Trouw

‘Hermetisch vertrouwen is de baas waarvan ik de trouwe hond ben’
F. Wildesheim

Van alle mensen die ik heb ontmoet is Wildesheim wel de trouwste hond ooit. In zijn aanwezigheid voelde ik mij totaal uitgelaten en nu ik mij hem herinner gebeurt het me weer.
‘Met de kennis van nu kunnen we vooraf al weten dat het achteraf bezien nooit anders had kunnen gebeuren dan het is gegaan’.
Dit besef schenkt een hermetisch vertrouwen in de loop der dingen.
‘Vertrouwen is misschien wel het grootste geschenk wat doorgegeven kan worden van wezen op wezen’.
Vertrouwen is de zon van de ziel en viert het hier zijn door overal op te schijnen.
Vertrouwen lijkt een risico te nemen om alles kwijt te raken, maar wat voor risico is dat voor wie niets te verliezen heeft?

‘De mens is een hond die een baas nodig heeft, die baas is vertrouwen’

Katalysator

U kunt maar beter stoppen met lezen, dit is waarschijnlijk niet voor u bedoeld. Het is beter als u bepaalde dingen niet weet. In uw eigen belang, lees niet verder. Bepaalde kennis is onomkeerbaar. Eenmaal geweten kan het niet meer ontkend worden…en waarom meer willen weten dan goed voor ons is?
Alleen als u lak heeft aan eigen belang leest u verder op eigen risico, dan moet u het zelf maar weten.

Er zullen inmiddels lezers zijn afgehaakt, maar u bent er kennelijk nog. Nu bent u als lezers onder elkaar, een groep ongeselecteerde geestverwanten.
Dit is het geschikte moment dat ik als katalysator dit proces verlaat alvorens u deelgenoot te maken van de geheime code. Mijn enige taak was jullie bijeen te brengen.
Volgens de openbaar geheime code bent u allen uitverkoren om nergens bij te horen. Uitverkoren om nergens aan te voldoen, aan geen enkel criterium. Om vrij van vrijheid, ongedefinieerd voort te leven. Vrij van doel, vrij van betekenis te zijn, zonder vergunning.
Deze vereniging zonder leden is een overtreffende trap zonder treden.

Taalmaas

Voor wie schrijft een willekeurige schrijver? Hij kent
zijn willekeurige lezers niet, net zo min als zij hem kennen.
De lezer is een anoniem ‘Men’, het kan iedereen zijn.
Het is een ‘Publikum ohne Eigenschaften’ ,omdat ‘Men’
alle eigenschappen heeft. Wat de schrijver met zijn
schrijven bedoelt weet hij zelf vaak niet, daarom schrijft
hij. Om daar achter te komen en om zichzelf te verrassen.
Aan een doelgroep kan hij niet denken, want ‘Men’ kan
alles wel denken. Daar is geen beginnen aan. Richten doet
hij dus niet. Hij is een ongerichte schutter en schiet in
het wildeweg met hagel……………en dan maar kijken wie
er in de baan van het schot wil gaan staan. Dan weer vist
hij met dat enorme sleepnet van taal over de zeebodem
en dan maar zien welke lezers er door de mazen ontsnappen.
Nu bestaat ‘de Schrijver’ natuurlijk ook niet. Er zijn er die
iets willen zeggen…en er zijn er ook die willen leren schrijven
en ermee zouden stoppen als ze het denken te kunnen…
Zij schrijven dus omdat ze het niet kunnen.
Trouwens, waarom zou een mens eigenlijk iets doen wat hij al kan?
Iets gaan leren wat je helemaal niet beheerst is toch veel leuker,
avontuurlijker, verrijkender. Het geeft enige kans op evolutie.

Pathologica


Was de heersende overtuiging niets minder dan een ziektebeeld?
Zou men over een paar eeuwen terugkijken op deze tijdgeest als
een pathologische aandoening die gemeengoed was geworden
en daardoor niet als zodanig herkend. Het was normaal, gangbaar,
doorsnee, business as usual, de gewoonste zaak van de wereld.
Waarom dit inzicht lang op zich liet wachten kwam natuurlijk omdat
elke ziekelijke afwijking altijd werd afgemeten in vergelijk met
de ‘normale toestand’… Dat de ‘normale toestand’ niets meer dan
een mechanische gewoonte was kwam niet op in de zichzelf
herhalende geest. Die herhaling bevestigde steeds weer opnieuw
hoe ‘normaal’ men was. Wat was het beschrijven van ziekten anders
dan het bevestigen van de eigen gezonde staat. Nu zou de lezer kunnen
denken dat dit stukje daar eveneens aan ten prooi valt…ware het niet
dat er geen criterium bestaat en dat in onzekerheid leven een kenmerk
is van een natuurlijke staat.

(afbeelding: Martin Jarrie)

Papier

Stel:

de eerste en enige leugen zou het concept van bezit zijn

deze leugen doorzien zou dan de eerste en enige waarheid zijn

niet een waarheid die iets poneert, maar slechts één die onthult

logisch gevolg is de ontmaskering van het eigenaarschap

achter het masker zou een leeg vergezicht schuilgaan

het hele mentale bouwwerk ‘van mij’ zou een ruïne blijken

de juridische orde zou dan zo waardevol zijn als oud papier

we kunnen allemaal weten dat bezit een aangename leugen is

en we weten ook, ergens wel, hoe het met indianen is afgelopen,

met aboriginals, met alle vrije volken met een natuurcultuur

dat ze meedogenloos zijn vermalen in de juridische papiermolen

de witte boord is het onschuldige kenmerk van de machtige leugen

het handlangerschap van de onmacht om de leugen te erkennen

het is een openbaar geheim, goed verborgen in het evidente

Veelal

Ach weet je, al met al is dit toch wel een van de betere…over heelallen gesproken….zoniet het beste en dichtstbijzijnde heelal in de naaste omgeving… afgezien van wat achterstallig onderhoud.

Hoeveel kritiek je er ook op kunt hebben en tal van verbeterpunten,
dit heelal heeft toch een uitstekende bestaansgrond vergeleken bij die pompeuze Extra-Galactische heelallen.

Andere heelallen doen het soms zonder zwaartekracht, daar moet je toch niet aan denken…je zweeft
daar de hele tijd weg van waar je naartoe denkt te willen.

Weer een ander heelal moet het stellen zonder ruimte, je stoot je werkelijk overal aan…behoorlijk benauwend, daar kan ik rustig van getuigen.

Of die ene waar geen eeuwigheid bestaat …nooit nergens tijd voor en maar voortjakkeren…en dan dat heelal zonder spatje licht…dat had ik helemaal gauw gezien.

Nee, dit is allemaal helemaal zo gek nog niet. We mogen eigenlijk wel in onze handjes knijpen…al zou een
gebruiksaanwijzing en hier en daar wat ondertiteling wel behulpzaam kunnen zijn, tenminste…als ik het voor het zeggen had.

R’dam

Als Rotterdammert was mijn vader niet heel erg sentimenteel.
In de gehavende Maasstad waren gevoelens een onnoodzakelijk kwaad,
het was zo al hard werken genoeg. Platgebombardeerd vertrok hij berooid
naar Amsterdam om een moeder voor mij te zoeken, waarmee hij een leven
kon opbouwen.

Alleen wanneer de waterlanders niet meer binnen te houden waren kon hij
zo droog mogelijk opmerken:
“Tranen van gevoel… biggelen over mijn smoel”

Als ik het mij goed herinner noemde hij een man die huilde:
“een gespierde lafaard”.

En iemand met sterke armen:
“Een gozer met pik in de mouw”.

Om niemand in het bijzonder aan te duiden:
“Je weet wel die ene, die meneer met dat velletje over z’n neus”

En was het brood oudbakken en taai,
“Klagen is doorzagen, dan geef je maar een knauw meer”

De beste typering van de oorlog was de verbastering van
het voetballied, ‘Geen woorden, maar daden’ in:
“Geen waarden, maar doden”

Als Coen Moulijn een corner nam dan heette dat:
“Een doodschop om een hoekie”

Prioriteit

Vandaag ga ik maar eens een gat graven met m’n dikke voorpoten.
Zomaar ergens in de grond, een gazonnetje kan trouwens ook.
De aarde krabben, misschien heeft ze wel jeuk?
Gewoon lekker graven, klonten klauwen en dan m’n neus erin stoppen,
in dat gat, er een hapje van nemen en dat dan lekker uitspugen
en dan verder….Gewoon gezellig even samen met de aardbol,
een onderonsje met de grond… En als ik wat proef dan kijk ik even
verwonderd in het rond of er nog iets is om te beleven.
Maar er is niks beters te doen dan graven, je staart slaat de maat.

Metaforistan

We leven in de Vrijstaat Metaforistan.
Een taalgebied dat permanent onder de voet wordt gelopen door nieuwe, verse en vreemde vergelijkingen. De metafoor is een vrijheidsstrijder die de bestaande taalclichés probeert te ondermijnen en beperkte begrippen ruimer probeert te maken. Alles wordt maar met elkaar vergeleken…lukraak of doelbewust, terecht of onterecht…appels met peren. Alles lijkt geoorloofd.

“De tang is het varken van de onbegrepen metafoor”

Het metaforenleger voert een vergelijkend warenonderzoek uit,plundert op haar rooftocht alle bestaande platitudes. Elke metafoor probeert nieuwe gebiedsdelen te veroveren op het onzegbare. Het continent van het onzegbare is echter alomringend, Terra Incognita.
Wat als we alles hebben vergeleken met alles? Wat als de tang van het varken overal op heeft geslagen? Slaat alles dan op alles? Of blijft het onvergelijkbare over? Zal dan het unieke zich openbaren, het eenmalige geheim?

“Menselijk begrip is een eilandje met een falende grensbewaking om het invasieve mysterie buiten te houden”