Volautomatische rituelen

Voordat ik mijn schrijfwerk uitbesteedde aan de computer deed ik alles nog zelf.
Wekelijks schreef ik op het kunstig met parelmoer ingelegde tafeltje van van grootvader een aantal handgeschreven brieven met foto’s of copieën krantenartikelen bijgesloten in een envelop die ik zelf dichtlikte en bepostzegelde.
Gericht aan een paar intimi.
De maker van het tafeltje was een jaar bezig geweest met het uitzagen, inleggen van de schelpen, polijsten van het tafelblad, aldus mijn grootvader die uit Florence kwam, hij was trots op de maker.
Ik ging ervoor de deur uit om brieven op de bus te doen.
Soms haastte ik mij om de lichting nog te halen.
Nu tik ik een mail, klik er een bijlage bij, druk op verstuur.
Het bericht vliegt de wereld in en is in principe door iedereen te lezen als een openbaar geheim.
Een handje vol mensen leest deze universele intimiteiten.
De enige waarborg tegen overexposure is het onverweldigende aanbod van non-informatie.
Mijn werk wordt beschermd als een naald door de hooiberg, alleen intimi vinden het.
Brieven schrijven was een tijdrovend ritueel, nu is mijn verbeeldingskracht een programma ‘My Fantasy’
Je gooit er een paar woorden in en er rolt vanzelf een tekst uit.
Niemand lijkt te merken dat ikzelf als schrijver een
automatisch format ben.
Dit is slechts één voorbeeld van menselijk ritueel dat is uitbesteed aan de robot.

Als het aan futurologen ligt dragen wij al onze dagelijkse rituelen over aan robots en automatiseringssystemen.
Ons huis wordt op een juiste vochtigheidsgraad en temperatuur gehouden door de climate control op onze polsmobiel, de robot zuigt stof, wast, ruimt op, vaste boodschappen worden thuis afgeleverd, voorraden worden aangevuld.
Nooit zullen we meer zonder iets zitten, we zullen nooit meer iets kwijt zijn.
Dingen die we nodig hebben komen uit onze 3Dprinter, handig en creatief.
De automatische auto rijdt ons naar de juiste bestemming, nooit meer verdwalen we.
Zo zijn we passagiers en toerist in ons eigen leven.
We horen de hele dag onze favoriete muziek, zien louter lievelingsfilms en lievelingsnieuws, gepersonaliseerde informatie.

Ons polsmobiel of implantaat meet onze gezondheid en zet ons aan tot gezond gedrag.
Ze meet met onze geformatteerde data wie op dit moment de meest geschikte partner voor ons is en koppelt ons, volmaaktheid verveelt nooit.
Wij zullen volkomen gehospitaliseerd zijn, patienten in onze eigen privékliniek, zalig zo’n roesje.
Al onze pijn zal effectief worden verdoofd, genezen is verdoven als motto.
Medische technologie zal de kunst van het verdoven perfectioneren, heerlijk.
Onze kinderen zullen voorgeselecteerde genen hebben, ze zullen afwijkingsloos zijn, zo mooi en slim.
Een wereldwijd roulatie systeem zal onze vakantie plannen naar de mooiste plekken op aarde.
De wereld zal tot park worden ingericht, veilig bewaakt, heerlijk ontspannen.
Kuddetoerisme zal elke unieke plek massaal vertrappen, geeft niets, we zijn de meest geavanceerde barbaren en leven schaamteloos, want de restauratiedienst brengt achteraf alles weer in de authentieke pure staat.
Van consumenten zullen we evolueren tot amusementen worden in pretpark aarde.
Al wat niet amusant is zal uit ons leven worden geëlimineerd. We zullen de meeste vrije tijd hebben om op te vullen met amusement.

Wie dit allemaal niet kan of wil volgen zal nooit iets anders zijn dan een experiment.
En de kans lopen om als geestelijk gestoord te worden geframed. Hen zal de toegangscode tot het park worden ontnomen.

Nachtvoorstellingen

Dromen zijn verlangens en angsten in beeld gebracht.
Voor de nachtfilm verandert de bovenkamer
in een filmzaal zonder afmetingen, zonder beperkingen.
De scenario’s gaan meestal over;
wat je wilt maar niet hebt of over wat hebt maar je niet wilt,
the usual suspects.

Van wie zijn deze films en wie schrijft de scripts?
Neurologen kunnen geen scriptschrijver ontdekken in de bovenkamer.
Geen maker te vinden, maar er is onmiskenbaar een getuige getuige.
Wat zou er anders naar deze films kunnen kijken?

Het wonder is dat deze films spontaan ontstaan met het materiaal dat zich aandient.
Zonder regisseur, zonder storyboard en alles in één vloeiend shot.
Toevallig omgevingsgeluid wordt moeiteloos in de soundtrack opgenomen en voorzien van ondersteunende beelden die het geluid betekenis geven.

Wat kijkt er naar deze nachtfilms?
Er is maar een bezoeker en zelfs die laat zich nooit zien.

Dit is geen detective toch heeft het alle kenmerken van een detective.
Hoe kan een anonieme getuige gedetecteerd worden?

De oplossing lijkt kinderlijk eenvoudig.
Het is datgene dat detecteert.
Het zoekende blijkt het gezochte.

Ik vroeg aan de dromenuitlegger;
‘Wat betekent een droom?’
Hij zei; ‘Een droom betekent dat jij wakker bent,
zowel in de slaapstand als in de wakende staat’

Fabel van vroedvrouw


Elk ding is het lichaam van een woord,
het leeft ademloos.

ook dingen verdwalen,
verweesd vergeten ze
hun naam
hun nut vervalt,
betekenis lost op
in roest.

als uitstervende woorden
van een dode taal
gekerfd in een muur van mergel
zo gaan de dingen
hun weg
van langzaam
aan vergaan

soms komen ze onverwacht samen
raken ze verzameld
door de stromen
van het overbodige
dan tasten ze
elkaars onnodige vormen af
vervreemd zijn schept verwantschap

samen versmelten ze tot iets nieuws
nieuwe betekenissen tonen zich
in het eclectische lichaam,
het lijf staat stijf van betekenis

dingen worden samen weer menselijk
ook de dingen kun je lezen
ze hebben een verhaal onder de leden
Elke lezer is vroedvrouw van het verhaal.

Fabel van de bijgelovige

een eigenwijze bij las
bijna elke dag
de bijbijbel
bij wijze van bijles
zo bleef de bij een beetje bij.

hij geloofde als dar
in de bijgodin,
een echte koningin.

in de bijzondere bijbijbel
las hij over bijzaken,
als koninginnebijgelei,

over gonzende bijgeluiden,
bijbedoelingen, bijvoeding
over het bijvullen van de raten.

het was een bijdehante dar,
met bijverdiensten, bijgedachten
over bijwerkingen en bijverschijnselen.

zijn vrouw, een nijvere werkster, deed
wanneer hij las, de vuile bijenwas.
van dreigend gevaar had hij geen weet

de dar aanbad naief zijn heilige koningin
zijn vrouw hing de schone was netjes buiten
onderwijl pikt een slimme imker alle honing in

Fabel van de bonbonburger


De mens is geen bonbon, geen gelikte praliné
niet maakbaar, niet op smaak te brengen,
of op te leuken met wat vulling en glazuur

het ideaal zegt; als je voldoet aan onze normen,
als je volgzaam, kansberekenend en marktgericht
als je mooi bent volgens ons ideale beeldvormen…

dan houden wij zielsveel van jouw opbrengst
en mag je later ook in die mooie doos samen
met al dat andere gestandaardiseerde snoepgoed

mensen zijn niet ideaal, sommigen hebben idealen.
Stalin had echte idealen, een ideale samenleving,
waarin alle ongewenste bonbons werd vermalen
tussen de raderen, om de staatsmachine te smeren

en het volk zoet te houden met een ideaal verhaal

Fabel van de gelovige dieren

Dieren zijn gelovig, ze geloven in concrete goden.
Ze geloven in de baas, zodoende gaat de baas ook in zichzelf geloven.
Geloof is scheppend, ze schept een eigen werkelijkheid en misverstanden.
Het menselijk dier gelooft dat hij de baas der dieren is.
Het is wensdenken, dit soort vergissingen maken ons menselijk.

Mijn hond is een fervent voorstander van worst, ook zo’n concrete godheid.
Hij gelooft er heilig in.
Gewoonlijk is hij meegaand, maar hierin is hij een fundamentalist.
Worst heeft altijd gelijk, worst is het enige antwoord op alle vragen.
Worst woont in de kille tempel van de koelkast, het heilige der heiligen.
De hond is tot alles bereid als hij maar zo snel mogelijk met de worst verenigd is.

Mijn hond gelooft zo sterk dat wanneer hij mankt, hij naar de baas toehinkelt op drie poten, de gewonde poot aan god geeft.
Die voelt de poot geeft er een kusje op en de hond gelooft in zijn instant genezing.
God zegt; zo is het weer goed en hond rent verder.
Als god een werkende placebo is dan zou je toch gek zijn om er geen gebruik van de maken?

Onze poes Vosje was zeer gelovig, ze geloofde in het gebed en dat ze kon praten,
Voor het eten namen we altijd even als ritueel gebed de essentiele levensvragen door die ze ongeduldig beantwoordde;

Hoe wil je de vis,
Gekookt of rauw?
Met zout of flauw?
Warm of lauw?
straks of nou?

Zonder aarzeling gaf ze steeds het enig juiste antwoord.
Daarna kreeg ze haar eten.

Na haar maal stelde ik de vraag der vragen;
Hou je van mij of hou je van jou?
Die vraag beantwoordde ze niet, druk bezig haar snuit te wassen.
Alleen als ik lang aandrong, dan zei ze het om van het gezeur af te zijn.

Ook een huis-tuin en keuken-godje
heeft soms bevestiging nodig.

Het journaal als brandhaard


Een open haard is de beste televisie, ondertiteld met een goed verhaal.
Door de aeonen heen het meest bekeken programma, ingebrand in het collectieve bewustzijn.
Starend in het vuur likken we de verhalen af als vlammen.

Je droomde vroeger vaak dat je je lagere school in brand stak.
Later kwamen er ateliers en kleine vage bedrijfjes in.
Op een nacht brandde de School met den Bijbel toch nog af.
Je had niets gedaan om je vurige wens te realiseren, en zou ook niets gedaan hebben om het te voorkomen.
Je wortels hadden vruchtbare grond gevonden in de as van het kwaad.
Er gingen verhalen rond over verzekeringsgeld, geïncasseerd door failliete ondernemers.
De neerdalende as gaf mij een onterecht gevoel van gerechtigheid.
Het onschuldige gebouw moest boeten naar goed oud bijbels gebruik, jong geleerd.

Pollice Grosso vertelde ooit de volgende fabel:
De mensheid was een bos dat bestond uit diverse boomsoorten.
Het bos bracht lucifers voort die ieder stuk voor stuk de macht hadden om het hele bos in as te leggen.
Sommige merken lucifers legden zich er vooral op toe om andere boomsoorten plat te branden.
De eiken haatten de dennen van oudsher, de beuken bestreden de platanen, de coniferen waren tegen de linden.
De terreur verspreidde zich zo door het hele bos, dankzij het heilige geloof in vergelding.
Een Wereld-Bomenbosregering kwam bijeen om de terreur te vernietigen.
Welke weldenkende lucifer kon daar nu tegen zijn?
Wie de aanslagen pleegden en waarom werd nooit echt duidelijk.
Anonieme vergeldingsacties maakten steeds meer onschuldige slachtoffers.
Steeds weer staken individuele lucifertjes de kop op.
Sommigen kwamen zelfs graag om in as, want hun as zou vruchtbare grond zijn voor een bos dat ooit, later…
Zo werd het hele bos bezaaid met kleine brandhaardjes.
Hoe het verhaal afloopt weet Pollice niet, hij vertelt verschillende versies:
– Het bos werd platgebrand en na een paar jaar kwamen de ondergedoken boomzaden op.
– De verborgen zaden sliepen uit schaamte duizend jaar voor ze weer ontkiemden.
– De luciferindustrie had goede zaken gedaan, maar had nu geen afzetmarkt meer.

De geest lijkt een vuur waarin verhalen worden opgestookt, in de hoop dat het vuur een ander licht werpt op de werkelijkheid.

Spijkerwezen


het spijkerwezen bestond nog nooit
(bestaanscoëfficient nul komma nul)
als losse onderdelen kwamen ze
op bezoek, ik heette ze welkom
en gaf ze wat ruimte,
daarin ben ik nogal gul

de spijkers wilden wel eens wat anders
dan doorboren of krom geslagen worden
pootjes zijn dat leek hun wel wat
en dan snel de benen nemen,
(de honderd meter horden)
of tentakels om te tasten in ’t duister
of antennes om golven af te luisteren

een aangespoeld blokje
van echt brandhout
wilde hen wel verenigen
in ruil voor bescherming
een verweesde steen
stond voor het blok
zag er een mooi gat in
om zijn nek uit te steken

het spijkerwezen heeft geen ogen
daarom leent ze even die van jou
om zichzelf te kunnen zien leven
ook leent ze jouw gedachten
om ook eens wat te denken,
je longen om op adem te komen
van het spontaan gaan ontstaan
leen haar nu nog je hart & ziel
om het geheel te doen kloppen

Horizonder


Mijn grootvader die ik nooit heb gekend,
was van moeders noch van vaders kant.
Hij droeg een hoed met daaronder verborgen
zijn grijze vlecht met indianenveer.

Hij gedroeg zich als verre voorouder
en schitterde afwezig in elke horizon
waar zijn blik rustte in de verte.
Dan zei hij:
“Luister, kleine zoon, de horizon ligt onder je voeten, daar…”

(Ik wist niet of hij ligt of licht zei,
het klonk mij allebei vertrouwd.)

“Daar ligt je oma, moeder aarde.
Zij baarde alle dingen en openbaringen.”

Mijn grootouders waren altijd samen,
beiden met getaand gezicht
van wind en zon,
droogte en vloed
als een landschap.
Je zag niet waar de een begon
en waar de ander ophield.

Opa rook naar rook
van zijn vredespijp.
Geen tabak, maar kruiden uit het veld:
salie, sandelhout, citroengras, kruizemunt.
Overal was hij in mijn buurt en vertelde
verhalen van de dieren.
Niet verhalen over dieren,
maar de verhalen die dieren elkaar vertellen.
Hij fluisterde vloeiend, zonder woorden,
maar in klank, gebaar en lichaamstaal.

Over het woestijnvosje dat zijn staart
in zijn nek legde vertelde hij:
“Je staart is dat wat jou je leven lang achtervolgt.
Ze beschermt je tegen het onnodige en overbodige,
en laat je hem hangen, dan wist hij alle sporen uit.
“Weet dat ik jouw staart ben.”

Er lag een vleugel op mijn pad
van een gaai,
als een teken van leven.
Meteen zag ik zijn ogen weer in de verre horizon
en voelde mijn voeten op het gezicht van oma.

Het leugenbeest Pollice


Ieder zelfbeeld of wereldbeeld is een leugen.
Dat is niet erg, het is zelfs onontkoombaar.
Je plakt jezelf in elkaar met momentopnamen, incoherente fragmenten.
De wereld is zo ongrijpbaar dat elk samengestelde beeld een waanbeeld blijkt.

“Wat je bent is geen ding, dus iedere representatie ervan is als bevroren water.
Het zijn stroomt woordeloos voort,” aldus meesterverteller Pollice Grosso.
“Ik spreek altijd de waarheid in de zin dat ik al mijn leugens erken.
Waarheid is het doorzien van de leugen, mijn verhalen zijn een bril om beter te kunnen ontmaskeren.
Liegen is niet erg als je toegeeft dat het leugens zijn, of om het wat aardiger te zeggen: fabuleringen, of nog aardiger: literatuur.”

Waarheid is niet in taal uit te drukken vanwege de taaleigen eigenschap om gehelen op te delen in aspecten.
Naamgeving gooit de graal van immanente eenheid aan scherven.
Het is geen doen die graal weer van stukjes taal in elkaar te plakken, het resultaat is altijd een wanstaltige vaas.

Voor taal is het hoogst haalbare te verwijzen naar…
Poëzie kan in sommige gevallen voorbij de taal wijzen.
Je kunt er niet je vinger op leggen, maar er is iets helder geworden.
Voor de ene lezer zal het onverwacht werken en voor de andere wartaal blijven.
De paradox is bij uitstek het middel om voorbij de taal te gaan.

De Zen-koan is een confrontatie met voor de hersenen onverenigbare tegenstrijdigheden.
Ze heeft als doel het conceptualiseren van de wereld lam te leggen, de weg naar de directe ervaring komt weer vrij.
Een koan veroorzaakt kortsluiting in de hersenen: plots is het hoofd weer beschikbaar voor de onmiddellijke beleving.

De preoccupatie met een zelfbeeld/wereldbeeld is een vorm van obstipatie.
Er kwam eens een westerse filosofieprofessor bij een Zenleraar op de thee.
De meester schonk thee in zijn kopje en bleef schenken, de thee stroomde over.
De professor raakte in paniek.
Hoe kan ik u Zen schenken als uw kopje vol zit, vroeg de schenker.

De wereld die we delen, lijkt een verhaal te zijn.
Dat is maar schijn.
Als we dat verhaal voor waar aanzien, leven we in een schijnwereld.
Representatie kan nooit samenvallen met waar ze naar verwijst.

Een taalwereld kent geen waarheid, zelfs niet als je alle verhalen van de wereld tot één verhaal zou smeden.
Directe ervaring taalt niet naar woorden: ze is integraal, dus waarom desintegreren?
De oorspronkelijke natuur verenigt ons van nature.
Een vertaling daarvan achteraf is altijd een bijzaak, directe ervaring stopt nooit.
Die rivier stroomt maar door.
Verhalen zijn bijzaak ter formulering en vermaak.