Dieren
Er zijn mensen die zichzelf definiëren door een opsomming van wat ze allemaal hebben
gedaan, wat ze hebben bereikt, wat ze bezitten, wat ze denken te weten.
Er zijn ook mensen die zichzelf definiëren door aan te wijzen wat ze niet hebben gedaan, wat ze hebben nagelaten, wat voor hen onbereikbaar is, wat ze niet hebben
en wat ze allemaal niet weten.
Dan zijn er nog mensen die niet definiëren, laat staan een ‘zelf’, ze sommen niets op,
ze bereiken moeiteloos niets en niets is onbereikbaar, ze hebben niets te verliezen,
maken geen onderscheid tussen weten en niet-weten. Deze laatsten zijn vrijwel niet te onderscheiden van andere niet-menselijke dieren.
F.Wildesheim, Dagboekfragment uit ‘Nalatig Heden’.
Die bewuste emmer
Niet veel mensen weten het, maar dingen zijn bewust, als je ze tenminste zo ruim bent om ze bewust zijn te verlenen. Niet alle dingen hebben zintuigen. Niet alle dingen hebben dezelfde zintuigen. Sommigen hebben zintuigen die anderen ontberen.
Dingen zijn zogezegd locked-in…
ze hebben geen besturing over hun lichaam om zich kenbaar te maken.
De emmer in de tuin heeft zich leren kennen in het gebruik en vooral in
lange perioden van onbruik. In perioden van onbruik herinnerde ze zich
haar eerste bruikbaarheid, haar eerste betekenis. Zoals bekend ontstaat betekenis in het gebruik van de dingen. Daarna verzonk ze in de paradijselijke staat, voor het geboren zijn. Vaag droomde ze dan van haar moeder die een mal was, een mal gevormd van het bewustzijn van de mallenmaker.
De emmer vindt niets heerlijkers dan de herhaling van het gebruikt worden.
De hele holte van haar vorm verlangt naar vervulling, liefst tot aan de rand
zodat de waterspiegel bol staat en de maan erin kan drijven.
Het kan nooit genoeg regenen in het leven van een emmer,
regen is haar een eindeloos genoegen.
Het water vormt een lens waarmee de emmer naar de sterren kijkt.
Een emmer is zich bewust van heel wat zaken. Haar zwaarte geeft aangename druk op haar bodem, een druk die toeneemt naarmate er meer water valt.
Ze voelt dan ook haar flanken uitzetten, dan geeft zich totaal over aan die sensaties.
Ik heb haar vaak veronachtzaamd, jaren verwaarloosd.
Haar hengsel hing doelloos in rust te roesten.
Nu ik dit weet neem ik haar af en toe op schoot.
Regen maakt de emmer één en al tot oor, druppels betrommelen haar bodem, haar hele lichaam trilt ervan. In drogere tijden vangt en werpt ze met schaduwen, die haar meer gestalte geven.Ze voelt dat de zon aan één kant haar huid verwarmt, terwijl haar achterkant zo koel blijft, ze geniet van die tweeledigheid. In haar ledigheid voelt ze dat zij de hele hemel kan omvatten, een emmer vol hemel, sterren en al.
Fooibriefje
‘Stilles bescheidener leben gibt
meer glück als erfolgreiches streben
verbunden mit beständiger Unruhe’
Albert Einstein, november 1922. Tokyo
Dit briefje dat Einstein als fooi aan een Japanse ober gaf bracht onlangs meer dan 1 miljoen euro op, waarom eigenlijk?
Omdat het onbedoeld een betekenisvolle voetnoot bij de geschiedenis is?
De verwoestende geschiedenis van Hiroshima?
Omdat het iets zegt over het streven naar succes en bereiken van geluk?
Leest het nu als waarschuwing: pas op met datgene waarmee je succes wilt bereiken?
Inmiddels zijn er mensen die uiterst succesvol zijn met
‘beroemd zijn vanwege grote bekendheid’.
Wie koopt zo’n briefje, voor dat bedrag en met welk doel?
Een gelukzoekende miljonair?
Zonder pauze
Zintuigen zouden de instrumenten zijn die deze symfonie van de belevingswereld opvoeren, dit alomvattende gesammtkunstwerk. Alles maakt onherroepelijk deel uit van dit ‘meesterwerk zonder meester’…zonder partituur…zonder dirigent die de maat van ons hart slaat.
Geen partituur, dus geen componist.
Dat zou betekenen dat het belevingslichaam dit wereldstuk hier ter plekke genereert… en dat het bewustzijn het ene en enige aanwezige publiek is.
Dit zou betekenen dat leven een onafgebroken improvisatie is binnen en van alle domeinen.
Het bewuste publiek is buitenzinnig stil van vervoering.
Nooit klinkt er een slotapplaus, het stuk speelt voort zonder pauze.
(Denis Noble, The Music of Life, Biology beyond Genes 2006)
Kunsteducatie
Als mijn vader iets niet begreep zei hij:
‘Ik krijg er een kunstkop van!’
Karel Appel noemde hij steevast Piet Peer.
Als iets hem te sentimenteel was of te emotioneel jammerde hij:
‘Tranen van gevoel biggelen over mijn smoel!’
Of dan vroeg hij :
‘Weet je wat mooi is?’
Ik wist dat nog niet.
‘Viool, dat is zo mooi…en weet wat nog mooier is?’
Ook dat wist ik niet.
‘Twee violen…en weet je wat het allermooist is…een jukebox’
Als kind sleepte ik mijn ouders mee naar museum Boymans
of ik liet ze een echt boek met letters zien uit de bibliotheek.
Dan zei mijn vader: ‘Mooie kaft!’
Moeder wilde vroeger wel eens lezen, stripjes in de krant.
Opa riep dan:
’Ga wat doen, je verleest je verstand!’
Vers van het Veld
Photo:Jelle Touw © 2017
Vers van het Veld
Photo:Jelle Touw © 2017
Monitor
De naaktgeboren geest stoffeert zich met denkbeelden,
meestal tweedehands gedachtengoederen.
Trek ze er één voor één uit, als haren uit een wrat.
Wat resteert er dan nog…behalve het detecteren dat er geen haar meer te detecteren valt?
Het monitorscherm blijft leeg, maar wat merkt op dat het leeg is?
Kortom: Wat is de baas van de bovenbaas, wat controleert de controleur?
F.Wildesheim, uit ‘Nalatig Heden’ , dagboekfragmenten




