Zwartmaken

Voor de duivel is men minder bang dan voor een zwart engeltje.
De duivel is eenduidig slecht, wel zo overzichtelijk.
Het kwaad in de gedaante van een onschuldig engeltje is meerduidiger, dubieuzer.

Wonderlijk dat beelden mensen bang kunnen maken, dode stof.
Wat brengt die dode stof tot leven?
Hoe komt het dat men dingen, mensen, dieren, denkbeelden zwart maakt en in een kwaad daglicht stelt?
Is het niet simpelweg het mechanisme om het kwaad buiten zichzelf plaatsen?

Onschuld is de beste dekmantel om het kwaad veilig te verdrijven.
Geloven in de hel creëert een hel, hier en nu.
Het denkbeeldige als denkbeeldig ontmaskeren is een hemel op aarde.

Er is nog altijd een behoefte aan zwarte schapen, denkbeeldige wolven en beren op wegen die ons kwaad voor ons kunnen dragen.
Onschuldige lastdieren.

Krokodillenleer

Waar moeder verscheen, begon het spontaan te regenen.
Ze had altijd een paraplu bij zich in haar handtas.
Als het niet regende, huilde ze oprechte krokodillentranen, zwijgzaam plukkend aan haar jurk.
Ik begreep nooit waarom ze niet nat wilde worden.
Huilde ze omdat het te droog was onder de paraplu?

Moeder was dol op planten.
Niet op waterplanten, maar op kamerplanten in een potje.
Vanuit obsessieve zorgzaamheid gaf ze haar dierbare plantjes steevast te vaak en te veel water.
Een voor een verdronken ze in de overvloedige zorg van haar groene vingers.

Iedere ochtend vroeg moeder vertwijfeld aan mij wat ze moest aantrekken.
De jurk met de witte nopjes of de groene met de ceintuur of toch het beige deux-pièce’je?
Na mijn welgemeende advies plukte ze toch maar een ander exemplaar uit de kast.


Moeder had moeilijke voeten: eelt, eksterogen en botvergroeiingen.
Elke stap in het leven leek haar pijn te doen.
Nooit kocht ze nieuwe schoenen die goed pasten.
Liever droeg ze de afgelopen schoenen van anderen die ze kocht bij het Leger des Heils.
Ze bewaarde een verzameling van wel veertig paar ondraagbare schoenen in een verhuiskist.

Bij dezelfde leverancier vond ze het damestasje van krokodillenleer dat precies paste bij de groene jurk met de ceintuur.
Ze was er erg mee in haar nopjes.
In dat tasje zwierven de pepermuntjes die mijn vader voor ons in stukjes brak.
Ze smaakten vagelijk naar Eau de Cologne van Boldoot.

Olifantasie

Denkbeelden zijn denkbeeldig, dat is evident.
Toch lijken we er soms last van te hebben, hetgeen in wezen irreëel is.
Door fantasie lijkt de mug een olifant.
95 procent van de menselijke problemen komen voort uit denkbeelden die voor echt worden aangezien.
Denk maar eens aan identiteiten, godsbeelden, wereldbeelden, botsende zelfbeelden.
De mens is in aanleg een olifantast.

Het is alsof je last hebt van een denkbeeldige vlieg, die irritant bromt.
Constant cirkelt het insect in je bovenkamer rond.
Het denkbeeld zit je op de huid en veroorzaakt jeuk.
Hoe kom je ervan af?
Een denkbeeldige vlieg kun je niet reëel doodslaan.
Je kunt een denkbeeldige vlieg alleen denkbeeldig doodslaan met een denkbeeldige vliegenmepper.
Natuurlijk helpt dat niet.
Het is een toneelstukje in de bovenkamer, opgevoerd door louter denkbeeldige hoofdpersonen.
Je hebt slechts het irritante vliegdenkbeeld verruild voor een denkbeeldige vliegenmepper.
Er is steeds maar één denkbeeld dat ingeruild wordt tegen een ander.
Dat er meerdere denkbeelden tegelijk zouden bestaan, is op zichzelf gewoon weer een nieuw denkbeeld.
Hoe meer aandacht je aan een denkbeeld geeft, hoe echter het gaat lijken.

Het is genoeg deze illusie als illusoir te zien, zo ontneem je de macht aan het denkbeeld.
Onmiddellijk blijkt de onoverkomelijke olifant een mug van niks.
Richt je je aandacht op de ruimte waarin denkbeelden verschijnen en verdwijnen, dan kun je nooit meer last hebben van een denkbeeld.

Hoe groot is die ruimte in die bovenkamer eigenlijk?
Daar zijn nooit metingen naar gedaan.
Wel kunnen we vaststellen dat de muren van die kamer denkbeeldig zijn, evenals het dak.
Het dak kan er gerust af.

Gregor Bazel (een bescheiden hommage)

Opus 78.
Dit werk van Gregor Bazel, prominent lid van de obscure Wascobeweging, toont ons een van de abstracte figuraties waardoor de Wascogroep zo onbekend is gebleven.
Werken van de Wascobeweging zijn echter zowel abstract als figuratief, alswel geen van beide.
Het werk valt niet anders te typeren dan als multivariabel, hetgeen de beweging uiteraard de kritiek van stijlloosheid opleverde.

G. Bazel was de spreekbuis en de naamgever van de Wascobeweging.
Begonnen als wonderkind, oogstte hij overal bewondering met zijn krijttekeningen.
Totdat hij volwassen werd, want toen nam het publiek plotseling geen genoegen meer met wasco.
Het verbaasde Gregor dat leeftijd en materiaalkeuze kennelijk bepalend was in de kunstwereld.

Gregor Bazel maakte zich er sterk voor dat de groep zich niet zou laten gijzelen door labels en kunstideologie.
Erkend Wascoïsme was wel het laatste wat hij nastreefde.
Het is jammer dat deze groep een beetje is vermorzeld in het ideologische geweld van de diverse kunststromingen.
Sommigen zien kunst nu eenmaal als een oorlog met beelden.
Met het ene beeld het andere kapotslaan, maar dit terzijde.

De groep legde zich middels een manifest vrijwillige beperkingen op.
Ik citeer er hier enkele:
> Het werk moet een menselijke maat hebben, opvouwbaar en makkelijk mee te nemen in de binnenzak.
> Elk werk is per definitie een reproductie van de werkelijkheid; de werkelijkheid blijft het enige origineel.
> Gemengde technieken zijn taboe, men dient louter wascokrijt te gebruiken.
> Tijdens het maakproces dient de kunstenaar met één afgeplakt oog te werken om een zo eendimensionaal mogelijk effect te realiseren.

De groep viel uiteindelijk roemloos uit elkaar omdat niemand zich meer aan het manifest hield.

Om Opus 78 op juiste waarde te schatten, is het aan te raden het werk met één oog te bekijken.
Neem het beeld goed in u op en sluit daarna beide ogen.
Het nabeeld dat u dan ziet vormt het eigenlijke kunstwerk.

Writer’s block

Ik kreeg al weken geen letter meer op papier.
Was mijn inktzwarte jeugd — goudmijntje van de schrijver — opgedroogd?
Met de laatste inkt had ik mijzelf getekend.
Getekend door het leven en uitgegumd.
Zo luidde de titel van mijn nieuwe roman.

Praat nooit met wie dan ook over het boek dat je aan het schrijven bent.
Met jezelf moet je al helemaal geen woord wisselen.
Onwetendheid voorwenden en het evidente ontdekken.
De titel komt op het laatst, wanneer het boek af is.
Dan krijg je pas een vermoeden waar het verhaal om draait.

Nu wist ik het al bij voorbaat, in één zinnetje samengevat.
Dom, ik had beter moeten weten.
Een schrijver speelt stommetje met zichzelf.
Vertellen dat je een writer’s block hebt, is zonodig nog dommer.
Dat is de muzen verzoeken.
Men gaat je meewarig benaderen en ongevraagde adviezen verstrekken.
Als voormalig schrijver word je hoffelijk gemeden door collega’s.
Alsof je een besmettelijke ziekte draagt: mentale inktvraat.
Ze zijn als de dood.
Als de dood om het leven ongeschreven te leven.

Ik ga maar een eindje vliegen door de lege pagina van de hemel.
Uitgummen is overbodig, mijn vlucht laat geen sporen na.

writers_block

Jeuk

ik zag het niet meer zitten
als stoel
je staat daar maar
te wachten
de verveling van het wachten wekte mijn slaap
wachten tot iemand zou gaan zitten
feitelijk was ik nog maagd
nog nooit was ik bezeten
was ik dan wel een echte stoel?
zelfs die vraag verveelde mij
m’n rugleuning gaapte
met mijn armleuning hield ik decent een poot voor mijn mond
daarna krabde ik de jeuk aan mijn zitting weg
waar jeuk is, is leven

jeuk
verveling
de motor van de evolutie
ik evolueerde
kreeg vervelenderwijs steeds meer haar
poes-zijn zag ik wel zitten
dan kon ik eindelijk gaan liggen
op een stoel

Rang boven te goed

Voorheen maakte ik zelf wel eens kennis.
Ik had hier en daar wat algemene kennissen.
Maar onlangs maakte ik, via een kennis, kennis met de feitenkennis.

Ik had hem wel eens zien staan in een boekhandel.
Men zei dat hij veel wist.
Ik nam dat graag ter kennisgeving aan.
Tot de feitenkenner bij mij kwam logeren.
Ik was vereerd.

Ik nam hem op schoot: een zware jongen, voor zijn formaat.
Nietsvermoedend bladerde ik heen en weer door de pagina’s.
Het naslagwerk sloeg meteen terug met het ene feit na het andere, right in the face.
Machteloos sloeg ik nog een pagina om.
Hij bleef maar slaan.
Voor ik er erg in had, stond ik in de arena van de geschiedenis klappen te incasseren.
Het naslagwerk bleek een prijsvechter.
Sla eerst, sla hard en blijf slaan, leek zijn motto.
In de eerste ronde knock-out, de feiten duizelden mij.

Hij heette de Bos.
Moeder aarde, dat hitsige wereldwijf, had de Bos in dienst om het volk bij de feiten te houden.
Ach ja, je denkt ergens de klok te horen luiden tot de Bos je feitelijk om de oren slaat.
Je algemene kennis blijkt zo algemeen, dat die slechts een vage contour schetst van je algehele onwetendheid.

Met een gebroken atlas verliet ik de ring.
Voortaan droeg ik niet meer mijn wereldbeeld op de schouders, maar de Bos.

Sommige dingen zijn te goed, een enkeling is een rang boven te goed.

Slot

SlotJe kent vast wel de ervaring dat een deur gesloten lijkt
omdat je naar de verkeerde kant wilt openen.
De deur was altijd al open.
Een eenvoudige aanname vormde het probleem.

De mens als sleutel,
het levenspad loopt door het sleutelgat.
Het sleutelgat suggereert een slot,
maar het gat is een toegangspoort.

Elke sleutel past moeiteloos door het gat.
Het passeren van de poort is een initiatie.
Na de passage is de perceptie veranderd,
de begoocheling door het denkbeeldige wordt overstegen
door betovering van de directe ervaring.

Denken vormt het slot op de open deur,
het labyrint van denkbeelden lijkt levensecht door herhaling.
Valt het denken stil, dan is het slot plots verdwenen.
Denken dat er een slot is creëert het slot.

Zonder slot is het openbaar geheim vrij toegankelijk.

Droomstroom

we sliepen heerlijk zacht en licht
als zwevende sneeuwvlokjes in de nacht
droomden van wakker worden
in het ongeschonden wit
zo stil hadden we het nooit horen vallen

glurend onder het gordijn door
bleek de nacht verlicht
zo bleek


de volgende ochtend zat
in de sneeuwvacht een witte kat
we werden als batterijtjes opgeladen
de droom smolt weg
wat bleef was het voltage