Auteur: openbaargeheim
Genoeg voetbrand
Beven rond een geo-gat
Geluk brengt scherven
Porselein sprak, na jaren van stil gebruik.
Het kopje brak door de grens van gaafheid.
Onbedoeld geluk is het mooiste.
Zoals onbedoelde humor leuker is.
Ons favoriete kopje brak als geluk bij een ongeluk.
Opeens kun je de voorkant, de achterkant en de onderkant op hetzelfde ogenblik zien.
Zo ziet het gave er vanbinnen uit.
Het breken is volmaakt gelukt.

Het gebruik is gebroken, ongebruikelijk fraai.
Het is geen kopje meer.
Hooguit een K..op..j..e.
Taal valt uit elkaar, ook de naam valt kapot.
Uit een kapotte naam kun je niet drinken.
Betekenis lekt weg door de stilte.
Levenskunst slaagt erin fraai te falen.
Een echt pakje boter heeft een deuk.
Muziek leeft bij de gratie van dissonanten.
Een stilleven leeft op bij zichtbaar verval.
Poëzie is volmaakt als het onvoltooide het laatste woord…
Filosofie is de levende aanwezigheid die blijft nadat alles in twijfel is getrokken.
Aanwezigheid die dode kopjes leven inschenkt.
Die al lezend deze dooie tekst beademt.
Bloem
De bloem is voor zichzelf geen bloem, laat staan een bijzondere bloem.
Ze bestaat in zichzelf zonder uiterlijk.
Ze kan zichzelf niet vergelijken met andere bloemen, waarom zou ze ook?
Het verbaast de bloem dat ze geprezen wordt om wat ze niet ziet.
Wat maakt het voor deze bloem uit dat ze de laatste van haar soort is?
Wacht ze om geplukt of gedetermineerd te worden?
Of te worden gedroogd in een boek?

Voor deze bloem beter geen bewonderaars die haar het zonlicht ontnemen.
Ze floreert in de volle zon, zet het licht om in zaad.
De bloem sterft anoniem in het zaad van betekenis dat zij achterlaat.
Wie geluk heeft, vindt het zaad in z’n hart dat zingt als een dronken hommel.
Ook
Het is het een of het ander, daar zit niets tussen.
Geen van beiden of allebei wel is geen optie.
Je moest altijd al kiezen tussen het een of het ander.
Dat maakten ze je wijs, wisten zij veel.
Er blijkt ook nog een derde weg.
De weg van het weg-zijn.
Je kunt in het gene blijven.
In het midden, de lege middenweg.

Daar ligt de ruimte die beide keuzes van binnenuit omvat.
Je blijft in de ruimte die de breuk verenigt.
Je kunt nu rustig om de keuzes heen wandelen
Ze van alle kanten bekijken, de keuze maakt zichzelf.
Is er een dilemma, zwem dan even in de tussenzee van ruimte.
Daar doen zich allerlei mogelijkheden voor die niemand kan bedenken.
Niet kiezen is ook een keuze, klinkt logisch, maar de praktijk is anders en rijker.
Die praktijk ervaar je pas als je geen haast hebt en ruimte geeft aan niet-weten.
Ik kende een gelukkig jongetje dat ieder dilemma oploste met: “Ook!”
Welke kleur van de regenboog vind jij het mooist? “Allemaal!”
Nog voet gebraden?
Mental Image Scan

Excuses voor de matige beeldkwaliteit, in The Lancet is dit artikel om die reden geweigerd.
Het gaat hier om een van de eerste gedachtenfoto’s in de prementale cortex.
Het deel van de hersenen waar het abstract voorstellingsvermogen huist.
De techniek van de Mental Image Scan (MIS) is nog in een experimenteel stadium.
Een MIS is een soort röntgenfoto, maar dan met achtergrondstraling zoals werkzaam in het zogenaamde zero point field, ook wel silent ray genoemd.
Patiënten met een pathologisch imaginatiesyndroom (mensen met bovenmatige verbeeldingskracht), wordt verzocht voor een ‘denk’raam plaats te nemen en vervolgens sterk te denken aan — in dit geval — simpele geometrische figuren.
Heel geleidelijk, in een tijdsbestek van nu nog 60 seconden, ontstaat er een gedachtefoto.
Nota bene duurt een gemiddelde gedachte 0,007 seconde.
Opvallend is dat de hoekpunten van de geometrische figuren oningevuld blijven, evenwel door keurige lege cirkels.
Zouden dit omissies kunnen zijn die een bepaalde repeterende inhoud samenvatten?
Of kan het een grapje zijn van de patiënt?
Is het beeld zo vaag omdat de gedachte zo vaag was, of ligt het aan de nog primitieve techniek?
Toen ik als patiënt de lagere school nog bezocht, werden mijn opstellen gediagnosticeerd als zijnde van een ‘ongebreidelde fantasie’ en steevast beoordeeld met een vijf-min.
Mijn behandelend psychiater onderwees mij tussen de sessies door ook de Nederlandse taal.
Ik maakte daaruit op dat er medepatiënten rondliepen met een betere verbeeldingskracht, die wellicht een tien zouden scoren.
Zij hadden hogere cijfers, hun opstellen las ik helaas nooit.
Ik was met een vijf-min nauwelijks halverwege.
Er was dus werk aan de winkel voor mijn armzalige geest.
Patiënten zijn geduldig, daarom heten ze patiënt: ze hebben alle tijd.
Ik bleef met veel plezier de denkbeeldige fantasiespier trainen.
Uiteindelijk werd ik van verder schoolbezoek ontslagen.
De psychiater werd gek van mijn hopeloze geval.
(Ik viel destijds zelfs over een drempel, omdat ik er in mijn fantasie een Berlijnse Muur in zag).
Mijn geval was niet te genezen, zoveel was duidelijk.
Later drong pas tot mij door dat verbeelding moest worden afgeleerd, geëlimineerd.
Ik moest niet te veel verbeelding hebben.
Tot op de dag van vandaag tap ik, bij wijze van zelfmedicatie, een kleine dosis verbeelding af.
Een soort mentale aderlating.
Er loopt maar een dun lijntje tussen de pathologische leugenaar en de visionair.
Geheugenzeef
Ik herinner me mijn opa nog.
Die zei te pas en te onpas: “Je moet niet vergeten je geheugen te onthouden.”
Hij dementeerde en vergat uiteindelijk deze zin.
Onthouden is een vreemd woord voor herinneren.
Het suggereert niet-vasthouden.
Onthouding is bewust iets nalaten.
Als je je alles zou herinneren, werd je overspoeld door alle willekeurige indrukken.
Het heden zou worden weggespoeld door de totale herinnering.
Ik dacht ooit dat je de belangrijkste dingen vanzelf zou onthouden.
Er worden echter dingen herinnerd die geen enkele waarde voor mij hebben.
Bijvoorbeeld muziek, verschrikkelijke muziek: noot voor noot fluit ik het na, met naam en toenaam, met de videoclip erbij.
Of beelden van een volkomen irrelevant verblijf op een stoepje van een Duits winkeltje toen ik elf was.
De enige verklaring voor die herinneringen zou kunnen zijn dat ik volkomen aanwezig was.
Volkomen leeg, zodat ik die hele ervaring als een spons kon opzuigen.
Het zou dan niet om de inhoud van de herinnering gaan, maar om de verwijzing naar die onverdeelde aanwezigheid.
Zo zal ik nooit vergeten hoe ik voor het eerst mijn duim zag na een vakantie op de Veluwe.
Zoiets ‘gewoons’ als een duim… het was een openbaring.
Dat moment van toen is nu nog zo actueel omdat het nog steeds dezelfde aanwezigheid is, nu.
Mijn waarneming is sinds die dag nooit meer gewoon geweest.
Voor die tijd ervoer ik de wereld als gewoon en gangbaar.
Na het zien van mijn duim wist ik wel beter.
Het is dezelfde duim waar ik nu nog altijd alles uit zuig.




