Nuland, die vis van water slaap op die bodem van die Sondermeer en sien in sy helder droom Wiemand, die voël van lug wat hemels rus op ‘n wolk.
So vrygewig is die wese van leegte wat geleenthede skep vir oop oogdrome. Intussen skuil die nag agter die stille klip. Die nag van lig is skugter of onthul hulself openbaar, afhangende wat benodig is.
Indien nodig pluk die nag van lig roekeloos versigtig die blom van geur sodat dit ‘n sug van verligting gee…
Die vis van water gaap vloeiende ontspanne in die wolkdroom. Sy los spoorloos op in die nat meer. Wiemand word wakker daar hoog op die droomwolk en kyk verbaas
na die enorm visagtige Meer van Sonder. So ‘n grote vis van water is waarlik ongekend selfs vir die voël van lug wie ook nie klein is nie. Dit alles speel in die vry bewussyn van sonder meer.
Sondermeer
Wiemand, die voël van lug
praat graag met Nuland, de vis van water
aan die oewer van die Sondermeer
Hulle praat oor die blom van geur
en oor die klip van stilte wat so massief is
maar hulle verkies om saam te swyg
oor die nag van lig, sy het geen gesig nie
Nuland’s ronde vismond steek net bokant die watervlak uit.
altyd wanneer sy iets gesè het
sien Wiemand hoe die sirkels op die watervel uitbrei
Wiemand streel die rimpelings met sy lugvlerkies plat
as teken dat dit verstaan is…onbreekbaar so massief
Die geur van hul gesprek versprei oor die watervlak
toe Wiemand wegvlieg van die Sondermeer
Oral waar Nuland opgeduik het kon die vis van water
die blom van geur kristalhelder ruik
Wat oorgebly is die saamstilte oor die nag van lig
selfs sonder vis van water en sonder voël van lug
het dit permanent gebly om nooit nie te dwyn nie
Nag van lig het geen gesig nie
’n sagt glimlach blink binne
Skoon
Zizo, hierdie skoon varkie is nou genoeg gewas, die varkie het er skoon genoeg van.
Wees gerus en laat jou verras door wat die lewe jou nog verder bied
en bowenal voel jy soos ‘n varkie
so vry in hierdie goddelike gore modderpoeltjie…
Varkies moetnie aan ‘n steriele bestaan dink nie…lewe sonder bakterie sal sterf en bederf.
Seep is die vyand van die vuilvark.
Seep stink vuil
Zucht
Nuland, de Vis van water slaapt op de bodem van het Zondermeer en ziet in haar heldere droom Wiemand, de vogel van lucht, hemels rustend op een wolk…
Zo ruimhartig is het wezen van leegte dat gelegenheden schept voor deze open oogdromen.
Onderwijl gaat de nacht van licht schuil achter de steen van stilte. De lichtnacht is zowel schuchter als doortastend al naar gelang de stenen stilte dat vereist. Desnoods plukt nacht de bloem van geur als dat een zucht van verlichting geeft, maar in dit geval voldoet schuchter.
De vis van water gaapt in haar droom en lost spoorloos op in het Zondermeer. Wiemand, als vogel van lucht ontwaakt daar hoog op de wolk en ziet verwonderd neer op het enorme visachtige water. Zo’n grote vis van water is echt ongekend,
zelfs voor een vogel van lucht, die toch evenmin klein is te noemen.
Dit alles speelt zich in het zijn van benul.
Zondermeer
Wiemand, de vogel van lucht
sprak graag met Nuland, de vis van water
aan de oevers van het Zondermeer.
Zij spraken elkaar over de bloem van geur
en over de steen van stilte die zo massief…
maar het liefst zwegen ze samen…
over de nacht van licht…
Nuland’s ronde vissemond stak net boven de waterspiegel uit
wanneer ze iets zei, dan zag Wiemand uitdijende cirkels op het water.
Wiemand’s vleugels van lucht streken die rimpelingen dan
zachtjes plat ten teken dat het was verstaan.
Onbreekbaar, zo massief.
De geur van hun gesprek verspreidde zich over het watervlak
toen Wiemand wegvloog van het Zondermeer.
Overal waar Nuland boven water kwam kon de vis van water
de bloem van geur glashelder ruiken…
Wat bleef was het samen zwijgen over de nacht van licht.
Zelfs zonder vis van water, zonder vogel van lucht verbleef het blijvende.
Amai
Amai amai
ek is so bly
amaisielief
amai amai
Ek skryf jou hierdie liefdesbriefie
vanagter die ver wit lakenland
waar ek woon diep in die sagt
kusgebergtes om jou op te wagt
om daar saam te swem alras
in die wit see van matras
so diep te swem dat wy
nie meer weet nie wie er wie was
amai amai
amaisielief
ek is so bly
amai amai.
Zuivelvers
Het is buiten gewoon hoogzomerig,
‘t taalvee staat er dromerig en uitgemolken bij
in melkwitte weiden van lege bladzijden
er valt uit deze zuivelachtige witruimte
geen drinkbaar vers meer te karnen,
als poëzieboer smeek je bijna om erbarmen
van je muze die halsstarrig verzuimt te
begeesteren middels lyrische inblazingen
je laat je willoos gelaten overmeesteren
door de jammerlijke helaasheid der dingen
zoals Japanners het noemen ‘mono no aware’
‘t waarom laat zich spijtig genoeg niet te verklaren
Trouw
De dood is trouw…aanhankelijk als een jonge hond.
Ze koos jou uit het bastaardnest, liep blindelings op je af.
Sindsdien volgt ze je op de voet, als een schaduw in draf.
Aan de lijn loopt ze niet, de dood loopt los en snuffelt…
aan elke mijlpaal of boomstam die je tegen kwam.
Na elke levenswandel gaat ze liggen in je schoot.
Bij het geringste gerucht spitst de dood haar oren.
Nooit blaft ze, maakt geen slapende doden wakker.
Al kwispelend kam je het dode haar uit haar vacht.
Liefst slaapt ze veilig geborgen onder jouw nog warme huid.
Ooit was de dood een wolf, maar nu is ze je dierbaar,
dienstbaar aan het mensachtige, een diep vervulde wens.
De dood verstopt straks jouw botjes zorgvuldig in bestaansgrond
om ze later in ‘t geheim op te graven en toegewijd af te kluiven.
Weliswaar
We keren de rollen nu eens om
en geven dit gedicht eigen ogen
en handen om de lezer te pakken
alsof u de lezer, een open boek bent
Het vers leest stille lichaamstaal
ledemaat voor ledemaat spellend
geen gebaar rijmt op het volgende
wat wil de lezer hiermee zeggen?
Zo voelen lezers ook eens aan den lijve
hoe het is om uitgelezen terzijde te
worden gelegd, met ‘n vies ezelsoor,
onbegrepen te worden dichtgeklapt
Het gedicht geeft deze exegese op
dit mysterie is niet te doorgronden,
hermetisch poëtisch, zo is de lezer
Dit vers geeft ogen en handen terug
het leende voor even uw aandacht
ogenschijnlijk wel is waar, maar toch
