Geremasterd 1

Behalve muziek kan ook beeldende kunst worden geremastered of geremixed.
Sommige muziek is zo grijsgedraaid dat alle klankkleur eruit is verdwenen, na de remastering klinkt het weer nieuw en vers.
Zo is er ook verf die met de tijd ontkleurt, waarmee de hele beeltenis vervaagt.
Het vraagt om herschepping, zoals een gedicht niet alleen vertaald maar ook soms hertaald moet worden.
Bovenstaand werk van Syb Velink is zo’n hertaling. Er volgen er nog meer. Als laatste zal ik het origineel tonen.
Aan de waarnemers te beoordelen wat te verkiezen is.
Na remastering kan nog een remix volgen,
waarbij het werk wordt verknipt (gesampled) en in een nieuwe volgorde wordt gezet. Maar remix is toekomstmuziek.

De Blauwe Kerk

Mijn oude moeder zat opeens weer even achter in de auto.
Ik zag haar Koningin Julianagezicht in de achteruitkijkspiegel
verwonderd rondkijken.

Waarom gaan mensen in godsnaam zondags naar Gamma of Ikea? vroeg ze.
Omdat God dood is verklaard, door Nietzsche, antwoordde ik.
Dus God leefde daarvoor wel?
Kennelijk wel, volgens Nietzsche dan.
Dan moet Nietzsche God gekend hebben.
Dat moet bijna wel…

Waar leefde God dan? vervolgde ze.
In het hart van de mensen, daar verstopte God zich, zo gaat het verhaal.
Waarom daar?
Omdat mensen daar nooit zoeken.
Het bleef even stil achterin.
Maar Spinoza stelde God toch gelijk aan de Natuur? veronderstelde moeder.
Het verbaasde mij want ze had nooit iets met filosofie.
Natuurlijk, Nietzsche is dood maar de natuur leeft nog steeds.
Spinoza leeft ook niet meer, vulde ze aan.
Nee, die is weer puur natuur geworden.
Zijn wij dan ook niet puur natuur?
Uiteraard, wat kunnen we anders zijn?

We reden het parkeerterrein op.
Zo, we zijn er moedertje, dit is nu de blauwe kerk van Ikea.
Het ziet er gezellig uit, huiselijk.
Ja, moeder, de god Ikea verhoort al uw wensen en voor iedereen betaalbaar.
Het ruikt hier ook lekker.
Hier is het restaurant met de Zweedse balletjes.

Ik heb zelden zo’n goed gesprek met haar gehad.

Zeer kort sonnet

‘Dat hebben we mooi kwijt geraakt’ is een rare zin.
Het komt uit een gedicht dat nooit is voltooid, nooit gepubliceerd. Wat ook al weer vreemd is, een onaf gedicht is geen gedicht, een gedicht van één regel bestaat niet, het rijmt nergens op, het heeft geen cadans.

Deze regel is gevonden in een oude agenda van mijn oom, zijn naam zal u niets zeggen daarom laat ik hem achterwege, ook al omdat het een pseudoniem is.
Hij had dichterlijk invallen die hij noteerde in een agenda die geheel leeg bleef van afspraken.

‘Dat hebben we mooi kwijt geraakt’
Wat we kwijt hebben weten we niet, maar we bezitten (hebben) wat kwijt is. Het verband tussen kwijt en hebben geeft iets raadselachtigs. Mooi kwijt geraakt, is ook wonderlijk.
Kwijt en geraakt is los gemaakt van el kaar, dat opent betekenissen: Kwijt is weg, verloren, zoek…
Geraakt is in de roos geschoten, of zelf aangedaan…
En dan dat ‘mooi kwijt geraakt’ , een esthetisch verlies dat kennelijk wenselijk is…

Het is de aanhef van een sonnet waarvan de volgende regels zijn doorgehaald, Met verschillende kleuren inkt.
Dat duidt erop dat de dichter steeds een regel heeft geschrapt, net zo lang tot de essentie overbleef.

Deze ene zin raakt mij, ik ben aangedaan.
Het is een schot in de roos.
Verlies is een kostbaar bezit.
Wie (zich?) bewust kan verliezen heeft veel gewonnen.

Het laatste raadsel in de zin is: wie zijn we?
Degenen die het begrijpen?

Het gebaar

Ik was niet van hier, zo werd mij omwonden duidelijk gemaakt.
Er kwam prikkeldraad uit zijn omstoppelde mond.
Taal als afrastering.
In algemeen beschaafd dialect werd je hier tot onbevoegd verklaard, geen toegang. Met verhoogde wenkbrauwen zette hij stroom op het hekwerk.
Ik moest maar terugkomen als ik de taal machtig was, dan konden we
verder praten. Of we ooit samen door één deur konden leek op voorhand uitgesloten.

Laatst was ik op een internationaal congres voor doven.
Het thema was: ‘Gebarentaal als Esperanto’
Alles werd ondertiteld.
De doven verstonden geen enkele taal, maar met gebaren begrepen ze elkaar moeiteloos, Spanjaarden, Engelsen, Zweden, Russen, Brazilianen, ze bezigden één moedertaal. Stel je voor, gebarentaal als het nieuwe Esperanto, één wereldtaal van gebaren.
Het leek een onhoorbare echo van het idealisme van Ludoviche Zamenhof die het Esperanto verzon.
Esperanto betekent: ‘Hij die hoopt’, zo vertelde een professor in grootse gebaren.
Hij peperde ons in dat we niet moesten hopen, maar direct handelen, geen geklets meer, we moesten een gebaar maken naar elkaar.

De conclusie van het congres was:
‘Je hoeft niet eerst doof te worden om gebarentaal te ‘spreken’.
‘Wat zegt u? , Ik heb mijn bril niet op!’

Leerbekleding

We hadden een huiselijke buurtdiscussie.
De kat had net zijn derde eekhoorn thuisgebracht, wil je nog koffie?
Kun je met goed fatsoen wel gelukkig zijn als je permanent het leed van de hele wereld op je stoep vindt? vraagt onze buurman ons af.
Ik moet bekennen dat ik heel gelukkig kan zijn naast al het leed, koekje erbij? Mijn buurvrouw begrijpt dat niet, hoe kan geluk en leed tegelijk bestaan?
Ik leg uit dat alle dingen, ook de meest tegenstrijdige zaken, moeiteloos naast elkaar kunnen bestaan.
De buurman zegt niets, bekijkt mij als een verre vreemde, alsof hij mij niet goed kan scherpstellen, die koffie is wel sterk zeg…
Het is volkomen natuurlijk om een vat vol tegenstrijdigheden te zijn, voeg ik toe.
Oog in oog met de dood voel je je het meest intens in leven, erkent de buurjongen die in oorlogsgebied op vredesmissie is geweest.
Misschien was die eekhoorn wel ziek of oud en heeft onze kat het lijden beëindigd, zegt mijn zoon van acht.
Hoe weet je dat? , het is de derde al!
De kat eet de eekhoorn niet op…
In Afghanistan zei men: verhelp alleen het leed op je stoep, als iedereen dat doet lopen we op leer. Wat bedoel je met op leer lopen?
Beter dat ieder mens zijn eigen schoenen draagt dan dat we de hele wereld met leer bekleden, zeggen de Afghanen.
Voor we lijden of gelukkig kunnen zijn moeten we er eerst zijn, is dat eerste zijn niet al een bron van geluk, zonder dat was er geen wereld te ervaren?
Met deze opmerking verwerf ik definitief de status van buurtgek. Bedankt voor de koffie.

In de volgende ochtendkrant staat een opvulberichtje over een virus onder eekhoorns. De kat kijkt buiten gewoon gelukkig.