Victory

Zoals de bonkige maan op afstand mooi gaaf en rond lijkt zo lijkt Mondriaans Victory op afstand rechtlijnig strak.
Mondriaan zat meestal strak in het maatpak, maar op het laatst begon hij te swingen op de Boogie. Piet was een volleerd klassiek meesterschilder, daarom zo opmerkelijk dat hij al het ‘aangeleerde’ kon loslaten, zelfs zijn kwast.
Isolatietape van de NewYorkse ijzerhandel op de hoek voldeed ook.
Hij experimenteerde er vrijelijk op los in zijn allerlaatste ‘schilderij’. Met sellofaantape in primaire kleuren speelde hij verder in zijn laatste dagen. Van dichtbij zien we de knullig afgescheurde plakbandjes. In de laatste week voor zijn overlijden bracht hij nog ingrijpende veranderingen aan.
Op zoek naar een juiste combinatie van onregelmatige kleurvlakjes. Op zoek naar ritme, cadans.
Het ziet heel levendig, provisorisch uit, improvisorisch als beeldende muziek.
Victory heeft de schoonheid van het onvoltooide en wellicht van het onbedoelde.
Een van de grote vragen in de kunst is: wanneer is een werk vervolmaakt?
Onmogelijk te beantwoorden, want hoeveel mooier zouden de bekende meesterwerken onaf zijn? Hoeveel meer meesterwerken zouden er zijn als kunstenaars eerder gestopt waren met afmaken?

Is het werk echt zo bedoeld zoals het nu is?
Ook zo’n terechte en onmogelijke vraag.
De kleuren zijn veranderd, de wereld waarin het ontstond is veranderd en het publiek is nieuw geboren.
Het is aan de beschouwer om kunst af te kijken.
Ik moet bekennen…het lukt mij niet bij Victory, zo vers en fris is het, iedere keer als ik het in levende lijve zie…steeds opnieuw die feestelijke (r)evolutie van het sublieme.

Ratsmodee

Gisteravond woonden wij de zoveelste première bij van ‘Ratsmodee’ het nieuwste klavierstück van Wolfgang Geyerhalter.
Het was een dramatische uitvoering van het normaal gesproken zo serene verstilde requiem, halverwege zakte de componist door zijn pianokruk, het licht viel uit en er begon zomaar een wind te waaien.
Het publiek was in eerste instantie onthutst en ontregeld.
Pas toen Geyerhalter toelichting gaf op zijn laatste werk bleek
dat het doorzakken gewoon de bedoeling was.
Zijn kruk was speciaal voor deze gelegenheid van bordkarton geprepareerd, de windmachine stond verdekt opgesteld om een plotselinge apocalyps te suggereren. Terwijl Wolfgang bevallig van zijn kruk viel trok hij eigenhandig de stekker eruit.
Het einde der tijden, totale duisternis.
Na zijn gedegen uitleg moest het publiek hartelijk lachen
om het uitgekiende effectbejag van de toonkunstenaar en
hoe ze er met open ogen waren ingetuind.
Een enkeling wierp tegen dat Geyerhalter zich van oneigenlijke middelen bediende, maar die werd al gauw als kniesoor afgeserveerd.
Het zou niemand verbazen als Ratsmodee tot de klassiekers van de moderne pianoliteratuur zal gaan behoren.

Stroomafwaarts

Ooit fietste je nu
over een lang en glad asfaltpad
dat als een strakke streep
de zomerpolder in tweeën sneed.

Vaak ploegde je daar tegen de wind in,
maar nu woei wind je mee,
daar gebeurde het…

Je reed precies zo snel als de wind woei,
met losse handen, zonder te trappen
windstil schoof je zonder enige weerstand door het landschap…

Je stond stil in alles wat bewoog.

Het nu van toen is nog steeds dit huidige,
het stilstaan bleef vers aanwezig.

Je staat stil in alles wat beweegt.

Zo zwemt ook de vis in blijvende stilstand stroomafwaarts.
De thuisreis is gemaakt van stilstand.

Reistip

Atelier Biroe © 2017

Nog even over Biroestan. Naar aanleiding van mijn reisverslag jongstleden wilden lezers weten:
1)waar dit land gelegen is…2)of het een koninkrijk is of een republiek…3)of het poreuze grenzen heeft?… 4)wat de hoofdstad is van dat toverland?
Kennelijk is er een enorme behoefte aan dit oplaadpunt voor de ziel, anders valt deze overweldigende belangstelling niet verklaren.
Over de eerste vraag kan ik kort zijn;
Ja, echt waar…daar achter uw oogleden!
Vraag twee; inderdaad, een koninkrijk, met deze toevoeging dat iedereen bij toerbeurt koning dan wel koningin is, de kroon is zo ongeveer het nationale hoofddeksel.
En vraag drie; de grenzen zijn zeker poreus in die zin dat ze nog nooit met zekerheid zijn waargenomen. Over grenscontroles dus geen zorgen. De vorm van het land zeggen de experts lijkt op die van een amoebe, ze fluctueert.
De laatste vraag is overbodig, er is geen hoofdstad, maar een hartstad die in ieder Biroenees wezen leeft. Ze leven daar niet in een stad, de stad leeft in hen.
Zoals ik gisteren al zei zijn de Biroenezen gedreven wezens, ze drijven rond, bedrijven liefde, drijven gratis handel.
Hun voortplanting is even simpel en vanzelfsprekend als ademen voor ons mensen en het verbijsterende feit is dat geen één Biroenees lijkt op de andere…! Eenvormigheid is hen vreemd.
Een vermaard Observoloog merkte eens op;
‘Biroestan lijkt wel een proeftuin van de evolutie, een speeltuin van levensvormen’.
Dat laatste kan ik alleen maar beamen en van harte aanbevelen:

‘Ga er zelf naartoe, het is er beter dan in Ratsmodee!’

Jamozoekie Barimokon

Atelier Biroe copyright 2017

‘Ik ga graag op vakantie naar Biroestan’ ,zei ik tegen buurman Freek.

‘Wel nu’ , zei Freek voortvarend dan kunnen het beste nu gaan, we zijn  hier nu toch!….de reistijd er naartoe is nihil en de bewoners zijn heel gastvrij’

’ Wil jij dan mijn gids zijn , Freek?’

’Natuurlijk, ik praat je alvast een beetje bij, terwijl we onderweg gaan’

Ze beschouwen zichzelf ook als gasten in hun ruime land.
Wat het meest opvalt is dat Biroestan bodemloos schijnt. Geen horizon die irritant met zwaartekracht aan je ledematen trekt. Dat rust heel goed uit. Als gastwezen zwem en drijf je heerlijk rond in pure kleur, tussen de Biroenezen.
Na een enkele onderdompeling in de kleuren van Biroestan ben je zo weer verzadigd van kleur.
Kleur is de beste energiebron voor de ziel,
al proberen sommigen het met een surrogaat voor stilte.
Tijdens je levensloop raak je spelenderwijs wat kleur kwijt. Je verbleekt gewoon onder invloed van al dat witte kunstlicht, lichtvervuiling wordt helaas nogal onderschat.
In Biroestan kun je gewoon jouw ontbrekende kleur even bijtanken, zodat je zelf weer wit licht kunt maken. Daar zijn immers alle kleuren voor nodig, dat is algemeen niet zo bekend.
Onder het drijven praat ik ook graag met de lokalen,
ze spreken Fonetisch, een heerlijke taal.
Ik kan daar dan even mijn verhaal kwijt, zonder misverstanden. De Biroenees is een en al oor.

‘Jamozoekie barimokon!’, zo begroet men elkaar daar.
Hetgeen zoiets betekent als;

‘Moge uw ziel fonteinen van kleur’.

Lucciole

Photo: Jelle Touw copyright 2017

‘Prendere lucciole per laterne’
Volgens ons wereldwijde wijze web betekent dit letterlijk:
‘Vuurvliegjes voor lantaarnpalen aanzien’

Het gezegde en de vuurvlieg is ouder dan de lantaarnpaal.
Gewoon ‘lantaarn’ ligt dan ook meer voor de hand.
Het betekent:’Zaken voor iets anders aanzien dan ze eigenlijk zijn’
Grappig dat wereldwijze web, met haar neiging zaken letterlijk te nemen.
Voor wie wel eens het geluk heeft gehad echte vuurvliegjes te zien is het meteen duidelijk waarom het lantaarn moet zijn.
De lucciole staan namelijk nooit stil en als ze stil zitten is hun achterlichtje uit. Ze vliegen zwabberend met hun oplichtende achterwerkjes hun bruiloftsdans en dan liefst in zwermen, boven het korenveld of besloten boven de bloeiende struiken van holgesleten landweggetjes in de midzomernachten,
liefst in Toscane.
In vroeger tijden liepen mensen s’nachts met een flakkerend lantaarntje door een nog onverlichte landschap.
Een betoverend gezicht, de mens als lopende vuurvlieg op weg…
Stel je toch eens voor: Een volgende stap in de evolutie.
De mens die zijn achterwerk kan laten oplichten…
en dan nog vliegen…