Streepjescodering


een verzameling berkenvelfragmenten
liet zich vinden
verborgen in de open lucht
alsof het dringend aan het licht wilde komen

(eonen ouder dan de teksten van Nag Hammadi)

moeder Natuur schreef ze vol overgave
met die trage aandacht waarmee bomen groeien
haar handtekening is onmiskenbaar de hare
ze schreef en schrijft geschiedenis, tekens van leven

de betekenis van het lijnenspel is niet te peilen
bepaalt de lengte van het ene lijntje in verhouding tot het andere
de betekenis, zoals de streepjescode van de digitaal?

verwijzen de tekens wel, of zijn ze zelf levend DNA?
niet beschrijvenderwijs, maar levenderwijs?
evolutie als een naamloze levensvormen-taal

exegeten suggereren dat het schrift ooit is
gezongen door moeder Natuur in vogelvorm
en dat die zang een oor in het leven riep

de oorsprong van het luisteren
zoals het licht om een oog verzocht en
geur het verzoek om een neus indiende

de schrijfster schiep de lezer

Includerende ruimte


Niet weten wat je ziet geeft soms een mystieke ervaring.
Er zijn nogal wat mensen die meteen beginnen te steigeren bij het het woord ‘mystiek’.
Het betekent niets anders dan onmiddellijke beleving van eenheid.
Het ene dat overblijft in die ervaring is het feit dat je ziet.
Er is op dat moment alleen waarnemen, zonder waarnemer.

Bovenstaand kunstwerk in de Londense gallery van Saatchi stelt je voor een raadsel.
Waar kijk je naar, een spiegelgladde glasplaat die de hele ruimte naadloos vult?
Is er een ragfijn doek halverwege de ruimte gespannen, waardoor je de benedenruimte kunt bekijken?
De zuilen lijken door te lopen.
Of worden ze weerspiegeld?
Het kan geen glas zijn, dat zou bij een kleine temperatuurwisseling barsten.
Via een trapje kun je met je gezicht tot op vloerniveau afdalen.
Maar waarvoor?
Het dient geen enkel doel.

Je geeft het op en je geniet van het mysterieuze beeld, waar in feite niets getoond wordt.
Er is geen object tentoongesteld.
Is het de ruimte zelf, of is het de waarneming van die ruimte en van denkbeeldige ruimten?
Het magische van ruimte is dat het nergens ophoudt, dat het nergens niet is.
Inclusief onze binnenruimte.
Ruimte includeert alles.

Het werk dient geen enkel doel, het stelt niks voor, het heeft geen nut, geen zin, en daardoor transcendeert het de ‘gangbare’ werkelijkheid.
Dat maakt dit werk zo subtiel en subliem.

Later hoor je dat het aardolie is.
Gewoon, naadloze aardolie.
Natuurlijk, aardolie…
Het denken kan dan concluderen: ach, het is gewoon aardolie, meer niet, ik heb mij laten beetnemen.
Het denken maakt aan de lopende band dezelfde denkfout, door concepten boven de directe waarneming te stellen.
De enige remedie is ieder moment weer opnieuw zelf kijken en onderzoeken.

Het gangbare bestaat natuurlijk helemaal niet, en waar dat zo lijkt weet je dat concepten de levende ervaring overschaduwen.
Aardolie is maar één van de talloze mysteriën die ons omringen, om nog maar te zwijgen van dat ene dat wij zelf zijn.

Het woord ‘natuurlijk’ betekent inmiddels ook ‘vanzelfsprekend’.
Volstrekt onterecht, want niets spreekt vanzelf.
Wij zijn het die overal een stem aan geven, en dingen woorden in de mond leggen.
Vergeet dus deze woorden en ga kijken.

Of giet je eigen vloer eens vol aardolie.

Berkenhuid


je hebt bomen en berken
bomen zijn autonomen
berken, de minder sterken
die steun zoeken bij
het ijle maanlicht

een boom als de kastanje
heeft bast, is strak geharnast
berken dragen de last
van vliesdunne huid
onthecht vel als franje
blijvend in de rui

ze zijn schuchter & fragiel
je hoort het aan dat schilferende geluid
bij een futiel briesje
waait het iets harder
dan gaat hun zilverige stem al verloren

een berkenstem zingt zegsels,
over het en men, echt denkbeeldige legenden
men denkt in en uit, het beeldt uit en in

haar ranke stam blijft weifelend staan,
alsof zij ieder moment overweegt te vertrekken
al leunend tegen een verlichte maan

Voetjes

tien dansende voetjes
(het decimale stelsel)
maken hun digitale
rondedansje
om de nul

stijve metalen pootjes
in vloeiende beweging
cijferen zichzelf weg
voor het meer dan
de som der delen

het kan niet vaak genoeg gezegd

dat alles draait
om de nul en het benul
van onberekenbare
helderheid van geest

heel is het meest

Comfort zone

Wijnand nam de eerstvolgende tram in Amsterdam vanaf de dichtstbijzijnde halte. Het maakte niet uit op welke halte hij zou uitstappen. Wijnand wilde immers nergens heen, dus iedere tram was de meest effectieve. Zolang hij maar weg was uit deze zone. Weg van hier, hij was helemaal weg van hier. Wijnand vond het hier fantastisch, maar het kon kennelijk ook te goed bevallen.

Wijnand was net de deur uitgestapt bij zijn coach. Het was goed om eens je comfortzone te verlaten, had zijn coach gezegd terwijl hij zijn wenkbrauwen optrok. Na tien oriënterende gesprekken kwam de coach met het comfortzone-moment. De coach bewoonde een prachtig pand aan het water. Het reflecteerde mooi het reflecterende karakter van de coach.

Het pand was hypotheekvrij, een erfstuk van zijn ouders. Feitelijk had de coach zijn ouderlijk huis nooit verlaten. De enkele keren dat hij een trip naar het buitenland had ondernomen, was hij vooral blij om weer thuis te zijn en vroeg hij zich af waarom hij zichzelf zo’n reis had aangedaan.

Het kwam wel goed uit als zijn cliënten daar geen lucht van kregen, het comfortzone-concept was immers zijn core business. De laatste strohalm die hij uit de handen van de cliënt kon grissen. Zonder uitzondering gaf hij hen allemaal na tien sessies hetzelfde advies, tegen vorstelijke betaling.

De eerste sessies stonden vooral in het teken van het uithoren van de cliënt over ’the world out there’. Het levensmateriaal dat hij daarbij verzamelde, spreidde hij vervolgens tentoon bij de volgende cliënt, als een man van de wereld die overal was geweest, alles had meegemaakt. Men was onder de indruk van zoveel ervaring. De rest van de gesprekken bestond eruit met zachte hand de cliënt uit zijn comfortzone te jagen. Als de cliënt stopte, was dat voor de coach het teken dat zijn missie geslaagd was.

Hij vond het zelf opmerkelijk dat ze hem daar zo dankbaar voor waren. Wanneer ze hem weer eens tegen het lijf liepen in het vertrouwde grachtendorp, zeiden ze zo blij te zijn. Hun leven had een heel andere wending genomen.
Hoe heerlijk was het niet buitenom de comfortzone te leven. Het was wel af en toe struggelen, maar eerlijk gezegd wilden ze niet anders meer. De coach hoorde het aan en dacht er het zijne van.

Toen Wijnand drie kwartier lang in de buitenwijk had rondgedoold rond de eindhalte van de tram, begon hij zich buitengewoon oncomfortabel te voelen. Was dit het waar de coach op doelde? ’s Avonds op het tv-journaal zag hij mensen in een vluchtelingenkamp na een natuurramp. Wijnand voelde zich een door en door verwend kreng.

Het oncomfortabele gevoel bleef, alsof het hem begeleidde als een beschermengel.

Manke haiku’s

mooi, zo onvoltooid
afwezigheid … wordt gemist
overbodig niets

zo onvoltooid mooi
gemist afwezig heden
niets overbodigs

stilte heeft honger
ze verslindt ieder geluid
zonder te mormormorsen

arme haiku …
net één lettergreep te kort
vergeefs gaat ze, mank

de soep is te dik
met wat water slankt ze af
het smaakt wat magertjes

wat niet praktisch is
is nutteloze lyriek
voor de goede sier

schoonheid is erg mooi
je moet er wel van houden
dat is dan weer minder

het is ook nooit goed
nu weer een lettergreep teveel
lekker strompelen

Verkiezingen

Ik zal mijn stem geven aan de lucht.
Andere partijen zijn geen partij.
Ze dragen enkel bij tot diep gezucht.

(Dankzij hemelse lucht wonen wij niet op een grauwe maan,
verstikken wij niet in een kraterlandschap, eenzaam, kaal.)
Aards groen is het hemelse geschenk in ons bestaan.

Wanneer buitenlucht in ons binnenstroomt,
bevoorraadt zij luchtwegen met zuurstof.
Ze oxideert ons innerlijk tot verroest bloed.

Ze regeert ons met pneumatische zuurstofwisselingen
die bewegingen genereren, lichamen regenereren.
Lucht vaardigt zonder vergaderingen natuurwetten uit.

Desnoods… zal mijn laatste adem stemmen op lucht.
Haar programma volg ik als een uitverkozen verademing.
Opgelucht zal ik sterven, geregeerd door de moeder aller wolken.

Plamuur

er zit
een klein gaatje in
de muur van doorzichtige stilte
ik gluur erdoor met mijn ene oor en
ontwaar een stroom van melodie — soms
polyfoon — alsof ik de luister zie — een slang
van klank zacht verglijdend — verleidend
tot dwijnen — nog nooit zo niets gezien
noch beeld gehoord — ze kronkelt
door dit ontvangrijke oor
tot het gat met stille
plamuur
gedicht

Implicaties

je schrijft op wat je niet weet
en dat is nogal wat…

bijvoorbeeld … ……. …… ….
eh, …. ……… …….. ……

dat heb je wel vaker wanneer
je een opsomming wilt geven

soms is het teveel om te noemen
dan weet je het even niet meer

waar moet je beginnen…?
dan geef je het beter op

je weet niet wat je schrijven moet
en dat schrijf je op…

opgeven lijkt makkelijk
en dat is het ook

alleen die implicaties…
die implicaties die je voeden

of die waar je over struikelt
zijn alomtegenwoordig

je zwemt in de implicaties
en je lost erin op