Begraven

Vaal Veulen liep meester Tandeloos te zoeken in en rond het huis.
Daarna liep hij meanderend het veld in. Daar zag hij opeens de oude gekromd op zijn knieën in het glooiende veld zitten. Toen hij naderde zag hij hoe de oude een kuiltje met aarde vulde en er zorgvuldig met een bladertakje erover heen veegde.
Voorzichtig probeerde de jongen erachter te komen wat hij had begraven:
‘Het is toch niet uw lievelingskrekel meester die u net begraven hebt?’

De oude keek verwonderd op van zijn plechtige werk.
‘Welnee Veulen’ zei hij, dit is een vrolijke begrafenis, een feest van verheuging…ik heb hier net een walnoot begraven!’
‘Een walnoot!’ ,zuchtte de jongen opgelucht.
‘ Ja, je moet ze heel goed toedekken, op de juiste diepte, en alle sporen uitwissen’
‘Waarom dat?’
‘Anders is het vogelvoer voor de kraaien, eksters…anders beroven zij onze boom van haar droom!’

‘Kom mee, dan begraven we de volgende …zoek maar ergens een mooie hooggelegen holte in het veld …waar het water naartoe loopt’

‘En als ze het niet doen… dan is alle moeite voor niets!’ ,de Vale.

Tandeloos keek Veulen aan;
‘Voor niets? Hoe bedoel je voor niets?
Deze noot hier kregen we toch ook voor niets…de boom geeft ons zonder iets terug te vragen al haar noten…voor niets en jij praat over moeite?’

‘U hebt gelijk!’ ,gaf Veulen toe.

‘Het is toch het minste wat we voor de boom kunnen doen, een paar van haar kinderen begraven? … walnoothersentjes dromen ervan om boom te zijn!’

‘Kunnen walnoten niet iets anders dromen?’ ,vroeg de jongen.

‘Nee, walnoten dromen maar één droom’

‘Wat was uw droom eigenlijk toen u nog kind was, meester Tandeloos?’

‘Om hier te zijn natuurlijk Veulen, want wat is er mooier dan walnoten te planten en in stille verheuging leven…zullen ze wakker worden uit hun droom of niet?’

‘Kijk daar, daar en daar!’ ,wees Tandeloos in de rondte…
‘al die bomen zijn wakker geworden
noten….is dat geen feest?’

Uit de verte klonk kraaigekras.

‘Dan zijn ze uit uw droom wakker geworden’ ,zei vaal Veulen terwijl de oude netjes alle sporen uitwiste met zijn takje.

Pril

‘Waar eindigt de hemel?’ ,vroeg Vaal Veulen die ver voorbij de maan tuurde.

Meester Tandeloos keek verzonken naar de grond. Of had hij zijn ogen dicht? Veulen kon het niet zien.

‘Kun je je niet beter eerst uitvinden waar de hemel begint?’ ,vroeg Tandeloos.

‘Waar begint de hemel?’ ,vroeg de jongen plichtmatig.

Tandeloos grijnsde, ‘Waar zou de hemel anders beginnen dan hier,
daar waar hemel de aarde raakt, onder onze voeten?’

‘Ach, ik had het kunnen weten, maar wat brengt ons dat verder met de vraag waar de hemel eindigt?’ ,begon Vaal Veulen opnieuw.

‘Niets’ ,zei Tandeloos blijmoedig, ‘want waarom zou een hemel ergens moeten eindigen?’

‘Zie je niet dat die vraag jouw verlangen weerspiegelt om daar te zijn?’

‘Ja, ik verlang naar het uiteindelijke’ , erkende Veulen

‘ de grootste reis is om hier bij dit kleine begin van de hemel te blijven…als je beseft hoe zeldzaam en kostbaar dit is zou je hier nooit meer weg willen’!

Het viel even stil.

‘Bent u ooit bij het uiteindelijke geweest?’ ,vroeg de jongen aan de oude.

‘Voor mij is dit begin hier helemaal het einde…dit is blijvend pril!’

Vaal Veulen bekeek vol ongeloof zijn voetzool en moest erkennen dat het maanlicht van ‘daar’ hier op zijn voet lag. Hij keek om zich heen. De verre maan lichtte hier alles op! Toen hij Tandeloos daarover inlichtte zei de Oude: ‘Dank je wel Veulen dat je mij hierop wijst!’

Gras

Het hek is voorgoed van de dam.
Alle brave schapen zijn gevlogen,
als wolkjes in blauwe hemellucht.

Wat moet je nog met die oude ram?
In dit droge ligt al het vermogen.
Daarvan is deze ruimte de vrucht.

Ontloop met zorg de kudde herders.
Ze leuren met hun vuile vachten,
alsof het de zuiverste zijde is.

Leef stil kaalgeschoren verder,
blaat geen mooie dooie gedachten,
blijf onverwoestbaar als het gras.

Onteigening

geestig hart
altijd klaar voor onteigening
de geest gegeven

verfrommeld inpakpapier
van taal leek nodig?

het evidente omhullen,
louter om te kunnen onthullen?

hartelijke onteigening maakt vrij
geeft zich leeg, verwacht niets terug

zo overstroomt leven zich wezenloos

geestig wezen