Lof der korstmos


Photo: Jelle Touw 2017

Korstmossen zijn symbiontische liefdesverhoudingen.
Één partner, de zogenaamde mycobiont, is altijd een schimmel die samenleeft met de fycobiont, een blauwwier of en groenwier. De mycobiont kan geslachtsorganen ontwikkelen, maar ze kunnen zich ook aseksueel voortplanten dmv poeder.
De symbionten zijn zo sterk verweven met elkaar dat ze niet zonder elkaar kunnen overleven.
Ze groeien 0,1 milimeter per jaar. Hun liefde overstijgt de scheiding der soorten. Schimmels en wieren vormen een prachtig paar.
Korstmossen kunnen dingen die ik niet kan, maar mijn liefde voor hun liefde voel ik groeien, 0,1 milimeter elke seconde dat ik ze zie.
Hoe zou dat voelen voortplanten door middel van poeder?
Een poeder als moeder?

Kaal

Meneer Wind woont ergens in een gat, dat kan overal zijn behalve in het midden.
Hij leeft er maar een beetje op los, maakt nooit een plan. Ongemerkt weet hij wel degelijk hele duinweringen af te kalven, zandeilanden te verplaatsen, bomen te ontwortelen.
Onderhand fluit hij een eentonig liedje zo van: ik doe toch niks.
‘We zien wel uit welke uithoek ze nu weer willen dat ik waai.’ verzucht hij.
Vaak ligt meneer Wind op het strand onder een wolkenloze hemel.
‘Als het weer even niet meezit heb ik niets te doen, het is stormen of stilvallen’
‘Vroeger op de wolkenschool gezeten, helemaal achterin de klas’ Niets had hij daar opgestoken tot hij zelf spontaan opstak.
Het hele hemellokaal had hij leeggeblazen, gierend.
De zon was vermanend in het midden blijven staan.
Zonnen huilen niet, maar ze schijnen verzengend boos te kunnen zijn. Hij werd weggestuurd van school. De zon wilde hem nooit meer zien.
Vanaf die tijd is hij onzichtbaar geworden. Waar hij voorheen nog elke kleur van de regenboog kon aannemen is hij nu doorzichtig. De zon kijkt dwars door hem heen.
Hij is lucht voor haar.
Alleen de gevolgen van zijn aanwezigheid zijn nog waar te nemen; voortjagende wolken, slingerende schoorsteenpluimen, meewiegende bomen en deinende korenveldzeeën.
Hij schept er nog altijd plezier in om hoeden af, paraplu’s kapot en kapsels door de war te blazen. Misschien wel omdat hij zelf zo kaal is als…ja als wat?
Wat is er naakter of kaler dan wind?
Meneer Wind, de kale kaalmaker.

Geen echte

Vader was een Rotterdammert.
Gotterdam klink veel naar gotverdomme.
‘Een echte gotverdammert wordt vloekend gebore’
‘Schelden doet geen pijn, maar het bekt zo fijn’

Bij gevoelige muziek verzuchtte hij vaak;
‘Tranen van gevoel biggelen langs mijn smoel’
Of; ‘weet je wat heel erreg mooj is? Een vijool…
weet je wat nog veel moojerder is?… Twee vijolen!’
‘maar het mooist vind ik…een toetert…of twee!’

Als hij niet wist over wie je het had dan zei hij:
‘dat is zeker die ene man met dat velletje over z’n neus!’
‘je bedoel die gozert die op z’n achterpoten loop?’
‘Juist, die ja, dat heb je goed gezien met je glaze oog!’
‘Nee, die is sterk, die heb pik in de mouw’
‘Nou, hij ruik sterk’
‘Wat, z’n neus?’
‘Wat loopt je nou te lullen..hij begon met vakkenvullen’
‘en is nu zakkenvuller!’
‘Ik gaat nog liever gewoon dood, in een houte jurk!’
‘Ja plurk, jij ben ook geen echte Rotterdammert’

Hundenpoetry

Feel glück hund spass!
Wir sind glückstieren
für always hund immer.

We gehen zugether spazieren
hund happily ever after
schlafen in our tierezimmer.

We sind one family of wilde tiere
hund or human, ganz gleicher soul.

Wir need only zu domesticieren
zu become a wohler whole.

We are alle exist-tieren,
die humanimal kind is unser goal.

Uit de bundel: ‘Tanzen Round die Poë-tree’. Günther Kowalski 2014©

Regenlens


De Duitse/Nederlandse fotograaf Ingmar Traub, Düsseldorf 1975 fotografeert bij voorkeur door een betraande ruit.
De natte ruit verschaft de foto weer een huid, alsof er relief in het beeld komt. Traub, ooit begonnen als modefotograaf, was gewoon om spiegelgladde plaatjes
te fotoshoppen, hetgeen hem mateloos ging ergeren, afgezien van de wezenloze gezichten van de modellen. Traub keek liever naar zeegezichten.
Bij toeval ontdekte hij het levendige effect van lukrake regenspatten op zijn cameralens.
Sommige foto’s lijken geschilderd, alsof er met het paletmes een pasteuze verflaag is aangebracht. Sinds 2015 maakt hij alleen nog maar foto’s als het echt regent.
We ontmoeten hem op de vernissage van zijn expositie ‘Ansichten’ in gallerie ‘het Koetshuys’ ,Texel.
‘Het moeten wel echte spontane regendruppels zijn anders wordt het zu perfect!’
‘Wissen sie…’ zegt Traub, ‘het beeld emotioniert mij, het is alsof je door je tranen heenkijkt naar hoe schoon die wereld is, regen verhevigt…maar men zal mij wel sentimenteel vinden!’

Traub gooit ook veel werk weg waaronder ook de bovenstaande foto. ‘Wat mankeert eraan deze foto?’ ,vraag ik hem.
‘Ik weet niet…’ ,zegt hij weifelend, ‘Vielleicht, ein bisschen zu…wenig…oder etwas!’
Ik mag hem hebben zolang ik zijn naam er maar niet onder zet.

Het mottenbal

‘Het is de laatste dag van het jaar’, verzuchtte de oude mestkever.
‘Welnee!’,zei de eendagsvlieg die net kwam aanvliegen, ‘dit is de mooiste dag van mijn hele leven’.
‘Maar het is wel mooi je eerste en laatste dag’,somberde de mestkever.
‘Ach, de dag is toch nog jong!’ zei de vlieg naïef voor zich uitstarend.
‘Dat is waar, je hebt nog een hele middag en een hele nacht voor je’.
‘Hoe lang leef jij dan eigenlijk?’,vroeg de eendagsvlieg opgewekt.
‘Ik raak meestal de tel al kwijt bij drie en dan begin ik maar weer opnieuw, mijn hele leven ben ik al bezig met tellen, maar ik schiet er niets mee op’ ,sprak mestkever klagerig, ‘wat ga jij trouwens doen met de rest van je leven?’
De eendagsvlieg dacht rustig na over de vele mogelijkheden:
‘Ik ga vanmiddag waarschijnlijk ergens in de zon zitten en vannacht dansen met de motten rond de kaars, ze vieren feest’
‘Waar-schijn-lijk!’ ,herhaalde de mestkever langzaam, ‘maar dat is levensgevaarlijk, stel dat je je vleugels brandt, dan…!’
‘Ja, dan ben ik er mooi geweest’ ,erkende de eendagsvlieg,
‘maar het licht is zo onweerstaanbaar’.
‘Dat is ook weer waar…on-weer-staan-baar…nou het was fijn om je te leren kennen eendagsvlieg’, zei de mestkever, ‘geniet maar van je dans!’
‘Waarom ga je niet mee dansen, de muggen komen ook?’ ,stelde eendagsvlieg voor.

‘Maar ik kan niet dansen…te stijve pootjes, ik kan alleen maar tot drie tellen!’
‘Dan tel je toch de maat van de muziek, ze dansen alleen maar walsjes’
Zo gingen kever en vlieg samen naar het mottenbal, het walsen duurde de hele nacht tot ze allemaal uitgeteld op de grond lagen.
‘Dit is mooiste nacht van mijn leven?’ had de mestkever uitgeroepen toen het eerste zonlicht de vlam van de kaars zag uitdoven.