Beurt
Ik zat in de wachtkamer samen met de andere dromen…gelaten wachtend tot ik aan de beurt was. We hoefden geen nummertjes te trekken. Onze beurt moesten we zelf in de gaten houden. Wie er nieuw binnenkwam vroeg welke droom er het laatst binnengekomen was. Zo hield iedereen dus de voorlaatste in de gaten.
Omdat het vroeg in de ochtend was waren twee dromen in slaap gevallen waardoor er zomaar iemand voor zijn beurt ging. Aanvankelijk leek er niets aan de hand…tot de volgende patiënt werd opgeroepen. Er ontstond meteen een ruzie over wie er aan de beurt was. De droom voor mij had het recht omdat de voordringer voor hem was, vond zij. Andere dromen vonden dat zij aan de beurt waren en zij op hun beurt ook weer.
Het leek wel een nachtmerrie kibbelende dromen.
Door het kabaal kwam de droomdokter zijn behandelkamer uit.
Of het nu ‘ns allemaal wat minder kon…nu was hij verdomme wakker geworden….zo kon hij toch niet werken! ,riep hij verstoord.
‘Waar wachten jullie nog op?….ik verwacht de eerstvolgende nu!…en hij wees mij aan”.
Ik was overrompeld omdat ik had zitten mijmeren over mijn aanstaande genezing…en nu was het plotseling al zover.
In de behandelkamer trof ik de behandelend arts slapend aan met een wit infuus in zijn arm.
‘Ja, zo gaat hij meestal te werk’ ,verklaarde zijn assistente die mijn verbaasde blik zag. Zij begeleidde mij naar een soort aquarium waar ik in moest stappen zodat ik kon oplossen tot een melkwitte vloeibare substantie.
Het voelde heel sereen om zomaar op te gaan in het basin met droomvocht dat rechtstreeks naar de aderen van de arts werd geleid. Daar ergens binnen…zou ik worden weggedroomd, eenmalig, voor het eerst gezien en beleefd.
“Wat een idiote droom is dit nu”, hoor ik de arts middenin zijn behandelslaap nog schreeuwen, “mijn hele wachtkamer is leeg…en een stem roept mij op: ‘Er zijn geen wachtende meer voor u!…Voorkomen is beter dan dromen!’”.
Leven gaat voort vluchtig als een droom, blijvend niet onopgemerkt.
Vers van het Veld
Wissen
Ik ontving een mobiel bericht:
“…Dit bericht is verwijderd!…”
Lees ik hier nu iets dat afwezig is?..,
vroeg het mij spookachtig af.
Even later keek ik nog een keer.
Het bericht was verdwenen.
Waar kan een bericht dat er niet is naartoe?
Naar het ‘onuitwisbare’…?
Hoe kan niets onuitwisbaar zijn?
Of kan juist alleen ‘Niets’ onuitwisbaar zijn?
Ik ging mij weer bezighouden met de ‘echte’
dagelijkse dingen, je kent ze wel:
al die tienduizend uitwisbare dingen
die houvast lijken te geven.
Raster
Ooit uitgestrekt weilandschap,
hoogspanningskabelloos.
Alle wegen waren nog weg,
één grazige zee tot aan de horizon.
Nu lijkt de leegte klaarlicht ontvreemd,
door wolkenkrabbers gegijzeld.
Vrij hemelruim ingekamerd.
Beton bloesemt afgemeten en grijs.
Onverkavelde geesten grazen zich
een weg tussen de tegelrichels,
ze knagen mazen in het raster,
zonderen zich uit op deze regels.
Echter
Velen vinden leven een zware klus.
Ze hebben hoge eisen en geen geduld.
Jouw kinderhart is echter gauw gevuld.
Je bent al zo blij met een mooie mus.
Vers van het Veld
Lijm
Een alleen gelaten knoopsgat,
vijf losse gaatjes van een oude leren riem,
verdwenen ruimte in de volgepropte koffer,
de tochtende kier in het raamkozijn.
Een uitgegluurd sleutelgat,
de okselholte van een boomtak
waaronder het verlaten spechtennest
samen met welke vergeten herinnering?
Met het afwezige aanwezige als lijm
kleeft deze verzameling bijéén
tot een kaal verhaal van geen.
Gebrom
Als Nirvanees slaat hij natuurlijk nog geen bromvlieg dood.
Uiterst behoedzaam vangt hij met veel moeite de ronkende stoorzender in een glaasje.
Bij het open raam laat hij hem monkelend los:
‘Zo en nu wegwezen…met je Boeddha-natuur!’



