Vers van het Veld
Malen
Vaal Veulen was moe toen hij opstond om het ontbijt voor meester Tandeloos te malen.
In zijn hoofd en hart maalde het ook nog. Vreemde droombeelden hadden zijn slaap verstoord. Terwijl hij de haver maalde om er pap van te koken bleven flarden onverteerde droombeelden hem bezig houden.
‘Wat betekenen zulke droombeelden, wat willen ze zeggen?’ ,vroeg hij aan Tandeloos
die in zijn nachthemd op het tuinbankje zat.
Tandeloos gaapte naar het ochtendzonnetje en bleef lang stil.
‘Wat is belangrijker…Wat je bent ?…Hoe je bent?….of Dat je bent?’ ,vroeg hij nog een beetje schor.
‘Dat je bent natuurlijk’ ,wist Vaal Veulen onmiddellijk.
‘Precies….dus Wat en Hoe komen pas later op bezoek bij Dat!’ ,verklaarde de oude
rustig met z’n ogen nog dicht in het zonlicht, ‘Droombeelden zijn het levende bewijs dat er iets wakker is in je droom, het wakkere Dat’
‘Maar wat is dan de betekenis?’ ,wilde de jongen weten.
‘Dat is de echte betekenis van alle dromen, dat ene wakkere’
Vaal Veulen keek naar de kale meester alsof hij water zag branden.
‘Het verhaal van de betekenis is alleen maar weer een nieuw droombeeld’ ,sprak de kale bedaard, ‘…en waar blijft de haverpap eigenlijk?’
‘Maar wat dan?’ ,verzuchtte de jongen die al lang met malen gestopt was.
‘Dan kun je altijd nog met open ogen deze dag verder dromen, als het wakkere,
deze dagdroom is vreemder en mysterieuzer dan alle nachtdromen bij elkaar’
‘Ik begrijp er niets van’ ,erkende Vaal Veulen.
‘Dat klopt, het wakkere kan hier geen pap van maken, maar dat hoeft ook niet,
want wie zit er nu op droombeeldenpap te wachten…en wie zou dat moeten eten?
Vaal Veulen keek nu anders naar de dagdroom en zei weifelend:
‘Als ik het goed begrijp valt het niet te begrijpen?’
‘Kom zitten’ ,sprak Tandeloos begeesterd, ‘we drinken vandaag het zonlicht in,
om het wakkere verder aan te wakkeren!’
Vers van het Veld
Terrasje
Zij vermoedde bij de obers die zulke terrasjes arrangeerden
een aangeboren zintuig voor ‘Sprezzatura’. Dat wonderlijke
begrip dat ‘voorname slordigheid’ voortbracht, ‘achteloze virtuositeit’.
Zoals de weeffout in het Perzische tapijt een
kenmerk vertegenwoordigde van levendige volmaaktheid.
Er werd al genoeg dode schoonheid geproduceerd, wat natuurlijk
een onmisbare referentie vormde voor het sublieme.
Terrasje
God, wat hield zij van terrasjes,
kleurige terrasjes verdrinkend in het zomerlicht,
waar het schaduwgebladerte van liefst een oude plataan
aan tafel zat samen met het vleugje wind.
Een verstild verheugen overstroomde haar hart
alsof het steeds weer die eerste zomer zou worden.
Ze probeerde zich de allereerste zomer ooit
voor te stellen. Er moest toch ooit een eerste zomer
op aarde geweest zijn?
Dat moest zo mooi zijn geweest, onvoorstelbaar mooi.
Of was het jammer dat er toen nog geen terrasjes waren?
Terrasje
Soms vond zij een zomerterrasje zo mooi,
dat ze het zonde vond om er te gaan zitten.
Dat had ze ook wel eens met een mooi opgemaakt bord
eten in een restaurant, zonde om op te eten…
Hoe vaak was ze dan niet weggelopen uit het restaurant,
puur uit esthetische overweging, uiteraard wel
na een welgemeend excuus.
Verkennen

Uitnodiging voor een blinde verkenning, ergens…
Om het avontuurlijke karakter van het verkennen optimaal te maken
spreken we nergens speciaal af, uiteraard met daarbij de mogelijkheid inbegrepen
dat we elkaar mis kunnen lopen.
Ik zal mij zo onopvallend mogelijk ophouden in de openbare ruimte.
U kunt mij herkennen aan het ontbreken van specifieke kenmerken,
om u volledig vrij te laten zelf te bepalen wat kenmerkend is volgens uw norm,
als u daar al een norm voor hebt?
We spreken geen vooraf bepaald tijdstip af ten behoeve van de spontaniteit.
Ik stel voor dat we ons niet voorstellen aan elkaar, elke voorstelling vooraf werkt beperkend voor een echte ontmoeting.
Ik stel alleen een wachtwoord voor waarmee u mij kunt aanspreken wanneer
u uw vermoeden helder bevestigd wilt hebben.
Het wachtwoord luidt: ‘Ben u het?’
Ik zal dan zeggen, als ik het ben: ‘Ja, ik ben het!’
Om aan mij kenbaar te maken dat u het eveneens bent kunt u nogmaals vragen:
‘Bent u het echt?’
Waarop ik zal antwoorden: ‘Ja’ ,er van uit gaande dat ik het ben…
Daarop kunt zeggen: ‘Ik ook’ ,mocht u het echt zijn…
Wat schittert er door afwezigheid?
Dansje
Vaal Veulen had zojuist de waterkruik laten vallen…
‘Waarom zijn de dingen precies zoals ze zijn?’ ,vroeg hij aan meester Tandeloos terwijl hij hem de verse scherven toonde.
‘Ruimte geeft de dingen hun vorm…ruimte is de mal die naadloos om alle tienduizend dingen past, welke vreemde vorm ze ook hebben’
‘Hoe komt ruimte zo veelzijdig?’ ,vroeg Vaal Veulen.
‘Ik weet het niet, wellicht omdat ze overal tegelijkertijd is?….zie je deze plank’ , ging Tandeloos verder: ‘ruimte bepaalt nauwgezet haar lengte, breedte en dikte…ze sluit overal nauwkeurig aan op de huid der dingen.
Zie deze kapotte kruik, ruimte heeft haar gevormd als een gat dat haar van binnenuit omvat…nu is de vormruimte weer vrij’.
‘Maar meester, ruimte heeft geen handen, hoe kan ruimte dan alle dingen vormgeven’.
‘Ruimte maakt gebruik van onze lege handen, van ons lege hoofd, door onze lege handen wordt klei vormgegeven tot een kruik’.
‘En als wij vol zijn?’
‘Dan kan ruimte haar werk niet doen, volle handen kunnen niet vrij handelen, een vol hoofd kan niets ontvangen’.
‘Zijn wij dan eigenlijk geen ruimtewezens?’
‘Ruimtewezens…’ , Tandeloos proefde het woord alsof hij het nog nooit in zijn mond had gehad, ‘wellicht zijn wij geland op deze wonderlijke planeet om handen en voeten te geven aan de ruimte’.
Tandeloos maakte nu een vreemd buitenaards dansje met zijn oude lichaam.
‘Zie je….ruimte werkt spontaan door ons heen, niemand hoeft daar iets voor te doen’.
‘Ik begin steeds minder te begrijpen wat ruimte is’.
‘Daarom wordt ruimte ook wel het mysterie ongeschapen scheppen genoemd’.
Vaal Veulen begreep er niets van en gaf zich over aan het dansje van Tandeloos.
Het voelde alsof zijn hart een gat in de lucht sprong.






