Duurt

De huisschilder wordt gebeld en houdt in de consternatie de kwast tegen zijn oor. Hij leest op de wc de krant op zijn mobiel, het wc-papier is op. De rol ligt buiten bij de verfklus.
De perfecte kleur heeft hij op de computer opgezocht. Die komt niet overeen met de verf in het blik. Hij belt de leverancier en komt in het doorschakellabyrint dat eindigt in de virtuele wachtkamer, (al onze medewerkers zijn….na de …. De eerstvo……) Teneinde raad rijdt hij naar dichtstbijzijnde verfmenger.
Die hem vertelt dat je lakrood een ondergrond van grijsblauw moet geven om de gewenste tint te krijgen. Zijn tegenwerping dat hij dan twee keer zo lang bezig is wordt met een instemmende grijns bevestigd door de vermenger.
“Kwaliteit duurt” is zijn motto, wijzend op het bord achter de toonbank.
“Het is ook bijna twee keer zo duur!”
“Dat zeg ik net: kwaliteit duurt!”
De volgende dag klaagt de schilder bij de menger dat de kleur niet klopt.
De menger belooft de volgende dag langs te komen. Niet goed geld terug.
De schilder belt om te zeggen dat het nu perfect is.
De verf was nog nat geweest.
De menger was helemaal niet van plan geweest te komen kijken.
“Heeft helemaal geen zin, ik ben kleurenblind, ik meng alles op nummer!” legt hij uit.

Zwaluwstaart

“Wat een imposante boekenkast heeft u hier!”
“Ja, mijn vader was een begenadigd timmerman”
“Ik doelde eigenlijk meer op de inhoud”
“U denkt toch zeker niet dat ik ze allemaal gelezen heb?”
“U bent toch recensent?”
“Inderdaad, ik krijg alle eerste drukken gratis thuisgestuurd”
“Maar uit hoofde van uw beroep bent u toch gebonden ze te lezen?”
“Welnee…, de boeken zijn gebonden om een pakkend verhaal samen te vatten, en ik ben zo vrij ze weg te leggen als de tekst mij verveelt”
“Toch staat u landelijke bekend als een mild criticus!”
“Ik heb altijd positieve kritieken geschreven zelfs over de meest onleesbare meesterwerken”
“Waarom eigenlijk, u moet toch toekomstige lezers behoeden voor miskopen of..”
“Dat ziet u verkeerd, iedere poging om een boek te maken verdient mijn waardering, het omzetten van daden in woorden vereist een enorme inspanning, bovendien geeft de uitgever mij een boekenbon, een kwestie van wederzijds respect”
“U leest dus niet ieder boek van kaft tot kaft?”
“Dat wisselt: van beginzin en eindalinea, diagonaal, tot de helft, sprongsgewijs, ik ben nooit een veellezer geweest!”
“Dat is toch wonderlijk, u staat bekend als een cultuurdrager bij uitstek”
“Ik draag geen cultuur, de uitgeverscultuur draagt mij op handen, kijk…stel dat ik al deze boeken gelezen had of zelfs maar één exemplaar….wil dat soms zeggen dat ik de inhoud dan ook begrepen heb?
“Nee, ik zou ook niet zo gauw een absoluut criterium voor begrip kunnen bedenken”
“Precies, over het algemeen denken lezers dat ze het boek begrepen hebben, dan noemen ze het een goed boek, terwijl het vaak niet meer is dan een bevestiging van hun eigen ideeën, angsten of verlangens”
“U bedoelt: je kunt alleen herkennen wat er al in je zit?”
“Zoiets ja, wat je niet herkent daar kun je je niet mee identificeren”
“Maar science-fiction dan, dat draait om pure vervreemding!”
“Ook dat genre gaat alleen maar over angst en verlangen, angst voor bizarre ideeën en verlangen naar bizarre avonturen”
“Science-fiction is zeer populair, wat zegt dat over…?”
“Het duidt op een chronische verveling bij de lezer en op een cultuur van mechanische herhaling,”
“Een vlucht dus?”
“Lezen geeft de mens vleugels”
“Kijk die zwaluwstaarten in de kast, uw vader kon er wat van!”

Zenkonijn

De Amerikaanse zenmeester Gene ‘Rabbithole’ Walther droeg altijd zijn colt 45 in zijn holster. Men vond dat nogal vreemd voor een spiritueel leermeester. Als nieuwe leerlingen zijn Dojo in California bezochten om een meditatie te volgen ging hun vraag meestal over de reden waarom hij een wapen droeg. Zijn antwoord luidde steeds anders tenminste die keren dat ik aanwezig was.
Een keer zei hij: “Ik gebruik dit prachtige stukje gereedschap om jou de hemel en de hel te leren kennen!” dan trok hij in een flits zijn pistool uit de holster, liet het ding drie keer om zijn wijsvinger draaien, richtte op de borst van de vragensteller, spande tergend langzaam de haan en zei dan als het sidderen begonnen was: “Dit is nu de poort van de hel!” Daarna schoof hij rustig en geruisloos het schietijzer weer in zijn holster. “en dit nu is de poort van de hemel!” voegde hij toe.

Een andere keer legde hij uit dat dit wel Amerika was. Dat hij regelmatig bedreigd werd toen hij als Zenmeester begon, de bedreigingen stopten pas toen hij zelf een holster ging dragen.
“Dit is de immateriële erfenis die onze voorouders op onze schouders hebben gelegd, de erfenis van de angst, schuldgevoel dat voortkomt uit onverwerkt verleden,”
“Waar baseert u dat op?” vroeg de doortastende bezoeker.
“Ga maar eens op zoek naar het verleden van dit land en bezoek de inheemse bevolking of de nazaten daarvan, de oorspronkelijke bewoners zijn niet meer te vinden!”
“En daarom draagt u een wapen?”
“Zeker, als aandenken en eerbetoon aan mijn voorouders” zei hij terwijl hij zijn pistool trok en leegschoot op zijn slaap. Alle kamers waren leeg, doodse stilte in de Dojo.
“Hoe komt u aan de bijnaam ‘Rabbithole’ ging de nieuweling moedig verder.
Walther moest lachen en maakte een gaatje tussen duim en wijsvinger waar hij doorheen keek.
“Kijk, een konijnenhol is bruikbaar omdat ze hol is, leeg… ruim… als dat beter in de oren klinkt, met de mens is het niet anders.
Zen maakt duidelijk dat die leegte subliem is.”
De vraagsteller viel stil.
“Waarom komt u hier? Omdat u alleen maar bezig bent die leegte te vullen en weet dat het vullen nooit vervult!”
“Wat raadt u dan aan?”
“Leef zonder munitie, met lege kamers” zei Walther luchtig.

Tuinsport

Sportcommentator geeft verslag van zijn tuin:
Ja, lieve toeschouwers en mensen thuis in het land, daar zitten we dan, in de tuinarena, we spelen hier nog steeds in de verlenging!
Het gras ligt er prachtig bij. Binnen de perken is een strijd gaande tussen diverse plantachtigen, de Groenen tegen de veelkleurige Bloemen.
Buiten de perken zit het stadion vol onkruid, veel Klaproos, Zuring, Ezelsoor, Heermoes, Bijvoet, Komkommerkruid en distels, ze bemoedigen en juichen toe.
In de schaduw worden diverse duels uitgevochten. De fel begeerde trofee staat te stralen aan de hemel, alles draait om de strijd om het licht in deze arena.
De Groenen heersen over het speelveld ten koste van de bloemen. De Wingerd houdt de Pioenroos in een wurggreep tot het fluitekruid het eindsignaal gaf.
Na afloop geeft de coach van de bloesems, een verlepte roos, ruiterlijk toe:
“De groenen zaten vandaag gewoon beter in de wedstrijd, er viel niet tegenop te bloeien. Zelfs onze midvoor Duizentschoon kwam maar niet door de groene verdediging heen, een ondoordringbare haag!”
Het groen is wederom wereldkampioen van dit seizoen.

Voorkennis

“Ik durf het bijna niet te zeggen, Joost, je bent immers historicus”
“Voor de draad ermee, je bent immers vrij en wellicht vrij van voorkennis”
“Wel…is het niet immoreel om volgende generaties op te zadelen met de totale geschiedenis van vorige generaties, en dan vooral de trauma’s?”
“Je bedoelt dat traumatische geschiedenissen worden doorgegeven aan onschuldige nazaten?”
“Ja en dat ze die erfenis niet mogen weigeren zonder daarvoor te worden veroordeeld”
“Het zou onterecht kunnen zijn anderen te belasten met jouw geschiedenis, maar de kennis van die geschiedenis kan je meer inzicht bieden in het heden, zonder daarvoor schuld te dragen”
“Dat begrijp ik maar wat het heden ons leert is dat we niets leren van al die voorkennis”
“Dat is wel een heel sombere open deur”
“Ik heb het idee dat we met het doorgeven van die traumatische erfenissen in een vicieuze cirkel leven, het is een drama dat volgende onschuldige generaties die onverwerkte trauma’s moeten oplossen, dat mag je niet van ze vragen”
“Het klinkt inderdaad onrechtvaardig dat onze kinderen onze onverwerkte troep moeten opruimen”
“Dat is natuurlijk wat er in iedere familie gebeurt, kinderen die ambities van ouders moeten waarmaken…”
“Geschiedenis raast ook maar door, het heden wordt dagelijks bedolven onder nieuwe geschiedenissen zodat er nooit tijd voor reflectie is”
“We zouden een time-out moeten inlassen…we stoppen de productie van geschiedenis!”
“Of we zouden kinderen zo moeten opvoeden dat ze terecht nooit de erfenis van hun ouders moeten accepteren”
“Zoiets ja, elk kind heeft het recht om als onbeschreven blad te beginnen, wel op de hoogte van, maar wel vrij van die voorkennis”
“Ik ben bang dat ze dan ons hele huidige systeem zullen ontmantelen”
“Als het terecht is zal het moeten gebeuren”
“Ze zouden geschiedenis schrijven”

Wereldvolkstuindersbond

Ze hadden ooit de stad nog willen ontvluchten, desnoods naar Noord-Oost Groningen.
Helaas leek een buitenhuis alleen weggelegd voor luxe pensionado’s, jongbejaarde vutters, zuinige oudgelders en nieuwe rijken. Ze hadden geen flitskapitaal liggen, geen glorende erfenis aan de horizon. Nu bewoonden ze zomaar in de periferie van de stad een volkstuinhuis. Een laatste socialistisch bolwerk, toevluchtsoord voor het ‘gewone’ volk.
Met de Volkstuindersbond als overkoepelende vrijstaat binnen de vrije marktdictatuur.
Geen hoogbouw of hoogspanningsleidingen te zien, een oase op vijf minuten fietsen van hun ‘echte’ huis. Die vijf minuten zorgden voor een omgekeerde jetlag.
Met een ‘gewone’ vakantiereis had je meestal reistijd, tijd om geleidelijk terug te keren naar de dagelijkse sfeer van werk en woonverkeer, je had tijd om te landen, om te wennen. In de tuinsfeer heerste geen tijd, alleen het licht der seizoenen, de biologische klok die je alleen kon lezen met al je zintuigen. Binnen enkele maanden waren ze veranderd in tuindieren, als mollen wroetend in de aarde, als kikkers roerloos starend naar het groen.
Nu met die vijf minuten was het veeleer een cultuurschok. Met de ziel nog in het paradijs leken die dagelijkse bezigheden terloopse bijzaken, nodig om zo snel mogelijk te kunnen terugkeren naar het paradijs. Dat ‘echte huis’ kon eigenlijk wel worden opgedoekt.
Het ruisen van de ringweg was nauwelijks te onderscheiden van de branding van een zee, geluidsgolven zijn ook golven. De geest was een zee van ruimte gebleken waarin alle problemen ten onder gaan.

Zo mijmerden ze wel eens over een Wereld Volkstuindersbond die elke aardbewoner
zo’n plek zou bieden onder de zon, kleinschalige complexen, zelfvoorzienende tuinbouw.

Spurtief

Komend vanuit de duistere coulissen van de nacht stond hij plots op een helverlichte sintelbaan. Zijn ogen konden de felle zon niet aan. Uit mechanische gewoonte begon hij zijn beenspieren los te rollen terwijl hij richting startblokken slenterde. Door zijn toegeknepen wimpers
ontwaarde hij verschillende andere sportieve diersoorten. Wat was dit voor vertoning, om welke afstand ging het hier? Vierhonderd meter horden, marathon! sprint? Een vaag gemurmel schalde door de stadionspeakers, onverstaanbaar.
Dat men naar de startblokken moest was echter duidelijk genoeg.
Geen tijd om iets na te vragen, bovendien aan wie, hij zag hier alleen maar dieren.
Het verwonderde hem dat de aanwezige dieren hem niet verbaasden: een zebra, een struisvogel, een luipaard, een pantserneushoorn, een grote blauwe libelle…waarom ook niet?
Wat het nummer ook was, hij gokte op de sprint, dat gaf toch de meeste kans op de overwinning. Helaas had hij de uiterste buitenbaan waardoor hij zijn medeatleten niet kon overzien. Nu ging het snel, vanuit de hurkzit in het startblok focuste hij zich als een blind paard, ging luisterend in de starthouding in afwachting van het verlossende schot.
De vertrouwde doffe knal klonk.
Een vliegende start, met een felle spurt bezette hij de binnenbaan.
Na de eerste bocht liep hij op kop, niemand voor zich!
In de volgende bocht keek hij schichtig achterom. Niemand te zien, waar waren de andere dieren? Het startpunt naderend zag hij dat de andere dieren zich in alle richtingen hadden verspreid. Sommige waren aan het grazen langs de baan of waren gaan liggen in de schaduw. Het kon ze kennelijk niets schelen wie er won.
Ze leken zelfs geen notie te hebben van een wedstrijd, wisten zij veel wat sport was?
Hoewel hij al had besloten te stoppen rende zijn lichaam gewoon door, uit gewoonte, Bewegen voelde gewoon lekker, zo liep hij nog wat rondjes, zonder finish. Ongewild voelde hij zijn armen omhoog gaan.
Nu pas zag hij dat er geen publiek was in het stadion.
Terug in de nachtelijke coulissen genoot hij lucide na van de droom.
De eerste prijs is een droom, de tweede prijs is ook mooi, een droom en de derde prijs is ook een hele mooie prijs…..inderdaad.

Gelijkenis

Boyd Keverling, die naam zal weinig mensen iets zeggen, is een van de beste portrettekenaars geweest van zijn generatie, zijn werk moest beroepshalve ongesigneerd blijven. Na de rijksacademie kreeg hij meteen een baan bij de politie als compositietekenaar. ‘De Kever’ tekende anoniem duizenden portretten van boeven die hij nog nooit gezien had. De taak van de recherche was dan om er even iemand bij te zoeken die er het meest op leek. Het waren zonder uitzondering prachtige gelijkende karakterstudies, verfijnd uitgewerkt. Boyd had het vermogen om het mooiste in iedere misdadiger naar boven te halen.
Nieuwe computersoftware heeft zijn werk nu overbodig gemaakt, het lijken nu bijna foto’s van plastic koppen, aldus Boyd zelf. Maar hij vindt het wel best om non-actief te worden.
Om hem te eren organiseerde het corps een expositie van zijn gehele oeuvre in kunstgalerie ‘de Leegte’ ergens op de gracht. Zaterdagmiddag was de vernissage. Er was bijna niet bij te komen zo druk was het. De hele penoze was erop afgekomen om een portret van zichzelf te bemachtigen. Het was reuzegezellig. Jagers en prooien vierden feest, het feest der herkenning. Het schijnt dat Boyd nog laat bezig is geweest met het signeren van werken die aangekocht werden, alsnog.
De boeven stonden erop dat hun portret van een echtheidswaarmerk werd voorzien.
Boyd had soms gevraagd: “Hoe lang ben je al weer op vrije voeten?”
“Ik heb vijf jaar onschuldig vastgezeten dankzij jouw geknutsel!” zei er een.
De Kever schrok even.
“Grapje!” fluisterde de kunstminnaar, ” Ze hebben mij nooit kunnen pakken!”

Fantastoïde

Vanwege de hete mail ontvangen kaakstel ik graag hier de taalvuiling aan de orde, van deze dag, heden ten dage.
Mag het woord neutraal gewoon neutraal blijven betekenen zonder de waardeoordelende connotaties; lafhartig, geen positie innemend en onverschillig?
Neutraal durven zijn vereist soms wel degelijk moed en kan juist voortkomen uit betrokkenheid.
Woorden kunnen alleen iets ophelderen wanneer ze in hun pure betekenis worden gebezigd. Neem het woord ‘discriminatie’ dat meteen vervuild wordt door connotaties als; superioriteit en inferioriteit, dader en slachtoffersementen. Discriminatie betekent niets anders dan onderscheidingsvermogen.
Uit het feit dat mensen door deze neutrale constatering al in woede kunnen ontbranden pleit ik ervoor ieder betoog voortaan te beginnen met een ethymologische definitie van de gebruikte begrippen.
Om te zorgen dat fantastoïde schijnbetekenissen het openbaar geheime debat niet vergiftigen. Bij het woord fantastoïde kan de lezer ook misplaatste associaties krijgen, puur vanwege de klank.
Het woord fantastoïde betekent; het zich laten leiden door fantasieën over wat men denkt dat er gezegd wordt, en niet door wat er feitelijk gezegd wordt.

Ornamentaliteit

“Rond negentienhonderd waren er in Berlijn zeker vijfhonderd pianofabriekjes, handgemaakte piano’s en vleugels, alleen al in Berlijn!” vertelt mijn Surinaamse pianostemmer begeesterd terwijl hij een keurig gezaagd stemblok in de allesbrander gooit. Cultureel erfgoed als luxe brandhout.
Er liggen bakken vol in zijn werkplaats, voor de hele winter.
“Het mechaniek en de hamers zijn perfect aanmaakhout”
Ik luister terwijl ik in de vlammen kijk.
“Weet je wel hoeveel houtsoorten er in verwerkt zijn…..wel vijftien!…fichte, essen, beuk,mahonie, kersen, ebben…alleen het wortelnotenhout kan ik niet wegdoen en de ornamenten….ik heb er zeker al veertig afgefikt”
Hij overdrijft graag en veel, maar ik geloof hem wel.
De hele wand hangt vol loze ornamenten, alle stijlen door elkaar.
Het lijkt wel een evolutionair overzicht van stijldiertjes die zich almaar in nieuwe vormen ontwikkelden. Volslagen nutteloze wezens, levend voor de sier.
“Het zijn de best gebouwde piano’s, maar men heeft het geld er niet voor over om ze te restaureren, ze kopen liever die goedkoopste Chinese troep met een plastic ziel” tiert hij. “Yongchang!”
“Moet je thee?” roept hij opeens met schuim in zijn mondhoeken”
“Nee dank je ik moet gaan!”
Hij lijkt meer op een ‘special forces commando’ dan op een restaurateur.
Ik heb geen woord gezegd en ben vergeten waarvoor ik kwam.
Misschien kwam ik wel om te vergeten.
Dagdromend over wortelnotenhout en ornamenten loop ik naar huis.
De geest is alles en alles is van geest.