Duizelwek

Ze is wel licht
het meest vreemde
wezen/beestje
niet gemaakt van spul

met een aaivacht
van zwarte nacht
en die orenstaart
van trage kwispelstilte

met duizenden
duizelwek-oogjes
van puur ogenblik
bekoekeloert ze
het wonder
tijdens de thuisvlucht
op onafzienbare vleugels
van ruim verzuim

zo bezeilt ze bezield
haar eigen ademwind
die geurt naar nul

geen pootjes heeft ze
nodig om op te staan
geen rug om tegen de muur

maar

ze is wel licht
in ieder zicht

1 t/m 6


Komt een psychiater bij de patiënt,
vraagt de patiënt empathisch:

-Wat scheelt er aan, dokter Welmoed, u ziet weer zo bleek…

-Wel, zegt de zenuwarts: Ik lijd aan de psychiatrische aandoening DSM-1 tot en met 6, chronisch…

-Ach, zegt de patiënt, is het een geestelijke beperking?

-Ja nogal…een zeer uitgebreide…en beperkend ja, ik zie mensen als biologische automaten die op stofjes reageren.

-Is het een aangeboren afwijking, als ik vragen mag? …of beter gezegd: is het Nurture of Nature?

-Domweg aangeleerd gedrag als u het mij vraagt, zegt de psych.

-Een neurotische verslaving wellicht?

-Ja, dat kun je gerust zeggen, ik kan geen dag meer zonder, die DSM-gids is een bijbel voor mij.

-Bestaan daar dan geen pillen voor?

-Jawel, placebo-tabletten, maar die lust ik dus niet, er zit geen smaak aan… en bovendien ben ik bang dat ze werken.

-Is DSM-1 tot en met 6 dan soms een neurotische angststoornis met ziekte winst?

-Ja, nu het zo vraagt, Ik ben bang van wel ja… en ik vrees dat het niet soms is, maar altijd.

-Nou dokter, dank u wel weer, mijn behandeltijd is al weer om, tot de volgende week dan maar weer, en sterkte ermee!

-U bent mijn beste patiënt, ik voel mij altijd een stuk beter als u geweest bent. Helaas loopt uw module trauma-sessies ten einde. Daar moeten dus iets anders op vinden.

Schilderij: Gunnar Fjöldhagen, Stilleven met Antidepressiva.

Blus


Er woedde een innerlijk vuur in het kind dat zijn hele belevingswereld bezielde. Zo’n binnenbrandje kon de buitenwereld niet aan, dat werd hem van jongsaf aan wel duidelijk gemaakt. In het officiële publieke domein was alleen dimmen en schemeren toegestaan. Als schemerlamp kon je veel aanzien verwerven. Het kind werd afgericht zich lief en gehoorzaam te gedragen tot het een doorsnee gediplomeerde schemerlamp was. Het innerlijke vuur moest onderduiken…. al werd het in het geheim gekoesterd als een schat.
Als de ouders op mooie zomerdagen weg waren paste hij wel op het huis. Dan stookte het kind rituele vuren in de koperen fruitschaal op de salontafel. De vuren reikten soms tot aan de plafonnière. Spelenderwijs beheerste hij het fysieke vuur. De familiefoto’s en het krantennieuws gaven nu opeens echt licht. Grijze foto-rook steeg naar het plafond. Wat zouden de indianen uit deze rooksignalen opmaken? Het rook vreemd in de woonkamer, merkten zijn ouders op bij thuiskomst. Het kind had de ramen wijd opengezet om te luchten. Het verklaarde zo uitgeblust mogelijk dat de buren waarschijnlijk een barbecue hadden gehouden. Nadat de lucht was geklaard nam een serene rust bezit van het kind. Een sereniteit die de gevaarlijke gekte van het innerlijk vuur kon kanaliseren. Dit speelde zich af ver voor het tijdperk van de rookmelder.

Balkonscene


‘Ja, nog iets meer naar rechts…naar achter… en een beetje rechterop…hou vast…even lachen graag…!’ En klik, zegt de fotograaf.
Wat had het ene nu met het andere te maken? , vroeg de vers geïnstalleerde burgermeester zich af op zijn balkon, dat dienst deed als emballagestation voor lege bierkratten. Zeemeeuwen vlogen van de kust naar de stad vanwege de goede patat. De associatie met Oostblokmigranten kwam op, die hun marginale bestaan bijeensprokkelden uit de bergen luxe vuilnis op elke straathoek. De dienst ‘GUM’ van de gemeentereiniging, afdeling graffiti, probeerde de tekst: ‘Het Klotst Tegen De Plinten’ van de blinde muur tegenover de ambtswoning te verwijderen met een hogedrukspuit. Door het gedruis heen klonk in de verte op het driehonderd- veertigste festivalletje van dit jaar een nasale klank van de bekende straatzanger die zijn eigen sonore stem moedwillig tot schor kraaien-gekras verdraaide zodat het net zo belazerd klonk als uit de getergde strot van protestzanger Bob. Ondertussen had op het stadhuis de kantoortuinier, na het proefballonetje een week eerder, zijn beleidsplannetjes keurig uitgezaaid bij het college van bestuur, in nette rijtjes van vier stond het nu in de ‘week’. Af en toe gieteren en alles zou vanzelf tot wasdom komen. De oorspronkelijke bewoners boekten verre reizen om het massatoerisme te ontvluchten. Misschien was de verse burgervader eigenlijk ook wel erg aan vakantie toe. Maar ja, hij vond zich zelf toch wel een echte carrièretijger. Opgelucht dat de ‘shoot’ voorbij was sloot hij zich op in het copiëeerhok om even niemand te zien.

Duiken

Onderzoek naar geestige essentie is als diepzeeduiken zonder zuurstof. Bij elk antwoord kun je nog dieper duiken in de volgende vraag en je adem inhouden. De meeste mensen geven het na een paar vragen al op omdat ze bang zijn te verzuipen. Het is inderdaad adembenemend. Dat risico willen ze niet nemen. Ze haken af…duiken weg naar de oppervlakte. Dan legt nieuwsgierigheid het af tegen de angst die een kinderlijke dramatisering is. Want nog nooit ging er iemand dood aan wezenlijk onderzoek. Tijdens de hele expeditie blijf je… hier. Wat is veiliger dan hier te zijn?          Je kunt levenslang, zonder zuurstof, steeds dieper duiken in de bodemloze zee van het mysterie. Een mysterie dat, hoe dieper je duikt steeds geestiger blijkt te zijn. Wat dat geestige is valt niet zomaar te duiden. Het lijkt nog het meest op een stille lach bestaand uit pure geest zonder beperkende eigenschappen.

Illustratie: Martin Jarrie

Station Wildesheim


Station Wildesheim is geen eindstation.
Nee, dit is geen plaats om te arriveren,

dit is slechts geen begin.

Er is feitelijk niet eens een perron
in dit midden van nergens.

De rails is trouwens ook nog niet gelegd.
Elk mogelijk traject ligt hier in het verschiet.

Tunnels moeten zich overigens nog
als rupsen door bergmassieven heengraven.

En ja, de locomotief zal eerlijk gezegd
nog moeten worden her-uitgevonden.

Men bevindt zich hier, onder ons gezwegen,
in het post-industriële, post-virtuele tijdperk.

Nog een eeuw of wat en de trein kan vertrekken,
met wagons zo steriel als een laboratorium,
zonder vracht, zonder bagage,
en liefst zonder passagiers.

Het ging toch om het onderweg zijn,
niet om de reizigers?

Systeem


Fantoomgenot is een vrij onbekend fenomeen. Het is een euforisch levensgevoel dat spontaan kan opkomen wanneer de terreur gestopt is en de dictatuur verdwenen. Jaren levend onder ondraaglijke druk ervaar je nu een alom afwezige lading, de hoogspanning is weggevallen. Je ervaart een ondefinieerbare bevrijding die je eerst nog niet kan plaatsen want er is geen oorzaak. Die oorzaak is juist het afwezige. Die druk kan natuurlijk alle vormen aannemen. Het kunnen familieleden zijn die terroriseren of een heel familiesysteem, leraren of een heel onderwijssysteem, politieke leiders of een heel repressiesysteem.
Mijn dagelijks fantoomgenot kan ik moeiteloos toeschrijven aan de totale afwezigheid van welk systeem dan ook in mijn leven.
Het woord systeem behelst voor mij al een vorm van geweld. Systeem impliceert sturing, controle, voorspelbaarheid, doelmatigheid, herhaling, reproductie. Kortom: op de mens toegepast leidt het tot een mechanistisch leven dat vervreemd is van elke ingeboren natuurlijkheid.
Nu zal ik niet beweren dat mensen die nooit iets hebben meegemaakt niet weten wat ze missen aan fantoomgenot.
De oorspronkelijke menselijke natuur is geen systeem.

Faalstaat

Het lichaam leek wel een belevingswereld op zich of was de wereld een beleefd lichaam? Zo te zien regeerde het Hoofdland als een hardvochtige baas over alle lagergelegen gebiedsdelen.? Opstandigen uit de Onderbuikse gebiedsdelen, waaronder de Schaamstreek, werden door de Hoofd-Landmacht de kop ingedrukt. De Laaglanden spraken alleen lichaamstaal, waar het hoofd geen boodschap aan had. De Binnenlanden, waaronder de Maag en de Hartstreek probeerden nog te bemiddelen tussen de strijdende partijen. Het hoofd hield zich stokdoof voor gegevens uit het Binnenland. Het achterland, met de laaglanden werd volledig genegeerd en verwaarloosd. Mijden of strijden was het devies. Aan de achterkant wonen geen mensen maar achterlijken, zo redeneerde het Hoofd, aan de voorkant wordt het geld verdiend. Het Hoofdland trok alle energie naar zich toe die in het Achterland werd opgewekt. Het Hoofdland kreeg langzamerhand een waterhoofd. Het lichaam van de belevingswereld werd topzwaar, met zo’n verzwakte basis moest de faalstaat wel omvallen.

Muzoku-parabel


Muzoku, een gevreesd Samuraikrijger was elke dag bezig om zijn zwaard scherp te slijpen. Op de wetsteen bij de beek bereidde hij zich voor op het beslissende moment dat hij plotseling gedwongen zou worden om het zwaard te gebruiken. Twee dingen wist hij zeker, dat het totaal onverwacht en met frisse tegenzin zou zijn.
Na jaren van toegewijde slijpkunst werd de zwaardschede steeds dunner, flinterdun.
Het beslissende moment liet elke dag weer op zich wachten. Muzoku werd ouder en ouder.
De uiterste volmaaktheid naderde gestaag, het zwaard werd stilaan weggeslepen in de beek. Scherper dan verdwijnen bestond niet. Hij wist opeens dat dit het beslissende moment moest zijn waar hij zijn leven lang op gewacht had. Nog nooit had hij de beek zo helder horen klateren.

Vertaling: Miruki van Geenen-Wildesheim