Pildikte

Ben je naar een drie uur durend epos geweest, blijkt dat alleen het voorfilmpje je bij blijft, met die onvergetelijke ‘kleefhanger’.
Vervolgens ga je natuurlijk nooit uren in het donker zitten om de hele veelbelovende film te bekijken. En als je het per ongeluk toch doet dan laat wederom het voorfilmpje meestal de meeste indruk achter. Het invullen door anderen heb ik eigenlijk altijd irritant gevonden. Speelgoed dat zo ‘net echt’ is dat de verbeelding wordt doodgehongerd. Of het voorkauwen van volwassenen van ‘hoe het leven is!’ Gaap…
Liefst hadden ze je hele leven voor je ingericht tot een netjes gemeubileerde hel, compleet met kastje en muur.

Ligt je boekenkast ook niet vol ongelezen meesterwerken waarvan de achterflap
de meeste indruk achter liet? Hou je daarom zo van poëzie, omdat die ultrakorte vorm
je eigen verbeelding doet opleven en voeding geeft in plaats van die dikke pillen waarin elke scheet breed voor je wordt uitgemeten. Dikke pillen bieden natuurlijk nooit genezing, ze verdrijven alleen de tijd.
Zou het komen door je talent om je snel te vervelen of is het gewoon genetisch bepaalde luiheid?
Hoe dan ook, vanaf nu lezer ben je genezen van de dikke pillen, van tijdrovende epossen. Je bent nooit ziek geweest. Het was symptoombestrijding zonder symptomen.

‘Wat vindt je beter het boek of de gelijknamige film?’
‘De verbeelding vind ik het best!’
‘Lees je dan nog wel?’
‘Af en toe een gedicht en een ontmoeting met een echt gezicht!’ (Dialoog uit het voorfilmpje van de film die ik nooit zag)

Vlinderambitie

‘Het is helemaal niet erg dat men je niet begrijpt’, zei de vlinder.
‘Onbegrip maakt ongrijpbaar’
‘Wie wil er nu gegrepen worden?’
‘Het is een twijfelachtig voorrecht voor een vlinder om te worden ontdekt?’
‘Ze delen je in bij een bestaande soort of je wordt als geheel nieuwe soort geregistreerd’.
‘Als hoogste onderscheiding krijg je een speld door je rug gestoken, je wordt op karton geprikt als representatief exemplaar.’
‘Laat mij als vlinder ontsnappen aan aandacht.’
‘Laat mij maar zeldzaam en naamloos fladderen, iedereen is al bekend en gedetermineerd’

Onmeetwaarde

‘Alles van waarde is weerloos’
schreef lichtdichter Lucebert
met de stilste letters van de geest.
Een zin van het leven.

Sindsdien is deze regel
zo onverwoestbaar als het hemelruim.
Zo stuit je op wat poëzie vermag;
een onverwoestbaar taalpantser.

Het Al van waarde is onmeetbaar,
niet te wegen, niet te tellen.
Onberekenbaar is het nulpunt
waar elke waarde uit wordt geboren.

De nul zelf is van generlei waarde
en vandaar zo onbetaalbaar als ruimte zelf.
Talloze wezens beleefden de onschatbare waarde
van schijn en wezen en bleven daarna ruimer dan ruim…
zelfs bij verzuim.

Autobiografictie

Iedere overeenkomst met bestaande personen, dieren, planten, dingen, gebeurtenissen, plaatsen, tijden. berusten louter op doelbewuste opzet of lukraak geluk.

Het ik is een verhaal, autobiografictie.
Elk zelfbeeld is een verhaal.
Wat je wereldbeeld ook is, het is een verhaal.
Wat je godsbeeld ook is, het is een verhaal.
Waar kom je vandaan, is een verhaal.
Waar ga je naartoe is een verhaal.
Keer terug naar de aanwezigheid van voor je het verhaal maakte, van voor je het beeld vormde. Terug naar tijdloze zijn van voor de praatjes en plaatjes de wereld gingen vervangen. In het niet weten wat je ziet, in het niet weten wat je meemaakt beleef je de hergeboorte van de belevingswereld. Is er een andere wereld dan de belevingswereld?

Gouden slang

Photo: Jelle Touw copyright 2017

‘Onze schoorstenen roken allang niet meer’, vertelde de natuurgids in de IJsselse uiterwaarden. ‘Ik ben zelf telg uit een geslacht stenenbakkers…
hier werd het boerengrauw en hardgrauwe klinkers gebakken en natuurlijk bakstenen.’
‘Door de opgeslibde rivierklei te oogsten uit de tichelgaten kreeg het rivierwater in de uiterwaarden meer ruimte.’
‘Waterberging heet dat…natuur, cultivering en industrie kunnen dus heel goed samengaan’ ‘Mijn voorvaderen waren keiharde zakenmannen, steenrijk werden ze, nu zijn we weer straatarm.’
‘Natuurmonumenten heeft ons landgoed opgekocht…de vervallen steenfabriek is nu industrieel erfgoed, het mag nu door de natuur worden overwoekerd.’ ‘Het interesseert niemand, want wat valt er nu aan een steen te beleven… maar de hele ‘Amsterdamse School’ is uit deze rivierklei opgemetseld!’

Later bij de koffie in het bezoekerscentum spreek ik hem onder vier ogen. Terwijl hij uit het raam kijkt mijmert hij voor zich uit:
‘Als kind kreeg ik de misbaksels…geen lego voor mij, maar misbaksels, daarmee bouwde ik
torens… mijn ouders dachten dat ik schoorstenen bouwde, maar het waren waren uitkijktorens’ ‘Hoe dat zo?’ vroeg ik hem.
‘Op een zondag was ik als achtjarige in de schoorsteen geklommen, helemaal naar boven…
het was schitterend daar, voor het eerst zag ik de gouden rivier kronkelen door het eindeloos
groene land…alles werd klein in mijn ogen…was alsof de hele wereld opeens in mij paste…!’

‘Een geweldige ontdekking voor een kind’, beaamde ik.
‘Het passen was dus puur een kwestie van afstand nemen!’ zei hij met stralende ogen. ‘Een andere dimensie opende zich, de ‘verste verte’, daar moest ik naartoe!’

‘Beneden waren ze mij kwijt…paniek…ik zag ze daar beneden als kleine diertjes rondhollen en schreeuwen waar ik nou toch was…ik hoorde alles wat ze daar beneden over mij zeiden’

‘Moeder was helemaal in tranen toen ik opeens tussen hen uit de schoorsteen afdaalde…vader was boos…ik moest beloven; nooit meer naar boven!’
‘Ik ben nu zevenenzeventig…zo werd mijn mooiste ervaring vermengd met het drama van de volwassen wereld’
‘Ik moest daar nooit bij gaan horen bij die wereld, dat werd mij toen wel duidelijk… ik zou de rivier gaan volgen, die prachtige gouden slang’.

Of…en hoe hij de rivier is gaan volgen weet ik niet. De volgende excusie stond al voor de deur. Maar dit verhaal van de rivier is hem gevolgd, zijn leven lang tot deze dag.

Barista 2.0


Barista zou het beroep van de toekomst zijn.
Zo was hem voorgespiegeld. Hij hield zelf helemaal niet van koffie, maar een beetje aan de bar hangen leek hem wel wat.
Na een vijfdaagse Baristawork-out was hij plots een gelovige. Barista was geen beroep maar een roeping, een zaak van eer.
Als een commando van ’the special forces’ bereidde hij het hele scala, van de moccacino lento, de macchiato presto tot de esspresso sublimo. Zijn baas prees hem de hemel in, maar attendeerde hem erop dat hij bij het serveren een zachte glimlach diende toe te voegen om de klant in te leiden in een goddelijke koffie-ervaring. Dit bleek te veel gevraagd.
Hoezeer hij zijn best ook deed, er bleef een verbeten ernst op zijn gezicht te lezen. Er bleven half lege kopjes staan, klanten betaalden zonder fooi.
‘Ontspan nu eens!’ had zijn baas hem wanhopig toegeschreeuwd toen de zaak leeg liep. Hij was verstijfd van schrik naar huis gegaan. De volgende dag had de baas een leuke frisse studente opgedoken om de kunstwerkjes uit te serveren. Ze nam gracieus alle complimenten in ontvangst.

Definiërende dieren

De vis slaapt op de rug van de zeeschildpad…dat is onmenselijk!
Maar nu eerst de logica:
Logica is een omnivoor wezen met vreemdsoortige ontlasting:
Mensen die zich onmenselijk gedragen worden beesten genoemd. Het verachte beestachtige gedrag is echter bij dieren niet terug te vinden. De mens is een dier dat dieren eet, dus de mens is een kannibaal. Kannibalisme mag niet, het komt voor onder mensen, maar het is niet menselijk hoewel het menselijk gedrag is.
Gezonde kannibalen eten alleen vegetarische mensen, maar dit terzijde. De mens is ver boven dieren verheven, want dieren eten elkaar op. Een verheven mens doet dat niet, hij eet alleen bepaalde dieren op. Een goudvis, koalabeer, poes of hond opeten is ondenkbaar.
Mensen die dat wel doen zijn onbeschaafd, onmenselijk, beestachtig. Dieren die mensen opeten worden afgemaakt, dat is ondenkbaar omdat het dier de mens daarmee tot dier degradeert, want dieren mogen alleen dieren opeten.
De beste definitie van de mens is;
Het dier dat bepaalt welk ander dier er al dan niet mag worden opgegeten noemen we een mens, met de strikte voorwaarde dat hij zichzelf niet opeet, dat zou tegenstrijdig zijn.

Voorstel: Laten we het definiërende dier definitief opeten, dat zou logisch zijn.
Inmiddels eet de vis het schild schoon en slaapt nog wat…