21 gram

De ondraagbare onweegbaarheid van het bestaan;
Wat geen gewicht heeft is niet te tillen. F.Wildesheim

21 gram bepaalde een weegschaal ooit.
De ziel was gewogen en 21 gram te licht bevonden.
De afmeting van ‘de ziel’ werd echter niet meegerekend.
In aanmerking genomen dat ziel geen omtrek heeft
weegt het in verhouding verwaarloosbaar weinig.
Met grenzeloosheid raken alle verhoudingen zoek.
Wat is 21 gram ten opzichte van het onmetelijke?
Nu zijn wel meer oerzaken niet meetbaar.
Daarmee is de ziel in goed gezelschap
van de onweegbare fenomenen,
want wat weegt warmte?
Wat weegt zwaartekracht?
Wat weegt stilte?
Wat weegt geur?
Wat weegt duisternis?
Wat weegt smaak?
Wat weegt een schaduw?
Wat weegt een gedachte?
Wat weegt liefde?
Wat weegt ruimte?
Wat weegt licht?
Wat weegt het bewuste?

Trouwens over het onweegbare gesproken:
zodra dingen zweven, uit zichzelf leviteren…
bezitten ze dan een negatief gewicht?
Kan een wolk min 2 kilogram wegen?

Musiversum

Accoorden zijn vreemde planeten,
ze bestaan minimaal uit drie harmonen
die samen resoneren als symfonen.
Elk toonsymfoon fungeert als thuishaven.
Rond de drie harmonen zweven vier dissonen,
die elk moment kunnen oplossen in het accoord.
Klankgalactisch gezien speelt dit spel van golflengte
zich af door alle vierentwintig toondomeinen,
Twaalf grote en twaalf kleine, majeur en mineur.
Per harmoniversum zijn er zeven accoordplaneten
die zweven rond het thuisaccoord, lees moederplaneet.
Elk van de drie toon harmonen kan zich elk moment plots
verheffen of verlagen waardoor het planetaire symfoon
alle geklonken tonen migreert naar een ander toondomein.
Tot zover deze futiele maar al duizelingwekkende kosmos
van toonmogelijkheden. Uiteraard zijn er ook nog planeten
met vier, vijf, zes tot twaalf harmonen maar dat zou te ver
voeren. Dan kom je te dicht bij het zwarte gat waar tonen
nooit meer uit kunnen ontsnappen. Niet dat ik er iets van
snap, begrijp mij goed. Ik weet dat wat er speelt, het begin-
sel. Maar mysterie snap je niet; muziek heeft mij ontsnapt.

Varaan

Mensen vragen mij wel eens in gemoede af,
als ik zielsblij blaf naar de volle maan
of door de struiken kruip als een varaan…

Ben je wel snik, krankjorum of goed maf?
Ik zeg dan dat het zijn zo openbaar geniet,
vrij uit druipend als een lekke vergiet…

Als nat water dat speelt ‘n fontein te zijn.
Maar dat neemt men niet zomaar aan.
Men heeft toch geen brein van marsepein?

Ze vragen jouw vergunning om te bestaan.
Ben je wel lekker bij je knettergekke hoofd,
hebben ze jou thuis wel goed gaar gestoofd?

Heb je ze wel alletwee op een rij of niet,
ben je stapeldwaas of lichtelijk kierewiet?
Waarom dans je rond als een hondsdol rund?

Gewoon omdat je het gelukkige niet laten kunt.

(Illustratie:Kensuke Koike)

Uitvissen

Daar zat je dan met je beste hengel,
je prachtige uitrusting. De sterkste lijn.
Het lekkerste aas aan het scherpste haakje
aan de oever van de oudste woestijn.

Uiteindelijk breek je je hengel maar in stukjes
voor een vuurtje om het aas in gaar te stoven.
De sterkste lijn laat je vieren, wat een feest…
Het scherpste haakje rust prachtig uit.

Het leefnet ligt in het zand als een ruimhartige zeef…

Herfstbrevet

het ritselt nog even
schilferend
voor haar eerste

en laatste
duikvlucht
zonder herfstbrevet

dit blad verlangt
nooit terug
naar haar tak

ze hunkert liever
stilletjes naar
bitterzoet

verrotten
tot molm
stervend als sap

in wortelnerven
die 1 verse jaarring
in de stam verwerven

laat ze ongeteld die ringen
laat het maar ontelbaar heel

schilferig klinkt dit herfstgebed
dat blaadjes mooi schor zingen

Lab

Onder de macromicroscoop
ligt dat ene godje van niets
in een verlaten Petrischaaltje
het stelt niets voor
maar noemenswaardig genoeg.
het lijkt nog minder dan
een leeg droog celletje…
zonder vel…
eigenlijk beter gezegd,
niet te onderscheiden
van de aandacht waarmee
het wordt waargenomen
en blikt even verwonderd
terug door de lens.
toch is dat minstweinige heel
niet niks.
deze futiele waarneming
wordt ruimschoots goedgemaakt
door het feit dat het niet alleen is,
het is met al te veel,
ruimte puilt er van uit
een totale zee van zijn
meer dan de som der velen
zo’n scheppend wezen van niks

Consult

Goedemorgen, gaat u zitten…wat scheelt er aan?
Tja dokter ik vind het moeilijk om te vertellen…maar….
Ach, kom we zijn maar mensen en het zijn maar woorden…dus vertel..
Dokter, ik kan geen pianospelen.
Wat vervelend, last van uw handen?….reuma..artrose?
Nee hoor, niks mis met mijn handen.
Wat dan, iets neurologisch… sturingsproblemen?
Nee, niks mis mee, dat zeg ik, maar ik heb het nooit gekund?
Oh…maar heeft u wel een piano?
Nee, dat komt er ook nog bij!
Dus ook nooit les genomen?
Nee, natuurlijk niet, dat heeft geen zin zonder piano!
Dus u klaagt dat u iets niet kan terwijl u er nog nooit enige moeite voor hebt gedaan om het te leren, geen tijd hebt geïnvesteerd in oefenen…?
Nee, ik klaag niet…ik vertel u gewoon zoals het is.
Maar had u het dan graag gewild, pianospelen?
Nou…ja, ik had wel graag de wil gehad om het te kunnen.
Wat is het probleem dan?…ik had ook wel van alles willen willen, maar het wilde niet.
Daar zegt u wat, het wil gewoon niet.
Luistert u graag naar pianomuziek?
Nou, om eerlijk te zeggen niet, wat ik hoor bevalt mij niet!
Wat mankeert er dan aan, er is zoveel prachtigs?
Kan wel zijn, het klinkt mij een beetje te bekend in de oren, ik heb iets heel anders in mijn hoofd.

Bewijs

Het was je de laatste tijd al vaker opgevallen. Je was onopvallend geworden.
Plots was je je identiteit kwijt. Identiteit had je kennelijk in de ogen van anderen.
Je begroette bekende baasjes met hond….geen reactie, geen herkenning. Vervreemdende blik in de ogen. Zomaar. groeten was niet vanzelfsprekend hier in de urbane zone ,dat deed men alleen op het platteland. Natuurlijk begreep je later pas dat je je identiteitsbewijs niet bij je had. Dat bewijs op vier pootjes. Die speurneus met bijpassende kwispelinrichting, fraai bekleed met rood bont. Je identiteit liep altijd los en leidde jou over straat en leidde een heel eigen geurleven. Wie of wat was je nu nog zonder dat levende bewijs?
Alsof je daar liep zonder vergunning? Je besloot om voortaan de jouw bekende honden te begroeten en het aangelijnde baasje nam je er gedoogmatig bij, die liep toch meestal op z’n scherm te loeren. Datzelfde baasje liep voorheen regelmatig leeg als de honden elkaar tegen het lijf liepen. Ongevraagd kreeg je dan van alles te horen, vertrouwelijkheden, intimiteiten. De mens bleef nu eenmaal een raar beestje.
Gelukkig heb ik mijn intimiteiten alleen met mijn hond gedeeld. Het was altijd heerlijk om bij hem leeg te lopen. Hij kon goed openbare geheimen bewaren.
Je zou uiteraard zo maar weer een identiteit kunnen aannemen. De asiels zaten vol.
Je zou hele roedels identiteiten adopteren als je herkend zou willen worden op straat.

Vindlicht

De nacht omvat als een mijnschacht.

Een waken van raafzwarte pracht.

Graven legt geen nieuwe ader bloot,

geen erts van waarde om te delven,

geen edele grondstof om te smelten.

Geen andere ader dan: Er is geen dood.

Niets minder dan levensaders van licht.

Zijn als lichtmijn, bestaansgrond lumineus.

Wie of wat ziet dit in? Heus, geen ene hond.