Prooi


Is er een intieme afstemming dan biedt de meest beperkte leefruimte genoeg voor iedereen, men geeft elkaar graag de ruimte, in de beperking toont zich de meester.
Zonder enige afstemming weten twee bazen elkaar nog te vinden in de woestijn
om met elkaar op de vuist te gaan en alle ruimte voor zich op te eisen.
Niet afstemmen is het GPS-systeem om de hel op aarde te localiseren.

‘De jager is zijn eigen prooi’ , F Wildesheim

Olm


De Olm leeft in een watergrot ergens in Tsjechië. Hij ziet nooit het daglicht, daarom ziet hij zo bleek. Een Olm is een slangachtige salamander met uitwendige longen en rudimentaire drievingerige pootjes. Het lijkt een babydraakje. Vuurspuwen zal hij niet, hij weekt zich in koud water. Kan een jaar zonder eten, kan honderd jaar leven. Voelt electrische lading van zijn prooi met zijn lippen, handig als je blind bent. Ogen hebben ook weinig zin in de pikdonkere grot. Hij oriënteert zich door het elektromagnetisch veld van de aarde aan te voelen. Een magisch intiem innerlijk leven.

In hetzelfde gebied komt een eendagsvlinder voor die drie intense uren leeft.
De vlinders komen jaarlijks uit en gaan met duizenden zwermen boven de rivier.
De mannetjes bevruchten de vrouwtjes boven de rivier, waarna het mannetje sterft
en in de rivier valt. De bevruchte vrouwtjes vliegen vijf kilometer stroomopwaarts waar ze uit vermoeidheid in de rivier vallen, sterven en hun eitjes loslaten. De eitjes zinken op de bodem om zich vijf kilometer stroomafwaarts vast te zetten. Een jaar later komen ze weer uit voor hetzelfde ritueel. Een oogverblindend mooi schouwspel.

Ergens tussen deze twee wondersoorten krioelt de Sapiens, tussen hemel
en aarde, op vijftenige pootjes. Het eet zich kogelrond voor mogelijke komende schaarste. Heeft nog rudimentaire oren, is selectief doof voor wat het niet wil horen. Wil eeuwig blijven leven. Plant zich voort als een sprinkhanenplaag die alles kaalvreet. Oriënteert zich middels een mobiele telefoon zolang die opgeladen is. Zonder stopcontact weet hij niet meer ‘waar’ hij het zoeken moet. Ziet zichzelf als ‘n buitencategorie ver verheven boven alle soorten. Een wandelend misverstand in verwarring.

Orale overlevering


In de tijd ver voor de oudheid geschiedenis begon te schrijven was er een nomadisch
volk dat de Horizonten werd genoemd. Hoe ze werkelijk heetten is niet te achterhalen,
maar door ‘men’ werden ze zo genoemd. ‘Men’ kan gerust als de oudste bron van de orale geschiedenis worden beschouwd, maar daarover later in de voetnoten.
De Horizonten waren een legendarisch volk in een gebied rondom Eufraat en Tigris, waar het permanent rondtrok op zoek naar hun Godheid, de horizon. De Horizon beschouwden ze als hun God. De hele wereld werd uit zijn aangezicht geboren, bomen, bergen, dieren…wat al niet? Steeds als ze hem waar dan ook benaderden om hem eer te bewijzen leek hij van gezicht te veranderen. Horizon zou zich pas voluit tonen als hij zichzelf als een slang in zijn eigen staart zou bijten…hij zou zich ronden en pas dan zou hun reis ten einde zijn en hier kunnen blijven. Elke dag meenden ze dichterbij te komen en overal toonde Horizon zich als nieuw vergezicht, nieuwe werelden scheppend. Door andere volkeren werden ze als dwazen gezien. Want wie goed om zich heen keek zag dat de horizon overal van nature rond was, waar je je ook maar bevond. De nomadische zoektocht van de Horizonten zou vergeefs geweest zijn. Toch meent Drs. Wolvenga dat er een aandoenlijke schoonheid in deze levenswijze schuilt, want men ziet zo, altijd maar onderweg heel wat van de wereld. De Drs. betrapt zichzelf in zijn proefschrift zelfs op een zekere ontroering en weemoed over de teloorgang van deze levenswijze.
Het valt niet te ontkennen dat dit volk dankzij deze levenswijze het tot een wetenswaardige orale geschiedenis hebben gebracht. Hoeveel orale overlevering is niet domweg vergeten. Welke juweeltjes van verhalen zijn zo niet voorgoed verdwenen, mijmert Wolvenga in zijn nawoord.

(Uit: ‘De orale overleveringen van Men’ ,Drs. W L Wolvenga, Univercitypress 2016)

Luchthappen


De Grote Pandamoeder duwt haar kind
terloops & frivool van het hoge vlonder af.
Het moet leren vallen om reuzenpanda te worden.
Ontgoocheld kijkt de kleuter op naar zijn ‘wrede’ moeder.

De ottermoeder sleept haar zuigeling bijtend in zijn oor
het veilige hol uit om zwemles te krijgen.
Ze sleurt het tegenstribbelende jong, dat naar lucht hapt
net zo lang door het water tot het zwemt.

Het mensenkind heeft ouders als handicap
die het moet overwinnen, het moet in het geheim
eigen ervaringen bevechten om zo te ontsnappen
aan de veilige en verstikkende bescherming.

Don Duelo

Het was inmiddels al de vijfentachtigste dag dat Salvino Podar op sterven lag.
Toen de dorpsarts van het Spaanse bergdorp Ortigueira hem moeizaam zuchtend en rochelend het slechte nieuws vertelde, had hij zich er meteen bij neergelegd tot zijn eigen verwondering. Volgens de stokoude dorpsarts Don Duelo had Podar hooguit nog twee maanden te leven, tot zijn hart het zou begeven. In zijn kamer grenzend aan de smederij had hij daadkrachtig zijn sterfbed geïnstalleerd, dicht bij zijn keukentje, het toilet, alles binnen handbereik. Hij had zich er zo mee verzoend dat hij vreemd genoeg alleen nog maar wilde liggen.
Salvino had een prachtig leven gehad als hoefsmid in het kleine bergdorp. Alle paarden en ezels uit de omgeving kenden hem van stem en gezicht. Na een paar weken sterfbed kwamen er af en toe dorpelingen met hun paarden langs met het verzoek of hij niet nog een laatste keer hun hoeven wilde bijsnijden en beslaan met ijzers.
De vredige blik van de paarden kon Podar niet weerstaan. Natuurlijk wilde hij ze voor een laatste keer behandelen al was het maar bij wijze van afscheid.
Na twee maanden overleed Don Duelo plotseling tijdens zijn siësta.
Salvino Podar was verbaasd en voelde zich levendiger dan ooit. Alsof die oude Don het goede voorbeeld had willen geven….zo doe je dat gewoon, moeiteloos…terwijl je siësta houdt. Salvino vond het een mooi voorbeeld en besloot in de ochtenden paarden te helpen om ‘s middags een uitgebreide siësta te houden in zijn sterfbed. Eigenlijk voelde zich hij zich vredig en tevreden, elke dag leek een extra geschenk. Het jaar verstreek en Salvino leefde nog steeds. Sommige dorpsgenoten begonnen hem schertsend: ‘El Presumido, ‘de aansteller’ te noemen. Hij kon geen verhaal halen bij Duelo, die toch een grote inschattingsfout had gemaakt. Maar misschien was dit wel zijn beste fout, vroeg Podar zich af.
Nog nooit had hij zo kunnen genieten van de meest onbenullige dingen…bestonden er wel onbenullige dingen? Podar overleefde nog menige paardeneigenaar tot hij in ‘n siësta overleed. Sindsdien staat deze wijze van sterven in de streek bekend als ‘Siësta Duelo’. Voor men gaat slapen in Ortigueira nemen ze nog altijd op ironische wijze afscheid, uit voorzorg, je weet maar nooit.

Paaseiland

{CAPTION}

Je wordt als ‘vrije westerling’ of je wilt of niet zeer modebewust opgevoed. Dat kan ook bijna niet anders in een samenleving die door de waan van de dag wordt geregeerd…of je moet op Paaseiland ter wereld komen, waar het trendhoppen een absoluut dieptepunt heeft bereikt. Niet dat ik de mode ooit heb gevolgd, maar toch heeft zij mij altijd precies duidelijk getoond welke kleding ik nooit wil dragen. Hier ben de Haute Couture zeer dankbaar voor, want ook voor ‘prêt-à-porter’ ben ik niet in de wieg gelegd. Zo is mode indirect dan toch een solide richtlijn geweest in mijn anders zo naakte bestaan. Het Leger de Heils bleek voor mij de perfecte leverancier voor onmodieuze uitdossingen. Ik had het daar voor het uitkiezen, als jongetje al. Ik zag er uit als een te oud mannetje geboren in een te jong en te groot lichaam. Gelukkig was ik de enige die dat niet zag, zodat schaamte mij vreemd kon blijven. Ik was een wandelend anachronisme in een verder modieuze wereld. Sommigen vonden mij wereldvreemd, zo kwam mij later ter ore. Ik zag dat iets anders, namelijk dat die modieuze wereld van dagwanen mij totaal vreemd was. Het was voor mij een kwestie van niet af kunnen stemmen op een volslagen valse toonsoort. Tot dusver wist ik uit handen te blijven van de modepolitie.   Ze zouden mij onmiddellijk arresteren en mij onderwerpen aan een totale ‘Make-over’.  Ik overweeg nog altijd asiel aan te vragen op Paaseiland.

Melancholiefde


Je hoort soms dat mensen worstelen met gemengde gevoelens, omdat ze die niet kunnen plaatsen of ze gewoon niet willen ervaren. Misschien kun je beter spreken van gelaagde gevoelens, omdat er vaak weer een andere gevoel onder ligt.
Het gevoelsleven is een heel rijk polyfoon proces, een prachtige fuga van Bach.
Worstelen is in dit domein volkomen overbodig, beschikbaar zijn is voldoende.
Zo kun je bijvoorbeeld blij zijn voor je vrienden die een nieuwe jonge hond hebben, onder die blijheid voel je je jaloers, en daaronder voel je verdriet omdat jij hem niet hebt en daaronder voel je je boos omdat er precies maar één zo’n hond is op de wereld, en tegelijk ben je gelukkig omdat die hond zo gelukkig is bij die baas en daaronder voel je melancholie, een zoete pijn omdat je je eigen hond mist, in het gemis voel je de verwachting en de verheuging naar de nieuwe hond die ergens in de wereld op jou wacht, je voelt dat het wederzijds is, je voelt een diep vertrouwen dat alles goed is precies zoals het is, zelfs als er nooit meer een hond op je pad komt, je voelt je dankbaar dat je die ene al hebt mogen kennen, je voelt bevrijding in het vrij stromen.
Laag over laag over laag, compost voor wat nog gaat bloeien.

Garmich Partenkirchen


Elke nieuwjaarsdag kreeg je als kind dezelfde GarmischPartenkirchen-nachtmerrie voorgeschoteld. Ieder jaar weer mocht jij als eerste deelnemer in de skilift naar boven. Door gelukkige loting was je uitverkoren om van de schans af te gaan. Hoe je ook probeerde duidelijk te maken dat je nog nooit op ski’s had gestaan…ze bleven je maar bemoedigend toeknikken en zeggen dat het allemaal goed zou komen. Elke omstander was bereid je een laatste zetje te geven. De hoofdprijs was, als je het zou overleven…de nostalgische medley van Strausswalz-Weltmeister Willy Boskovski in een Weens suikerpaleis. Wie verlangde daar nou niet naar? De doodsangst voor de schans ging je vervelen. Via de achterdeur wist je te ontsnappen aan de schans en de Weense paleismuzak. Ook het nagerecht…het verplichte nummer, middagvullende Staatcircus wist je met voorbedachte rade te ontlopen. Je zag dagelijks al genoeg zinloze capriolen en wanhopige clowns die zich steeds weer pijnlijk bezeerden aan dezelfde steen. Niet meer doen stoute steen…
In de winterschemering werd je betrapt in je zondagse kleren van het Leger des Heils op het braaklandje bij het stoken van een nat knetterend kerstbomenvuurtje. Je zou naar rook gestonken hebben, maar je ziel gloeide van betovering, alleen onder de sterren.

Graan

Er is nieuw onbekend werk van Maarten Biesheuvel gevonden
tussen de uitgedroogde ballpoints en kattenharen.
Een van de nieuwe verhalen heet: Reis over mijn tafel.
Bies was de man die ons geduldig uitlegde hoe graankorrels
windmolens in werking zetten om zodoende wind te produceren.
Toen hij gedwongen werd opgenomen in het psychiatrisch ziekenhuis
Rivierduinen vroeg hij onderweg in de ambulance: ‘Mag de sirene aan?’
Hij schreef: Brommer op zee. Als lezer sprong je graag bij hem achterop
om zijn meest waanzinnige belevenissen mee te maken. Ik kan geen
windmolen meer zien zonder aan hem te denken.