Tweede Kamerolifant

Er was eens een onwijs grijs kamerolifantje dat leefde in een tweede kamer.
Het moest een kudde kamerolifantjes door een woestijn leiden. Er was een getrompetter van jewelste binnen die gesloten kamer.
Bij afwezigheid van een echte visionair was ‘de onwijs grijze’ als leider aangewezen, bij gebrek aan nog grijzere.
Zijn visie bestond eruit dat visie een olifant is die het uitzicht alleen maar bederft. Als je deze olifant zou wegjagen dan zag je tenminste waar je naartoe wilde. Hoe vaker hij dit herhaalde hoe meer hij er zelf in ging geloven.
De kudde in de kamer kwam echter nooit in beweging op weg naar welke horizon dan ook.
De woestijn bestond feitelijk alleen maar binnen deze afgesloten kamer. En wat er toch onverhoopt wist binnen te dringen werd er achteloos platgetrapt.

De weggejaagde olifant dwaalde inmiddels in de verste verte en dreigde achter de horizon te verdwijnen. Schamper sprak de grijze kudde over hem als ‘de Olifantast’

Authorix

In het kleine dorpje Literatix aan de rand van de westelijke landtong van Oralix hield de alfabete bevolking moedig stand tegen Digitalix, keizer van het rijk der Domeinen. Authorix had als kleine jongen de inktpot van zijn vader leeggedronken.
Zijn vader Sciberix Relativerix had een inktzwarte kijk op de wereld. Hij schreef nog altijd met kroontjespen, luchtige korte volksverhalen. Authorix’s moeder Inspiratix diende als muze voor de schrijvende Sciberix. Dorpsoudste Manipulatix had Scriberix opgedragen de geschiedenis van het beruchte dorpje vast te leggen.
Authorix had het verhalen vertellen met de paplepel binnen gekregen. Nadat hij de inktpot had leeggedronken was hij spontaan begonnen te fabuleren en hield nooit meer op. Één ding kon hij niet, schrijven.
Het was Digitalix een doorn in het oog dat hij Literatix niet kon inlijven binnen zijn Domeinenrijk. Steeds wist Literatix met verhalen de bezettingsmacht om de tuin te leiden en het grote verhaal van het keizerrijk te ontkrachten.
Het grote heroïsche verhaal van het keizerrijk werd ondergraven door talloze plausibele geruchten die verspreid werden. Later bleek de kleine Authorix achter deze geloofwaardige leugens te zitten samen met Strategix en Insinuatix, de twee malicieuze legeraanvoerders van Manipulatix.
In een ware veldslag bij Narrativix werd de strijd beslist. De orale traditie versloeg overtuigend het virtuele leger van Digitalix.
Keizer Digitalix ging persoonlijk verhaal halen bij Manipulatix, maar stond daar met zijn mond vol haar op zijn tanden.
Authorix’s hondje Analfabeterix plaste bij deze gelegenheid per ongeluk tegen het keizerlijke been net toen hij iets wou gaan zeggen. Die nacht werd er in Literatix groot feest gevierd met muzak van Decibellix en hapjes van Snakbarrix.

Vloeibare keien

‘Het hoogste goed is als stromend water’, zo ruist de Tao.
Waardeer alle weerstanden die als keien in de beek de stroomversnelling voeden.
Levenswater verheugt zich op keiharde problemen en maakt ze week en vloeibaar.
De feestvreugde van het stromen wordt door weerstand verhoogd evenals de waterstand.
Mensen bestaan zelf uit water, vol van waterlanders en vreugdetranen, vaten vol nat.
De menselijk natuur wil geluk afdwingen, dat heet water persen uit een steen. Het is beter stenen in de stroom te gooien.

Er is maar één natuur. Die zogenaamde aparte menselijke natuur is een harde misvatting, gooi hem in de beek en laat de stroom aan stroom winnen. Geluk ruist als schuimend beekwater waarin vissen spelen in de tegenstroom.

Klapwacht

Leven onder hoogspanning schept verwachting.
Wachtend op een klap die nooit kwam.
Niet wetend wat er dreigde, in welke vorm,
wachtend op een klap die nooit kwam,
geen benul uit welke hoek die klap zou komen.

Wachtend op de klap nooit meer kwam.
Ieder moment kon nog in zekerheid omslaan,
van een klap die kwam in het nooit meer wachten.
Een zekerheid die het voorgevoel zou bevestigen,
smachtend naar die klap die nooit meer kwam.

Na spontane kortsluiting viel alle stroom uit.
Lachend om die eeuwig ongeboren klap.
Alsof afwezige spanning het meeste licht geeft.
Lachend om ‘Niets’, je ziet geen klap meer.
Opgelucht en opgelicht door implosie.

Boekenbakker

Hoe gaat het?…met je?…je nieuwe boek?
Zou je geschiedenis als het verhaal van vergelding kunnen zien?
Als boekhouding van de wraak, bedoel je dat?
Nee, dat is veel te plat, je kunt kwaad immers ook met goed vergelden.
Of idiotie met absurditeit, waanzin met wijsheid vergelden?
Geschiedenis als spiegel van het reactieve leven.
Een lachspiegel dan toch zeker?
Reactief kan ook weer met passiviteit worden beantwoord, zoals Ghandi deed?
Nou, niet deed dus.
Kwaad met kwaad lijkt tot nog toe verreweg de meest favoriete vergelding.
Geschiedenis als kettingreactie, een mechanische gedragsziekte, slapstick.
Klap op klap incasseren en met onverwoestbaar enthousiasme klappen uitdelen.
Stel je voor een geschiedenisboek van de passiviteit, het niet reageren…
Dat schrijft niet lekker weg, nalatigheid.
Doe het dan maar niet!
Wachten op een klap die nooit komt!
Dat is mooi, waarom schrijf je geen gedicht in plaats van weer zo’n te dik boek?
Wel, ik ben wel broodschrijver weet je.
Ach, dan wordt je toch een schrijvende bakker!
Ja, iedereen eet, maar niet iedereen leest.

Wereldroman

‘We leven in het tijdperk van overkill’
zegt de spuiter stilzwijgend in schreeuwende kleuren.
Geen schutting blijft nog onbespoten.
‘Chronisch teveel verstopt ontvangstkanalen’

Infobombardementen om servers plat te leggen.
Overheden verspreiden non-informatie als rookgordijn
om de belastende informatie te verbergen.

‘Communicatie is waterboarding met informatie’ ,
aldus sprak de schuttingschrijver.

‘Het ijzeren gordijn heet nu transparantie!’

Er is inderdaad nog nooit zoveel muziek gemaakt, boeken geschreven, films.
Het stapelt zich maar op boven op de ‘Klassiekers’ die blijven om te worden vergeten.
‘Het modernste wordt vanzelf achterhaald antiek’.
Welbespraakte schuttingtaal.
‘Info is de zondvloed!’

De oudste oorlog werd zesduizend jaar geleden gevoerd las ik op de schutting van internet. In het oude Syrië, bij de stad Hamoukar tussen de Eufraat en de Tigris.
2300 kogels van leem werden opgegraven.
Aandoenlijk zo’n eerste oorlog, als een baby,
de rest is een geschiedenis van vergelding.

‘Ons hedendaagse wordt verzopen in een zee van onverwerkt verleden’

De schutting lijkt wel de nieuwe Berlijnse muur, overal ter wereld vindt je hem. Niet als ondoordringbare grenslijn, maar als een labyrint van overtuigingen waar je al wandelend in kunt dwalen. Deze wereldroman lees je al wandelend.

Na de wandeling zittend bij een vijver volg je het schrijverke lopend op de waterspiegel. Wat zij daar al lopend beschrijft….de rest kan je gestolen worden.

Spelbederf

‘Het is maar een spelletje’ zei mijn 12 jaar oudere ‘broertje’ toen ik vijf was op een treitertoon. Het patroon was zo dat hij mij eerst liet voorstaan met dammen, schaken, tafeltennis, badminton, voetbal. We gingen tot de tien. Hij liet mij voorstaan en maakte me vervolgens tergend langzaam af. Een heel aparte tak van sport om zo met mij te spelen. Om langer te kunnen spelen liet hij mij punten maken wanneer hem dat uitkwam.
De uitslag 10 – 9 gaf de langste speeltijd. Toen ik het doorkreeg werd het pijnlijk.
Hij pestte het bloed onder je nagels vandaan. Op het hoogtepunt gooide ik eens een tafeltennisbatje dwars door de klerenkastdeur, het miste doel, het hoofd van tegenspeler.
Naarmate ik ouder werd lukte het minder makkelijk mij te bespelen, langzamerhand verloor hij de regie over dit machtsspel. Soms bereikte ik de tien eerder. Dan bracht hij het concept ‘absolute winnaar’ in het spel. Ongeacht de stand, wie het eerst scoorde was de absolute winnaar. Vreemd genoeg accepteerde ik al zijn noodregels. Alsof ik hem met zijn eigen middelen moest overwinnen, om te kunnen begrijpen wat hij deed. Ik was elf, hij drieëntwintig. Vaak werd hij dan alsnog ‘de absolute winnaar’.
Rond mijn twaalfde begon het zich langzaam aan om te keren. Ik merkte dat ik hem nu kon manipuleren en voor laten staan, uiteindelijk kon ik hem afmaken met 10 – 9. Dat deed ik enige tijd om te voelen hoe dat voelde, onderzoekend. Het maakte helemaal niet blij, het deprimeerde mij om hem te zien afgaan. Hem al zijn schaakstukken af te nemen en te dwingen tot opgeven.
Ik voelde medelijden en verbijstering omdat ik niet kon begrijpen wat zijn ‘winst’ al die jaren was geweest. Pas later begreep ik dat elk spel voor hem om almacht draaide omdat hij gebukt ging onder machteloosheid. Wat had je te winnen met zo’n spel? Het spel had absoluut verloren. Ook sociaal bedierf hij het spel. Hij ging permanent buiten spel staan om alle aandacht voor zich op te eisen.
Wat is mijn winst geweest? Te blijven onderzoeken en door te gaan waar anderen stoppen en vooral ook; te stoppen daar waar anderen doorgaan.
Wanneer ik nu nog wel eens sport en spel bekijk ben ik vooral voor de scheidsrechter. Die heb ik nogal gemist, om de wedstrijd af te fluiten of voortijdig te staken.