Altaar
de huisgod fladdert
als een mot rond
de flakkerende kaarsvlam
vol vertrouwen neemt ze plaats
op de net gedoofde pit
als was het een troon
uitgeblust zit ze sereen
in opstijgende kaarswalm
vindt ze rust in het duister
Hertaling:
de moderne zot bladert
als een God op zijn mobiel
tot de accu leeg is
vertwijfeld plakt zijn blik vast
aan het uitgedoofde scherm
als was het een gesloten poort
onthutst starend naar het lege beeld
tot het besef gloort…er is
geen poort, alles is altijd al binnen
één fout is het kenmerk van het ware
Schemervis
Je zit bij je schaduw op de fiets
moeiteloos licht glijdt het beeld
als een schemervis over de stenen
van de straat
een torenflat wist ons weg
als een enorme gum
er wordt niets meer betekend
op de stenen van de straat
alleen in het innerlicht van verbeelding
zwemmen nog schaduwen in nachtaarde
onder de straat van stenen
Rotonde

Balletjes kunnen alleen maar raar rollen,
gewoon voorspelbaar rollen zit er niet in.
Oorspronkelijke natuur dobbelt
als een gokverslaafde, niets te verliezen.
Levenswegen kunnen elk moment
onverwachte wendingen nemen,
ondanks het harnas van de gewoonte.
Elke seconde ‘n verse rotonde
met nog nooit gebruikte afslagen,
naar nog niet eerder geleefde mogelijkheden.
Ondoorgrondelijk zijn goddelijke wegen
die nooit zijn aangelegd, ze ontstaan door te gaan.
Het onberekenbare rekent alles meteen goed
als het onvoorstelbare zich manifesteert.
Wegwijzer
Onderweg kwamen we het bord ‘ALLE RICHTINGEN’ tegen,
een helderblauw verkeersbord. Het stond er nogal dwingend,
maar we wisten het meteen, daar willen we naartoe.
‘Alle Richtingen’ Wie wil daar nou niet heen?
Het werd een onafgebroken en onnavolgbaar avontuur dat door gaat
tot op vandaag de dag. Waar heeft het ons niet gebracht?
Maar goed, dat klinkt wat gewichtig. Het is feitelijk juist vederlicht.
Want de hele wereld gaat natuurlijk al eonen door tot op vandaag de dag….
moeiteloos, zonder routekaart of reisplan.
Mensen vragen ons wel eens: “Waar zijn jullie nu weer geweest?”
Wat kunnen we anders zeggen dan: “In Alle richtingen,
we kunnen het iedereen van harte aanbevelen.
Het is de mooiste route naar Hier!”
Waar je ooit naartoe wilt?
‘Alle Richtingen’ leidt je er heen.
Dog God
We hebben onze hond God genoemd. Ze waakt over ons.
‘God kom hier, geef een pootje God, blijf God, lig dood God, trek niet zo anders laten we je los!’
Ze blafte niet en luisterde altijd heel aandachtig naar onze commando’s…niet één daarvan heeft ze ooit ten uitvoer gebracht. Uiteindelijk lieten we haar los. Als pup maakte ze al de dienst uit. Dan keek ze ons alleen maar stil aan met die hemelse oogopslag waarmee ze alle aandacht naar zich toe zoog, waardoor je niet meer wist wie, wat of waar je was…
Vervolgens wees ze met haar uitgelaten snuit de gewenste weg en wij, haar trouwe volgelingen liepen gewillig achter haar aan. ‘Waarheen voert de weg
die wij moeten gaan?’, zongen wij in stille bewondering. Gaandeweg gingen we onafhankelijk van elkaar onze angsten en verlangens in haar flossige oortjes fluisteren. Daar kwamen we pas achter toen onze wensen zich begonnen te realiseren.
Tot op een dag God plots zoek was. De tuindeur en het hek hadden open gestaan. Wij riepen de hele buurt bij elkaar. Informeerden bij alle buren:
‘Hebben jullie God ergens gezien, onze hond?’
Ze keken ons bevreemdend aan. ‘We hebben jullie eerlijk gezegd nog nooit met een hond gezien!’, zeiden ze enigszins in verlegenheid.
Waren wij dan de enigen die God zagen?, begonnen we ons af te vragen.
Wat was het signalement dan van de hond? We raakten niet uitgepraat over haar maar waren niet in staat om een kloppende beschrijving te geven.
Behulpzaam en goedgelovig als ze waren hielp de hele buurt ons op zoek naar God, hardop roepend.
Later, terwijl we in de tuin wat voorbarig aan het treuren waren over het mogelijke verlies stond ze opeens achter ons in de deuropening van de kamer.
God zag er uitgeslapen uit. Boven in ons onopgemaakte dekbed vonden we een warme, nagloeiende holte waar God zich in had gegraven. God wat waren we blij dat hond nog bestond. We dankten haar op onze blote knieën. We wezen de buren op onze hervonden hond. Uit beleefdheid en medeleven deden ze alsof ze haar echt zagen lopen. Ze lachten mee om alle dingen die wij over haar vertelden. Wij zagen oprechte ontroering in hun ogen.
Goede buren. Indien nodig wilden ze wel op God passen, geen punt.
We zijn altijd weg geweest van God, wat een hond.
Zonderland
de rivier reist
als een natuurlijke grens
zeewaarts
ze doorsnijdt ondeelbaar land
in twee helften
door simpel weg
het land
te doorstromen
stromen getuigt
van vloeibaar geluk
eenmaal in de oceaan
stroomt de grensrivier
nog steeds
maar nu oeverloos vrij
referentieloos,
zonder land
terugkijkend is de rivier
drooggevallen bedding
nooit waren hier aparte landen
gescheiden door een grens
de rivier blijkt een vloeibare droom
die oevers schept in de dalen
het oceanische merkt pas
verschil op als rivier
zoals de huid van de bergen
de hemelkusten kust
Het Ruysdaelt
Nabije verte golft teder
hemelhoge bladerweelde
Ruysdaelbos ademt wind…
wat is wat…wind, blad
hemel, licht, ruimte…
deze zee van zicht ?
wat het ook schijnt…
het ademt, het ruimt
het deint, verzuimt
het laat alles stranden
op ik weet niet
welk kustgebied
dat gebiedt te rusten
in gevonden zijn
door niemand
zonder handen

