De Paraaf is een ambtelijke vogel
gerieflijk gekooid in zijn kantoor
achter zijn bureau of loket
een onwijs grijze vogel
die met zijn vuile pootafdruk
levens kan breken of bezegelen
als handlanger van de macht
reiken zijn onzichtbare vleugels
tot in alle schuilplaatsen, holen,
nesten, nergens is men veilig
voor zijn onuitwisbare inkt
de Paraaf kan ook praten
napraten als de beste
ongevraagd en onvermoeibaar
herhaalt de Paraaf als een
papegaaiend antwoordapparaat
de vele eenzijdige afspraken
die nooit met ons zijn gemaakt
maar over onze hoofden heen
de Paraaf noemt dat tactvol
het sociaal contract
onze handtekening
wordt niet nodig geacht
Geheelonthouder
Iedereen had het maar over ‘Het’,
wat was ‘Het’ in hemelsnaam?
Hij kon zich ‘Het’ niet herinneren
noch of hij ooit een geheugen had gehad.
Laat staan dat hij wist welke herinneringen
daar wel of niet in waren opgeslagen…gewist?
Ook wist hij niet of het wel de juiste
dan wel de verkeerde herinneringen waren.
Zelfs bij confrontatie met het feitenrelaas
bleef ‘Het’ helaas blanco in zijn bovenkamer.
Hij was kennelijk vergeten om het goed
te onthouden, dat kon hij wel met zekerheid zeggen.
Volgens hem lag ‘Het’ allemaal besloten
in dat ene woord ‘onthouden’…dat moest je breed zien.
Betekende dat niet dat je ergens van af zag
en misschien wel overal van af wilde zien?
Misschien was hij wel geheelonthouder,
dat was hij eventueel wel bereid te erkennen.
Als tegemoetkoming was hij tenslotte bereid
om te verklaren: “Sorry dat ‘Het’ mij zo spijt.”
Opus
Het schijnt zo ijl en tegelijk zo massief,
dit in dichte mist gehuld fantoomgebergte.
Dit monumentale gemis van al die ongeschreven gedichten
die de mensheid in vervoering hadden kunnen brengen,
vleugels hadden kunnen geven om het zielloos kleingeestige te ontstijgen.
Waren die blind naïeve poëten soms even vergeten om geboren te worden?
Waarom anders bleven deze verzen zo stevig ongeschreven
of waren deze weke verzenkwekers…met mos begroeide wezens
weer eens te lyrisch geweest, te overmeesterd, te hysterisch begeesterd…?
Niet bij machte om de open wond van verwondering te verplegen?
Hoe slaagden deze talloze verzen er in
om nooit een lichaam van taal te verwerven?
Is dat te wijten aan de taal die nooit het sublieme kan raken?
Het kijkt ons nu gelaten aan, dit Magnum Opus Vacuum, permanent.
Vanuit alle blikvelden, vanuit elk perspectief,
voelbaar in alles wat van taal is ontdaan.
In dit besef trekt poëtische koorts zich terug in het mistige bergmassief,
in dit gemis dat nimmer taalde naar vertaling.
Het neemt de wereld voor lief, gemis dat niets dan ruimte is.
De wond mag open blijven, als een oog dat nooit kan slapen.
Tijdblind
We zien klokken, pendules, wekkers, horloges, zandlopers, zonnewijzers, we horen ze wegtikken, strak opgewonden voortjakkeren, dat wel…maar de tijd zelf heeft niemand ooit gezien.
Hoe ervaart een blinde de tijd? Voelt hij soms aan de wijzers dat hij geen tijdsbesef heeft, tastend naar voortdurend bewijs? Schijnbaar zijn wijzers tijdelijke daders, er is alleen geen daad, alleen het onstoffelijke overschot van schaduw kruipt voort,
op de vlucht voor het licht, maar om dat nu…tijd te noemen…?
Hoe vaak wekkers ook rinkelend ontwaken, alarmen afgaan, sirenes loeien. Er is geen tijd die we kunnen verliezen, alleen uitgestrekte gelegenheid. Biologische klokken verstrijken organisch. Elk hart leeft z’n eigen cadans. Niet één hart klopt dezelfde strakke maat, alleen in liefde dansen harten synchroon of vullen elkaar om de beurt aan, gewoon, omdat het klopt.
8
Er zijn mensen die vragen: “Zeg die zoon van acht van jou…die wordt ook niet veel ouder hè? En heeft die jongen trouwens geen naam?”
Dan verklaar ik waarom mijn zoon nooit ouder wordt dan acht. Op zijn achtste verjaardag vroeg hij zich af waarom mensen een leeftijd zouden moeten hebben.
Ik had zijn taart opgetuigd door heel veel kaarsjes in een lemniscaatvorm te plaatsen.
Ik had geen pasklaar antwoord op zijn vraag en kon geen andere reden bedenken dan dat het feitelijk slechts een voorlopige afspraak is. Hij vond mijn antwoord wel bevredigend genoeg en stelde voor dat als het dan toch alleen maar een afspraak is dat we dan net zo goed voorlopig konden afspreken om geen afspraak maken? Dat keek mij alleszins redelijk. Sindsdien herweegt hij elke afspraak en noem ik hem mijn ‘Zoon van Acht’. Het voorlopige duurt inmiddels moeiteloos voort.
De kaarsjes weigerde hij overigens uit te blazen. Hij stond erop ze te laten opbranden,
het was tenslotte zijn verjaardag.
Veel
Vind je het leven leuk? , vroeg ik aan mijn zoon van acht.
Ja, heel leuk, zei hij, maar ik vind het wel een beetje veel.
Wat vind je nu het leukste om te doen? , vroeg ik verder.
Nou, eigenlijk is niks doen het leukste, als alles al zo veel is.
Dus je hebt eigenlijk al genoeg aan alles?
Ja, meer dan genoeg.
Niks aan te doen.
15
Natuur leeft uitbundig anoniem.
Geen dier, geen boom, geen berg
heet Henk, Gualthèrie of Rokus.
Niet één bloem luistert
naar Tulp, Chrysant of Krokus.
De mens is echter graag beroemd
wegens bekendheid, what’s in a name?
(desnoods als de heilige Jodocus)
pleister op zijn aandachtsprobleem.
Roem lijkt zo bijster interessant,
maar leef liever onder een steen,
als schimmel in ondergronds verbond,
dan leven voor ‘n huid van buitenkant.
Geen hond zoekt fifteen minutes of fame.
De hond leeft voor de kat z’n kont.
Framing
Onze verkiezing is een voortzetting van de oorlog tegen de burger maar met ander middelen. Wij bedienen de verontwaardigde kudde van schijnbare individuen door hen hard en onomwonden te vertellen wat zij het liefst willen horen.Ons wetenschappelijk partijburo heeft bewezen dat kundig opgewekte volkswoede de stookkosten enorm drukt, dit is leidend voor ons energiebeleid. Verder willen wij in het kader van volksgezondheidheid hyperventilatie gaan bestrijden met airconditioning. En het milieu. Hoezo?… wij komen uit een heel goed milieu. Wij schromen niet om schaamteloos elk middel te heiligen zolang het maar dubieus genoeg is.
Wij herbronnen diepgaand onze partijbeginselen met borreltafelgelul.
De eerste levensbehoeften van anderen mogen van ons worden afgeschaft. Onze vrijheid bestaat eruit die van anderen in te perken.
Elk gerucht en roddel melken wij uit op het plein van de demagogie tot tastbare feiten. Wij wensen niet geframed te worden als de partij die alles en iedereen framed. Als wij al framen, dan doen wij dat puur in het landsbelang. Wij komen op voor alle trotse xenofoben die zich gediscrimineerd voelen. Feitelijk zijn wij een emancipatiebeweging die opkomt voor de rechten van de xenofoob.
Bus
Toen de nachtbus werd opgeheven
deed je even geen oog meer dicht
……. .. ………….. ……. ………………
…… .. …… …… …… ……. …….
nadat het gedicht was uitgegumd
kon niemand het meer vergeten
Stip
De leider kon het allemaal niet zo goed volgen. Hij dwaalde maar wat rond waardoor het leek alsof hij zaken aan het verkennen was. Zonder overzicht, zonder richtingsgevoel tuurde hij in elke verte, hopend op hulp…een teken…een stip aan de horizon. Zijn kudde volgers zagen dat getuur van hem aan voor een visie en gingen op hem af in steeds grote getale. De leider werd hun stip, zonder horizon. De stoet volgelingen trok een menigte meelopers aan. Ze begonnen de leider te benauwen…een menigte kan ook vertrappen. Feitelijk loopt hij weg voor zijn volgers die nog steeds denken dat hij ze ergens naar toe leidt. In wezen duwt de kudde meelopers de leider voort. Het feit dat ze steeds weer dezelfde dingen tegen komen geeft ze het bevredigende gevoel dat er een patroon in zit, wat houvast geeft en herkenning. Dat het patroon ook een spoor van vernieling is lijkt maar bijzaak.
Het onnozele schaap dat een kudde ontheemde herders hoedt?