Criterium

Je hond piest tegen ‘n boombast
bij maanlicht ‘t glinsterende slijmspoor weg,
een spoor dat naar huis leidt…
De slak is echter, altijd al thuis
zoals een steen overal thuis is.

Stel dat je hond trots zijn zelfgemaakte gedichten zou blaffen,
elke klank zou perfect rijmen in ‘n volkomen natuurlijk metrum.

Of stel, dat de slak ‘n ‘theorie van de traagtekracht’ zou poneren
in het achtergelaten slijmspoor, als bewijs van het langzaamste bestaan.

Of stel desnoods dat een boom het idee opvat om de maan te bezoeken
en daar manisch in slaagt, al moeten alle bossen er voor worden gekapt.

Wat zou je dan zeggen? Zou je zeggen: Nou en…of…en wat dan nog?
Of zeg je, misschien moeten we ons criterium toch eens wat bijstellen.
Het criterium waarmee wij gegarandeerd winnen van welk wezen dan ook.
Wat is ons criterium anders dan een onnozele, gênante zelffelicitatie?

Stel dat ‘n boom op de maan kon landen wat was daarmee dan bewezen?
Dat men daar nooit kan wortelen, maar wel vergeefs kan rondzweven?
Dat de slak thuis is gebleven en dat daar geen hond wenst te leven?

Bazennest

De hond stond te wachtlijsten voor een baasje. Liefst een jong baasje dat nog af te richten was voor de jacht. Het baasje zou hondenvoer leren apporteren en de riem dragen, met stokken leren gooien, huilen naar de maan, dat soort werk.
Het wachten duurde lang, tot Moeder natuur eindelijk ging werpen.
Een worp van zeven baasjes werd het, allemaal bastaards. De hond kon moeilijk kiezen, ze waren allemaal zo aandoenlijk hulpeloos. Wachten tot een baasje vanzelf naar je toe kwam was de beste manier…afwachten. Van de zeven bleef er eentje over die niemand wilde hebben. Zo kreeg de besluiteloze hond zonder te kiezen het baasje dat overbleef.
Het verbaasde de hond dat het baasje bij hem in de mand wilde slapen en niet in zijn eigen bazenbed. Van africhten is niet veel gekomen, maar ze leerden al gauw elkaars lichaamstaal lezen, schrijven en samen te lijven.

Helaas?

Het komt gewoon omdat die wolk toen de zon verduisterde.
Hoe bedoel je…het was nacht toen het gebeurde, het kwam juist
doordat de omstandigheden precies gunstig genoeg waren
om dit te laten plaats vinden…
Het kon dus niet anders dan zo gaan, gezien de voorgeschiedenis.
Je wilt toch niet zeggen dat het zo was voorbeschikt?
Nee, vooraf bezien komt alles voort uit die onoverzichtelijke berg
van toeval, achteraf gezien moest het noodzakelijk zo lopen.
Ja, toevalstreffers komen ook voort uit de juiste oorzaken.
Hoe weet je of het goed of slecht is dat het zo gelopen is…
Dat weet je niet, je kent het toekomstige verloop nog niet…
Misschien lijkt het nu heel jammer, maar blijkt het straks het beste zo.
Je weet niet hoe het geworden zou zijn met een andere uitkomst.
Wat eerst ‘n buitenkansje lijkt kan later een ramp blijken…en andersom.
Je weet dus niet eens of je het jammer moet vinden of niet, helaas…
Je weet alleen dat het zonder nu ook al goed is…verdomme!
Of zoals mijn vader zei: Scheve gaatjes piesen ook!

Omwegen


In het grensloze uitlaatgebied
wandelt de wens niet aangelijnd rond
in de eigen oorspronkelijke natuur.

Wat weet zich zo identiek met dit dierbare?
Dit zo vreemde & vertrouwende gegeven…
je eigen hond te zijn, zonder baasje.

Wat is dit voor ‘n gezelschapsdier
dat begeesterd alle geursporen volgt,
de mooiste omwegen naar huis?

In het zonder staart geborene
kwispelt er iets vol verheuging
over welke roedelgenoot er wacht.


Schilderij: Michael Sowa

Eeuw van het zweet

Volgens vrolijke futurologen leven we nu
reeds in ‘de Eeuw van het Zweet’.

Het ‘Sauna-tijdperk’ is aangebroken.
Zij beweren ijskoud dat dankzij de opwarming
het energieprobleem is opgelost.
Ze zetten zonnestraling om in verkoeling.

Ventilatoren worden onze Goden,
koelkasten onze Vriesgodinnen.
Ze wonen voortaan in ondergrondse oasen.
Verhitte gemoederen zullen in koelte bedaren.

De maan wordt tot nieuwe zon verheven.
Als schaduw, zo licht, weegt ons leven.

Sporadisme


Altijd en Immer liepen graag
dagelijks onze voordeur plat

tot Immer ‘n horloge kreeg
en Altijd een drukte-agenda

daarna verwaterde het bezoek
van Meestal-wel tot Vaak-niet,

Het begon danig te versomsen
naar Zelden en Amper

tot ook Amper zich gestaag
vernimmerde naar…hoe noem je zoiets?

Nu zit Niet-Noemenswaardig brutaal
genesteld in onze beste fauteuil!

Deze gast is er niet uit weg te slaan
we verdragen gelaten zijn opperbeste bui.

Mensheden


Je weet nooit wat je mist,
net ontsnapt aan een ramp
of een hoofdprijs misgelopen
of beide?

Weet jij veel wat je meemaakt?
je wilt toch niet beweren
dat je echt weet wat water is?
of wat precies hersencellen zijn?
laat staan hoe ze deze
meerdimensionale belevingswereld,
zo verdacht echt doen lijken?

Hoe weet je eigenlijk ooit zeker
of je iemand, een boek, een film…
nu echt helemaal hebt begrepen?
of dat je een manke vertaling
hebt gemaakt naar het jou bekende?

Niet-weten maakt nederig
als een ondergrondse schimmel
die permanent op de tast zoekt
naar organismen om ‘n innige
symbiose mee te beginnen

nieuwsgierig voortwoekerend
kruipen schimmels als verkenners
zich openend naar alle wezens
om intiem mee samen te lijven
‘n perfect rolmodel voor mensheden

Droog

Het grote epos gaat over het allerkleinste, het verfijnde, meest subtiele dat het kenmerk draagt van alomvattende oceanen, overvol van mogelijk heden, één vonkje schijn is genoeg om wat dan ook tot zijn te verleiden. In elk zandkorreltje woont een zandkasteel…een sneeuwkristal droomt van ijspaleizen. In welke laatste adem gloort nieuwe geboorte…als wat?
Slordige dromers vangen verse woestijnvissen of fata morgana’s van smeltende sneeuwpoppen…ze wensen zich droge watervallen of lichtjaren van twee seconden lang. Ze wanen als verkenners van het ongekende graag het onmogelijke mogelijk.
De echte woestijn is natuurlijk deze woestijn zonder zand, drooggevallen van alle fenomenen, verlaten leegte bewoond door stil besef. In wezen het grootste, meest subtiele detail. Noem het geen naam, probeer het maar vergeefs te vergeten.

Vorst

De oude onbekende liet zich weer eens zien: de achtennegentigmiljoen jaar oude Dinosaurus… We wisten niet wat we misten. Nu eindelijk ontdekt in Patagonië, Argentinië, fossiele reuzenbotten van de grootste dino ooit, 20% groter dan de grootste bekende tot nu toe, zijn troetelnaam: Patagotitan Mayorum. Had zich zo goed verstopt onder archaïsche aarde. De voorzichtige grafschenners zijn euforisch over onze vreedzame voorouder: Grote planteneter met lange staart als tegenwicht voor de langste dunne nek, 40 meter hoog…een flat van dertien etages. Uitgegraasd vond Patagotitan de dood, waarschijnlijk door een klimaatramp.

Achtennegentigmiljoen jaar later vries ik hier thuis zojuist de laatste sneeuwbal in. In het vriesvak heerst onze kleinste en enigste ijstijd. Vorst verdient het om gekoesterd te worden na alle bewezen koude diensten, ook al is het een winter van niks. Winters sterven uit in dit tijdperk van het grote smelten, als de mensheid slaagt als klimaatramp dan worden Poolstreken tropisch. Wie ooit de laatste winter gaat opgraven ontwaakt op het palmenstrand van Nova Zembla. Welk wezen zal over achtennegentig miljoen jaar de resten van deze laatste winter opgegraven uit ons vriesvak? Wat zullen ze zeggen, de laatste sneeuwbal ten tijde van die winter van niks, het nulpunt van onze tijdrekening…toen alles anders werd?