Onbedoelde inwijdingen

Hoe laat is het?
‘Hallepier, hallepijp, pijpuur!’ , zei mijn vader ongeacht de kloktijd.
De relatieve tijd werd mij met de paplepel ingegeven…

Op school leerde ik over Julius Caesar, zegevierend in zijn vierspans strijdwagen.
Mijn vader noemde hem ‘Julius Racekar’ , ‘Veni, vidi foetsie en weg was-sie!’
Rotterdamse humor, van dik hout, maar smeult wel lang na.
De relativiteit van identiteit en roem werd mij van jongsaf aan ingepeperd…

De volgende inwijding in ‘het wezen der dingen’ ging zo:
‘Wat wil je?’ vroeg mijn vader terwijl hij de rondo’s met zijn natuurmonumentendasspeld uit hun plastic vel bevrijdde,
‘Een rondo, een kano of een gevulde koek?’
‘Wat is een kano?’ vroeg ik.
Beide muizen van zijn enorme handen vormden de rondo om tot een kano.
‘Of eet je liever een gevulde koek?’ vroeg hij.
Zijn handpalm plette de volgende rondo tot gevulde koek.
Vaderhanden konden toveren waar je bij stond, zo werd mij de tijdelijkheid van vorm onthuld…dat niets af is, maar een voorlopige vorm heeft…dat niets is wat het lijkt en dat onze taal slechts een afspraak is over het onuitsprekelijke…

Onbedoelde inwijdingen van een toevalsgoeroe.
Blindgangers die feilloos doel troffen.

Onderbaardering

Je leest wel eens wat. In de leesmap bij de tandarts bijvoorbeeld, eens per jaar.
‘De geslachtsbaard is uit’, las ik daar zwart op wit.
Het verbaasde mij niet dat ik daar nooit iets van gemerkt had.
Het onderwerp valt helaas geheel buiten mijn interessesfeer.
Poedelkaal schijnt dus erg in de mode en daarmee uiteraard ook de stoppelvorming.

‘Schat, ik verlang zo naar je!’
‘Jaja ik ook, maar heb je je al geschoren,
ik namelijk niet!’
‘Wat, hoe lang al niet?

Ontbaarding neemt kennelijk hand over hand toe en niemand ziet er iets van. Dat is op zich curieus, meestal gebeuren cosmetische ingrepen vanwege het zichtbare.
Je zou er beter mee voor de dag komen…
Deze kaaltrend zou echter gaan om het gevoel.

Eenmaal eraan begonnen blijft het scheren een levenslange veroordeling. De stoppels worden gaandeweg alleen maar harder. Hopelijk kan een goede after-shave wonderen doen voor de getroffenen in het onderhavige rampgebied.
Gelukkig blijft mij dit bespaard.
Ik hou namelijk van haar, met hart en ziel, huid en haar.

Vermaard cultuurfilosofe Eliza von Weiszäcker-Rothganz besluit het artikel: ‘Der mensch’ wordt almaar kaler, alleen het haar op de tanden neemt toe’

Weer genoeg gelezen voor een jaar, geen gaatjes.

Meneer Meng

Mijn vader was een ‘echte’ Rotterdammer.
Nazi Göring was een van zijn vaste grappen bij de afhaalchinees.
Nadat zijn stad plat was gegooid werd hij niets en kon hij overal gaan wonen. Zo kwam hij in Amsterdam terecht.
Daar kwam hij een oude bekende tegen uit de Rotterdamse haven, een Pinda Lekka chinees, meneer Meng, die op Katendrecht met nog tien andere chinezen op één kleine kamertje woonde.
‘Ze rolden zich beurtelings in een klam dekentje tegen elkaar aan tot de hele vloer gevuld was, als loempia’s in een vel!’ ‘Om ruimte en geld uit te sparen.’
Mijn vader bewonderde het spaarvermogen van meneer Meng, die in Amsterdam een klein huiskamerrestaurantje was begonnen.
Overdag liep Meng nog steeds met pinda’s.
Later, teruggekeerd onder de rook van Rotterdam, woonden we op steenworp afstand van een chinese afhaal. Daar haalden we sporadisch wel eens wat af. Alles wat je haalde was voor ons te duur. Wanneer je het zelf maakte kon je geld uitsparen.

Er werden in de container van de chinees te veel lege blikjes kattenvoer gevonden. Spaarzaamheid had ons bespaard voor een overdosis. De chinees moest sluiten. Ze hadden daar inderdaad een kat om de ratten weg te houden, maar zo dik was die nu ook weer niet.

Van niks nog iets overhouden en opsparen.
Vader leek wel een beetje chinees geworden.
Hoelang is een chinees? vroeg ik.
Zolang als het duurt, zei mijn vader geheimzinnig

Ufoto’s

Dat aliens ook stijlperiodes kennen in de vormgeving van hun UFO’s was toch nog toe onbekend. Gisterochtend echter kon de geïnteresseerde leek met eigen ogen getuige zijn van de jaarlijkse virtuele vlootschouw van ondefinieerbare vliegende voorwerpen.
Wat duidelijk te zien is is dat er alleen slechte foto’s van UFO’s te maken zijn. Het object splijt zichtbaar het luchtruim in tweeën voordat het in een flits verdwijnt richting Alpha Centauri. Sceptici die klagen over de vormgevingsovereenkomsten met zeventiendeeeuwse grachtenpanden wil ik erop wijzen dat ook aliens nostalgie kunnen koesteren ten aanzien van hun oudere modellen.
Het meer gestroomlijnde model vliegende schotel is weliswaar aërodynamischer maar het buitenaardse oog mag soms ook wat willen. Het oog wil zich nu eenmaal ergens aan hechten en dat hechten lukt veelal moeilijker met spiegelgladde oppervlakken en gelikte vormen, de blik krijgt er geen vat op. Het oog wil blijven haken aan een ornament of een ander zinloos maar mooi detail. Mooi en zinloos gaan vaak samen, hoe efficiënter hoe lelijker. Maar ga vooral zelf kijken, de vlootschouw duurt nog dagelijks tot in de nabije toekomst.

Jubileum Bormans

Bericht uit de Geulstreker Bode:

Het geslacht van Bormans uit Gulpen staat van oudsher in de wijde omgeving bekend. Als ambachtelijke keurslachterij geniet het grote faam in de gemeenschap.
Slager Bormans vertelt trots over zijn voornaam en omvangrijke geslacht. Zijn voornaam is Twan, de zaak van vader is steeds op de zonen overgegaan, van nageslacht op nageslacht, zodat de naam Bormans eeuwen is blijven voortbestaan, als een stevige stamboom met fiere loten.
“Daardoor is de slagerij een geslaagde en vruchtbare familieonderneming geworden” bevestigt Twan blij, “en dat mag best gevierd worden, ik ben immers het vierde geslacht!”
Op de vraag wat hij de Gulpenaren kan meegeven vanuit zijn jaren ervaring, blijft hij even stil in de verte staren…
“Wie vreugde wil delen” mijmert de verse jubilaris,”moet zich vermenigvuldigen, dat zei.. hoe heetie ookal weer, Cora …het staat hier verderop op de muur…? Piet…?”
“Pythagoras” roept de slagersvrouw.
Mevrouw Bormans-Huys biedt onze verslaggever trots een stuk worst aan, echte Beuling van Bormans, “worst van de zaak! voor bij de koffie!” grapt ze.
Deze week is de vleesvlaai trouwens in de aanbieding.

Toeristenkerk

De toerist is op safari, hij doet ‘veldwerk’
Als veredelde ‘aapjeskijker’ brengt hij, exoten , inboorlingen en inheemsen in kaart, die hij vereert als heiligen.
Gefascineerd door het schijnbaar arbeidsloze bestaan van lokale inhabitanten die altijd vrij zijn maar zich geen reis kunnen veroorloven, struint hij deze eenzame planeet af. Zo vrij zou de toerist ook wel willen leven.

De toerist is diep gelovig, niet werken is zijn paradijs. Hij bidt tot zijn God ‘Robot’, die zal hem verlossen van het arbeidsethos.
“Ook zonder gedane arbeid is het goed rusten”, zo luidt de centrale doctrine van het Robo-geloof. In de Toeristenkerk beleeft de gelovige zijn tijdelijke verlossing in vacant zijn. De Robogodheid is onzijdig, koud en berekenend. Geloven in Robo werkt vrije tijd in de hand.
Voor sommige toeristen blijkt vrije tijd echter een plaag, ze vallen van hun geloof en gaan gauw weer aan het werk.

Wimper

Ach ja en dan die brievenbussen die dagelijks nog werden geopend en steevast leeg bevonden. Dat doorgangshuisje waar ooit brieven woonden, ze bleef steeds meer verlaten. Alleen reclamefolders maakten er nog tijdelijk en ongevraagd gebruik van. Al het tastbare was tijdelijk, het lege bleef eeuwig.
Met de brief stierf ook de brievenschrijver uit.
Alleen de brievenbus hield de herinnering levend als een leeg monument.
Zouden er nu al huizen worden opgeleverd zonder brievenbus? Hoelang zou het nog duren voordat alle brievenbussen werden verwijderd?
Haar ‘oogklep’ had hem altijd lonkend aangekeken, als een verwachtingsvolle wimper.
Kom binnen, open mij, wellicht ligt er een intieme boodschap, een ansicht, een liefdesbrief, een condoleancekaart, een geboortebericht…
De afzender van nu is een onbeschreven blad, de ultieme boodschap die alleen niemand kan lezen. Ondertekend door het onbezorgde.

Het leerwezen

Bij het schoolreisje werd er een vrijwilliger aangewezen. Die moest controleren of iedereen er wel was, iedereen die zijn hand opstak was aanwezig, wie dat niet deed was absent. De vrijwilliger vergat natuurlijk zichzelf mee te tellen. Blinde paniek maakte zich even meester van de educatief manager. Met wat creatief boekhouden werd de presentielijst toch nog kloppend gemaakt. Zolang er niemand als vermist werd opgegeven was de missie geslaagd.
De streefcijferdruk was ook dit jaar weer opgevoerd. Al wat achter de komma wegkwijnde was ruimdenkend naar boven afgerond.
De hoogste cijfers doneerden zelfs anoniem hele punten aan niet levensvatbaren om op een hoog landelijk gemiddelde uit te komen. Elk risico op falen werd uitgebannen door dit systeem van excellentie
De vervolgstap zou het digitale taalexamen zijn, met spellingscontrole. Dat zou verhullen dat de leerwezens geen behoorlijk zin konden schrijven. Alleen de cijfers zouden dan nog voor zichzelf spreken.
Als er achteraf toch vermissingen bleken werd er naar de aangewezen persoon gewezen.

Brainmail

Na een virtuele zielsverhuizing lijkt het altijd even wennen.
Het oude blog-lichaam was slechts te leen, maar wel vertrouwd.
Het nieuwe lichaam van deze webzijde voelt nog onwennig ook al lijkt ze identiek. Elke inhoud van computers, mobiele telefoons of menselijke hersenen is virtueel. Er is dus niets nieuws aan virtualiteit
Het ene en enige echte is het bewuste zijn waarin al deze denkbeeldige inhouden verschijnen. Er is dan ook feitelijk geen sprake van een verhuizing van ‘ziel’.
Er is alleen een schijnbare verandering van de inhoud. De ziel blijft onveranderlijk, vrij van de inhoud.

De inrichting van de bovenkamer is voor de ziel een bijkomstigheid. Spelmateriaal.
Ik stuur de lezer voortaan voorafgaand aan de publicatie eerst een ‘brainmail’.
Ik hoor graag of de brainmail is aangekomen,

Hartelijke groet vanuit dit Openbaar Geheim, Bor van Geenen.