Ozamaki’s twijfel

Een trap van leegte
onzekerheid als leuning
stilte als houvast
*

Je weet heel zeker
dat je in feite niks weet
wat verten opent

*

Vertrouw er blind op
dat twijfel het midden schenkt
al morst ze vaak graag

*

Je twijfelt zeker
of dood wel het einde is
of een begin van…

*

Twijfel? je weet het niet
noch het een of het ander
waarom niet beiden?

*

Van waar tegenstrijd?
beiden vullen elkaar aan
een en een is een

*

Ozamaki’s dieet

Wereldbeproeving
een tong werkt als poortwachter
zelf smaakt ze naar niks

*

Elke smaak uniek
werkt als een toegangsbewijs
de wachter geniet

*

open mond als deur
wie komt er nu weer binnen
tong van geest viert feest

*

Je eet niet zo veel
maar proeft graag des te vaker
liefst iets ongekends

*

Opperbeste sfeer
het beste ingrediënt
in elk goed recept

*

Eet maar liever niet
onverteerbare zaken
een buikpijndossier

*

Ozamaki’s tuin

Een oude hark harkt
met zijn paar scheve tanden
het gras door de war
*
De lekke gieter
ligt voldaan op de bodem
van de regenput
*

De luie tuinman
snoeit al zijn ambities weg
er bloeit ruimte op

*

De geit maait het gras
in een perfecte cirkel
haar touw meet het af

*

Wat doet die geit nu?
haar touw is doorgebeten
een wild pad graast zich

*

Zwarte wind

De nacht kwam
ons aangewaaid
als zwarte wind
ging ze klam liggen
over ons witte laken

Ze kon de slaap niet
vatten dankzij de hitte,
uitgewaaid bleef ze
buiten adem
duister nazinderen

Met open ogen
droomden we
koortsachtig wakend
over haar windkinderen
die als vluchtige vleugjes

ronddwaalden over de aarde

Hoe haalde ze hen bijeen
tot volwassen stormen,
tot louterende orkanen
die voortrazend
al het vuil en wanen
van onze toveraarde
af zou blazen?

De wind van nacht.
lachte zacht:
‘Wat een dwazen…’

De man van Taal

De man van Taal werd uit adem  geboren als basaal kabaal…
Al zijn ledematen bestonden uit losjes uitgesproken lettergrepen.
Zijn uiterlijke omschrijving verhaalde puur klankmatige namen,
zijn levensgeschiedenis fabuleerde louter zinsverbanden.
Stel je voor, een heel taallichaam bestaand uit klanken.
De man van Taal zelf zei nooit veel.
Zijn lichaamstaal sprak als vanzelf.
Hij sprak vaak over zijn levenspad dat alleen als klinkers en medeklinkers klonk.
Na wat letterlijke stappen liep hij lettergrepen bij elkaar die al wandelend woorden vormden…
die op hun beurt zich weer tot uitgesproken begrippen ontwikkelden.
De Man van Taal vroeg zich nooit af wat de zin was van zijn wandeling.
Het was hem genoeg om weg te zinken, te verdrinken in welk
luisterend oor dan ook, vertrouwde hij mij toe.
Toen ik hem vroeg naar het waarom van dat genoegen klonk hij opgewekt berustend:
“Om terug te keren in de oorsprong…want als gevolg wens je niets anders dan thuis te komen in de oorzaak…”
“Dat is opmerkelijk”, zei ik, dan wenst u als gevolg zijnde…dus de oorzaak van de oorzaak te zijn…ik bedoel dat de oorzaak een gevolg is van u… snap ik het zo goed?”
“Precies”, zweeg de man van taal terwijl zijn lichaam boekdelen sprak.
“Dan wens ik u een behouden aankomst en een hartelijke ontvangst aldaar!”, zei ik nog.
Maar de man van Taal was al uitgeklonken.