Loze hoek

De spin lijkt al zo oud als het huis. Ik meen haar al jaren te kennen. Ik weet niet hoe oud spinnen worden, ik noem haar tante Godot. Ze wacht tot de dood in haar web vliegt, dan heeft ze weer iets te eten. Door de dood te eten leeft ze eeuwig.
Mijn vrouw beweert dat het mijn moeder is. We wonen hier al vierentwintig jaar.
Onze bejaarde spin opzuigen kan ik niet over mijn hart verkrijgen. De hel is een stofzuigerzak.
Met eindeloos geduld spint ze steeds een nieuw web in de kamerhoek tegen het plafond. Het ritueel van het weven en mijn ritueel om het web te verwijderen heeft onze levens verbonden.
Ik gebruik al jaren hetzelfde stokje dat inmiddels is aangegroeid tot een grijze dot, suikerspinrag. Tante is kennelijk niet van plan te verhuizen naar een ander hoek van de kamer, ze is honkvast. Wij gebruiken die loze hoek toch nergens voor.
Nadat ik besloot het web niet meer weg te halen heb ik tante Godot niet meer gezien.
Misschien heb ik de zin uit haar leven verwijderd; steeds een nieuw web maken in plaats van blijvend tegen een oud web aankijken. Vaker dan voorheen treft mijn blik in het voorbijgaan de lege loze hoek. Ik betrap mij erop dat ik op haar wacht.
Wie noemt zijn huisspin dan ook tante Godot?

Rituelen hebben een verborgen werking die je pas ontdekt als je
het ritueel nalaat.

Som der delen

-Wat bazelde je nu weer over rituelen Bor, dat soort achterhaalde vormen van bijgeloof heeft de moderne mens toch niet meer nodig?

-Dat valt te bezien. Het zijn allemaal uitvindingen van de mens die in het verleden een regulerende functie hebben gehad. Je kunt niet het kind met het badwater weggooien en dan gaan klagen dat er geen nieuw leven meer is.

-De mens is toch steeds meer maakbaar, wat is het probleem?

-Het moderne menselijke dier kan de weelde niet alleen dragen, daarvoor zal hij boven zichzelf moeten uitstijgen. Hij zal bovenmenselijk moeten worden.

-Welke weelde bedoel je?

-Daarmee bedoel ik de weelde van de maakbare almacht. Die weelde is in handen van een mens niets minder dan een een vloek. Om die weelde te dragen is er iets bovenmenselijks nodig, iets dat boven de mens uitstijgt.

-Waarom is almacht een vloek?

-Omdat het regelrecht tot zelfvernietiging leidt.

-De mens zal zichzelf moeten disciplineren door zich vrijwillig te onderwerpen aan iets groters dan hijzelf.

-Wat zou dat dan wel moeten zijn?

-Wat dacht je van; ‘Het geheel dat meer is dan de som der delen?’

-Hoe bedoel je, welk geheel…er is toch helemaal geen geheel…?

-Dat bedoel ik juist; dat is de huidige toestand; als iedereen zichzelf belangrijker acht dan de ‘som der delen’ ontstaat er nooit meerwaarde, dan zal er slechts fragmentatie plaatsvinden.

-Vrijwillige overgave, belachelijk!

-Natuurlijk, het is namelijk heel natuurlijk, de hele natuur onderwerpt zich aan de zon en aanbidt haar door in haar licht te gaan staan. Alleen de mens presteert het om vloekend en tierend te klagen over het slechte weer.

-Je bent wel het zonnetje in huis Bor!

-Ik klaag niet over het weer.

Rituelen

Rituelen worden vaak niet begrepen omdat alleen de objecten en de handelingen worden gezien, de enige zichtbare aspecten van het ritueel. Voor de buitenstaander is het ritueel hermetisch ontoegankelijk.
Het is maar de vraag of het van belang is welke rituele handelingen er worden verricht, het feit dat ze worden verricht en exact zo, is essentiëel voor de werking.
Ook degenen die het ritueel uitvoeren begrijpen vaak niet waarom het ritueel zo is en niet anders, wel weten ze dat de herhaling heilig is. De herhaling geeft de vorm aan het ongrijpbare en stem aan het onzegbare.
De intentie en het innerlijke effect van de deelnemer kan niet worden gemeten, dat valt binnen de subjectieve beleving.
Essentiëel aan een ritueel is dat de deelnemer zich ondergeschikt maakt aan iets dat groter is dan hij zelf.
Het doet er zelfs niet toe welke naam aan dit hogere gegeven wordt. Wellicht is het nog beter om ‘Het’ helemaal geen naam te geven.
Door de rituele daad eert men ‘Het’ en zegt men: ik ben onderschikt en onderdeel van dit grotere geheel, het persoonlijke is ondergeschikt. Het is geen afgedwongen onderwerping maar een vrijwillig praktiseren van overgave in en daarmee vertrouwen herstellen in vertrouwen. Angst kan daarmee worden losgelaten en overstegen, praktische transcendentie.
Wetenschap kan hier niet bij omdat het subjectieve deelname vereist.

Hoe kun je vertrouwen herstellen?…door betrouwbaar te zijn
en ritueel te bevestigen.

Oeverbinding

De brug had een duurzame relatie aangelegd met de tunnel. Op de andere oever hadden ze elkaar leren kennen. Waar de brug haar voet aan land zette kwam de tunnel boven water.
Dat ze beiden oevers met elkaar verbonden schiep meteen een band.
Door hun verkeersaders stroomde het verkeer als een rivier van blik.
De brug was extravert en had veel buitenkant, de tunnel daarentegen was in zichzelf gekeerd en had louter binnenkant. De brug had een wijdse visie op de wereld, de tunnel beperkte zich tot één zienswijze. Hun geslachtelijk verkeer had vruchten afgeworpen, twee mooie kinderen; een kleine rotonde en een vluchtheuvel. De rotonde was nogal een ongedurig kind die in een vicieuze cirkel ronddraaide en plots kon afslaan naar een zijweg.
De vluchtheuvel bleef graag standvastig en geduldig op haar plaats wachten op niets.
Het lag in de lijn der verwachting dat de kinderen in de voetsporen van hun ouders zouden treden. Echter, de rotonde wilde later een rivier worden en zijn zus de vluchtheuvel wilde gewoon zichzelf blijven tot groot verdriet van de ouders.
Ze gingen hun eigen weg.

Oerbeeldig


De fiets is een bijzonder ontwerp, de oervorm is al zo lang gelijkvormig is gebleven, uniform. De fiets is een oerbeeld geworden zoals de paperclip, de lucifer, de wasknijper,
het potlood, de deur. Ook al bestaat het beeld uit losse onsamenhangende onderdelen,
wordt het toch als fiets geïdentificeerd. Het oerbeeld is een soort kale kapstok die door onze geest tot fiets wordt aangekleed. Zo werken taalsymbolen waarschijnlijk ook: kale kapstokken, uit abstracte tekens opgebouwd waar wij betekenissen aan ophangen.
Ik hou van oervormen. De mens is zelf ook een kapstok waar van alles en nog wat aan wordt opgehangen. Het wonderlijke van dit mensbeeld is dat het allemaal in het luchtledige lijkt te hangen.
Mijn eerste fiets was een doortrapper zonder rem, ik wist van niets en reed weg, steeds sneller, het ging vanzelf. Onderweg merkte ik pas dat er geen rem was, door het zoeken naar de ontbrekende rem ramde ik een deur. Op een oerbeeld kun je niet fietsen. Ik wachtte op een fiets met rem. Zonder rem kun je niet hard rijden, zonder beperking geen vrij verkeer.

Aantreffelijk

Nadat Marcel Duchamp de ready made ‘uitvond’ was hij snel klaar met kunstwerken vinden.
Hij kon het werk uitbesteden aan willekeurig welk wezen dan ook dat na hem geboren werd. Met het ‘objet trouvé’ toverde Duchamp daadwerkelijk de kunstenaar weg.
Let wel; geen goochelact, maar pure tovenarij.
Opeens was er geen maker meer, er was hooguit een ‘aantreffen’…
Marcel had zichzelf opgeheven, dat was feitelijk zijn belangrijkste vondst.
Het ging om het pure idee. Wat is kunst anders dan aan een puur idee een lichaam te geven om in te wonen en te leven.
‘Gij idee, tot sterrenstof zijt gij, tot vaste stof zult gij wederkeren!’, dat zegt de kunstgod.
Musea zijn bevolkt met belichaamde ideeën die ons nieuw leven zouden moeten inblazen, inspireren. Buiten het museum kunnen we overal tegen ze aanlopen. Eigenlijk vraagt elk object aan ons: ‘Van welk idee ben ik de belichaming?’
Wij zijn allemaal aantreffers, we kunnen in elk object een levend idee aantreffen.

Duchamp was een begaafd schaker, eerst zette hij de kunstwereld schaakmat, daarna werd hij schaakgrootmeester. Bij Duchamp heeft het spel gewonnen.

Aflezen

Beste lezer, voor u begint te lezen…ach u bent al begonnen…wil ik zeggen dat dit
stukje alleen maar voor die ene lezer is bedoeld, andere lezers kunnen dit dus gerust ongelezen laten. Hoe weet u of u die ene lezer bent? Omdat u het bent, u bedoel ik dus en niemand anders.
Goed, over het volgende is bijna niet te schrijven en toch wil ik het proberen. Het laat zich hopelijk tussen de regels door lezen. Omdat het zo subtiel is nemen de meesten het niet eens waar, het ontgaat je makkelijk omdat je het niet kunt aanwijzen. Wie het niet ziet zal al snel de conclusie trekken dat het er dus gewoon niet is, het bestaat domweg niet. Hou gewoon nog even vol, het is ondoorbroken aanwezig daarom valt het niet op, onaanwijsbaar omdat het nergens niet is waar je ook bent. Let op, als deze woorden op zijn blijft het gewoon als wezen aanwezig. Sommigen zeggen dat het schittert door afwezigheid. Dat wezen is het leeswezen. Het leest hele belevingswerelden af die worden opgetuigd door de zintuigen.

Beschaving

Na een lange tocht te voet liepen we hier tegen een grens aan, misschien wel de grens… Dit was een gebied waar elk teken van menselijke beschaving ontbrak, geen wegen, geen pad, geen electriciteitspalen, geen bereik. Onze mobiele telefoons waren nagenoeg leeg. Zelfs de hemel boven het gebied leek nog onbevlogen. Geen reislustige sporen in het maagdelijk blauw.
Door ons heen en weer geloop leek er een pad te zijn ontstaan. We liepen hier feitelijk over de grenslijn heen en weer. Hier floreerde de natuur als een muur van ondoordringbaarheid. Van de gewassen aan de rand konden we wat vruchten plukken waarvan we niet wisten of ze giftig waren. Felgekleurde vogels zagen we de zaden eruit eten, het vruchtvlees lieten ze liggen.
We wisten heel goed dat er een weg terug was, terug naar de beschaving, die kenden we maar al te goed. Het was de beschaving zelf geweest die ons had verbannen. Met enig geluk waren we hier niet traceerbaar. Op goed geluk aten we van het vruchtvlees en vielen in een diepe vredige slaap, rustend in het besef dat we waren ontkomen. Voorlopig of voorgoed?