Auteur: openbaargeheim
Stoelendans

Is een stoel waar nooit iemand op gezeten heeft wel een stoel?
In het gebruik komt de functie pas ter wereld.
Iets kan op een stoel lijken, maar zijn bestaat alleen maar als praktijk.
In sommige spirituele tradities heeft de schepper een vaste lege stoel aan tafel.
Bij de maaltijden staat er ook een leeg bordje eten voor god.
Gods bordje is altijd leeg; wel scheppen, maar niet opscheppen.
Waar is het leven op gestoeld?
Is er een bodem waar de stoelen op gestoeld zijn?
Hoe zit het leven?
Hoe het ook zit, het zit niet op een stoel.
Het leven is meer een stoelendans.
De muziek stopt en iedereen vecht om een zitplaats.
Als iedereen zit blijft er nog één stoel over, waar niemand op zit.
En die heeft dan gewonnen.
De anderen hebben ook gewonnen, alleen weten ze het niet.
Dat is het spel.
Zodra ze dat zouden weten, hadden ze niets meer te verliezen.
Dan konden ze zich ontspannen in een makkelijke stoel.
De meeste spelen zijn gebaseerd op de aanname dat er iets te verliezen is.
De grap is, dat er meer dan genoeg plaats is voor iedereen.
En er is voor iedereen een eerste prijs.
Iedereen is namelijk het beste in zichzelf zijn.
Als je jezelf tegenkomt, bied dan een lege stoel aan.
Liefst een waar nooit iemand op gezeten heeft.
Alleenstaand
Onderstaand schilderij (gemengde technieken) is een echte vervalsing…
Het oorspronkelijk schilderij is bij een brand verwoest.
Vergelijking met het origineel is dus niet meer mogelijk.
Hoe weet men nu of deze vervalsing niet het echte schilderij is?
Het enige bewijs is het feit dat het bestaat.
De kunstenaar heeft verklaard maar één schilderij met dit onderwerp te hebben geschilderd.
Het heeft geen onderwerp, daardoor is de gelijkenis treffend.
Dit is het enige werk van zijn hand dat abstract is, juist daarom is het zo uniek en waardevol binnen zijn oeuvre.
Het werk heeft dus:
> geen maker, het is niet gesigneerd.
> geen certificaat van echtheid, het is dus vals.
> geen onderwerp, geen naam.
> geen cataloguswaarde.
Waar kijken we hier dan eigenlijk naar?

Ik vind het — geen ironie — een prachtig schilderij.
Het heeft een mooie, levendige huid.
Het onderwerploze spreekt mij erg aan: ik kan er van alles in zien.
Het ontbreken van een handtekening laat mij binnen in de directe ‘kunst’-beleving.
De waarde doe er voor mij niet toe.
Kijken is gratis.
Het werk is door al deze dingen congruent met zichzelf, puur.
Het origineel zou nog beter geweest kunnen zijn.
Maar zou deze ‘vervalsing’ niet ook beter kunnen zijn dan het origineel?
Het is de beste versie die we hebben.
Wie durft alleen te staan in zijn waarneming, ongeacht het oordeel van anderen?
Al vindt de hele wereld dit werk drie keer niks en van generlei waarde.
In dit geval is het nog vrij makkelijk om het werk mooi te vinden, want er staat niets op het spel.
Maar wat als er wel iets op het spel staat?
Wat als alles op het spel staat?
Nu nog even over de belangrijkste bijzaak: is het kunst?
Welnee, het is echt.
Constructivisme
Dit is een werk van kunstenaarscollectief NDSM.
Van oorsprong een scheepswerf voor oceaanstomers.
In het zog van hun voortvarendheid lieten zij tal van constructivistische werken na.
Onbedoelde bijvangst van hun vakmanschap.
Omdat ze als collectief opereerden, werden werken als deze nooit gesigneerd.
Afzonderlijk waren de werken ook nooit te koop, omdat ze onlosmakelijk deel uitmaakten van de harde lyrische realiteit.
Deze kunststroming werd ook wel getypeerd als ‘Heavy Metal Poetry’.
Hier betreft het de bodemconstructie van een gigantische havenkraan.
Een mengvorm van schilderkunst, constructivistische beeldhouwkunst, fotografie; gemengde technieken dus.
Het werk is onlangs minutieus gerestaureerd, gezandstraald en in de grondverf gezet.
De afbeelding is zowel figuratief (de kraan) als abstract (je weet niet wat het voorstelt).
Het is als het ware een voorstel voor een voorstelling.
Zoals bij alle werken is ook dit werk lichtjes uit het lood.
Als esthetisch principe hield het collectief een foutmarge aan bij elk ontwerp.
Zij vonden het poëtisch om deze afwijking niet weg te werken maar juist te benadrukken.
De doorlopende tentoonstelling heet ‘Het Licht op Straat’.
Het werk is ter plekke te bewonderen zonder museumjaarkaart.
Dagobert nog even
Toegang en verbod
Veeg droog, ben nat
Honden spreken zonder woorden en dan ook nog in indianentaal.
Mijn natte hond Bir is kort van stof.
“Veeg droog, ben nat!”
Zijn ogen zeggen alles en z’n staart spreekt voor zich.
Als hij nat is blijft hij voor me staan, omhoog kijkend als een geslagen hond.
Het is inmiddels een vast afdroogritueel, waarbij hij mij een voor een zijn pootjes aangeeft.
De dankbare hond likt mijn hand als ik zijn teentjes droog, als reflex.
Daarna probeert hij z’n te ruime vel af te schudden, klaar.
Milieu-surveillant
Het was een dag als vandaag.
Natuurgebieden hebben geen dagen.
De aangelegde gebieden deden nog een tijdpoging middels bordjes.
Van ma. tot vrij., tussen zonsop- en -ondergang.
Bordjes die niemand ooit las.
De vrijbuiter wilde niet kunnen lezen.
B. was zelf vrijbuiter geweest, voordat hij deze baan kreeg.
Zelf noemde hij zich hulpboswachter, in zijn functieomschrijving stond ‘milieu-surveillant’.
B. deed zijn ronde.
Feitelijk liep hij lukraak dennengeur te snuiven.
Het was zijn taak dagjesmensen binnen de perken van het toelaatbare te houden.
Als een herder die zijn kuddedieren hoedt over de gebaande paden.
Honden te sommeren zich te laten aanlijnen door hun naar wild leven verlangende baasjes.
Het liefst struinde B. dwars door de rustgebieden waar niemand mocht komen.
Het verbaasde hem hoe de aangelegde dagjesmens schrok van zijn groene verschijning.
Ze reageerden schichtig, alsof ze betrapt werden op hun gedrag…
Dat was wellicht te verklaren door het wrede regime van zijn voorganger.
Die was psychotisch geworden, hoorde stemmen, dieren gaven hem boodschappen door die hij niet kon bezorgen…
De man zat nu thuis op het bos te wachten.
B. lette totaal niet op, hij zag ongezien alles door de vingers, bekeuringen gaf hij niet.
Dat laatste vond zijn leidinggevende verdacht, zodat B. af en toe maar zelf een bekeuring betaalde.
B. vond zijn functie dik betaald voor al het werk wat er niet tegenover stond.
Naar zijn eigen indruk deed hij niets.
B. voelde zich eerder een grootgrondbezitter die zijn landgoed inspecteerde.
Officieel moest hij melding maken van ieder incident en elk achterstallig onderhoud.
Dus verzon hij maandelijks een rapportage.
Zo ontdekte hij het schrijven als biotoop voor de vrijbuiter.
Wat B. betrof, kon de natuur niet grondig genoeg verwaarloosd worden.

Middenin het stiltegebied op de naaldheuvel keek hij altijd even tussen z’n benen door.
Dat gaf zo’n heerlijke warme golf in zijn hoofd.
Die fijne sensatie werd vandaag verstoord door een observatie.
Heuvelafwaarts zag hij de contouren van een dier.
Hij wist in één oogopslag: dit is een nieuwe soort.
Het dier leek nergens op: de kleur en tekening van de vacht, de vorm van de staart, de brede graafpoten…
B. observeerde het dier door zijn verrekijker en besloop het behoedzaam tot hij oog in oog stond met het ongekende wezen.
Tranen maakten het kijken moeilijk, hij wreef z’n ogen droog.
Het dier bleef kijken en vertrok plots onder een boomstronk.
B. wist onmiddellijk hij dit aan niemand ging vertellen.
Of het nu een uitgestorven of nieuwe soort was, wat had dit dier daaraan?
B. zag het circus al voor zich in het stiltegebied: camera’s, telelenzen, biologen, ethologen.
Het dier zou op de vlucht kunnen slaan, onder een auto lopen.
En dan opgezet in een natuurmuseum te zien zijn voor de aangelegde mens.
B. wenste zelf ook anoniem te leven.
Als B. beroemd zou worden, dan graag vanwege het feit dat hij altijd onbekend is gebleven.
Hij wiste zijn sporen.
Schitteren
Je weet niet wat je mist als je het schilderij niet kent.
Het is een schitterend beeld.
Licht en de ruimte in zicht.
Niets meer aan doen.
Voor de kenner schittert er iets door afwezigheid.
Zonder voorkennis is het volmaakt.

Hoe kun je iets missen?
Je mist pas iets, wanneer je geheugen een oud beeld op de werkelijkheid projecteert.
Je ziet letterlijk iets wat er niet is.
Daardoor zie je wat er wel is over het hoofd.
Zo zijn de hersenen constant bezig oude beelden over de eeuwig verse werkelijkheid te plakken.
Je ziet je gedachten.
Dit maakt het verschil duidelijk tussen denken en direct waarnemen.
Als dit onderscheid duidelijk is, zul je merken dat je meestal gedachten waarneemt in plaats van het eeuwig verse waarnemen.
Sommige mensen zijn ervan overtuigd dat ze altijd denken.
En dat waarneming niet bestaat zonder denken.
Deze overtuiging maakt zichzelf waar en blokkeert zo de open deur naar het directe waarnemen.
Hiervoor geldt uiteraard ook: je weet niet wat je wat je mist.
Afwezigheid is schitterend.
Het is er nooit geweest.
Afwezigheid is permanent aanwezig.
To be and not to be, simultaan.
Fascinatie
John Cage heet componist te zijn, maar componeert geen muziek; dat laat hij de I Tjing doen door bij elke muzikale beslissing met drie muntjes te gooien.
Met uiterste precisie hanteert hij de cijfers die eruit voortkomen.
“Ik ben gefascineerd door cijfers,” zegt hij, “dat komt omdat ik ze niet begrijp.”
Dit is een mooie definitie van fascinatie: iets fascineert je, omdat je het niet begrijpt.
Je houdt van je geliefde omdat je haar niet begrijpt, het mysterie blijft.
Fascinatie betekent: begoocheling, betovering waardoor je iets niet goed kunt zien of doorzien.

Wat bedoelen we met ‘begrijpen’?
Volgens mij is de taalwereld een voorlopige afspraak bij gebrek aan een definitieve.
We geven iets een naam en die namen clusteren we tot begrippen.
Als we vervolgens die begrippen hanteren, denken we iets te begrijpen.
In feite begrijpen we enkel het afgesproken begrip en bevestigen nogmaals die afspraak.
Van inzicht is geen sprake.
Wat de wereld wezenlijk is, valt niet taal te vatten.
Taal kan immers in het beste geval alleen verwijzen naar het zijn.
We hebben taal, maar we zijn veel meer dan dode letters.
Taal verandert constant.
Hetzelfde woord krijgt een andere betekenis, hetzelfde ding krijgt een andere naam.
De taalwereld valt niet samen met ‘de wereld’.
De echte wereld is niet van taal.
Het rare van het mensdier is dat hij de taal vaak aanziet voor ‘de wereld’.
Een dier zal dat niet overkomen: dierentalen zijn congruent met de oorspronkelijke natuur van het dier.
Lichaamstaal, vogelzang, geur etc.
Wat valt er te begrijpen aan bovenstaande afbeelding?
Is naamgeving begrijpen?
Is vergelijking begrijpen?
Het ligt voor de hand dat de aanname dat alles te begrijpen zou moeten zijn, de oorzaak is van al onze fascinaties.
Ik begrijp werkelijk nergens niets van.



