Nonpositie Nr.9
Primaten tv
Ethologie heet het met een duur, quasi-wetenschappelijk woord.
In goed Nederlands onder ons gezegd en gezwegen heet het ‘apies kijken’.
Televisie is een monitor in dit mensenpark ‘Planeet Aarde’.
De bekendste mensapen zitten in de kooi van het beeldscherm opgesloten met permanente camerabewaking.
Het volk vergaapt zich graag aan pratende apen. Het diergedrag is een spiegel voor en van het kijkerspubliek.
Wie het meeste publiek trekt mag in beeld blijven. De dagelijkse strijd om de hoogste plek op de apenrots is keihard, geen middel wordt geschuwd om de aandacht vast te houden. Ze leven om in beeld te zijn. Wie uit beeld verdwijnt bestaat niet meer, in hun ogen?
Wat ik hier doe is natuurlijk ook weer ‘apies kijken’. Ik bekijk de apies die naar apies kijken. Zelf blijf ik liefst buiten beeld.
Zo bezien zijn deze beschrijfsels niet anders dan die van een vogelaar die zijn leven lang op rare vogel-waarnemingen jaagt, bijgehouden op lijsten, afvinken van de verzameling.
Natuurlijk meen ik oprecht steeds nieuwe soorten waar te nemen, die niet op de lijst staan, maar dat is waarschijnlijk meer te wijten en te danken aan mijn slechte ogen en het onvermogen om wat ik zie thuis te brengen.
Zo gezien is ieder musje weer nieuw en uniek. Enig in zijn soort.
‘Wie zijn geheugen weet te vergeten beleeft alles steeds weer voor de allereerste keer’
F.Wildesheim.
Ze zeit wat.
Mijn vader was een trouwe man voor zover ik weet.
Woord houden. Beloven is waarmaken.
Niet dat hij dat ooit zei, maar vaak maakte hij iets al waar voordat hij het beloofd had.
Hij leefde het voor, als het ware.
Mijn moeder was onzeker, labiel en angstig, vatbaar voor jaloezie.
(wat een vreemd woord is dat toch, de klank maar ook omdat het een gordijn is waarachter van alles verborgen kan worden?)
Mijn vader werkte in een winkel, groette iedereen vriendelijk en maakte charmante grappen, dus ook tegen Els die in een damesmodezaak in de buurt werkte.
Els had ooit een wasmachine bij hem gekocht.
Toen hij haar samen met moeder op straat tegenkwam had hij ‘dag Els! gezegd.
Dat had hij niet moeten zeggen.
Waarom had deze klant een voornaam?
Moeder wilde daar het fijne van weten.
Wie was die Els dan wel?
Simpele dingen zijn niet uit te leggen.
Hoe verklaar je dat er niets aan de hand is, dat de hemel onbewolkt is tegenover iemand die zelf rook maakt en meent dat er vuur is?
Vader maakte er een grap van en maakte de rookvorming nog erger.
Er was geen blussen meer aan.
Moedeloos sprak hij de legendarische woorden;
“Ze zeit wat….en ze draait zich om en ze zeit nog wat!”
De stilte daarna was te snijden.
Mijn moeder wentelde zich gepikeerd in haar marinade van slachtofferschap.
Na ongeveer 2 weken in eigen sop gaarsudderen leek alles weer koek en ei.
Wat lijkt is het nooit.
Nonpositie Nr.5
Kind noch kraai
De hond lag in zijn mand toen hij wakker schrok van brutaal getik tegen de ruit. Hij blafte tegen de ongenode gast, een jonge kraai.
Het kraaienjong zat onhandig te wiebelen op de leuning van de tuinstoel en probeer door het glas naar binnen te komen. Toen ik hem buiten opzocht probeerde ik uit of hij kon vliegen.
Zodat hij zich zou kunnen redden als er belagers zoals ik op zijn pad zouden komen. Ik klapte in mijn handen.
Hij vloog niet maar hipte voor mij uit en ging op de vuilnisbak zitten. Voorzichtig stak ik mijn hand uit naar zijn zwarte kop. Ik verwachtte gepikt te worden door zijn scherpe snavel maar in plaats daarvan
sperde hij, ogen dicht, zijn bek wagenwijd open, in het volste vertrouwen dat ik hem een lekker hapje ging voeren. Deze vogel was dus nog totaal weerloos. Zonder tegenstand liet hij zich omvatten door mijn handen.
Fantastisch zo rijk als ik mij voelde. Een eigen kraai blijft de geheime droom van de jongen in mij. Gelukkig doken nu de scheldende ouders op. Met een worp gooide ik mijn droom op het schuurtje van de buren, van daar af zouden zijn ouders hem kunnen bijvoeren tot hij echt kon vliegen. Hij fladderde echter meteen eigengereid van het dakje af tussen het hoge gras. De hele avond nog hoorden we de bezorgde ouders kraaien tegen hun kind, ongeruststellende klanken.
Later lazen we dat het te vroeg nestverlaten normaal is voor kraaienkinderen.
Ik was dus onnodig bezorgd geweest, wellicht omdat ik zelf kind nog kraai heb
en zelf mijn nest moest verlaten zonder goed en wel te kunnen vliegen?
Wegwerkvlek
Humor in kunst is vaak niet leuk omdat ze zo bedoeld is.
In de ‘serieuze kunstwereld’ is humor eigenlijk ‘not done’.
Als het dan toch een keer slaagt is het meestal een toevalstreffer of toch niet?
Bij de overzichtstentoonstelling ‘humor in de kunst’ in museum ‘de Hallen’, Haarlem heeft een medewerker het schilderij ‘Portrait of a nail behind the canvas’ met witte muurverf overgeschilderd. Niet het hele schilderij, dat was al wit, alleen de spijkerkop. Hij dacht echt dat het een vlek was op het schilderij. Een vlekje van tien bij tien centimeter.
De schilder Bas van Wieringen is niet tot commentaar bereikbaar. Tegen de betreffende medewerker zijn passende maatregelen genomen, niet in de laatste plaats vanwege zijn ijver.
Wat de passende maatregelen zijn wil het museum niet zeggen. Wel benadrukt de directie dat het incident geen publiciteitsstunt is.
Het schilderij wordt op dit moment gerestaureerd.
Of de identiteit van de schilder en de medewerker identiek zijn wil het museum ontkennen noch bevestigen.
Vers van het Veld
Photo:Jelle Touw copyright. 2017
Slangenmens

Photo:Jelle Touw © 2017
Hoe is de oermens erop gekomen om te gaan tekenen?
Ik ben ervan overtuigd dat het de slang was, moeder van de tekenkunst.
Meesteres van de klare lijn.
De slang trekt één lijn in de huid van de aarde, ondoorbroken. Ze tekent zichzelf af.
Ze deelt daarmee het vlak in tweeën, een positief en een negatief.
Je kunt beide vlakken als zelfstandige vorm zien.
De ene lijn is iets mysterieus, ze schept twee vormen in één.
Het concept van dualiteit werd geboren, het denken.
De oermens volgde sporen in het zand, zag er tekenen in, betekenis.
Zo begon hij zelf te tekenen in het zand.
Het leidde tot de grottekeningen van Lascaux.
Alsof de mens zelf sporen wilde nalaten.
Alsof hij gevonden wilde worden…
Zoals F.Wildesheim reeds opmerkte;
‘De jager is zijn eigen prooi!’
Nog mysterieuzer is de waterslang, ze tekent zich af in water.
Zo ontstond de mysticus, een mens die in water tekent, een slangenmens die ontsnapt aan alle definities.
Er is maar één vrij zijn; vrij zijn van definities.
NAT
Op de straat voor het afgeschilderde bushokje staat nog maandenlang het woord NAT gekalkt. De verf is allang droog.
De graffiti is onder het grijs weggeschminkt.
Er stond;
‘Vergeet de wereld, begin bij je zelf’
niet gesigneerd, niet geautoriseerd.
Later die dag zag ik een transparante vlag wapperen, kleurloos doorzichtig als glas.
Ik weet niet meer waar, wellicht droomde ik het.
Ja, dat zal het zijn geweest.
De lucide droom is de vlag die elke aardse lading dekt.
Wat is een vlag als de wind is gaan liggen?






