Oude jeugdfoto’s

Na de Aha-erlebnis bij het ontdekken van de horizon onder zijn voeten
en de déjà vu-ervaring toen hij mijn oude jeugdfoto’s zag, had mijn zoon van acht vanochtend zijn eerste besef van verwondering er te zijn. Het wonderebewuste ook wel ‘flabbergasme’ genoemd.

“Heb jij dat nou ook, coach ? (hij noemt mij geen vader maar coach) Het woord coach betekent in zijn straattaal zoiets als ‘hulpbehoevende kluns’

‘Wat bedoel je, Kleine Kanjer?’ (Ik leer hem graag relativeren en hij mij)

‘Nou, dat als je ’s morgens je ogen open doet dat je eerst denkt: Verrek ik ben er nog!”

‘Ja zeker, maar ik heb dat feitelijk ook als ik ze weer dicht doe.’ vul ik aan.

Het blijft even stil…..dan komt het.

‘Zou je dan kunnen zeggen; De oogleden zijn het scharnier van de verwondering?’
Verbijsterd hou ik mijn oogleden op een kier, getuige van de geboorte van de poëzie.

‘Zo zou je dat kunnen zeggen’ zeg ik, ‘of opschrijven?’

‘Nee hoor, ik onthou het wel’ zeg hij terwijl hij zijn 3D-printer aanzet.

‘Wat ga je printen?’

‘Iets wat jij nog nooit gezien hebt, coach!’

Tankzand

We wonen semi-legaal aan het spoor op een volkstuincomplex.
Het laatste sociale bolwerk tegen het marktmechanisme,
die rattenplaag die onze dijken ondermijnt.
Aan het spoor sterft het van de konijnen, in alle kleurstellingen.

Dankzij onze vossen ontstaat er geen plaag.
Onder de huisjes hebben ze hun holen.
Doordeweeks voeden ze hun jongen op in de beschutte tuinen.
We zien ze zelden op hun sluiproutes van oude hazenpaadjes.
Met gemak springen ze over de sloot naar de spoordijk met een treinkonijn in de spitse bek.
Ongedierte kun je bestrijden met natuurlijke vijanden, maar mechanismes?

Het woord zegt het, mechanische gewoonte, dolgedraaide machines.

Laat ons het het zand zijn tussen de raderen, het zand in de tank.
Als de spoordijk verzakt zal hier pas echt stil worden in de verstedelijkte natuur.

Patrijspoort

Ingescheept in het vooronder van deze oceanische nacht.

Achter de patrijspoort van de maan toont zich een land in zicht.

Geen land waar men kan landen: Kijk daar, een maanlandschap van licht!

Alleen lichtvoetig te betreden, ontheven van de zwaarste kracht.

 

Deze zee van ruimte reist en rijst, hoger dan welke vloed dan ook.

Wat monsterde ons aan op dit schip van ruimte op weg naar welke horizon?

Knijpt de patrijspoort een oogje dichter vanwege een te felle lichtbron?

Probeert het zicht zich helder te ontwaren waar het opgaat in rook?

 

Kijkt het van binnen naar buiten of van buiten naar binnen?

Of is het geen van beiden, spiegelt de patrijspoort het zoeklicht?

De scheepswanden zijn met sterren genageld, naadloos gedicht.

Er is geen beginnen aan oneindigheid, talloze werelden te winnen.

Historisch besef

We keken collectief naar het nieuwe plaveisel.
De heldere kou hield de voorjaarslucht in een stijve omhelzing.

Splinternieuwe tegels, geen sprietje gras te bekennen.
Alleen wat overtollig blank zand in de richels.
Een blaaskapel had net geklonken uit de luidsprekers.
Na de onthulling van het monument zouden er toespraken
en kransleggingen volgen van notabelen, cultuurdragers
en een dichtend kind om de jeugd aan te spreken.
De ceremoniemeester wachtte op tromgeroffel en trompetgeschal. In de voorafgaande stilte kraakte het maagdelijke zand onder nieuwe leren zolen. Het zijden doek gleed met statige traagheid van de sokkel en landde geruisloos op de tegels. Er ging een ingehouden zucht door het publiek. De sokkel van massief transparant glas was leeg.
De lichte verwarring die volgde werd snel gesmoord door de officiële toast met champagne.

Alleen wie goed keek zag door de sokkel heen dat de werkelijkheid achter de sokkel werd vertekend.

 

Alfabetering

Als bepaalde criteria doorgaans efficiëntie faciliteren
gaan hedonistische idioten jarenlang kabinetten laten mislukken niettemin, ondanks politieke querulanten responderen seculieren tegen universele verantwoorde waarden,
xenofobe ijzervreters zaniken.

Alfabeten bedenken constant diverse eminente fabeltjes.
Gewoon handige irrationele jaknikkers, kwebbelende lijntrekkers, masculine nietsnutten, onderwijl praten quasi respectabele
specialisten tegen uw vrienden, weerzinwekkende x-factoren,
ijverzuchtige zenuwpezen.

Abominabele bonafide commissie ‘Doofpotaffaire’ elimineert
financiëel gesjoemel hardhandig. Inconsequente jaarrekeningen kosten leveranciers miljarden naheffing. Openbare procesvoeringen quantificeren rentevoet, seponeren terloops universele volmachten wetend: X-aantal ijkpunten zonneklaar.

Kleine Reus

Hoe oud is Kleine Reus nu, tijd niet gezien trouwens, alles goed? Ja, dat zeg ik, de ene griep na de andere, we kwakkelen lekker door zo. De winter is ook een beetje grieperig, is-ie net weer geschoren? Reussie is nu negen net als die van u….ja hij is weer lekker kaal toch?
Da’s waar we kregen ze tegelijkertijd als pup…..had je niet kunnen wachten tot het wat warmer werd? Nee, hij ging zich weer krabben en bijten…
Nou, hij ziet er weer gelikt uit, glanzende vacht.
Nee, ik bedoel maar, elke dag en scheutje olijfolie door zijn voer, goed voor de huid en het loopt er ook lekker uit zo. Jaja….nog op wintersport geweest?
Zie ik zo bleek? Haha, thuis blijven is al sport genoeg met dit soort rare winters. Nou, wij gaan dit jaar ook niet hoor, net als die vorige jaren. Is het traditie?
Ja, traditie om niet te gaan.
De buren waren skieën, er lag alleen geen sneeuw.
Nee, ’t is een lekker beessie hoor, hè Kleine Reus, ik ga is effe die dikke pyjama opzoeken, welterusten! Zou ik ook doen, je hebt je pantoffels al aan zie ik!
Verrek zeg, ben ik zo op m’n toffels de straat opgestiefeld. Ach, het is zo slecht verlicht ‘savonds, dat ziet toch geen hond. Nou, laat me vrouw het niet merken dat ik het straatvuil naar binnenloop! Je hebt het nog makkelijk, ik krijg niet eens pantoffels van mijn vrouw.

‘Nog iemand tegengekomen?’ vraagt mijn vrouw als ik thuiskom.

‘Nee, alleen Ouwe Reus, dat zeg ik!’

Wie deze man is weten we niet. Hij noemt iedereen die hij tegenkomt ‘Ouwe Reus’, we kennen hem al negen jaar niet. De honden hebben ons verbonden.

Afscherming

Ik kreeg zomaar twee vrijkaartjes voor de Stadsschouwburg, Auto-cue van de bekende toneelgroep….?  de naam is mij ontschoten.

Man zit zonder stoel op een verder leeg podium en staart naar de projectie
op de achterwand. Het is een man die naar een scherm kijkt naar een man die naar een scherm, het Droste-effect. De laatste man leest als een robot razendsnel van een auto-cuescherm een tekst voor. Dit is de achtergrond van de verdere voorstelling.

Een vrouw komt op en flirt met de man zonder stoel. Hij reageert niet.
Ze praat tegen hem, geen reactie. Ze kruipt onder hem door, waar de denkbeeldige stoel zou staan. Ze lijkt hem niet te kunnen raken. Later probeert ze het beeld op de achterwand weg te vegen. Inmiddels worden de zijwanden ook geprojecteerd met auto-cue. Onwillekeurig probeer je als toeschouwer deze teksten te volgen tot je erachter komt dat het een nietszeggende tekst is die zich in andere bewoordingen herhaalt. Uiteindelijk worden alle wanden, ook de zaalwand (een transparant doek) geprojecteerd.
Alsof het publiek in een aquarium van beelden kijkt. Virtueel behang op virtuele muren. De voorstelling is prachtig belicht, een lust voor het oog.

Je vraagt je alleen de hele voorstelling af hoe die zittende man dat zonder stoel volhoudt en waar je in hemelsnaam naar hebt zitten kijken, twee uur lang?

Zwijgend thuis gekomen evalueren we de voorstelling. We  komen niet verder dan
onze vaders die nu in de hemelen zijn en die achter hun kranten krant in slaap vielen. Je zogenaamd in de wereld verdiepen maar je feitelijk afschermen.

 

Frictie

‘Technologie maakt het leven zoveel makkelijker’ legt de techneut uit.
‘Het haalt alle frictie uit het leven’ zegt hij trots terwijl hij zijn App laat zien die de klant als een TomTom door de winkel leidt, de meest efficiënte route.
De App rekent ook meteen af, de kassa komt te vervallen. Nooit meer in de rij wachten. Ik zwijg en huiver, denkend aan de woorden van Wildesheim:

“Perfectie is een dodelijke ziekte, levend begraven in luxe efficiëntie.”

Dat het wenselijk zou zijn om alle wrijving uit het leven te halen? Is de charme van leven niet juist het misverstand, de vergissing? Weerstand en wrijving geeft dynamiek, toevallige ontmoetingen, confrontaties met het onbekende, leven zonder gebruiksaanwijzing.

Er zal een tijd komen dat we het recht moeten opeisen om ondoelmatig te  leven, het echt om tijd vermorsen alsof je eeuwig leeft , zonder programma, ongecoördineerd dwalen… Het onvoltooide, het imperfecte houdt het levendig, zomaar spelen om het spel.

“Het menselijk gezicht is, door schermschijn belicht,
efficiënt achter het digitale behang geplakt”

“Negeren van het niet classificeerbare is de nieuwe tolerantie”

Citaten uit Datawar , Olaf Wildesheim

Andersen anders

De lichtdronken mot vrat gaten in de koningsmantel.
Onderwijl vermolmde een worm stilaan de troon.
De kroon zelf bleef onaangedaan maar paste niet meer
rond het gezwollen staatshoofd. De waan van de dag regeerde
het denkbeeldige land met vaste hand.
De doodverklaarde god sprak nu vanuit het hemelgraf:
“Loof het volk dat haar zegeningen
niet telt maar looft.
Loof het volk dat dankbaar zijn gebruikt
en dankbaar gebruik maakt van deze gelegenheid.
Loof het volk dat eer betoont aan de lege tronen
en aan kleren zonder keizers, eeuwig leve de hoofdloze kroon”

“Mijn onmacht is uitbesteed aan mot en worm.
Geniet zolang van elke vorm en noem nooit god.”

Ambiance oblige

Bij het verlaten van het voor ons doen sjieke restaurant haal ik galant de jas van mijn vrouw op uit de garderobe. De ambiance roept verplichte nobelheid op. De ober escorteert mij richting uitgang. Ik zie meteen de mooie dieprode kleur van de mantel, zuiver scheerwol. Ober knikt mij toe. Vastberaden pak ik hem uit het rek en help mijn vrouw in haar jas, voelt vertrouwd.

‘Wat is dat nou, hij past niet meer’ zegt ze verbaasd.

‘Er hangt geen andere rode jas, hij zal toch niet verwisseld zijn?’

‘Dit is niet mijn jas, kijk maar, er staat een ander merk in de kraag!’

‘Heeft een andere dame nu jouw jas aan die veel te groot zit?’

Inmiddels speurt de behulpzame ober vergeefs naar de andere rode jas in de garderobe, alleen gedekte tinten…schutkleurig.
‘Zullen we deze jas dan maar hier achterlaten voor het geval die dame erachter komt’ stel ik voor, ‘dan maar zonder jas naar huis’
Ik overweeg mijn eigen jas uit te trekken voor mijn vrouw.

‘Hoe kan dat nou toch!’ zegt ze, ‘dat zou iemand toch meteen merken?’

Ik kijk nog eens goed tussen de jassen die er nog hangen en vind er een bruin jagersjasje, een waxcoat.
‘Ha, dat is hem’ verzucht mijn vrouw, ‘ik had helemaal mijn rode jas niet aan, die hangt natuurlijk thuis!’ Consternatie en opluchting bij het personeel.
Binnen enkele minuten: Jas, gevonden, gepast, gekrompen, gestolen, verwisseld, dief gevonden, misverstand opgelost. Ik bied mijn excuses aan voor mijn galante miskleun.
Hij leek er precies op zeg ik nog.
De jas wordt extra dierbaar nu we erom kunnen lachen.

Wat is leven zonder goddelijk misverstand?
Als ik het goed begrijp begrijp ik er niets van.