Mind’s Eye


Er is nieuw werk van colorist Gregor Bazel opgedoken.
De cyclus Mind’s Eye, een serie van zes.
Ook in dit werk gaat het om het nabeeld van het kunstwerk.

De gebruiksaanwijzing is als volgt:
> Laat het werk langdurig inbranden op het netvlies, minimaal 2 minuten.
> Probeer knipperen met de ogen te vermijden.
> Sluit de ogen en dek ze af met beide handen om doorschemerend daglicht te vermijden.

Let wel, het nabeeld is het eigenlijke, levende kunstwerk.

Interessant is, dat Gregor van ieder nabeeld weer een nieuw werk maakte.
Het nabeeld wordt zo steeds essentiëler, in de zin dat het waarnemen zelf steeds meer wordt benadrukt.
Uiteindelijk ziet de waarnemer het ziende.

Bazel wordt wel de colorist van de Wascogroep genoemd.
Luminist zou wellicht beter passen bij dit werk.

H2O


Water is verklaarbaar.
Hoezo mysterie?
Water bestaat gewoon uit twee waterstofjes en één zuurstofje.
Twee stofjes, meer is het niet.
Allemaal stof toch?
Eén pot nat.
Of voel ik toch nattigheid?
Hoe kan droge stof nat zijn?

Het verwondert mij dat wetenschap genoegen neemt met een verklaring die twee nieuwe raadsels introduceert.
Deze twee nieuwe raadsels worden ieder op zich ontleed tot weer nieuwe raadselen: atomen, elektronen, enzovoorts.
Het mysterie vergroot zich alleen maar.
De kwantumrealiteit is volkomen ongrijpbaar vanwege haar onvoorspelbare eigenschappen.
Denk aan non-lokaliteit en a-causale verschijnselen in de kwantumwereld.

Zuurstof en waterstof?
Beschrijvingen van eigenschappen van deze stofjes zijn geen verklaring voor het wonderbaarlijke feit dat het er überhaupt is in deze specifieke hoedanigheid.
Het is slechts een beschrijving dát het zo is.
Wat is de noodzaak?

Het bijzondere van water is, dat het zulke uiteenlopende vormen kan aannemen.
Denk aan de kringloop: damp – wolken – neerslag (regen, hagel of sneeuw).
Denk aan ijs.
De foto bovenaan toont één enkele sneeuwkristal.
De spontane geometrische precisie verbijstert mij.
Het schijnt dat er nooit twee identieke sneeuwkristallen ontstaan, ook al zijn de omstandigheden identiek.

Stel, we nemen water als metafoor voor intelligentie.
Dan staat het bevriezen en kristalliseren daarvan voor de objectief-wetenschappelijke focus die leidt tot statische concepten.
Het smelten en verdampen zou dan staan voor de subjectieve, directe ervaring van het mysterie.
Oplossen in het wonderbaarlijke.

Het is een en dezelfde intelligentie, alleen de focus verschilt.
Het onderzoek naar hoe deze intelligentie overgaat en samenvalt met de kwantumrealiteit is nog maar net begonnen.
De ironie is natuurlijk dat de oude objectief-wetenschappelijke benadering niet langer volstaat en dat statische concepten hier tekortschieten.

Vloeiende concepten?
Natuurwetten die evolueren?

Vormleving


Een levensweg bestaat uit één onafgebroken lijn.
Je leeft je eigen weg, in het wilde weg.
De belevingswereld valt samen met een wonderbaarlijke verkenning.
Om te reflecteren keer je soms terug op je schreden en volg je je spoor terug.

De terugweg is ook weer vers en nieuw, alleen nu reflecteren ervaringen in de plekken die je herkent van de heenweg.
Het maakt patronen zichtbaar dankzij het geheugen dat altijd in het heden reflecteert.
Dit principe geeft spontaan vorm aan je leven, ongewild en zonder doel.
Vormleving.
Weer op het uitgangspunt aangekomen neem je nu eens een andere afslag, zonder het voorgaande pad te doorkruisen.
Je kiest de ruimte en zoekt tegelijk de vormgevende beperking.

Ieder punt is een ‘point of no return’, elke stap is eenmalig.
Ronddwalen is de route.
De weg gaat maar door en leidt moeiteloos naar het eerste vertrekpunt.
Een cirkel mag dan rond zijn, elk willekeurig levenspad is dat ook.

Nooit zie je het totale pad dat je bent gegaan, de integrale vorm van je levenswandel.
Ieders leven is een ‘Gesammtkunstwerk’.
Je kunt het zo gek niet bedenken of het is verwerkt in het levenskunstwerk.
Alle eer aan de anonieme kunstenaar, de oorspronkelijke natuur.
Levenskunst is monnikenwerk.

Aparte smaak

Er liep een nat spoor van een fietsband over de vloer van de bijkeuken.
Het profiel had een reptielachtig patroon, geschubd.
Alsof er een draak had gekronkeld.
De zeecontainers uit China waren her en der op het erf van de boerderij achtergelaten door de Antwerpse expediteur.

Zijn versleten vader was ondergebracht in het verzorgingshuis in het dorp.
Als enige zoon zou hij het boerenbedrijf overnemen, maar een fiets was het enige waarvoor hij warm liep.
Niet eens om mee te fietsen: het was het ontwerp dat hem eindeloos kon bekoren.
Als kind al stelde hij zijn eigen fietsen samen uit losse onderdelen.
Allerlei maten wielen, sturen en frames gebruikte hij door elkaar.

Nu zag hij zijn kans schoon.
Op het wereldwijde net had hij de mooiste fietsonderdelen besteld in China.
Het beste van het beste, zo zag het althans eruit op de webpagina’s.
Het akkerland had hij verkocht om de investering te kunnen bekostigen.
Vier maanden duurde het voordat de vracht aankwam.
Soms gaf hij het vertrouwen in die Chinezen op.
Zes containers vol onderdelen, ze hadden zonder woord woord gehouden.
De containers had hij ook maar op de koop toe genomen, mobiele schuren.
Een vriend uit het dorp, die hij de Alfabeet noemde, had hem uitgelegd wat hij was.
Hij was een eclecticus, al had hij nog nooit van dat woord gehoord.
Een eclecticus is iemand die het beste van alle werelden combineert tot een subliem geheel, zo verklaarde de Alfabeet.

Hij was al dagen bezig om de eerste fiets samen te stellen uit het containermagazijn.
Ieder onderdeel op zich leek perfect.
Hij was euforisch tijdens het werk en bedacht dat de fiets Eclecticus zou gaan heten.
Toen de fiets klaar was, wist hij even niet wat hij zag.
Hij wist niet wat hij ervan moest denken en belde de Alfabeet.

Zo zag het beste van alle werelden er dus uit.
Zijn geleerde vriend zag het meteen: de fiets zag er niet uit als een geheel.
Het was een belachelijke combinatie van perfecte losse onderdelen.
Het ding fietste goed, dat wel: het zadel zat heerlijk.
De boerenzoon zag niet wat er mis mee kon zijn.

De Eclecticus werd een groot succes.
Er waren dus meer mensen met een aparte smaak.
Zijn dementerende vader informeerde naar het bedrijf.
“Het bedrijf groeit en bloeit als nooit tevoren, vader”, had hij geantwoord.

La Grande Bellezza

Waar gaat die film over?
De meningen zijn verdeeld.
Voor sommigen gaat La Grande Bellezza over niks, een verhaal van niks, mooie lege beelden.
Anderen zien er een aanklacht in tegen het schuinsmarcherende leven van Silvio Berlusconi en de decadentie van een ‘elite’ die zich niet elitair gedraagt.
Aanhangers van schuinsmarcheren zien er juist een verheerlijking in van Berlusconi, een eerbetoon aan de selfmade-man die zijn macht kocht en zelf alle regels van zijn spel bepaalde.
De God van de Maakbaarheid.
Enkelen bewonderen de enigszins onthechte houding van de hoofdrolspeler, die als beschouwer de kleurrijke gekte ondergaat van de biotoop waarin hij toevallig is blijven hangen.


Het lijkt mij dat het een het ander niet uitsluit, en dat voorgaande visies zelfs tegelijkertijd een zekere geldigheid hebben.
Waar deze visies elkaar in ontmoeten is de leegte.
De film gaat over spirituele leegte.
Deze term kan klinken als een negatief oordeel, maar dat hangt samen met het oordeel van de lezer over leegte.
Ik bedoel er niet mee: afwezigheid van spiritualiteit.
Waar ik op doel is dat leegte juist een voorwaarde is voor levende spiritualiteit.
Leegte wordt pas negatief als die niet wordt toegestaan.
In de film is iedereen permanent druk bezig met het opvullen van die leegte: met lustobjecten, drank, drugs, luxe, status.
Men jaagt op ervaringen in de angst iets te missen.
Men is verslaafd aan het ontwijken van de leegte, die als een diep gemis voelt.

De bijzondere kwaliteit van leegte is dat het onmiddellijk gevuld wordt met onverwerkte inhouden van de persoon.
Als een magneet trekt het gat ongewenste inhouden aan.
Die inhouden vragen niets anders dan te worden gevoeld en ervaren.
Ze zijn zonder uitzondering pijnlijk.
Dat voelt niet fijn, dus als ze op een prettige manier vermeden kunnen worden, voelt dat als een instant-oplossing.
Natuurlijk lost er niets op, het blijft zeuren.
Het volgende moment dat de leegte zich aandient staan ze weer voor de deur.
Steeds als de persoon niet thuis geeft, wordt de gewoonte om te vermijden versterkt.

Dezelfde leegte die als een pijnlijk gemis wordt ervaren kan transformeren tot een vredige ruimte, wanneer de persoon elke pijnlijke inhoud die in de leegte opkomt durft te voelen en te herbeleven.
Ieder mens is aan deze wetmatigheid onderworpen, er is geen ontkomen aan en er is geen short-cut.

Wanneer de leegte als ruimte wordt ervaren, weet je dat alles goed is, dat alles welkom is.
Vertrouwen en openheid komt in de plaats van een gevoel van dreiging.
Er is dan geen bedreigende inhoud meer die vermeden moet worden, een verademing.
Het is een wonderlijke paradox dat aanvaarding van de leegte het gemis doet oplossen.

Ik vind La Grande Bellezza een prachtige film, misschien wel juist vanwege dit diep tragische misverstand.
Het geschenk van de rijkdom is dat men kan ervaren dat geluk niet van rijkdom afhankelijk is.
(Denk aan de Boeddha die als prins alles opgaf om de essentie te vinden.)
Des te schrijnender is het, wanneer een bevoorrechte elite dit niet inziet en blijft vluchten.
De arme mens kan nog altijd denken en hopen dat zijn problemen zouden oplossen als hij rijk zou worden.

Zou er een La Grande Bellezza 2 komen, waarin dezelfde personages de leegte omarmen en transformeren naar ruimte die beschikbaar is voor al wat zich aandient?

Psychonaut


Als psychonaut maak je nu eenmaal vele astrale reizen.
Kosmische expedities met het lichtlichaam, door sommige reisgenoten ook wel ruimte-ervaartuig genoemd.
Dit ervaartuig rust — in gelande toestand — in het lichaam van vlees en bloed, dat als een soort hangar dienst doet.
Zo’n landing is doorgaans een claustrofobische ervaring.
Dat komt omdat het lichtlichaam ruimte zelf als haar huid ervaart, dat voelt als oneindig.
Men kan zich voorstellen dat het gaan bewonen van een lichaam met een strak vel dan wat beperkend aanvoelt.

Dit is een mentale luchtfoto van een nachtplaneet, die ik op een van mijn expedities bezocht.
Het fantastische van deze vorm van reizen is, dat je niets hoeft mee te nemen.
Integendeel zelfs, je kunt pas weg als je alles achterlaat.
Je hoeft niets te regelen of te plannen, geen reisverzekering af te sluiten.
Het lichaam blijft achter als een lege huls.

Nachtplaneten zijn planeten die nooit het licht zien, omdat zonnen en sterren er te ver vandaan staan.
De planeet (die mijn naam draagt) ligt in een uithoek van een extra-galactisch stelsel, Borvangenia.
Het is natuurlijk megalomaan je een planeet met je eigen naam toe te eigenen, ook al betreft het hier dan een stelsel buiten de Melkweg.
Maar ja, het is op aarde nu eenmaal traditie om ontdekkingen als eigen verdienste op te voeren.
Zoals bekend zijn er al vele kavels van de maan verkocht door een Amerikaan.
Een certificaat maakt jou tot een trotse bezitter van een aantal hectaren tuin op de maan.
Op Alpha Centauri is dat heel anders, daar wordt niets op het conto van niemand geschreven.

Toen ik door de schil van stilte afdaalde, die als een soort dampkring fungeerde, zag ik in de diepte vage lichtjes die helderder werden naarmate ik naderde.
De huid van de nachtplaneet bleek uit myriaden van pulserende lichtjes te bestaan.
De fysieke aanwezigheid van de bewoners kon ik niet onderscheiden, daarvoor gaven ze teveel licht.
Als een soort vuurvliegjes leken ze hun eigen bestaan te belichten.
Ieder lichtje is een wezen.
Het leek er op, dat ze ook door middel van licht met elkaar communiceerden.
Soms pulseerden ze samen in diverse patronen, de ene keer simultaan, dan weer beurtelings, waardoor ik het gevoel kreeg dat ze mij iets wilden mededelen.
Hoe dichter ik naderde, hoe meer nieuwe lagen ik ontwaarde.
Aan het naderen kwam geen einde, het leek één eindeloze landing… tot ik ging beseffen dat dit de bodem van het bestaan was.
Het bodemloze bestaan van licht en ruimte.
Met deze realisatie keerde ik met in een flits terug in de lege huls die thuis in mijn veilige bed lag te wachten.