“Schrijf het op zodat je het kunt vergeten” ,zei een oude schrijver mij ooit.
“Het geheugen is een spier die je kunt trainen, een spier die grijpt.
Vergeten is de spier die loslaat, schrijven helpt om los te laten.
Het wil gehoord en gezien zijn…vooral wat zich niet laat verwoorden.
Gedachten zijn gekooide vogels, opgeschreven zijn ze vrij om te vervliegen. Na het vervliegen blijft het onvergetelijke over. Dat wat vergat te sterven”.
Beek
De mensheid lijkt op een oeroud gebergte,
haar hoogste toppen liggen diep in het dal
te rusten op de bodem van de beek.
Klim dus niet als je naar de hoogste top wilt.
Waad door de beek en zie de toppen onder
glinsteren, schitterend glad geslepen.
Slijpsel in de stroom, vloeibare top.
Buro

Als hoogste ambtenaar van het ministerie Ruimtelijke Ordening keek
Tjebbe Fulthage vanuit de bovenste verdieping van ‘zijn’ beleidstoren.
De stad lag er uitgetekend bij. Tjebbe besefte dat hij de laatste tijd alleen maar dacht
hoe hij ruimtes kon verbinden. Hij begon zich dingen af te vragen: Hoezo zou ruimte eigenlijk geordend moeten worden? Waarom niet alles de ruimte geven? Hij leek toch eigenlijk wel gek om ruimtes te willen verbinden? Hoe kon ruimte anders verbonden worden dan door ruimte zelf?
Om te beginnen zou hij rigoureus alle deuren uit het ministerie laten verwijderen…als statement voor een fris nieuw beleid. Dat hele achterhaalde idee van binnen en buiten was toch een gevolg van dat rare ordenen van ruimte. Als er nu iets openbaar was dan was het toch wel de ruimte zelf. Deze lucide openbaring nam bezit van Fulthage. Alsof hij subiet bezeten werd, bezeten door de ruimte zelf. In een overweldigend visioen zag hij waar hij ook keek alleen nog maar ruimte, één ondeelbare ruimte. In een vlaag van begeestering zette Tjebbe zich vastberaden aan zijn buro om het beleidsplan ‘Ruimte’ te schrijven…Hij kreeg niets op papier, het witte vel bleef onbeschreven. In dat eindeloos turen naar het maagdelijk vel, bleef het eeuwig sneeuwen. Ruimtesneeuw.
Portret

Marcel Duchamp werd door zijn galeriehouder om een zelfportret gevraagd.
Hij stuurde een telegram met de tekst:
‘This is my portrait if I say this is my portrait’
Zo werd het telegram in de galerie opgehangen.
Toen de galeriehouder Duchamps bijdrage wilde belonen stuurde hij een telegram
met de tekst: ‘This is a cheque if I say this is a cheque’
Wat is het verschil tussen ‘echt’ geld en vals geld…tussen dollars en bitcoins…
tussen echt en virtueel? Het zijn allemaal concepten die echt lijken zodra men erin gelooft. Hoe meer gelovigen, hoe echter het lijkt. Make belief, belief makes!
Je moet het spel van de gelovigen meespelen of zelf vals geld gaan drukken,
niet van echt te onderscheiden, dat doen de banken namelijk ook.
In die zin zijn bankiers de grootste conceptuele kunstenaars. Hun oeuvre is saai, voorspelbaar en inwisselbaar. Pop-art.
Waarom zou je een bank beroven als je zelf bankier kunt worden…of conceptueel kunstenaar?
Bos

Marcel Duchamp werd gevraagd hoe hij zijn tijd vulde toen iedereen meende dat hij gestopt was met het maken van kunst. Hij antwoordde:
‘I’m a breather, I’m a ‘respirateur’ ,Isn’t that enough?’
Ik hou van kunst zoals ik van poëzie en mystici hou. Omdat hun verwoording in het beste geval een verwijzing is naar onmiddellijke transcendentie. Zo verwijzen kunstwerken in het beste geval naar de direct aanwezige levende werkelijkheid.
Een kunstwerk kan zelf nooit iets zijn, ze kan slechts verwijzen. Het kunstwerk blijft naar haar aard, hoe subliem ook, altijd kunstmatig, gekunsteld.
Wat zou Jacob van Ruisdael ons willen zeggen met zijn schilderijen?
‘Ga zelf naar buiten, kijk naar de echt levende luchten, luister naar die ruisende kruinen, ga op in het bos, verdwijn in het landschap, het is uw lichaam…?’
Natuurlijk wist Ruisdael niet wat hij wilde zeggen, daarom schilderde hij zo subliem.
Het is een buitengewone transcendente directe ervaring om vrij te kunnen ademen.
Daar is niets gewoons aan. De planeet aarde is een ‘Objet-trouvé’.
Ademen is het begin van levenskunst. Dit zal steeds duidelijker worden naarmate we de aarde ontbossen. Ademen transcendeert. Voor mij is Duchamp een dichterlijk mysticus.
Schilderij: de Oogst , Pyke Koch
Ook
Het kindje wist niets meer te zeggen,
maar zei zeer weloverwogen: …Ook…
Ook, is het beste argument ooit,
het beste argument vòòr alles.
Ook sluit niets uit…Ook omvat,
nodigt uit…Ook viert het geheel.
Ontmoet je een onoplosbaar probleem?
Zeg gewoon Ook…dit kan er Ook nog wel bij.
Onoplosbaar rekenen we Ook goed…
Weg met: Of dit, Of dat…Ook is beiden.
Ook is al.
Debat

Het is een wijdverbreid misverstand dat Nederlanders dezelfde taal spreken.
Taal bestaat bij de gratie van heldere definities. Definities zijn afspraken over betekenissen. Wat verstaan we onder een bepaald woord? Eenzijdige afspraken leiden tot onenigheid over betekenis. Idealiter zou iedereen het over de gebruikte definities eens moeten zijn. Het probleem is dat wij nog niet geboren waren toen er voor ons beslist werd wat iets betekent of niet. Er is nergens een instantie waar wij de definitie kunnen aanpassen zodat wij ons kunnen vinden in de betekenis. Nu is er een chaos van tegenstrijdige definities waar niemand zich in kan vinden.
Een zogenaamd maatschappelijk debat is dan ook zinloos als er vooraf niet eerst eenduidige definities worden afgesproken. Zo niet dan kunnen wij onmogelijk dezelfde taal spreken. Dan blijven het schermutselingen met definities. Het hoogst haalbare is dan dat we het eens zijn over het feit dat we het nergens over eens kunnen worden.
De taal van het hart is veel doeltreffender…één blik, één aanraking en je weet: dit is voor de rest van ons leven helder. Hoe leer je de taal van het hart spreken? Zonder woorden, vrij van definities. Ga in de leer bij het roodborstje, bij een paard, desnoods een muisgrijze ezel…je hond, je kat… Het is dierbare taal van niemand.
Vaasje

Wij waren als volk niet meer dan een fragiel vaasje, oreerde de visionaire leider. Geen heilige graal waren we, maar een breekbaar leeg vaasje. Geld voor bloemen in het vaasje was er niet. We waren wel een mooi vaasje, dat was toch al mooi genoeg. Het rottende bloemenwater in het vaasje stonk wel akelig, maar van buiten waren we van een zeldzame schoonheid. Had niet elke beschaving ooit gepoogd om een fraai vaasje te worden? Musea stonden er immers vol mee. We moesten onszelf maar stevig vasthouden anders zou het vaasje kunnen breken. En mocht het onverhoopt toch sneuvelen dan zou het onze eigen schuld zijn. Dan bleven wij zelf met de scherven zitten. De leider had er alles aan gedaan om dat te voorkomen door dit inspirerende visioen te schetsen. Het was eigenlijk een oproep om ons vooral gedeisd te houden, om begrip te hebben voor de enorme zware taak die de leider op zich had genomen om alles aan de markt over te laten. De leider legde uit dat wij als kuddediervolk offers moesten brengen aan de wolf van de vrije markt. Alles moest wijken om ons denkbeeldige vaasje heel te houden. Latere beschavingen zouden ooit ons vaasje opgraven en zich verwonderd afvragen hoe zo’n verheven cultuur zomaar had kunnen verdwijnen.
Icarus 2.0

Photo:Jelle Touw copyright 2018
Icarus 2.0 is een menselijke drone. Eindelijk kan de mens zelf vliegen naar de zon.
Op eigen kracht, op eigen denkkracht denkt de maker van de drone.
De definitie mens moest wel wat worden bijgesteld…naar beneden toe.
De maker heeft de inhoud van zijn bewustzijn laten copiëren, desgevraagd kan de drone louter juiste antwoorden reproduceren over de persoon die de maker denkt te zijn. De vogelveren en de bijenwas op de rug van Icarus zijn vervangen door propellers, veel efficiënter. Hij vliegt op zonne-energie rechtstreeks naar de zon net als Icarus uit de klassieke oudheid. Stel: Icarus smelt niet en hij landt uiteindelijk op de ‘huid’ van de zon……Wat Dan Nog?
Geen beperkingen kunnen accepteren is een ernstig geestelijke beperking.
Hek
Futiele fenomenologie van het Hek.
Taal is de afbakening van dingen, in benaming, in begrippen, concepten. De denkwereld wordt afgepaald …bepaald door taal.
Zo lijken we grip te krijgen op de wereld, zo denkt men zich een wereld toe te eigenen.
Ook claimt men zijn identiteit door zich met taal te onderscheiden van anderen.
Wil de neiging om zich te onderscheiden van anderen niet zeggen dat wij als essentie al identiek zijn met die ‘ander’? Waarom zou je die moeite doen als je die gegeven eenheid wenselijk zou vinden? Maar wenselijk of niet, het zijn is geen keuze, zijn is zoals het is, of we het leuk vinden of niet.
Het fysieke equivalent van die talige afbakening is natuurlijk het hek…het tuinhekje,
de prikkeldraadomheining, de tralies, de landgoedafrastering, de verdedigingswal, de gated community, de landsgrens. Zo bezien is de fysieke harde werkelijkheid een letterlijke afspiegeling van de taalverkaveling in de geest. Willen we de verdeeldheid begrijpen kijk dan naar de taalverkaveling die de buitenwereld inrichtte, een woud van hekwerken. En willen we daarna nog iets zeggen over de eenheid, over onze gemeenschappelijke essentie die ons onlosmakelijk verbindt?
Zwijg dan vooral heel langdurig. Elk woord zou de stilte van deze essentie verstoren.