Er is een geluk dat niet toegeschreven kan worden aan ‘iets’.
Je hebt geen idee waarom geluk er is. Geluk is geen object,
daarom helpt najagen van geluk ook niet. Objectloos geluk zou je
fantoomgeluk kunnen noemen. Binnenpret om niks lijkt op een
spookfeestje, niemand is uitgenodigd. Die niemand is heel geestig,
aanwezige afwezigheid speelt het spel van zijn en niet zijn.
Palm
Opeens had de doofstomme jongen mijn arm gepakt
om in mijn lege handpalm te ‘schrijven’. Ik begreep
zijn schrifttekens niet die hij in mijn handpalm schreef,
maar zijn handeling op zich was al van pure poëzie.
Wat als kunst niets is dan raken en geraakt worden…
Wat is er dan geen kunst? Later begreep ik pas dat ik
doofstom was voor hem en onthand bovendien, taalloos.
Hand
Woorden leken op de vingers van een verloren handschoen.
Samen vormden deze lege vingers van leer een zin, een betekenis van
een ding dat verwees naar de echte hand van botjes, vlees en warm bloed.
Een levende hand, een directe ervaring uit de eerste hand.
Nooit zal taal iets anders zijn dan een machteloos tastende handschoen,
een machteloos grijpen naar het ongrijpbare. Schrijven is een falen dat bij voorbaat vast staat, succes verzekerd. Dit toch steeds weer proberen heeft iets heroïsch,
het is de euforie van het vergeefse dat een heel eigen schoonheid in zich bergt.
Enigma

Iets leren is een dingetje, iets afleren is geen dingetje. Enigmatisch simpel.
Afleren is zo moeilijk omdat het te gemakkelijk is, het is geen handeling.
Het is ‘het’ laten afweten, het nalaten van elk proberen.
En als het kwartje valt, raap het niet meer op. Wees dankbaar dat het viel.
Je kunt het toch niet thuisbrengen. En al zou je het kunnen thuisbrengen,
er is daar toch niemand aan wie je het zou kunnen uitleggen, die euforie.
Weer

De weersbeschuldigingen van gisteren zijn vandaag weer eens niet bewezen…hetgeen veel weerzin wekt. De dagelijkse verdachtmakingen aan het adres van het weer moeten altijd eerst eens bewezen worden. Het weer is onschuldig tot het weerbericht bewezen is. Het weer gaat in beroep tegen het weerbericht, dat geen neerslag van betekenis voorspelde. Ze staat sterk in de zaak omdat het evident is dat de voorspelling er gezien de aanhoudende plensbuien er weergaloos naast zit. De goede naam van het weer moet van alle laster gezuiverd worden. Het is wachten op uitslag van het proces. De advocaat van de weerman voert het weerwoord. Zijn verweer is dat zijn cliënt voorspelde uit noodweer. De rechter trekt deze bewering sterk in twijfel en noemt het weerzinwekkend. Voorspellingen zijn voortaan verboden om het weerloze te beschermen. Advies aan de bevolking: ‘Ga zelf de straat op of kijk uit het raam, maar laat het weer daar buiten!’
Mengsel
We leven in een tijd van vermenging, het blendertijdperk. Alles permanent te koop, winteraardbei, zomerspruitjes, alles kan ieder moment genuttigd. Veertiggranenbrood, multivruchtensap, honderdsmakenyoghurt…men pleurt alles gewoon maar gezellig door elkaar, het is weer eens wat anders. Het zal niet lang duren tot de Sinterkersthaas heel het jaar op afroepbasis in zijn leger ligt om te herdenken dat er geen tradities meer bestaan…het hele jaar smaakt het naar speculaas van helaas. Hetzelfde lijkt dan ook weer eens wat anders als het kennelijk steeds verschillend moet zijn.
Borowinak
De Borowinaken, inboorlingen van het Stille Zuidzee-eilandje Borowinak hebben een speciale leefcyclus gecultiveerd, onlangs door antropologen gedocumenteerd.Het concept dood heeft voor hen een heel andere betekenis. Het vooruitgangsconcept kennen ze niet, ze leven cyclisch of in de woorden van het stamhoofd spiralenderwijs…
De Borowinak keert halverwege zijn leven terug tot de moederschoot. Hun levensjaren tellen ze niet. Ze besluiten zelf wanneer de ‘heenweg’ van hun leven klaar is en het tijd is om de ‘terugweg’ te nemen. Dat gebeurt middels labyrintische rituelen, geheime inwijdingen waar ik niet verder over wil uitwijden. Is de ceremonie klaar dan leeft de ingewijde zijn leven terug door al wat hij/zij leerde af te leren. Gedurende deze ‘terugleving’ wordt speciaal versierde kleding gedragen waardoor de medelevers weten dat de betreffende ontslagen is van alle aangeleerde plichten en begeleiding kan bieden. Hun terugreis brengen ze spelenderwijs door. Ze worden met eerbied en ontzag behandeld. Als de babytijd is aangebroken wordt de teruglever tot het begin toe liefdevol verzorgd in een rituele moederschoot van gevlochten riet. Meestal besluiten ze zelf niet meer te eten, teken dat de ‘teruggeboorte’ aanstaande is. In een grot van de ‘moederberg’ wordt de ‘ongeborene’ ondergebracht bij alle andere reisgenoten, dit alles gaat gepaard met een uitbundig feest in de geest der ongeborenen. De antropoloog die dit alles beschreven heeft is na zijn proefschrift teruggegaan naar Borowinak om zich daar te vestigen. Hij wilde liefst meteen met zijn terugleven beginnen.
Schoor
Onze dierbare schoorstenen,
zo verslaafd aan het roken
Ze moeten wel blijven walmen
om het wensvuur op te stoken.
Als surrogaatgoden scheppen ze ons
de meest overbodige, overtollige behoeften
die vergaan tot prachtige rookpluimen.
Zo mooi vergaan is droef & geestig
het onnodige verliezen is winst.
Een aandoenlijke melancholiefabriek.
Estafette
Egyptenaren vereerden dieren als belichaamde goden.
Evolutionaire voorouders. Dieren belichamen letterlijk
de fantastische verbeelding van de evolutie.
Zij schiepen ons met hun eigen vlees en bloed in een
eindeloze estafette, zonder eindstreep.
Nu zijn wij aan de beurt om het spiraalstokje
verbeterde genen door te geven of willen we winnen
en er een eind aan maken?
Terug evolueren kan natuurlijk ook…cellen inleveren….
Op naar het Pantoffeldier?

