De gelijknamigen

Tegenover ons woonde de familie met dezelfde achternaam.
Het waren hele hartelijke mensen, we gingen er op visite.
Ze staken de volle vuilnisbak in brand op zondagochtend
en zette hem dan netjes op het platje waar hij rustig kon uitdampen.
De wc-pot was gebroken, hoe, dat wilden ze niet verklappen.
Er kwam geen nieuwe pot.
Alsof dat toch geen zin had, de nieuwe zou ook weer breken?
We hadden niet zo veel gemeen, maar de naam schiep een onzichtbare band.
De vader was econoom en reed in een chique verwaarloosde ‘Snoek’.
Ik speelde met de tweelingbroers in de slaapkamers.
Vader had de kledingkasten met hun rug op de vloer gelegd, als reuzekisten, dan kon er meer in. Dat was dus economie.
De jongens gooiden alle kleding en schoenen eruit om in de kist reizen te maken, een prachtig voertuig voor de verbeelding.
Hun jongste broertje, een schriel peutertje liep permanent in een groezelig hempje rond in zijn blote kont.
De bank was vaak nat, hij liet het overal lopen.
Dan legden ze een handdoek op de bank, overigens zonder enige vorm van schaamte of verlegenheid. Hij kon nooit in zijn broek plassen want hij had immers geen broek.
De poten waren onder de bank vandaan geschroefd zodat hij schommelde.
Tijdens de visite werd de oploskoffie gezocht.
Die lag onder de bank.
De peuter at graag oploskoffiekorrels zo werd ons verklaard.

Op een gegeven moment maakten de gelijknamigen zich zorgen om hun kleinste, hij wankelde regelmatig.
Zou hij toevallen hebben, epilepsie?
Onderzoek wees uit dat hij de restjes uit de wijnflessen naast het gasfornuis leegdronk..

Plots emigreerden ze naar Canada.
Moeder liet uit voorzorg haar prachtig regelmatige gebit trekken; de verzekeringen daar waren erg duur aan de andere kant van de oceaan.
Ik was zeer ontdaan dat mijn vriendjes vertrokken.
Het eerste bericht dat wij ontvingen na hun vertrek was dat mijn vriendje mijn andere vriendje had aangeschoten met een jachtgeweer. Het wilde westen was dus nog niet getemd.

De econoom liet ons hun handige multifunctionele keukenapparaat na, de Piccolo.
Het motorgedeelte kon tot stofzuiger, sapcentrifuge, haardroger, blender etc worden omgebouwd, zo ontzettend handig.
Mijn ouders wilden het handige ding niet accepteren, maar de econoom stond erop om ons blij te maken.

Op een keer at ik bij de gelijknamigen.
Het was mij al opgevallen dat er her en der op de muur voorkanten van magazines waren geplakt, in een chaotisch patroon.
Het duurde lang tot de Citroën thuiskwam.
De moeder, die een natuurlijke frisse schoonheid bezat, schepte alvast het eten met jus op de borden, de worst werd net gesneden toen vader binnenkwam.
In een opwelling schreeuwde hij: ‘Alweer, boerenkool’ en smeet zijn bord tegen de muur. De jus liep over de magazines.
Achteraf was er eigenlijk weinig consternatie over het gebeurde; hij at daarna gewoon een boterham.
Het was kennelijk business as usual.

Twintig jaar later waren ze even in Nederland, de schriele peuter was te dik geworden en droeg eindelijk een te strakke broek.
Het werd niet duidelijk hoe het onze naamgenoten daar was vergaan noch wat hen nu naar Nederland dreef. Economie?

Mijn laatste vader

mijn vader leefde zijn laatste jaar
zijn laatste dagen
tot zijn laatste adem

hij proefde de laatste peer,
daarna voor hem geen peer meer,
de laatste zalm, het laatste gebakje,
het laatste sigaretje, na dertig jaar niet roken

in het laatste museum
(we liepen hand in hand)
zag hij met zijn éne oog geen kunst
maar des te beter een zwartlederen bank,
alsof hem iets ultiems geopenbaard werd,
hij ging erop zitten en viel in slaap

zijn laatste geduld zag er als volgt uit:
op het terras diergaarde Blijdorp worstelde hij
met het lipje van een koffiemelkcupje
plots drukte hij met zijn enorme duim het hele dekseltje in, in een flits zaten we alledrie onder de melk

een digitale klok begeleidde ritmisch de stiltes
tussen zijn laatste ademhalingen,
toen bleek dat er nooit meer adem zou komen
hoorden we dat de klok stil bleef,
het batterijtje was leeg

mijn laatste vader
is nu tijdloos

Bewegende gevolgen

in de tuin staat alles stil,
geworteld
alleen als wind het wil
beweegt de plantenwereld

(zoals wieren in zee de stroming aantonen)

wind, zelf onzichtbaar,
tast blind naar de dingen
en geeft ze een beroering mee

vreemd toch dat je nooit de wind zelf ziet,
alleen maar de bewegende gevolgen:

golvingen in gras,
buigingen van het riet en in de verte
daar zwaaien zilveren abelen
met een fraai verwaaid straaljagerspoor erboven

beweging maakt zichtbaar,
stilstaan is opgaan in de achtergrond

wat is wind zelf?
wind zelf is helemaal
in de wolken
van dit Ruysdael-
achtige hemelgewelf

Wrange vruchten

Ja, zegt de man achter de toonbank van het lege fourniturenwinkeltje.
De mensen hebben het maar druk.
O, Ondanks of dankzij? vraag ik.
(deze vraag stel ik meestal als ik het onderwerp nog niet weet)
Dankzij de computer natuurlijk, zegt de man stellig.

O, maar die zou ons toch juist meer vrije tijd geven?
Meneer, zegt de man vermoeid,
terwijl hij traag zijn grijze kuif over zijn wenkbrauwen trekt,
Alsof daarmee z’n gedachten pas op gang komen.
Ik heb een bootje, ligt in een jachthaven,
(Ik kijk onderwijl naar zijn te kleine blauwe overall.)

De jachten liggen doelloos rond te dobberen aan hun luxe steigers,
die lui zijn er nooit, te druk en als ze er zijn, staan de luxeauto’s dubbelgeparkeerd,
duurder dan het jacht, zeker een ton per stuk
en varen ho maar, drijvende caravans zijn het.

Heeft u het niet druk? vraag ik.
Niet meer, 3 kinderen laten studeren, ja ze konden niet leren hoor,
ik heb zeven jaar met ze gestudeerd.
Een is nu econoom in Abu-Dabi.

Dan bent u nu dus ook econoom?
Ja, zo’n beetje wel, ik was ingenieur, veel gewerkt,
kost klauwen met geld kinderen, ze zijn nu dertig, huizen voor ze gekocht en verbouwd.
Het huis van mijn dochter, net mee klaar, daar heb ik zeker twee ton ingestopt,
net afgestudeerd, nu weet ze niet meer wat ze wil.
Deze winkel hebben we noodgedwongen overgenomen van m’n vader,
hij kon het niet meer bolwerken,
zo zijn wij erin gerold, hobby van mijn vrouw.
Weet u wel hoe laat we vanochtend op waren?
Geen idee, beken ik ruimhartig.
Om 5 uur meneer, dan zit mijn vrouw namen op klompjes te schilderen voor de webwinkel.
We gingen om half twee naar bed en dat is geen uitzondering, dat gaat de hele week zo door,
Maar ik zal u wat vertellen; we gaan nog wrange vruchten plukken van die digitale verslaving, die kinderen…
Hij kijkt me lang en veelbetekenend aan, ik probeer ook zo terug te kijken.
Wat dat het ?
Dat was het.
Stukkie touw, kachelzwart, theetuitje, krabbertje, zes reservemesjes.
Hoofdschuddend maakte hij de rekening op, rekent het drie keer na met een potloodstompje waar het gummetje van uitgedroogd is.

Zie elk mens, als een wandelende roman, in dit geval een luisterboek.

Gemengd huwelijk

Ons hekje heeft een bel aangebonden gekregen.
Voor het geval je net in je hangmat een hazenslaapje ligt te doen. Vanochtend vroeg werd er rond zes uur aangebeld bij ons tuinhuis. Dat was al vaker gebeurd maar nooit zag ik de belletjestrekker. Voorzichtig keek ik door de luxaflex. De haas was er!
De hond sloeg aan door mijn ingehouden opwinding, een stuk worst legde hem het zwijgen op.

Hij was niet alleen.
Het tamme, verwilderde tuinkonijn vergezelde hem of haar.
Samen huppelden ze rond in de tuin, de haas met zijn schonkige lange stelten. We waren in opperste vervoering.
De haas van dichtbij zien is al mooi, maar stille getuige zijn van een gemengd huwelijk tussen andersoortigen.
Mijn vrouw en ik zijn ook anderssoortigen, we hebben ons nog nooit verveeld.

Een wilde haas die vrijwillig het mensenpark bewoont, leeft samen met een gedomesticeerd konijn dat aan het konijnenhok ontsnapt is. Een mooi stel, onze zegen hebben ze.
We zijn vol verwachting op hun kinderen.

Darwin’s wegen zijn ondoorgrondelijk en zeer aangenaam om kennis mee te maken.

Hetzelfde anders

Hetzelfde plantje maar anders.
De fotografe schenkt mij deze foto als aandenken aan het feit dat hetzelfde niet bestaat.
Dat je in iedere waarneming weer nieuw bent
en dat het plantje in dit geval, veranderd is,
dat het licht waarin je het ziet alles anders maakt,
dat het licht waarmee je ziet de directe ervaring levend maakt.
Eeuwig opnieuw beginnen, waarnemen zonder voorkennis.

Herakleitos zei het kernachtig;
Je kunt niet twee maal in dezelfde rivier stappen.
Daarmee is alles gezegd aldus de fotografe.

‘ To stay the same I have to change ‘

De uitsparing

Dit is niet niks!
in de vorm van een verdwenen pijp

Magritte was een schilderend filosoof,
hij verbeeldde paradoxen;

zwevende stenen,

een man met vogelkooi als torso,

schoenen van blote voeten met veters,

een vogel van lucht,

een wolkenwandeling
van twee bebolhoede heren in maatpak,

en dan die pijp die geen pijp is
en daardoor emblematisch is voor de pijp an sich

ik zou als eerbetoon aan Magritte alle pijpen
op deze wereld willen verzamelen
om daar een groot vreugdevuur van te stoken

de overgebleven as en houtskool spreiden we uit
waarin we een vorm uitsparen
welke vorm doet er niet toe
het gaat om het uitsparen

Hommel

Ik ben een zondagskind zo blij,
de volle maan zweeft vrij voorbij.
Een zilveren spiegel in de nacht,
een vliegtuig zeilt voorbij zo zacht.

M’n hangmat schommelt heen en weer
onder de bloesems van een peer
en hommels zingen mij hun lied,
de dagdroom is er wel en niet of toch
als een wonderschoon bedrog,
niet en wel in een prachtig samenspel.

Hier wil ik bestaan voortaan

Het zijn geniet volop van jou,
de hele lucht straalt hemelsblauw.
Een pluisje drijft hier op de wind
dat aan een verre reis begint.

M’n hoofd gonst als een hommel door
en volgt geheel haar eigen spoor.
Waar ik ook ga daar moet ik heen,
maar als ik kiezen mag meteen
naar hier waar ik rust vind en plezier,
de manier waarop ik het leven vier.

Hier zijn, liefst altijd zo vrij.

Ik maakte ommetjes rondom
tot ik echt niet meer verder kon.
De hommels brachten mij tot rust,
door liefde uit mijn slaap gekust.

Toen ik ontsnapte uit mijn kluis
kwam ik in deze boomgaard thuis.
De hommels gonzen zacht hun lied,
een dagdroom is er wel en niet
of toch als een wondermooi bedrog,
niet en wel in een prachtig samenspel.

Hier wil ik bestaan voortaan

(zeer vrij hertaald naar Gregory Page’s “The Bumblebees and Me”

Expositie ‘Het eerste zien’


Een bloem bloeit maar één keer en soms wel nooit.
Bloeien tot de dood erop volgt, dat is de oorspronkelijke natuur van de bloem.
Alles geven om niet, dat is de geest van de natuur.
Het is een wijdverbreid misverstand dat herhaling het wonder van de natuur zou verminderen.
Iedere ‘herhaling’ is een vergroting en bevestiging van het wonder.
Je kunt niet eens spreken van herhaling omdat iedere verschijningsvorm toch weer eenmalig en uniek is, net iets anders dan de vorige.
Pas door vergelijking van eeuwen kun je opmerken dat een soort zich sluipenderwijs heeft geëvolueerd naar een nieuwe variatie.
Er is een plant in Zuid-Afrika die alleen zaad geeft wanneer de plant verbrandt.
Het zaad sterft voor de plant, de bloem sterft voor de vrucht, de vrucht sterft voor het zaad, deze cyclus noemen we plant.
Een plant is dus geen statisch ding, maar een dynamisch proces.

Deze foto toont maar één wonderschoon plantje, in statische vorm.
Zo zijn er nog duizenden soorten, 298.000 plantsoorten.
Evolutie weet maar geen maat te houden en toch vindt ze steeds de balans waarin het geheel kan floreren.
Bloeien gaat in overvloed, zaaien gaat nog overvloediger.
De aarde barst van het zaad: zelfs in de woestijn slaapt het zaad haar droge droom tot regen het uit de droom helpt.
Het zet de Kalahari in bloei.

De fotografe wil niet genoemd worden, laat staan beroemd.
Ze vindt het al mooi als mensen de foto mooi vinden.
‘Ik wil verleiden om zelf naar de echte bloem te kijken,’ vertelt ze terloops.
‘Wat is de echte bloem dan?’
‘Het eerste zien is een bloem die steeds weer open kan gaan, elke keer is weer een eerste keer.’
‘Maar u moet er toch van leven, waar leeft u dan van?’
‘Van de kunst,’ verklaart ze.
‘Uit de kunst!’
We lachen om het vreemde gesprek.

De echte kunst is afwassen, onkruid wieden en soep koken.