Wat was eigenlijk zijn voornaam?
Je zag hem eigenlijk nooit, zonder vaste woon of verblijfplaats. Meneer de Ruimte was echter buiten gewoon aanwezig.
Zeer opmerkelijk gezien het feit dat zijn voorkomen vooral uit afwezigheid bestond, kaler dan kaal. Een op het eerste gezicht een kleurloze figuur.
Dat klinkt misschien tegenstrijdig, maar is het niet zo dat afwezigheid van wat dan ook,
evenveel impact heeft op het kale bestaan dan dingen die zichzelf poneren en aandacht opeisen?
Soms heeft het afwezige zelfs meer impact.
Was het niet de stilte die alle muziek mogelijk maakte?
Was het niet de duisternis die het licht de gelegenheid gaf te schijnen?
Meneer de Ruimte had aan zichzelf genoeg.
Hoewel hij graag aan alles en iedereen ruimte gaf zag niet iedereen hem staan.
Hij moest inmiddels wel hoogbejaard zijn, zo oud als de wereld, zo er achter zijn rug gemonkeld.
Sommigen vonden hem nietszeggend met zijn ongeschonden gezicht, onaangedaan door de tand des tijds.
Ruimhartig stelde hij zijn speelruimte beschikbaar, dat vervulde hem met zo’n ongekende vreugde. Het leek dat alles dan nog verder uitdijde…tot…de zee van ruimte simpelweg overstroomde.
Het was op zo’n moment dat meneer de Ruimte verdween…in het oceanische…
De schittering door afwezigheid weerkaatste nog als laatste groet op het spiegelgladde wateroppervlak.
Meneer de Ruimte was niet meer ergens.
Ruimte was nu nergens niet en meer dan ooit.
Nonpositie nr 14
Kaartenhuis
Photo:Jelle Touw © 2017
Hoe gaat het?
Ja, hoe zal ik het zeggen…er zijn nogal wat omstandigheden.
Ach vertel op, wat voor omstandigheden?
Ja, dat kan ik eigenlijk moeilijk duiden, het zijn er zoveel.
Dat kan ik mij indenken, want wat valt er eigenlijk niet onder…omstandigheden?
Precies dat is het punt, eigenlijk vormt alles bij elkaar de huidige omstandigheden.
Zeker, zonder één kleine ontbrekende omstandigheid zou het kaartenhuis van oorzaak en gevolg zomaar in kunnen storten.
Wat zijn dan de verregaande consequenties voor jou?
Nou…dat ik morgen toch gewoon open ben.
Wat? Ondanks de omstandigheden?
Neenee, dankzij…dankzij de omstandigheden!
Jeetje man, wat ben je toch een mazzelaar!
Je mag de omstandigheden wel dankbaar zijn.
Nou ja, zonder mij waren de omstandigheden natuurlijk ook nergens geweest.
Dat is ook weer waar…dan hadden ze mooi niet geweten waar ze nu aan toe waren.
Ik moet trouwens nu gaan, kun je morgen terug komen, vandaag ben ik eigenlijk gesloten.
Eigenlijk?
Nonpositie nr.3
Nonpositie nr.12
Belezenis
De lezer leest wat hij wil lezen, wat hij denkt te lezen.
Zolang er tussen de regels door maar genoeg onbeschreven ruimte is om zijn eigen verhaal te kunnen invullen. Desnoods leest de lezer een gat in de pagina om zich de benodigde ruimte te verschaffen.
Is de tekst teveel ingevuld door de schrijver dan haakt de lezer al gauw af en legt het boek terzijde.
Bij al die andere onuitgegeven boeken, de niet levensvatbaren.
De lezer voelt zich volkomen overbodig bij zo’n tot in details voorgekauwd verhaal. Alsof iemand permanent ondertiteling geeft bij de film van je leven en ongevraagd verpest met achtergrondmuziek.
Zo’n schrijver ziet de lezer toch niet voor vol aan?
De lezer is toch een onmisbare medeschepper van het verhaal met een eigen leven,
met een eigen verbeelding?
Idealiter schetst een schrijver alleen vage contouren en verleidt een lezer om personages en gebeurtenissen leven in te blazen.
Je vraagt mij af waarom er geen literaire prijzen worden uitgereikt aan beste lezers.
Degene die het verhaal tot een onvergetelijke belevenis maakt wint de eerste prijs.
We wensen zo’n jury veel succes.
Wat de eerste prijs zou moeten zijn?
Voorgrondmuziek natuurlijk.
Vers van het Veld
Eigen bestwil
Opeens stond hij voor je terwijl je heerlijk aan het spelen was.
Waar hij plots vandaan kwam begreep je niet, maar hij richtte ongevraagd het woord tot jou.
Hij zei met een enigszins gedragen stem; ‘Ik heb hier een mooi bord voor je kop…neem het maar van mij aan…het is voor je eigen bestwil…’
‘Maar…wie bent u dan?’ ,vroeg je onthutst, uit je spel gehaald.
‘Ik ben je vader van staatswege…ik regel hier het menselijk verkeer!’
‘Maar, ik heb zelf al een vader’, legde je uit.
‘Ook jouw vader heeft zich aan mijn regels te houden, ook hij zal op de paden moeten
blijven’
‘Welke paden dan?’ ,vroeg je bedeesd.
‘Ach, daar heb je het al…’ steunde hij vermoeid, ‘deze prachtige platgetrede paden en wegen natuurlijk, ze zijn hier niet voor niets zo mooi uitgesleten, dit zijn de beste paden die er zijn, ander waren ze niet zo diep!’
‘En dan, als ik diezelfde paden volg?’
‘Dan ben je een modelburger, een parel voor de samenleving!’ ,verklaarde hij voornaam.
‘….maar’ ,probeerde ik voorzichtig, ‘als ik nou andere paden ontdek en….?’
‘Maak nooit een nieuw pad mijn zoon, wij weten echt wel wat goed voor jou is….
je weet het zelf niet, maar je bent een bedreiging voor de natuur als je niet over
onze platgetrede paden loopt!’
Voortaan zorgde je wel dat je je altijd achter het bord bevond, dan kon je altijd zeggen dat je het nooit gezien had, laat staan gelezen.
De weg van hout

Photo:Jelle Touw © 2017
Weg van hout…
Ach, ik ben zo weg van hout.
Ik hout van weg zijn.
Zo hout als de weg naar Rome.
Als ik hout zeg ben ik weg!
Hout..hou..ho…h…..!
Nonpositie nr. zoveel.
– Bor, wat heeft dit nu weer te betekenen?
Nonpositie nr. zoveel…zonder datering, ongesigneerd.
Je gaat ons toch niet wijsmaken dat dit kunst is?
– Nou nou, dat klinkt wel als het begin van een klaagzang….weer te betekenen?
Hoezo? Alsof alles maar moet betekenen, wijs ik juist niet vaak naar het fundament
van geen betekenis waar betekenis op kan bloeien?
– Als ik het niet dacht…ga je weer op die toer van het onbedoelde, het gelukkige toeval en de natuur als kunstenaar.
– Ik ben blij dat je er zelf over begint, kijk deze Nonposities onderscheiden zich van composities in de zin dat ze spontaan zijn ontstaan, er kwam geen kunstenaar aan te pas. Het zijn lukrake vormen zonder vast herhalend patroon.
– Waarom doe je toch al die moeite om de kunstenaar buiten beeld te werken,
het is toch evident dat jij ze maakt?
– Het is een kwestie van oprechtheid en ere aan wie eer toekomt, dat ze onder mijn handen ontstaan en verschijnen wil niet zeggen dat ik ze kan claimen als maker.
– Wat een valse bescheidenheid om de natuur als maker aan te wijzen.
– Waarom? Ik zie mijzelf als pure natuur, zo onbescheiden wil ik wel zijn, ik kan zelfs niet anders.
– Jaja, de menselijke natuur zeker!
– Er is mijns inziens niets specifieks menselijks aan de natuur…
– Wat is cultuur dan?
– Cultuur is specifiek menselijk, een kunstmatige laag die de natuur naar de kroon probeert te steken.
– In jou ogen een vergeefse poging als ik het goed hoor?
– Zeker vergeefs, maar er zit grote schoonheid in het vergeefse, het toont de mens in al zijn naaktheid als grap, een goddelijke grap.





