Circusnummer
De verdienste van Shakespeare is dat hij de verborgen mechanismes van menselijk gedrag in kaart heeft gebracht. Ver voor de psychologie wetenschappelijk werd legde Shakespeare de mechanismes bloot van psychologisch geweld. Het denkbeeldige geweld dat vooraf gaat aan elk fysiek geweld.
Het hele circus van emoties laat hij de revue passeren. Hij laat zien hoe mechanisch en voorspelbaar ze acteren op het schouwtoneel. Door aanschouwelijk te maken hoe destructief dit circusnummer is word de mogelijkheid geschapen bij de toeschouwer om van geweld af te zien. Reflectie schept nieuwe opties.
Het opent de optie om de automatische reflex te overstijgen.
Het hele beschavingsproces is in feite het afzien van wraak en het vreedzaam oplossen van conflicten. De permanente wraakneming is een humorloze slapstick,
een perpetuum mobile. Een revolutionaire ontwikkeling zou nu zijn dit perpetuum mobile stil te zetten. Het geschiedenisloze tijdperk zou dan kunnen beginnen, eeuwen waarin niets noemenswaardigs meer zou gebeuren.
Afzien van wraak zou als een heldendaad te boek staan.
Tante
Omdat je in de zomer was geboren kwam er zelden iemand op je verjaardag.
De mensen waren op vakantie, ze hadden wel wat beters te doen dan in een kring te zitten.
Het begon er meestal mee dat zo’n achterlijke tante, die je nog nooit gezien had, je ongevraagd begon te vragen wat later wilde worden. ‘Hoezo?’ dacht je dan, ‘iets worden, zeker net zoiets als jij bent geworden?” Tante bleef naar je kijken alsof je een vraagteken was.
“Je moet toch aan je toekomst denken!” drong ze aan.
“Volwassenen denken dus echt iets te zijn geworden en dat noemen ze echt!”
“Een mens moet nou eenmaal leren plannen, een route uitstippelen, aan de weg timmeren, netwerken, dat begrijp je toch?” Dan knikte je mechanisch om er vanaf te zijn.
Voor je kon weg sluipen kwam de aap de mouw:
“Daarom heb ik een mooi kado voor je meegenomen, hier een echte Succesagenda!” Sprakeloos nam je het ding aan.
“Maak er maar goed gebruik van, dan heb je later iets om op terug te kijken!”
‘Iets om op terug te kijken’ dat zinnetje bleef hangen aan de punt van het vraagteken. Waar zou tante op terugkijken, op haar succes als tante?
Wat had ze anders bereikt dan volwassenheid?
Volwassenheid, die herhaalde gedachte dat je iets of iemand zou zijn geworden… Alleen de herhaling ervan leek het idee enige substantie te verlenen. Je moest er maar zin in hebben.
Mijn leven had daar geen zin in, dat was zonneklaar.
Succes leek mij meer; een lege agenda of geen.
En terugkijken? Nostalgie is niet voor iedereen weggelegd. Van vraagteken naar uitroepteken naar helemaal geen teken.
Gehakt
Ome Leen was geen echte Jordanees, al zong hij wel. Leendert kwam uit Oost, zijn slagerij zat in de Egelantierstraat, hartje Jordaan. Het galmde de ganse dag in het slagerijtje, opera-aria’s terwijl hij met de hand gehakt draaide of ballen, alles met de blote hand. Het was een huiskamerslagerijtje dat overal gehakt van maakte. Zo ging dat in die tijd. Leen kocht het slachtafval op van ‘betere’ slagers en markten. Een ding kon hij niet over zijn hart verkrijgen,
dat was paardenvlees. Ome Leen werd op slag sentimenteel als het over paarden ging. Dan kon hij plots niet meer zingen, een brok in zijn keel. Langzamerhand werd dat bekend in de buurt en werd hij ermee gepest. Kinderen werden op hem afgestuurd voor een onsje paardenrookvlees, dat soort ongein.
De zaak liep als een tierelier en werd door de volksmond “de Paardeslager” genoemd. Waarom paarden hem zo na aan het hart gingen hebben we nooit kunnen achterhalen.
Ome Leen begon stil te grienen als men ernaar vroeg. Zijn handgedraaide ballen werden een begrip. Door het toevallige mengsel van organen en vleessoorten waren ze smeuïger dan die van sjieke slagerijen.
In de avonduren zong Leen de sterren van de hemel bij de Operetteverenigingen, hij was lid van allemaal. Om het dierenleed van zich af te zingen.




