
Wy hing sowals altytig weris ronte saamhang op pleinplaatsie dees wonderbarigste aartklood. Ons vamielie der mensbeesies..somswel de Sapiehens-mensie vernoemt of Aartklood-mankokkies…die soveel kauwdrukte maak van nixte doen, nou ja nixtedoen…wy hing hierdaar strontsterkige vralen opte hang en tegemkaar op te skep. Die ene vraal nog sterkharder dande voorge…wy kletspraak namelyk werelt-taal alsbestige mankokkies vande werelt…die niew werelt…die ou werelt was al afgeskryf uit ons wyds blikkievelt. De ganswerelt wasimmers 1 vraal danogal nienix is …dattisme nogalwat, de ganswerelt is nogalte walgfeel voor 1 sgamelig mankokkie in-diefie-duwheel…dat grypsnap tot elke gekko…. Terminsterig so dagt wy somaar vryblyvent te kun rommeldenk. Egter so enormelyk vryblyverig wasset heelnie sou algou bleekblyken.
Eerstig lyk die vralen ons nogte vrenigen tottéén saamvraal, maar gaandweggerig verdeeltie zwatelvraal onsmeer dan ons samelykbint. Wy bood veelte opskeppig hoog tegemekaarop…jou vraal…teeg myn vraal…Het groot vraal dat ons sogt te vertel ging dooldwaalsugtig teloor….en ons algrotigste vraal liep keivast in Babel…jyweet vas wel waardie Puintoren van Taalwar bouryp was om kaalte sloop….veelpas laterig sage we in dataldie vralen hoemooi ook… hoe sleperig mee ook…slegs onnodiglyk loos ondertitelig is voor dit omringsaam wonder…een ongrypzaam uitlegsel vandie onverklaard geim waarwy al nooit van versgilden…dattit immerniew is enso grenslozelyk grootst…
Opebarig Geim wou nix liever dan straaldwars door ons heenstroom, taalloos door ons leeg beddinkie te dender. Aldat gouwehoer vandie rotsigste vralenbrei spert die vrye weg omte stroom…mankokkie sweig sig.
Film Soir

Deze week start in het Filmhuis het retrospectief rond Jean-Michel Crouton, de te vroeg vergeten cineast. Naast Claude Rambol, Initiator en medeoprichter van de ‘Film Soir’, een filmcollectief dat furore maakte vanwege de permanente achtergrondruis en ongepaste geluiden die niets uitstaande hebben met de handeling in de film maar des te meer met de gemoedstoestand in het hoofd van de protagonist. Kenmerkend: de films spelen zich altijd in de avond en nacht af en worden geheel uit de losse pols gefilmd, waardoor de schokkerige scènes prachtig zijn onderbelicht hetgeen de sfeer van het Parijse schemerleven schetst. De eerste rolprent betreft de klassieker ‘En Bateau liquide’ , over de nachtboot naar Tanger tijdens tweede feministische golf , waarin een glansrol voor Juiliette Biencanard en de jonge Gerardette Brulée. Daarna volgen: ‘Cul de sac’ ,over zijn geboortedorp met François Pineut als corpulente burgervader. ‘Le Vent Embêtant’ met de hoogbejaarde Josephine Lapinette , die echt overleed tijdens de opnames in de film…destijds een enorm schandaal. ‘Bien Temps sans Chien Perdu’, met de schitterende suggestieve erotische schaduwspelscêne op die verweerde kademuur aan de Seine. ‘Poissons de Ciel’ verhaalt over een getroebleerde uroloog aan de rotskust van Bretagne en tenslotte nog ‘Sans Gêne’ ,zijn laatste film en waarschijnlijk niet helemaal voltooid. Bettine Blanc speelt hier de werkloze actrice die bij alle cineasten leurt om een hoofdrol, tegenspeler Henri Bougie zet hier een archetypische louche casting-director neer. Zonder uitzondering zeer sfeervolle films met één klein minpuntje. Er zit nooit geen bevredigend einde aan. Elke film verzandt in een ontnuchterend aanbreken van de ochtend waardoor alle opgebouwde duistere spanning uit het beeld weglekt.
Hazenslaapje
Een massa van identieke individuen bevolkte het plein.
Bij gebrek aan buitenaards bezoek waren ze zelf Aliëns geworden.
De vleesgeworden statistiek van het landelijk gemiddelde protesteerde,
voor de afschaffing van de eerste levensbehoeften.
“We laten ons niet langer knechten door de stoelgang”
“Hoezo adem halen? , laten ze het maar brengen!” ,scandeerden ze.
“Wij eisen het recht op om onze eigen behoeften te scheppen,
alleen fijne behoeften, geen verplichtingen meer en dood aan de mortaliteit”
Een alom afwezige autoriteit, al sinds de oertijd, was voelbaar aanwezig.
In de verte hoorde men de locomotief van de metafoor ontsporen samen
met alle wagons volgeladen met betekenis en geestelijke erfgoederen.
Het oude gewoontespoor hield hier op, het virtuele ideale spoor lag al klaar.
Men zou het voortaan zonder metaforen moeten stellen en zonder wagons.
Of het serum nu iets hielp? Maar je kreeg er wel heel rare dagdromen van…
Was
Xantippe hangt haar schone was graag buiten
in de ochtendzon te drogen als netjes gewassen gedachten.
Zo geeft ze zich graag bloot. Niets houdt ze binnen.
Ze houdt van haar lege vuile wasmand. Haar mand is altijd leeg.
Ze scheldt indien nodig haar man de huid vol.
De stukjes kleding hangt ze keurig gerangschikt op juiste grootte,
fleurig eindigend met gekrompen sokjes.
Straks strijkt ze haar droge gedachten glad, vouwt ze
ze op als herinneringen in evenwijdige stapeltjes in de kast.
Haar morsige man is altijd weer verrast door deze
wonderlijke ordening van het ware, het schone en het goede.
Zonde om aan te trekken, denkt de morsige.
Echt
Was het nou alsof je naar ‘The making of’…zat te kijken? Het leek net echt…als je de waan van de dag moest geloven. Er waren toch ‘echte’ beelden van en het stond toch zwart op wit de ‘echte’ digitale krant? Verfilming van de roman ‘Collateral Damage’ ? Hoezo verzeild geraakt in een apocalyptische roman? Die roman blijkt nooit geschreven. Er is geen auteur, geen knap geconstrueerde plot…net eens een hoofdpersoon die een dragende rol speelde, louter inwisselbare figuranten. Wat was echt? De deskundoloog verklaarde dat het slechts een dom en blind evolutionair genenexperiment was van dode materie, daar moest je dan maar aan geloven of je het leuk vond of niet. Maar jij…armzalige, jij leefde altijd al onder een steen, vredig samen met de microscopische intelligentie. Wat was je anders dan een geniale bacterie die elk moment quantumsprongetjes van plezier kon maken bij de evolutionaire verkenningstocht. En je was niet alleen, maar met tallozen samen onder die steen. Geen mens zou een dag overleven zonder bacterie. Het blote oog is stekeblind voor het onzichtbare en voor het onafzienbare. Kruip onder een steen en verenig je met het onzichtbare geheel…dat is toch niet teveel gevraagd?
Kortsluiting

Het stopcontact kijkt niet meer
met haar zwarte oogjes de kamer in.
Ze is blind, afgeplakt met isolatieband.
Stekkers liggen aan hun dode draden
verlangend naar stroom, hoogspanning
of dromen van overspringende vonken.
Je hele apparatenpark weigert dienst.
Wat begin je zonder electrische prothesen?
Mens zeur niet, wek je eigen stroom op!
Vacht

Sinds er ongevraagd haar op je rug groeit
je neus vaker vochtig, je oren gespitst
weet je dat de terugkeer naar het beest
zich heeft ingezet
het verse nesthaar ruikt naar vachthonger
waar de ziel van vol is uit zich in de huid
het rudimentaire staartbotje kwispelt
bij het minst geringste kettinggerinkel
Diep in waakzame slaap loeit er zachtjes
een nachtzang voor de nachtzon
zo oud als de eerste wolf
die stierf als hond
bij zijn sjamanenbaas
dierbare honger naar roedelbont
(Collagewerk van Ossip)
Rampkans

Er bleek een goudmijn in de kanarie…
Alarmeren als het nieuwe verdienmodel.
De zegen kwam vermomd als ramp,
leek op een ziekte die ons dure medicijn wilde genezen,
had bovendien heilzame bijwerkingen.
Sommigen ontdekten de aarde onder hun voeten,
als een nieuw land om te koloniseren, a giant step for mankind.
De infrastructurele erfenis lag er desolaat en puntgaaf bij.
Nu er geen vliegtuigfiles meer in de hemel geparkeerd stonden
had men de zon voor eens en altijd gewogen en te licht bevonden.
Liever hunkerde men naar het nostalgische gewoontespoor
van de vicieuze cirkel en de aandelenportefeuille.
Blind voor ‘t eeuwig stralende oog dat eindeloos leven geeft.
Alleen schaduwen volgen toegewijd het licht op de voet.
Milaan

Ja hoor, ik lig nu goed… oké, begin maar alvast te typen:
“Eh…..Ik krijg geen letter op papier door mijn verschrikkelijk gelukkige jeugd….kreeg alles zonder enige moeite in de schoot geworpen…een gouden lepel, een eigen paard, een aandelenpakket…”
Wacht even ja, ik neem even een slokje….zo, here we go!:
“…eh waar was ik……Mijn au pair Christine was als een moeder voor mij, ze deed alles, hielp mij mijn kleding uitkiezen in Milaan waar we jaarlijks winkelden, hielp mij met wassen, aankleden, eten…bracht mij naar school…wat deed ze eigenlijk niet?…Ze was altijd thuis om mij bij te staan….las mij voor, hielp met huiswerk maken…waar ik niet zo goed in was…eh…soms vroeg ik mij af waar ik nou wel goed in was, maar kwam al snel tot de ontnuchterende slotsom dat elke noodzaak daartoe ontbrak….ik zat er immers al goed en warmpjes bij, waarom ergens goed in zijn?…..Mijn enige zorg was om de aandelen zo goed te beleggen dat ons vermogen in ieder geval niet minder waard werd. Dat was het enige vermogen van ons soort mensen dat van kapitaal belang was, andere vermogens kunnen ons gestolen worden. Wat koop je voor dat soort vermogens…niks, ja toch Christine…”
Sorry, dat moet er niet in, maar dat begrijp je wel, dat redigeer je er wel uit…even een slokje.
“….Toch begon deze behoudzucht te schuren, te jeuken…vooral tijdens het jaarlijkse familiefeest waar ik mijn ouders weer eens zag….Ik maakte mijzelf tijdens het diner wijs schrijver te willen worden…huurde de volgende dag vol daadkracht een secretaresse in …en besloot om dagelijks een hoofdstuk te dicteren!’
Ik weet het even niet, voel mij nu een weinig vermoeid, mijn beste Christine. Misschien wil jij het eerste hoofdstuk afmaken…zo ongeveer tot die keer dat wij samen Russisch roulette speelden met het waterpistool gevuld met die oude champagne uit de wijnkelder…dat lijkt me leuk…heb ik trouwens heel fijne herinneringen aan… zie ik je morgen weer…same time hier op de sofa…let je wel op mijn interpunctie…? Als ik duidelijker moet spreken, zeg je het toch wel hè? Had je trouwens al nagedacht over de titel van mijn roman?
Wat zeg je Christine,….’de Kanarie in de Goudmijn’?
