, gratis en onbetaalbaar.
Trottoir
Wapens kunnen we helaas niets verwijten, het zijn levende wezens die daden doen,
zij trekken de kogels aan in plaats van kogelvrije vesten. Bij elk gelost schot sterft er weer een kogel. Welke rokende loop treurt om het verlies, welke lege huls?
Wie haalt de trekker over om niet over te gaan? Een goed nat alternatief is het waterpistool of de banaan. Munitie in overvloed voor het vullen van de watermagazijnen. Tranen blijven achterwege, een zakdoekje voldoet.Grijp de macht, schiet in de lach met een banaan in je hand. De gewapende vrede is een trottoir bezaaid met bananenschillen.
Omheindigheid
Woorden zijn paaltjes die dingen proberen te bepalen.
Twee paaltjes markeren een grenslijn, met het draad van een zin.
Met z’n vieren kunnen woorden al werken als perk, voor strijd of bloemen.
Het hekwerk van taal perkt de dingen in tot begrippen.
Begrippen lijken houvast te geven, grip op de ’tienduizend dingen’
Het ‘hanteren’ van begrippen geeft de illusie van beheersing.
Maar taal heeft geen lichaam, men grijpt dus in lege lucht.
Van hanteren kan dus geen sprake zijn, luchtverplaatsing.
Definities zijn op z’n best open omheiningen,
open voor wat ze buitensluiten, als een membraan.
Er zijn geen harde grenzen tussen de dingen,
het is één groot grijs overgangsgebied.
De mooiste woorden zijn omheiningen die niets buiten sluiten, ze includeren alles, bijvoorbeeld: natuur, eeuwigheid of oneindigheid. Het mooie is dat deze woorden zichzelf overbodig maken en zich opheffen. Er is immers niets te vinden dat niet natuur is of eruit voort komt.
Omheindigheid
Dag van de Waan
‘Heb je het nog gezien gisteravond?’ vroeg mijn collega bij de koffieautomaat. Dat nieuwe praatprogramma: ‘De Dag van de Waan’
‘Ach nee uitzending gemist, wat was er dan?’
‘Er was een man die iets schandalig vond en een andere vrouw die vond dat het wel moest kunnen’
‘Zo, een verhit debat dus, en toen?’
‘Er kwam een sportheld die eerste was geworden omdat hij op dat moment de beste was’
‘Daarna vertelde de verliezer waarom hij zijn dag niet had, omdat hij uit vorm was, maar de volgende keer zeker weer voor de volle winst zou gaan.
‘En toen, legaal gesjoemel met dopingfraude?’
‘Nee, verder was er een auteur die een boek ging schrijven dat nog verkocht moest worden, het was nog niet gelezen maar de filmrechten waren al verkocht.’
‘Daarna kwam de acteur die voor een rol zichzelf had gespeeld in een film, hijzelf vond de film beter dan het gelijknamige boek, tussendoor zong een zangerzingschrijver een liedje, gekofferd, dezelfde noten maar dan in een andere koffer. Tot slot was er nog een slachtoffer van een misdrijf en een advocaat die de dader verdedigde.’
‘Hoe was de praatgastheer?’
‘Nou, die praatte alles geweldig snel aan elkaar, precies zoals het op de autocue stond. ‘Was er dan geen diepteinterview?’
‘Ja, natuurlijk, dat ik dat bijna vergeet, de gastheer schitterde door vragen te stellen waar het antwoord al in verwerkt was, geniaal, de gast keek met open mond toe. ‘Wie was het ?’
‘Een doofstomme nog onbekende nederlander’
‘Vanavond kijken hoor, dan komen die Parijse mode-iconen college geven over hun nieuwste collectie haute-couture, gebaseerde op de lijkwade van Turijn’ ‘Met Christusprints zeker, ik ga kijken, lijkt me mooi’
‘Nog een koffie?’