Boodschappen

‘Wat kijk je bedrukt, Veulen’, zei Tandeloos opgeruimd,
‘hoe was het leven in de stad, was er iets te beleven?’

‘…Ik heb wel alle boodschappen gevonden…zei de jongen weifelend,
‘Ze vroegen alleen lastige vragen…wat ik later wilde worden…of ik net zo wilde worden als…?’

‘Ach, je kreeg een ongevraagde boodschap, maar ik begrijp het…net zo worden als die oude tandeloze gek zeker?’, vulde de oude lachend aan.

Vaal Veulen keek beschaamd naar de grond.

‘Dat is toch een heel gewone vraag!’, zei Tandeloos opgewekt, ‘de vraag is alleen niet compleet…’

‘Hoe luidt de hele vraag dan?’

‘Wat wil je later worden… als je alleen maar nu kan zijn!’ ,terwijl zijn wijsvingers naar elkaar wezen. Met één oog keek Tandeloos scherp naar de ruimte tussen zijn wijsvingers.

‘Nu zijn!’, proefde Vaal Veulen die zijn lippen likte.

‘Wat dacht je trouwens over dat later en wat je dan wil worden?’, vervolgde de oude.

‘Ik weet het echt niet…als ik het nu al niet weet, hoe zou ik het later dan moeten weten?’

‘Het is ook heel mooi, Veulen…. om het blijvenderwijs niet te weten!’

‘Blijvenderwijs ?….maar dan weet je het… nooit?’

‘Nu-niet is nooit, maar nooit-niet is altijd’.

‘Onvoorstelbaar’, verzuchtte Vaal Veulen,
‘niet-weten en dat dan blijvenderwijs!’

Het bleef lang stil in het naluisteren van wat er gezegd was.

‘Hoe kwamen we hierop, meester?’

‘Het kwam als bijvangst samen met die ongevraagde boodschap’.

‘Dus nooit een ongevraagde boodschap aannemen, meester?..’

‘Inderdaad, maar wel kijken of er bijvangst is!’

Mist

Berg Fuji verbergt zich
midden in het zicht
van de dagjestoerist

weggedommeld ligt ze
onder een deken van nevel
een droom van dichte mist

niemand mist haar
schitterende afwezigheid
zonder ondergronds geronk

Tojo leidt bezoekers
rond door de lage wolken
als een blindegeleidehond

ze zijn er stuk voor stuk
geweest, daarvan getuigen
hun volgeschoten fotocamera’s

haarscherp vastgelegde waterdamp
met dank aan de Kami

Osho Ozamaki uit ‘Meester van het Manke Vers’ Futonpress 2016

(Tojo: Tokyo Joe, gids op Mount Fuji)

Ballon

Mijn goede vriend Cees Beulgens is u misschien wel bekend. Niet vanwege zijn naam, maar ongetwijfeld van zijn werk. Zijn werk staat, hangt en zweeft in de bekendste musea, zij het niet door hem gesigneerd. Cees boetseerde van kindsbeen af naar de natuur, een wonderkind op dat gebied. Hij copieerde virtuoos dieren, objecten, mensen, niet van echt te onderscheiden. Zo raakte hij spelenderwijs verzeild op de kunstacademie, zijn techniek was al uitmuntend toen hij begon, wat kunst inhield zouden ze hem daar wel bijbrengen in vier jaar. Hij studeerde cum laude af voor de uitvoering, maar het kunstgehalte vond de commissie onder de maat. Cees was naar de natuur blijven werken, alleen het formaat blies hij soms op, of liet het krimpen, toen vond men dat een kunstgreep.
Zijn techniek had hij alleen nog verfijnd door de huid van het beeld te perfectioneren.
Cees had geen verhaal bij zijn beelden. Het werk had geen succes.
Hij klaagde tegen mij vaak over het feit dat hij geen idee had wat kunst was. Dat hij geen idee had wat een goed idee was om te realiseren.
Zijn beelden zagen er te onecht echt uit, zoals sommige tropische vissen er te exuberant, te gelikt uit kunnen zien.

Rond 2004 kregen andere kunstenaars lucht van zijn kunde. Zijn marktwaarde steeg onder de clausule van strikte geheimhouding. Beulgens werd ingehuurd om briljante invallen van kunstbroeders uit te voeren. Hyperrealisme werd een rage.
Deze week is hij er definitief mee gestopt. De schapen zijn op het droge. De drijfveer om die sublieme natuur te copiëren bleek opeens gezonken, Cees had ervan genoten. Wat kunst is weet hij nog steeds niet.
Zijn laatste werk betrof een enorme ballon.
Het werk zweefde in een kerk. Cees verklapte mij dat het gewoon een echte enorme ballon was, gevuld met helium.
De ballon liep heel langzaam leeg gedurende de maandenlange expositie.
Uiteindelijk hing het restant over de kansel.
Cees vond het een mooi beeld. Hij had het niet mooier kunnen verzinnen.

Gieter

Vaal Veulen keek met verbijstering naar meester Tandeloos die met een lege gieter bij de vijver in de weer was. Hij kon niet goed zien wat de oude daar uitspookte.

‘Wat ben u aan het doen meester?’ ,vroeg hij voorzichtig.

‘Ik ben de stilte aan het teruggieten in de vijver zie je?…je zei gisteravond toch dat er zo’n stilte uit opsteeg?’

Soms begon Vaal Veulen te twijfelen aan de helderheid van de oude geest. Even later zag hij Tandeloos in de moestuin een kuil graven.

‘Gaat u een boom planten?’, vroeg hij.

‘Nee hoor, ik schep wat ruimte…moet je eens zien wat een berg ruimte hier onder de grond zit!’, zei Tandeloos met een vreemd lachje.

Vaal Veulen voelde een lichte droefheid in zijn hart ronddwalen.
Weer later die dag zag hij hoe de oude energiek het stenen plaatsje aan het bezemen was, maar wat hij daar wegveegde kon Vaal Veulen niet ontdekken.

Tandeloos zag de jongen verbaasd kijken en legde uit:
‘Ik veeg die vuile schaduwen weg, zie je…ze liggen overal!’

‘Maar, ze blijven gewoon liggen meester, dat lukt toch nooit zo!’

‘Het gaat er niet om of het lukt Veulen, het gaat om de toewijding!’, verklaarde Tandeloos, ‘Kom naar binnen, dan laat ik je iets zien’.

Tandeloos nam een kruik mee naar binnen, deed de deur dicht en sloot de gordijnen.

‘Waarom, maakt u het zo donker?’

‘Omdat je anders niet zo goed kunt zien!’

Tandeloos fluisterde: ‘Let goed op, ik haal nu de stop van de kruik…!’

Vaal Veulen kon zijn ogen niet geloven.
Een klein zwermpje vuurvliegjes vloog door de kamer, ze verzamelden zich rond de veldbloemen die op tafel stonden.

‘Zo is het Veulen, leven vanuit je eigen licht…
je dacht vandaag zeker, die oude Tandeloos ziet ze vliegen, nou dat klopt aardig jongen… of het nu ruimte is of schaduw of stilte of een vuurvliegje, ik zie ze vliegen en bovendien geven ze mijn oude hart vleugels!’

‘Dat is zo gek nog niet’ ,moest Vaal Veulen erkennen.

‘Vanavond mag je ze vrijlaten, maar nu nog niet…ze zouden verdwalen in die zee van licht’.