Smeltwater
Scheppen is je nu herinneren wat er in de toekomst al gebeurd is.
Verbeelding herinnert zich liefst het onmogelijke.
Het onmogelijke is een ijsschots in de zee van mogelijkheden.
Steeds als je erop klautert breekt het randje af en blijkt het dus mogelijk.
Het smelten duurt soms alleen even.
Roedelbeheer
Het loopt niet lekker met het honderwijs. De honderwijzers lopen achter een roedel loslopende feiten aan. Jonge honden willen gewoon loos, als dolle honden tekeer gaan,
elkaar van zich af leren bijten. Ze willen niet waaks zijn, niet dienstbaar, geen pootjes geven, niet luisteren. Ondankbare honden. Brave honderwijzers zitten netjes op en worden honds afgeblaft door de baasjes die het honderwijs beschouwen als uitlaatdienst, als roedelbeheer.
Taartje
Op vijf april 1954 hakte Miep, dochter van Nescio, de knoop door:
“Als ik een taartje eet heb ik lak aan de eeuwigheid”.
Nescio spreekt haar niet tegen.
Niet de eeuwigheid, maar het hier en nu om te genieten…
Is Nu in tegenspraak met Eeuwigheid?
Sluit het éne het ‘andere’ éne uit? Of is een plus een één.
Wat één is kan niet buitensluiten.
Hoe, waar en wanneer zou eeuwigheid anders beleefd kunnen worden dan hier en nu?
Nu is de tijdloze poort tot welke beleving dan ook.
En ook eeuwigheid heeft nu als begin voor degene die haar kwijt denkt te zijn.
Nescio langs de mystieke meetlat van de literatuurwetenschapper.
De loopkip in de ren geeft uitleg over de verheven vlucht van de buizerd.
Kreeg vandaag een mail:
Dit bericht heeft geen inhoud.
Zonder afzender.
Petite Philosophie du Nez
“De neus mag dan de zetel van de intuïtie verzinnebeelden, maar dat wil niet zeggen dat men er gerieflijk en zelfvoldaan in kan gaan zitten.
Toch ziet men dit verschijnsel veel om zich heen, mensen die in hun neus zitten, als betrof het een gecapitoneerde crapeau….”
“Het reinigen van de neus verdient de hoogste prioriteit.
Een neus zelf dient geurloos te zijn om intuïtie te kunnen ruiken.
Intuïtie is zelf ook geurloos en vraagt daarom de meest verfijnde vorm van ruiken”
‘Met de neus naar voren geboren worden’…luidt het gezegde.
Hetgeen wil zeggen dat de neus richting geeft aan het stuurloze bestaan…
De neus is zowel de voorsteven als het roer van het vaartuig dat mens heet.
Het ruikvermogen staat immer paraat op de voorplecht…
Ver voor er land in zicht komt zal eerst de geur zich melden, het land komt eventueel later of nooit…”
“Als de neus het niet zelf ruikt zal ruiken aan andere neuzen die het wel hebben geroken niet helpen…”
“Van het gerecht des levens ruikt niemand de geur, want:
wie is het die ruikt? Het is niemand anders dan de neus, de neus is een heus niemand…”
“De neus is blind maar neemt daarom des te scherper waar door zijn neusgaten. Wat is geur anders dan de verdamping van een directe ervaring die nog ergens op jou ligt te wachten?
Zo beschouwd is intuïtie een herinnering aan een toekomst. Dankzij de neus kan de mens zich verheugen op herinneringen aan ervaringen die in een toekomst nog gaan komen…”
“De neus steekt zich graag in andermans zaken en ruikt daar meestal zijn eigen ongewassen staat. Het is dus zaak de neus goed te wassen en te snuiten alvorens hem uitsluitend nog in eigen zaken te steken tot men is uitgeroken…”
“Een goede neus behoeft geen wind, windstilte is het paradijs voor de neus. In het windstille geurparadijs liggen de geuren keurig gelaagd op elkaar als millefeuille…”
“Een sublieme geur geeft de neus vleugels en daarmee krijgt de geest ruimte.
Er bestaat uiteraard geen sublieme geur zonder een sublieme neus… onder het sublieme versta ik het ruiken van het mogelijke, het onmogelijke, het onbestaanbare…”
“Creativiteit is het vermogen om de geur te ruiken van dingen die niet bestaan…nog niet bestaan…, de neus is in deze zin het geboortekanaal van het onbestaanbare”
“Een neus is om te ruiken, niet om een neuslengte voor te liggen op andere neuzen…”
Enkele vertaalde citaten uit :
‘Petite Philosophie du Nez’
Claude-Michel Beausavage
Kosmopolieten

We hebben de eerste mens naar de maan geholpen. Wat zag hij daar en wat zei hij?
‘Onze blauwe planeet is uniek, een oase in de ruimtewoestijn, kwetsbaar’.
De doorgewinterde objectieve wetenschapper kreeg zowaar een spirituele ervaring.
Om dit meest simpele feit te realiseren moest een enorme ruimtereis ondernomen worden, terwijl een simpele reis naar binnen je hetzelfde inzicht kan brengen.
Stil zitten is genoeg.
Een wereldberoemd hoboïst reisde de hele planeet af om concerten te geven.
Hem werd bewonderend gevraagd:
‘Wat heeft u dan veel van de wereld gezien…u bent wel een echte kosmopoliet?’
In alle bescheidenheid gaf hij antwoord:
‘Welnee, dat is een groot misverstand, ik heb alleen maar hotelkamers gezien, de lobby en de televisie…ik was te nerveus voor het concert om de stad in te gaan en de volgende dag moest ik mijn vlucht weer halen, op naar de volgende triomf…’
Wij kenden een piloot met hetzelfde verhaal. Hij vloog op alle hoofdsteden.
In één week, Rio, NewYork, Delhi, Berlijn, Stockholm.
‘Ik slaap altijd in hetzelfde hotel in welke stad dan ook, ik loop het hotel uit dat straatje in met die krantenkiosk op de hoek, haal mijn krantje en ga terug naar het hotel.
Rusten voor de volgende vlucht. In mijn hoofd is de wereld een dorpje van hoofdsteden met 1 hotel’
De grootste uitdaging voor de mens lijkt, om te zijn waar je bent.
Voorlopig
Het is maar voorlopig.
Wat dan?
De loop der dingen.
Je bedoelt: het loopt zoals het loopt?
Natuurlijk, en ook als het helemaal niet loopt.
Dan loopt het uit de hand…
Uit de klauwen…
In de soep…
Op de zaken vooruit…
Achter de feiten aan…
Weet je, ik vind het voorlopige zo terloops!
Ja, mooi hè?
Vind je?
Ja, omdat het voorlopige zo permanent tijdelijk is…
Hoe bedoel je, het voorlopige is toch juist niet blijvend?
Precies en dat blijft, zoals ook de verandering niet verandert.
Dat is toch hetzelfde, verandering is het voorlopige.
Laten we daar voorlopig van uitgaan.
Zou er geen ‘Ministerie van Terloopse Zaken’ moeten zijn.
Waarom dat dan?
De dingen gebeuren terloops…in het voorbij gaan.
Dat zou dan een ministerie zijn dat niets organiseert, niets regelt, geen planning…
Inderdaad, en daar zou ik dan wel geen leiding aan willen geven.
Dat doe je toch al.
Hoezo, je verwijt mij toch geen nalatigheid.
Welnee, ik prijs je erom.
Nalatigheid wordt sterk onderschat.
Vers van het Veld
Wit
Er ligt een dik pak sneeuw in de geest. Elk woord klinkt verstild onder deze witte deken. De denkbeeldige dingen zijn door wit omvat, in maagdelijke onschuld verpakt. Het vuil is witgewassen, schoon. Wonderlijk dat deze sneeuw nooit kan smelten, ze is immers denkbeeldig. Zo kan ook leegte niet verdwijnen.
Winter van de ziel. Permafrost van de geest.
Is de leegte dan ook denkbeeldig?
Natuurlijk, het woord leegte is ook een concept.
Echte leegte is geen concept, geen woord , geen beeld.
Maar onder die denkbeeldige sneeuw ligt toch nog steeds dat vuil?
Inderdaad, denkbeeldige vuil, net zo denkbeeldig als die sneeuw.
Hoe kan elk woord stil klinken, verstild?
Het is maar poëzie hoor, stilte klinkt natuurlijk nergens naar,
Denkbeeldige stilte bestaat niet, dat is slechts herrie in dit gedicht.

