Van die dingen

ruitenwissers zwaaien passief alles gedag
doofstomme dingen gebaren zo naïef

het klerenhangertje dat nog even
naschommelt aan de kapstok

er dagelijks wonderwel in slagen
om doodgewoon banaal te lijken
in gestolde gedachtevormen
vermomd als het oude normaal

‘n rubberlaars die tot de rand
vol water staat, past de juiste maat

halsstarrige gewoontedingen
om maar plaats in te nemen
te zwijgblijven waar ze zijn
elk precies hier vastgeplekt

‘n handzeepje dat handmatig
geleidelijk wegkwijnt in geglibber

nietswillig & nalaatzaam
nooit uit zichzelf te bewegen
handelingsonbekwaam
zelfs geen zuchtje te ademen

‘n aangebrande overwant die nog
wat nasmeult met ‘n pluimpje rook

bewonder hun trage retro-evolutie
van duurzaam & moeiteloos eroderen
sereen af te bladderen & verkleuren
zonder werkzaam leven te pensioneren

‘n scheerkwast die een spoor van haren
verliest op ‘n ongeschoren wang

schijnbaar zo hard & gewichtig
maar onderhuids zwak & lichtzinnig,
frivool als gas valt het materiemoe
vrolijk uit één tot vers ruimtekruim

Kokon met Bor van Geenon

Vandaag de bietenpuree à la Wildesheim

Schilt 3 rode bieten dun
met uw eigen dunschillert (uit de keukenla)
Snijdt uw blije rode vrienden nu in hapklare blokjes
Hakt 1 middelgrote ui fijn (niet te klein)
Kookt dit geurig samen met 1 laurierblad
en een scheutje Balsamico-azijn
blijf kokon tot de biet bijtgaar is
let op de kleur, die moet goed rood zijn
tegen het lila aan

Schilt vervolgens (of vooraf
mag ook)
de aardappels met pastinaken
half om half
Prakt dit na garing grofweg in de pan
voegt een klontje roomboter toe
met 1 nette klodder crême fraiche
en 1 volle theelepel (naar smaak)
paddenstoelenbouillon
liefst van eekhoorntjesbrood
roert hier 1 smeuïge puree van
voegt nu de biet toe aan de puree
schept het mengsel losje om en om
vooral niet prakken
Serveert dit (zonder bedje van wat dan ook)
met of zonder vleesvervanger
smult gerust en gij zult
het hemels koninkrijk der tong betreden

Faalmachtig

Het Mysterie was plots op bezoek
ongevraagd…zat zomaar breeduit
pontificaal op je beste fauteuil.
Het brutaalste van al vond je wel dat
het met jouw ogen keek…
Hoe was M binnen gekomen?
De deur zat nog op het nachtslot.
Het deed schaamteloos alsof het overal thuis was,
had geen kleren aan, geen bagage bij zich,
zelfs het gewenste lichaam was geheel achterwege gelaten.
M had zich niet eens voorgesteld, voelde zich welkom
en kennelijk zo op vertrouwde voet staan met
ja, met wie…wie was je eigenlijk?
M zat daar gerieflijk en beschikbaar,
alsof het zich zo tonen al een afdoende antwoord was
op alle prangende vragen die begonnen met: waarom…
Had je je ooit zo faalmachtig gevoeld?
In die verbijstering stelde je impulsief die meest prangende vraag.
M bleek welluidend te kunnen antwoorden,
alsof de wereld zelf vanzelf sprak.
Het sprak echter niet in mensentaal,
er kwamen louter dierengeluiden uit.
M sprak vloeiend alle dierentalen
afgewisseld met visachtige stilten
insectengegons met vlinderverzuchtingen.
Het kwetterde in mijn oren van alle vogeldialecten,
zinderende walvissenzang, geloei, geblaat
wat overging in bomengeruis.
Alsof M even diep ademhaalde voor de volgende volzin.
Het antwoord kwam binnen…
Je voelde je met die prangende vraag,
die nu zo overweldigend futiel bleek
als het laatste gekakel van een kip zonder kop.
M wist van geen ophouden en gaf onvermoeibaar
ongevraagd antwoord op alle ongestelde vragen.
Sindsdien heb je het huis verlaten
en spreek je de taal der visachtigen.

Doornendal

Dit was echt, zo’n boek waaraan je je vastklampte,
als aan de glibberige rand van een ravijnwand.
Hier werd je zelf een klifhanger met slechte afloop.
Panisch greep je je vast aan de harde gladde kaft
(niet aan de pagina gaan hangen bij het omslaan!)
je bladzij zou afscheuren en je zou te pletter vallen
in het duistere, van God-en-alles-verlaten Doornendal.
Je enige hoop was halsstarrig door te blijven lezen,
hangend aan dat zijden rode draadje van het verhaal.
Alleen dan, als je het tot het laatste woord volbracht
had mocht je de wankele verwachting koesteren dat
je het maar gedroomd had, dat alles maar denkbeeldig
was geweest. Toch had je echte spierpijn, klamme handen.
Zelfs je schouders voelden verkrampt, je adem amechtig.
Het bleef nog weken unheimisch door je vege lijf spoken.
Dit vond je nog eens ‘n goed boek, dat zoiets met je doet.
Alleen de rug in je boekenkast bracht al een lichte huivering
te weeg. Ze keek je aan…vanuit de ogen in haar rug.

Sacoglossans


Van de octopus was al bekend dat ze een afgebeten tentakel kan laten aangroeien. Hoe haalt-ie het in z’n hoofd?
Nu is de Sacoglossans ontdekt, een zeeslakje dat haar gehele onderlijf kan losmaken van haar kop. Waarschijnlijk om zich zo te ontdoen van een parasiet. Na deze onthoofding leeft het hoofd met voelsprieten verder, zonder interne organen, zoals hart, spijsverteringsstelsel en andere ‘vitale’ organen. Binnen twee weken groeit er een nieuw onderlichaam aan de kop, met een vers kloppend hartje. Ook het onderlijf leef nog dagen tot maanden autonoom verder tot het sterft. De kop eet algen die ze gebruikt om fotosynthese mee te ‘plegen’, zo krijgt ze direct energie uit zonlicht…ze is even zowel plant als dier.
De vraag komt op; Hoeveel geniale vermogens van planten, schimmels en dieren de
mens onderweg is verloren in het proces van evolutie? Vergeleken met de belichaamde intelligentie van deze soorten doen menselijk vermogens eerder denken aan degeneratie dan aan een voorlopersrol in de evolutie. Is het niet de hoogste tijd dat de mens zijn hoofd eraf schroeft en nederig terugkruipt richting verloren vermogens?

Tweedehands

Opeens hadden we twee kanaries in een hoge ronde kooi
met een blauwe deksel. Ze zongen niet echt, ze floten…
De kanaries waren tweedehands zoals alles in ons huis
eerst door anderen voorgebruikt was.
De dingen werden al voor ons ingeleefd…voorgeleefd.
Onze auto was door zeker drie eigenaren ingereden,
onze fietsen, onze meubels, onze kleren, onze schoenen.
De enige drie boeken in ons bezit waren al ingelezen
en door mij persoonlijk kapotgelezen….
Carmiggelt, Het Fluitketeltje en De Vosch Reinhaerde…
Het voordeel van tweedehands is dat daar meestal iets
aan mankeert. Als gebruiker wordt je dus noodgedwongen
heel handig, pragmatisch en relativerend.
Om terug te komen op ons ornithologische avontuur
merkten we dat de kanaries niet floten, veel veren verloren…
ja, wat wil je, ze waren al door anderen ingevlogen…
Één kanarie bleek een kromgroeiende snavel te hebben.
Hij kreeg een kruisbeksnavel waar geen groeirem op zat.
De vogel zag er ontgoocheld uit, kon niet meer zelf eten.
Gelukkig werd hij door zijn partner gevoerd aan de zijkant
van zijn ongelukkige bekje.
Nu zat mijn vader in de metaalbewerking…was dus bedreven
in het knippen van plaatmateriaal. Dus waarom zou hij geen
kanariesnavel kunnen bijpunten?
Volgens hem zat er geen gevoel in zo’n snavel, het was een soort
nagel. Zonder enige weifeling ging hij met zijn kolenschophand in
de kooi en pakte de gevederde patiënt voorzichtig beet.
Binnen drie knippen was het snaveltje scherper dan ooit te voren.
Dus werkte hij het puntje nog een beetje bij met een nagelvijltje.
Het beestje kon weer zelf eten, vers eerstehands voer.

Matig

Het geheugen is precies matig genoeg
om steeds weer vers te kunnen genieten
van wat hetzelfde lijkt en altijd anders is.

Begin daarom nooit een grap te vertellen
als je alleen de clou nog weet en daarna
vol binnenpret de aanleiding probeert
te reconstrueren, grappig onvermogen.

Is dit nu de plot van bestaan als geheel ?
Is het voorgaande slechts de onnavolgbare
aanleiding geweest voor de beste grap ooit,
zonder plotselinge plot…is dit geen grap?

Zo eet je mond vol tanden een banaan
alsof het je eerste is, wat een mango heet
smaakt geheugenloos vers of bedorven.

Zo zien je lege ogen steeds weer nieuw,
Laurel & Hardy voor de zoveelste keer,
verwachtingloos, onbedoelde verrassing.

Matig geheugen is adequaat onvermogen.

Maatstaaf


In Kassel, Duitsland ligt het kunstwerk van Walther De Maria. Een koperen staaf van een kilometer lengte de grond ingebracht…Der ‘Vertikaler Kilometer’ , is het een beeldhouwwerk of wat? Op de grond zie je alleen het uiteinde liggen als een glimmend koperen muntstuk. Voor wat deze staaf een maatstaf vormt weet niemand. Het zou heel goed de maateenheid van onze onwetendheid kunnen zijn. Geeft het de kilometer diepte onder onze voeten aan waar wij niets van weten?Niets, behalve wat oppervlakkigheden, weten we van het leven dat zich daar afspeelt, niets van de grondstoffen, mineralen, grotten, onderaardse rivieren…wortels, schimmels, bacterieën… Het is overweldigend, voor een onzichtbaar ‘beeld’, om bij het uiteinde van deze kilometer te staan. Je hebt er geen weerwoord op, het is overweldigend.

Het enige wat je verbeelding nog kan proberen is het ‘beeld’ relativeren door te bedenken dat er echt alleen maar een ingemetseld plat muntje ligt. Dit werkt slechts voor een paar seconden…en dan doet het er niet meer toe. De vertikale kilometer heeft zich voorgoed in je geest geboord   om nooit meer te vertrekken. Deze denkbeeldige staaf kun je niet verwijderen. Je kunt hem denkbeeldig proberen te verwijderen, hetgeen hem alleen nog sterker maakt.
Bij elk muntje denk je voortaan aan die diepe staaf. En dan te bedenken dat ik er zelf niet eens fysiek bij heb gestaan. Kun je nagaan wat een kracht dit beeld in zich heeft.

Fantoomzijn

Dit is het juiste moment om…
om noem maar op…
het uitgelezen moment
voor wat dan ook…
al was het maar om iets na te laten
zodat niets wordt nagelaten
Dit is ‘n eenmalig buitenkansje

Er is nog genoeg eeuwigheid over
om in wakker te liggen…
dat er geen lichaam meer is
geen zintuiglijk reservoir
geen handen om mee te tasten
ze hebben zichzelf uitgezwaaid
ook je voeten hebben je verlaten

die hele handel en wandel